Experiment

Zodra duidelijk werd dat de val van het kabinet eigenlijk de afgang van Geert Wilders inhield, werd afscheid van hem genomen met alle voorkomendheid van een duiveluitdrijving. De ban was gebroken, de magie verdwenen – tijd om hard af te rekenen. Iedereen durfde ineens. Politici die zich slaafs hadden onderworpen aan het retorische machtsvertoon van de man die het boze volk aan zijn kant leek te hebben, die braaf waren meegegaan in onzindiscussies over het verschil tussen de boerka en een integraalhelm, die met een bangige glimlach hadden staan toekijken hoe de internationale reputatie van Nederland door een politieke opportunist naar God werd geholpen – nu de oorlog voorbij was, gingen ze alsnog in het verzet.

Toen Wilders de islam inruilde voor Europa, hoorde je in de media niks meer over de islam

Verhagen, Bleker, Knapen, Spies en natuurlijk Leers – overal klonk het geluid van straatjes die verwoed werden schoongeveegd. Het CDA, dat onder leiding van Verhagen een blunder had begaan door in dit onmogelijke kabinet te stappen, herschreef razendsnel de geschiedenis. Dubieuze standpunten die waren ingenomen om Wilders te behagen, verdwenen plots van de website van de partij – toen dat ontdekt werd, werden ze met een smoesje schielijk teruggeplaatst. Liesbeth Spies, demissionair minister van Binnenlandse Zaken, verklaarde in Nieuwsuur dat een nieuwe samenwerking met de PVV onmogelijk leek: „Achteraf kunnen we concluderen dat dit geen gelukkig experiment is geweest.”

Er waren natuurlijk genoeg CDA’ers die vooraf al hadden geconcludeerd dat het geen gelukkig experiment zou worden. We weten wat er met hen is gebeurd.

De door de PVV afgedwongen wetsvoorstellen tegen de boerka en dubbele nationaliteit waren door Spies zo gretig verdedigd omdat ze er „tussen haar oren” achter stond, maar „in haar hart”, vond ze het niks – de mooiste definitie van huichelarij die ik ooit gehoord heb.

Natuurlijk: om een omelet te maken, moet je eieren breken. Maar wat als je gezicht onder het struif zit?

Niet alleen in de politiek werd radicaal afstand genomen. Werkgevers slaakten een openbare zucht van verlichting. Moslimorganisaties verklaarden dat ze hun kwelgeest voortaan links zouden laten liggen. Media die zichzelf nadrukkelijk als rechts kwalificeren en die zich de afgelopen jaren in alle mogelijke bochten wrongen om elke provocatie van Wilders de schijn van redelijkheid te verlenen, verklaarden hem ineens tot landverrader. Zolang Wilders steeds opnieuw de winnaar was, liepen de media achter hem aan. Maar nu was hij geen winnaar meer. Toen hij dag in, dag uit zijn ideologische obsessie met de islam etaleerde, was het ook hun obsessie – toen Wilders de islam inruilde voor Europa, hoorde je ook in de media niks meer over de islam – zonder Wilders bleek het niet langer een onderwerp.

Dat laatste zegt genoeg. Wilders is voor veel mensen hun kwade geweten geworden, de buitenechtelijke vriendin die nu stug ontlopen wordt, de herinnering die je liefst zou ontkennen. Vrijwel elk West-Europees land heeft partijen als de PVV, maar in geen land, Denemarken wellicht uitgezonderd, heeft een in elkaar geflanste, door buitenlands geld gesteunde populistische beweging zo snel zoveel invloed en macht verworven – in de politiek en in de media. Je kunt dat wijten aan de consensuscultuur. Je kunt er ook schaamteloos opportunisme in zien.

Nu men zich razendsnel aanpast aan de nieuwe tijdgeest, wordt ironisch genoeg het beeld dat de moedeloze burger van de politiek heeft, bevestigd: politici als op macht beluste draaiers. Wanneer de euforie over Wilders’ nederlaag en het pragmatisme van de Kunduz-coalitie is vervlogen, zullen veel partijen met het deficit van hun eigen ongeloofwaardigheid blijven zitten. D66 is de uitzondering. Die partij heeft zich niet geëncanailleerd met Wilders en ook de gewone man niet van zich vervreemd, want die stemde toch al niet op Pechtold.

Vanzelfsprekend probeert Wilders nu met de moed der wanhoop zijn status als politieke paria uit te buiten. Gisteren twitterde hij: CDA en VVD bezig met hetze tegen PVV. Ministers Spies en Opstelten ongeloofwaardige opportunisten.

Wat het eerste betreft: koekje van eigen deeg. Het tweede: moet hij zeggen. Maar hij heeft wel gelijk.

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief