Het politieke spel

De twee gezichten van de politiek: naar buiten toe de idealen, de vergezichten, het programma. Dan het andere, verborgen gezicht: het gevecht om de macht, de strategie, het politieke spel. Misschien komt het doordat dat het eerste gezicht de laatste decennia zo bleekjes ziet, dat het tweede gezicht zo populair is? Wie drama van de politiek maakt, kiest zonder uitzondering voor een ontnuchterend kijkje achter de schermen. We hadden Yes, ministeren House of Cards, we hadden Primary Colours en The West Wing. En in Nederland hadden we, naast achtenzestig series over het leven van prins Bernhard, ook nog iets met acteurs die deden alsof ze ministers waren. De titel ben ik vergeten. De rest trouwens ook.

Nooit gaat het meer over de moedige strijd tegen de klippen op, stugge volharding in naam van het ideaal, het heilige geloof in verandering. Wat we willen zien is blinde ambitie, gekonkel, het mes in de rug. In de Londense metro zag ik van de week een bloedrode poster, die er uitzag alsof het om een loeispannende film ging. Het bleek reclame voor de paperback van The Third Man, de memoires van de mannetjesmaker van Labour, Peter Mandelson. De winkels daar lagen vol met politieke memoires, de een nog openhartiger dan de ander, en met boeken over wat tijdens het tijdperk-Blair onder het vloerkleed werd geveegd.

Zo gaat het voortaan. Tijdens hun loopbaan schrijven politieke leiders dunne boekjes vol gemeenplaatsen over een betere wereld. Zodra ze vertrokken zijn, krijgen we het echte, het boeiende verhaal. De enige heroïsche documentaire over een actieve politicus die mij voor de geest staat is Islam Rising; Geert Wilders’ Warning to the West. Van een Amerikaans genootschap dat zo duister is dat zelfs Wilders er geen geld van wil aannemen.

Omdat we dat tweede gezicht van de politiek inmiddels zo goed kennen, hebben we nu ook een dubbele blik. Er kan in de politiek niets gebeuren of we vragen ons af wat er erachter steekt. Wat zijn de ware motieven, waar is het drama? Terwijl westerse politici doen alsof ze Gaddafi altijd te vies om aan te raken hebben gevonden, gaan wij op zoek naar het verhaal achter de spin – wapenhandel, koehandel met mensenrechten en oliebelangen. Zie je wel: Charlie Wilson’s War! Of in het geval van de onhandig weggepoetste blunder op het strand van Sirte: Daar komen de schutters.

Die dubbele blik maakt nuchter. De Franse modefilosoof Bernard-Henri Lévy legt in zijn nieuwste column uit dat hij eigenlijk als de redder van Libië gezien moet worden. Omdat hij de revolutie in Egypte gemist had, sloot hij zich aan bij de rebellen in Benghazi. In een telefoontje naar president Sarkozy drong hij erop aan dat de rebellen als de legitieme regering van het land werden erkend en dat militaire actie moest worden ondernomen. Zo is het gekomen.

Onmiddellijk wordt je blik dubbel: idealisme? Lévy heeft een ego dat groter is dan heel de Arabische wereld en Sarkozy is er alles aan gelegen zijn besmet blazoen op te poetsen voor de presidentsverkiezingen in 2012. Onder het mom van humanitaire betrokkenheid worden we meegetrokken in een avontuur. En als de puinhopen zichtbaar worden, heeft Lévy allang weer een andere goede zaak ontdekt. Opbouwwerk is nu eenmaal niet zijn ding.

Je kunt zeggen dat Lévy en Sarkozy het idealisme een slechte naam bezorgen, maar is dat genoeg? Het doorzien van het politieke opportunisme van anderen is geen visie. Nuchterheid kan een excuus zijn voor cynisme. Je kunt afgeven op de ijdele publieke intellectueel die Lévy is; totdat je denkt aan de intellectuelen die in Nederland dagelijks op tv verschijnen – sorry, Bart Chabot. Je kunt de napoleontische geldingsdrang van Sarkozy hekelen, tot je beseft hoe totaal visie- en ambitieloos ons huidige buitenlandbeleid is.

 

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief