Koorts

Ik heb griep, dus kijk veel televisie. Toen ik NOS-verslaggever Kees van Dam van de week voor de vierentachtigste keer met een microfoon op een bevroren sloot zag staan, dacht ik: wonderlijk hoe Nederland zijn eigen teleurstellingen organiseert. Iemand zou dat eens moeten uitzoeken. Waarom na het eerste voorzichtige speculeren altijd weer de remmen los gaan, verwachting wordt aangezien voor werkelijkheid, hoop doorslaat in overmoed – met zoveel rotsvast, blind geloof, dat alleen keiharde ontnuchtering ons weer terug naar de realiteit kan brengen.

Opwinding is verslavend, met hartstocht heeft het niks te maken

„Heeft men in Friesland zich er al een beetje mee verzoend, Kees?”

Natuurlijk. Gewoon schaatsen is toch ook fijn? Daarbij schijnt het weer te gaan vriezen, dus misschien zit het er nog in. En anders hebben we het EK voetbal nog. Grote kans dat we dat winnen.

Nadat de nationale ballon die Elfstedentocht heet was leeggelopen, was het tijd voor de duiding – want op onze hysterie volgt onvermijdelijk de vraag waarom we zo hysterisch deden. In deze krant buitelden de sociaal-cultureel-historische verklaringen over elkaar heen.Schaatshistoricus Marnix Koolhaas: „Op het ijs gelden geen wetten. De wereld op zijn kop. Heel carnavalesk.” Cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers: „Het ritueel is én herkenbaar én levendig. Het is herkenbaar omdat het zich voltrekt langs vaste patronen. De rayonhoofden die samenkomen, het meten van het ijs. En tegelijkertijd is er chaos. Want iedereen is volledig afhankelijk van het weer. Dat brengt het ritueel tot leven.” Socioloog Abram de Swaan: „Mensen hebben het gevoel: die schaatswedstrijd is Nederlands. Water is onze wildernis, de vaarten zijn onze bergen. Af en toe is het aardig zich die identiteit aan te meten.”

Klinkt allemaal redelijk. Maar het verklaart de passie, niet de hysterie. Wie zich van een band met het verleden verzekerd weet, hoeft dat niet van de daken te schreeuwen; wie een gevoel van identiteit koestert, hoeft dat niet ieder uur van de dag uit te dragen in de media. Vanwaar die overkill, dat mateloze geleuter? Waarom die totale uitverkoop van journalistieke zelfbeheersing? Andere landen hebben ook tradities die ze met overgave in stand proberen te houden – maar ze offeren er niet dagelijks de helft van hun journaal aan op.

Vingers wijzen nu naar de media – die hebben de boel opgeklopt, verwachtingen gewekt die niet reëel waren, de waan tot krankzinnige proporties opgeblazen. Dat is zo. Maar de media reflecteren onze behoeften. Henk Hagoort, de hoogste baas bij de publieke omroep, vertelde eens dat wanneer er in Nederland iets opmerkelijks gebeurt – een vliegramp, een kampioenschap, – de Nederlandse tv-kijker er geen genoeg van krijgt. Men wil van de vroege tot de late avond dezelfde mensen over dezelfde onderwerpen zien. Dezelfde gezichten doen de kijkcijfers juist stijgen. Wie deze week met iets anders kwam dan de Elfstedentocht, plaatste zichzelf buiten de orde.

Iedereen springt er bovenop, iedereen probeert een graantje mee te pikken – er wordt niet langer beschouwd, er wordt gezamenlijk gezwolgen. Die hang naar collectieve opwinding en aandacht zegt misschien meer over onze nationale geestgesteldheid dan bespiegelingen over onze eeuwenoude band met het water. Het verklaart ook waarom we, na de ontnuchtering, zo verbazingwekkend gemakkelijk onze schouders ophalen. De zaak zelf was kennelijk altijd meer middel dan doel.

Opwinding is verslavend, met hartstocht heeft het niks te maken. Bij de hype rond de kansloze Elfstedentocht liepen beide emoties door elkaar heen: een authentieke traditie die ten prooi viel aan een opgeklopte, holle emotiecultuur. Vandaar dat die Friese nuchterheid zo hysterisch vaak geprezen werd. Vandaar dat er na de onvermijdelijke ontnuchtering veel stukken verschenen waarin beschreven werd hoe fijn het was dat ons land op sommige momenten een eenheid kon zijn, verenigd in een sportieve hartstocht, waardoor alle onderlinge geschillen even verdwenen.

Yeah right.

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief