Wij proberen de progressieve zaak vorm te geven

John Podesta (63) was stafchef van president Bill Clinton in de jaren negentig. Daarna richtte hij een denktank op met een progressieve signatuur. Als éminence grise volgt hij Obama tijdens de campagne. „De president moet beter zijn bedoelingen uitleggen.”

Hij zegt het tussen neus en lippen door, zo achteloos dat het je het bijna zou ontgaan: politiek adviseur John Podesta (1949) was begin deze maand samen met Bill Clinton op de Democratische conventie in Charlotte. Daar zette de oud-president de zaal in vuur en vlam met een toespraak die nu al als een klassieker geldt. Later in ons gesprek refereert Podesta nog eens aan die toespraak; vooraf hebben ze er samen nog wat aan geschaafd. Podesta, met een glimlach: „Clinton zei tegen me, mensen hebben geen behoefte aan retoriek, ze hebben behoefte aan feiten. Nou, feiten kregen ze. Achtenveertig minuten lang.”

Beide mannen kennen elkaar goed: Podesta, actief in de Amerikaanse politiek vanaf de late jaren zestig, was Clintons stafchef tijdens diens tweede termijn als president. Daarna richtte hij een denktank op, The Centre for American Progress, waar tijdens de Bush-jaren hard gewerkt werd aan een nieuw verhaal voor progressief Amerika.

In 2008 begeleidde Podesta de overgang naar de regering van Barack Obama. Op dit moment bekleedt hij geen belangrijke officiële functie, maar hij speelt wel een voorname rol in de campagne van Obama; het verhaal dat daarin verteld wordt, is grotendeels zijn verhaal. Ik spreek Podesta tijdens een kort bezoek aan Nederland, waar hij op uitnodiging van campagnebureau BKB een lezing houdt.

Hoe actief bent u eigenlijk? U lijkt me bij uitstek een éminence grise, iemand op de achtergrond met grote invloed.

„Dat klopt wel. De denktank die ik in 2003 heb opgericht, speelt een belangrijke rol in de Amerikaanse politiek. Officieel zijn we niet partijgebonden, maar we hebben een progressief profiel en nauwe banden met de regering. We proberen de mensen daar de kant op te krijgen die ze volgens ons op moeten. De ideeën van de conservatieven houden we serieus tegen het licht, zodat we kunnen laten zien waar ze fout zitten. Je kunt zeggen dat we proberen de progressieve zaak vorm te geven.”

Begin 2010 waarschuwde u Obama. Hij zou het ‘politieke verhaal’ uit het oog hebben verloren.

„Met zijn beleid was weinig mis, maar hij leek vergeten te zijn dat het zijn belangrijkste taak is het publiek uit te leggen wat hij aan het doen is. Men ging volledig op in het beleid maken zelf, en in wat er toen in Congres speelde. Er kwamen midterm verkiezingen aan en Obama zat vast in Washington, in plaats van door het land te trekken. Geen wonder dat de Democraten er van langs kregen. Deze campagne laat iets anders zien. Ondanks de hoge werkloosheid en de achterblijvende banengroei behoudt Obama een voorsprong in de peilingen.”

U bent een van grondleggers van de huidige strategie, waarbij de partij zich opwerpt als beschermer van de middenklasse. Waarom kwam het verhaal zo laat?

„Het kwam zeker te laat voor de verkiezingen van 2010, zodat Obama in het Huis van Afgevaardigden nu flinke tegenstand ondervindt van een oppositie die vooral uit rechtse populisten bestaat. Maar ik denk niet dat het te laat is voor de komende verkiezingen.

„Ik wil het belang van de conventies niet overschatten, ook al omdat er weinig beweging zit in het electoraat zelf. Maar de Republikeinse conventie was niet echt een succes. De belangrijkste sprekers hadden het meer over zichzelf dan over Romney. Men kwam niet met een positieve boodschap. Hun verhaal kwam kort gezegd hier op neer: als je ontevreden bent over de economie, stem dan op ons. Ik geef toe dat dat argument aantrekkelijk kan zijn. Ook in Europa zie je de tendens om in economische moeilijke tijden regeringen weg te stemmen als ze niet met snelle oplossingen komen. Maar voor Romney zelf deed het niet veel. Op de Democratische conventie tekende zich wel een consistent verhaal af.”

Obama moet laten zien dat hij ook bereid is de publieke sector drastisch te hervormen

De belangrijkste zin kwam van Clinton: we are all in this together.

„Dat was meer dan een zinnetje om mensen zich goed te laten voelen. De Tea Party gaat er vanuit dat iedereen maar voor zichzelf moet zorgen. Die tegenstelling is uitgegroeid tot het belangrijkste verschil in beleidsstrategie tussen progressieven en conservatieven. De keuze van Romney voor het Congreslid Paul Ryan als running mate past daarin. Ryan gelooft heilig in een economische theorie die – daar ben ik van overtuigd – desastreus zal zijn. Machtige en welvarende mensen krijgen nog meer macht en welvaart, terwijl mensen die het moeilijk hebben niet langer ondersteund worden. Uiteindelijk leidt dat tot zwakke economische groei.

„Ik wijs voortdurend naar de acht jaren onder Clinton en de acht jaren onder Bush. Daarin konden we zien hoe deze tegengestelde visies in de werkelijkheid hebben uitgepakt. Groei in werkgelegenheid en groei in de middeninkomens onder Clinton; het beleid van Bush dat ons regelrecht naar de crash geleid heeft.”

Tegenover progressieven hamert u er op dat enkel pleiten tegen te strenge bezuinigingen niet voldoende is. Er moet hervormd worden. Vooral de overheid zelf.

„Ook in dit geval moet de president beter zijn bedoelingen uitleggen. Op het gebied van de gezondheidszorg en het financiële systeem wil hij zeker hervormen, maar van buitenaf lijkt het alsof hij enkel bezig is met de private sector. Hij moet laten zien dat hij ook bereid is de publieke sector drastisch te hervormen. Hij heeft wel degelijk voorstellen om de overheid kleiner en effectiever te maken, maar tegenover het Amerikaanse publiek hoor je hem er te weinig over.”

Voor u is een slankere overheid een van de speerpunten van een sterk progressief verhaal. Daarnaast is er de battle of ideas, de noodzaak te laten zien waar je tegenstanders fout zitten. Welk punt is voor u belangrijkst?

„Je moet een geloofwaardig economisch programma hebben dat groei en innovatie stimuleert. Zonder dat is het vrijwel onmogelijk om in de politiek succes te hebben.”

En de ideeënstrijd? Na de aanslagen van 11 september 2001 leken de progressieven overal volledig uit het veld geslagen. Men had lang ook geen antwoord op het aanvallende geluid van rechts Amerika. Dat lijkt nu anders.

„In de Verenigde Staten wisten progressieve politici totaal niet hoe ze op de aanslagen moesten reageren. Bovendien lieten ze na hun stem te verheffen toen het erop aankwam, zoals bij de doldrieste invasie van Irak. Die oorlog was een strategische blunder van de eerste orde, en er waren bar weinig mensen die dat durfden te zeggen. Ons land betaalt daar nog altijd een hoge prijs voor.

„Maar de Republikeinen zijn intussen alle gematigdheid kwijtgeraakt. Vrijwel alle gematigde kandidaten hebben de voorverkiezingen verloren of het bijltje erbij neergegooid omdat ze er niet langer tegen konden tijdens openbare bijeenkomsten voor rotte vis te worden uitgemaakt – omdat ze niet principieel tegen iedere vorm van samenwerking met Obama waren.

Het is voor Romney onmogelijk terug te keren naar rechts van het midden

„De Tea Party vertegenwoordigt hoogstens twintig procent van de Republikeinse kiezers, maar heeft de partij enorm naar rechts getrokken. Zelfs hun vermogen om feiten onder ogen te zien lijkt er door aangetast. Een tijdje terug ontkenden ze dat de opwarming van de aarde door mensen wordt veroorzaakt, nu ontkennen ze zelfs dat de aarde opwarmt. Ideologie maakt hen blind voor de werkelijkheid.

„Dat is eerder een probleem voor Romney dan voor ons. Om de nominatie te krijgen moest hij naar de rechterflank opschuiven. Nu is het voor hem onmogelijk terug te keren naar een aansprekende positie rechts van het midden, waar de meeste kiezers zich bevinden, zonder voortdurend van liegen en draaien beschuldigd te worden.

„Onder Clinton hadden wij ook met een nieuwrechtse beweging te maken, aangevoerd door Newt Gingrich en Tom DeLay, maar die namen zelf het voortouw, ze werden niet die kant opgetrokken door hun achterban. Nu kan de oppositieleider geen zaken doen met Obama, omdat zijn troepen botweg weigeren hem te volgen.

„Wanneer de Republikeinen zo doorgaan, betekent dat hun ondergang. Als je naar de demografie van de Verenigde Staten kijkt, zie je dat ze gauw een andere toon moeten aanslaan, anders eindigen ze als een minderheidspartij. In een recente peiling kregen ze 0 procent van de Afrikaans-Amerikaanse kiezers achter zich, en 27 procent van de hispanics – dat was bij Bush junior nog veertig procent. De meeste politieke partijen veranderen van koers zodra ze inzien dat ze beleid voorstaan dat gedoemd is te mislukken. Bij de Republikeinen zie ik daar nog niet het begin van.”

Uw nieuwe verhaal straalt vooral economisch optimisme uit. Is dat reëel? Veel economen zeggen dat Amerikanen jarenlang boven hun stand hebben geleefd. Verlies van welvaart is onvermijdelijk.

„Daar zit veel waarheid in. We leefden boven onze stand, omdat we moesten lenen om onze welvaart op peil te houden. Een van de redenen van de crash was dat de inkomens van mensen naar beneden gingen tijdens de Bush-jaren en dat massaal werd bijgeleend, door middel van hypotheken, creditcards en studentenleningen.

„Mensen zijn verantwoordelijk voor hun eigen leven, maar de overheid kan ervoor zorgen dat de welvaart eerlijker wordt verdeeld. Er is steeds meer bewijs dat dat tot economische groei leidt. Je stelt mensen in staat risico’s te nemen en een bedrijf te beginnen, enzovoort. Wanneer je de welvaart van bovenaf naar beneden wil laten sijpelen, laat je de middenklasse verschralen, waardoor de vraag afneemt. De overheid moet zich dus inspannen voor een meer gelijkmatige distributie van welvaart.”

Hoe ziet de tweede termijn van Barack Obama eruit?

„Ik ben daar optimistisch over. Als hij wint, dan voorspellen veel mensen grote ellende vanwege de zogenaamde Fiscal Cliff aan het eind van dit jaar, het gelijktijdig aflopen van belastingverlagingen die door Bush en door Obama zijn ingevoerd en het ingaan van strenge bezuinigingen in onder meer defensie en de zorg. Ik zie dat juist als een geweldige kans. Obama kan dan de belastingen voor de rijken verhogen, de druk op de middeninkomens verlagen en de lagere inkomens helpen. En de Republikeinen zullen wel moeten aanschuiven aan de onderhandelingstafel.

„Wat het buitenland betreft, zal de meeste energie gestoken worden in het zoeken van een nieuw evenwicht in Azië. Amerika kan ervoor zorgen dat China een plaats inneemt in de wereldeconomie zonder een bedreiging voor zijn buren te zijn. Een tweede aandachtsgebied is Noord-Afrika en het Midden-Oosten, de nieuwe situatie die daar in veel landen is ontstaan. Het heetste hangijzer is ongetwijfeld Iran en zijn nucleaire programma. Die kwestie zal zich meteen na de herverkiezing naar de voorgrond dringen.”

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief