Smurf

Twee jaar geleden, aan de vooravond van de vorige verkiezingen, ontlokte Geert Wilders tijdens het Carré-debat hoongelach aan de zaal, omdat hij ongeacht de vraag steevast over massa-immigratie begon. In de peilingen stond hij op achttien zetels. Hij haalde er vierentwintig.

Misschien wordt Wilders dit keer electoraal afgesmurft

Afgelopen dinsdag, tijdens het Carré-debat aan de vooravond van de komende verkiezingen, was er opnieuw hoon vanaf de tribune. Dit keer omdat Wilders in elk antwoord over Europa begon; ook toen de zorg het onderwerp was, ging hij unverfroren los over de miljarden voor de Grieken. In de peilingen staat hij op achttien zetels.

Wilders zelf is ervan overtuigd dat de geschiedenis zich zal herhalen. Het politieke establishment veronderstelt dat hij op zijn rug ligt; na komende woensdag, beweert hij, is hij ineens weer een factor van belang. Zijn kiezers vergeven hem de schandalen, de stommiteiten, het gesjoemel en het gesodemieter, omdat de emotie die hij exploiteert springlevend is: waarom hier bezuinigen, terwijl er miljarden naar de Grieken gaan?

In het Jeugdjournaal afgelopen donderdag onthulde Wilders zijn ideologische bronnen: als kind was hij gek op de Smurfen. Eigenlijk nog steeds: hij was pas nog naar de bioscoopfilm over de blauwe ventjes met hun witte mutsjes geweest. Een overzichtelijk, monocultureel dorp, waarin men een eigen taaltje spreekt, bestuurd door Grote Smurf, bedreigd door het kwaad van buitenaf, de tovenaar Gargamel die uit is op de vernietiging van alles wat Smurf is. Ik zeg niks.

De emotie heeft zich sinds de vorige verkiezingen verplaatst van de islam naar Europa, maar voert terug op hetzelfde onbehagen – angst voor verlies van eigenheid; woede tegen een bestuurlijke elite die het eigen volk uitlevert aan de vijand. De huidige europaranoia verschilt in weinig van de islamparanoia van de afgelopen jaren. Nog maar kort geleden hadden we het spookbeeld van ‘Eurabië’, een Europa dat door middel van geheime afspraken was weggegeven aan de totalitaire islamitische hordes. Nu is er de ‘EUSSR’, de totalitaire, supranationale staat die de Europese bestuurlijke elite onderling heeft bekokstoofd. Over Eurabië horen we even niks meer; het gaat nu alleen nog maar over de samenzwering van eurofielen tegen de natiestaat.

Eerst was er Hans Jansen. Nu is er Thierry Baudet.

Paranoia is altijd leerzaam. Het idee van een samenzwering voedt zich met het geriefelijke gevoel dat je zelf niet verantwoordelijk bent, dus ook schuldeloos – het zijn de anderen, de elite, die je erin geluisd hebben. De crisis in Europa is veel meer dan een economische crisis, het is een geloofscrisis. De problemen met de euro zijn niet alleen het gevolg van economische overreach – omdat je iets zo graag wilt, veronderstel je dat het ook kan – ook van humanistische hybris. Er wordt een onderlinge solidariteit verwacht die er niet is, die er nooit geweest is. We wilden het te graag.

Dat is een pijnlijke les – en fervente Europeanen als Guy Verhofstadt, die weigeren die te leren („Europa zal federaal zijn, of het zal niet zijn’’), verdienen onze scepsis. Maar de populistische mantra luidt nu – net als in het geval van de massa-immigratie – dat het afgedwongen is. Alles is de afgelopen decennia gebeurd „zonder dat we erom gevraagd hebben”. Jarenlang werd tevergeefs geprobeerd belangstelling van de kiezer te wekken voor Europa, er werden Europacongressen, Europafestivals en Europabraderieën georganiseerd. Ze riepen geen emotie op – geen grote bevlogenheid, maar ook geen noemenswaardige kritiek. Dat had te denken moeten geven, maar niemand had zin erover na te denken.

Iedereen, dat is de harde waarheid, vond het wel best. Geert Wilders stemde voor de euro. Wanneer je zelf van je geloof valt, moet je niet doen alsof anderen je dat geloof hebben opgedrongen.

Misschien wordt Wilders dit keer electoraal afgesmurft. Feit blijft dat de eurocrisis een identiteitscrisis heeft blootgelegd, die veel breder is dan de paranoia van Wilders. Dit dwingt je ook je eigen geloof tegen het licht te houden. Nederland is allang niet meer denkbaar zonder Europa. Wen er aan. Maar ook: Europa is niet langer denkbaar zonder een idee van Nederland. Ook dat is wennen.

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief