X-Factor Jaap wordt geil van sushi
Dat er in onze samenleving van alles aan het verschuiven is, dat weten we nu wel – maar sommige dingen blijven gelukkig altijd hetzelfde. Opzichtig dwepen met platte Hollanders, bijvoorbeeld.
Even een kleine cultuurgeschiedenis. Ik zal niet helemaal bij Brueghel beginnen, maar laten we zeggen dat er een stevige rode draad loopt van de familie Flodder, via de meer opzichtige bewoners van het Big Brother-huis en de Gouden Kooi, helemaal naar de Tokkies, de lallende jongeren uit Het is hier fantastisch – met als voorlopige apotheose de vrolijke wezenloosheid van Oh Oh Cherso. Ben ik nog iemand vergeten? Terror Jaap! Kelly! Seki uit De Bus!
We hebben het hier over een traditie. Al die programma’s zorgden in het begin voor ophef, er was altijd wel een CDA-Kamerlid te vinden dat er bezorgde vragen over wilde stellen – wat zei dit over het niveau van onze beschaving en waarom moest het om half acht ’s avonds? En dan kwam de omslag, de hoge kijkcijfers, de fanclubs, de toptiensingle, en de onvermijdelijke docent mediastudies of professor Henri Beunders die ons vertelde dat er een nieuwe tijd was aangebroken, dat we in een spiegel keken, dat Terror Jaap of Barbie en Sterretje op hun manier ook cultuurdragers waren, je moest alleen even je elitaire blik loslaten. Het leek wel of je naar een groepje losgeslagen, kotsende, vechtende en neukende, consequent uit hun nek lullende medelanders aan het kijken was, maar dat was typisch hautain elitegedrag. Jammer. Wie goed keek, zag een schitterend web van intense menselijke relaties, een wonder van geregisseerde alledaagsheid – een nieuwe vorm van televisiekunst, bovendien.
Eerst hadden we Shakespeare, toen Hummie van de Tonnekreek.
Die duiders, de exegeten, die bleke academici die zo overduidelijk smachtten naar een paar minuten roem in de schijnwerpers van de populaire cultuur – ik vind ze ergerlijker dan de programma’s zelf. Die laatste kondigen helemaal geen nieuwe tijd aan. Ze beantwoorden juist aan een constante in ons cultuur. Noem het dionysisch, noem het tieten bier: wie een leven vol verantwoordelijkheid leidt, wie iedere ochtend om acht uur in de trein naar zijn werk stapt, droomt van losbandigheid. Wie zich keurig aan de regels houdt, zwoegt voor examens, verlangt naar promotie of ’s avonds na het werk zwetend zijn hypotheeklast berekent, kijkt graag naar geile jongeren die opzichtig van niets weten. Wezenloosheid heeft zijn aantrekkelijke kanten. Seks zonder verplichtingen eveneens. Voyeurisme kan heel lekker zijn.
Maar in Nederland, en daar begint het probleem, moeten dit soort programma’s altijd iets betekenen; ze worden door de duiders steevast ingezet tegen „de hoge cultuur”, ze worden gebruikt om af te rekenen met mensen die denken dat ze beter zijn. Sterretje en Barbie worden onderdeel van een cultuurstrijd. De verkalkte leden van de culturele elite met hun „zogenaamde goede smaak” moet een lesje worden geleerd, iemand moet ze vertellen dat ze lang niet meer zo belangrijk zijn als voorheen, dat de meeste mensen zich echt niks meer aan hen gelegen laten liggen. De filosoof Arjen van Veelen, vorige week in Opinie & Debat: „Er bestaat een inzichtelijke episode uit Oh Oh Cherso waarin Barbie de Minotaurus moet afstoffen. Die gaat zo. Barbie moet werken in de 1,99 euroshop, een souvenirwinkeltje, waar replica’s van oud-Griekse beeldjes worden verkocht. Die oudheden moet ze schoonmaken met een Swiffer Duster. „Ik ben toch geen Marokkáán!?” protesteert ze eerst. Dan ziet ze de poppetjes. „O, kijk, Romeinuh!” Tijdens het stoffen stoot ze een beeldje van een Minotauruskop om. Het is stuk. Snel legt ze het terug, bij de andere Minotaurusjes. Misschien zie ik te veel, maar ik kreeg eventjes een visioen van Barbie die de oude beschaving afstoft.”
Hm, ja, ik geloof dat je een beetje te veel ziet. Dat is de ziekte van onze cultuur – niet dat die hopeloos vervlakt, dat valt inderdaad reuze mee, maar dat een ontsnapping aan beschaving voor een nieuwe beschaving wordt aangezien. Het kan lekker zijn je verstand op nul te zetten, maar wie dat als een nieuw inzicht presenteert, heeft iets niet helemaal begrepen. Net zo: wie ineens ontdekt dat meisjes als Barbie echte mensen van vlees en bloed zijn, moet met zijn eigen snobisme afrekenen, niet met de westerse cultuur.
Tegenwoordig – en ik ben bang dat ik daar zelf debet aan ben – wordt bij cultuurkritische betogen onvermijdelijk de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco erbij gehaald. In het gesprek dat ik begin deze zomer voor deze krant met hem had, over zijn essay De barbaren, stelde Baricco dat in onze cultuur een „mutatie” had plaatsgevonden. De traditionele Bildungscultuur met zijn belofte van verdieping en verrijking heeft plaatsgemaakt voor een cultuur waarin de dingen anders beleefd worden: het oppervlak in plaats van de diepgang, snelheid in plaats van reflectie, opeenvolgende sequenties in plaats van analyse, surfen in plaats van verdieping, communicatie in plaats van zelfexpressie, multitasking in plaats van specialisatie, plezier in plaats van inspanning. Zo’n constatering vormt een goed recept tegen gemakzuchtig cultuurpessimisme, maar het kan ook gebruikt worden om ieder kwaliteitsoordeel achterwege te laten, een excuus om de wezenloosheid te vieren.
De romans van Baricco zelf zijn bijvoorbeeld virtuoos geschreven, maar ze missen, ahum, diepte. Ik ben niet de enige die dat constateert. Zolang dat gemis aan diepte gevoeld wordt, bestaat er zoiets als diepte, lijkt me – daar is geen theorie tegen opgewassen.
Wie nu nog constateert dat we in een commerciële mediacultuur leven, waarvan ook de zogenaamde „hoge” cultuur allang onderdeel uitmaakt (Oprah leest Tolstoj), trapt een open deur in. Maar dat wil niet zeggen dat sommige dingen niet waardevoller zijn dan andere, dat alle onderscheid achterhaald zou zijn. In de Volkskrant van vrijdag stond een bericht over het persbureau Novum, dat entertainment tot speerpunt heeft gemaakt. „De entertainmentredactie levert per dag ongeveer dertig nieuwe artikelen af. Dat aantal staat niet vast, zegt chef redactie Van Straaten, want er moet wel nieuws zijn. Maar dat nieuws kan ook luiden ‘Bastiaan van Schaik dubt over adoptie’ of ‘X-factor-Jaap wordt geil van sushi.’ ” Zulk nieuws, zegt directeur Bram Bloemburg, kun je niet zomaar triviaal noemen. „Wat voor jou en mij triviaal is, is voor heel veel mensen gewoon heel leuk om te lezen.”
Dat is geen open geest, dat is politieke correctheid. Misschien zie ik te veel, maar even kreeg ik een visioen van X-Factor-Jaap die een beschaving te gronde richt.
