Waar de pijn zit
Als ik de commentaren geloof – en laat ik een keer doen alsof – dan is de benoeming van Job Cohen als lijsttrekker voor de PvdA eerder een terugval dan een stap voorwaarts. Waren we na decennia van omzichtige politieke correctheid eindelijk aan het benoemen, mochten we eindelijk vrijuit spreken over de falende integratie van moslims in onze vrijzinnige samenleving, werd ineens de man die symbool staat voor pappen en nathouden op het schild gehesen.
De reacties waren navenant: in tal van geschrokken columns en opiniestukjes werd gewaarschuwd tegen de blinde ‘euforie’ en de ‘Obama-koorts’ die zich plotseling van de bevolking meester gemaakt zou hebben: door de keuze van Cohen werd „de kloof’’ in de samenleving alleen maar groter en raakte de boze burger voorgoed van de PvdA vervreemd. De opiniepagina van de Volkskrant barstte bijkans van hoon en verontwaardiging. In deze krant trok Paul ‘immigranten hebben rechten, maar ook plichten’ Scheffer een bezorgd gezicht. Schrijver Leon de Winter, altijd bereid de ondergrens naar beneden bij te stellen, wierp in Elsevier een origineel licht op Cohens inspanningen om de boel bij elkaar te houden: „Het zijn niet alleen de kenmerken van een geslaagde politieke wezel, maar ook van wat joden onder elkaar een onderduikjood noemen.” Hoe joden onder elkaar mensen als Leon de Winter noemen, is me niet bekend.
De schrik zat er, kortom, goed in. Want wat als de benoeming van Cohen nu eens niet een stap terug, maar wel degelijk een stap vooruit betekent? De late bekering van zijn partij tot de islamkritiek had electoraal niks opgeleverd – na de moeizaam tot stand gekomen integratienota („immigranten hebben rechten, maar ook plichten”) stond de partij in de peilingen op minder dan 15 zetels. Ook de plotselinge ontdekking dat men met alle aandacht voor de immigrant als eeuwig lijdend voorwerp, de autochtone man en de vrouw in de achterstandswijken akelig in de kou had laten staan, terwijl de partijbonzen vrolijk de kosmopoliet uithingen, bracht geen nieuwe populariteit. Die autochtone man en vrouw hadden de partij van de arabier allang verruild voor de partij van de verongelijkten. Hun pijn werd binnen de PvdA ineens heel intens gevoeld, maar het baatte niet. Intussen kregen Nieuwe Nederlanders er genoeg van steeds maar te horen dat ze naast rechten ook plichten hadden – en haakten af.
Politiek heeft een verhaal nodig. De PvdA had geen verhaal, alleen een mengeling van sentimentele wroeging en verbeten zelfkritiek. Cohen had wel een verhaal, maar dat was nu juist door veel van zijn partijgenoten ongeldig verklaard, geheel in overeenstemming met de tijdgeest, die – Wouter Bos zei het zelf – niet om „binden” maar juist om meer „polarisatie” vroeg: wanneer we elkaar allemaal eens goed te waarheid zouden zeggen, zou de lucht vanzelf klaren.
Hoe naïef kun je zijn? Kijk je terug naar de afgelopen tien jaar dan zie je dat achter al het rumoer en de golfbewegingen wel degelijk een constante aanwezig is: de obsessie met de samenleving die geen gemeenschap meer is. Zo’n tien jaar geleden wilden lokale partijen hun kleine wereld ineens weer „leefbaar” maken, vervolgens was er Fortuyn met zijn „verweesde” samenleving. Toen kwam Balkenende met zijn verwaterde communitarisme, met dank aan Amitai Etzioni (herinnert u zich het normen- en waardendebat?). Verdonk met haar gepikeerde nationalisme (Trots op Nederland) en Wilders met zijn rancune als nationaal bindmiddel – tegen de islam, tegen de bontkraagjes, tegen de elite, tegen de kunst.
Ook dat laatste is een verhaal. Toen de bewoners van Volendam na de laatste Europese verkiezingen gevraagd werd waarom men zo massaal op de PVV had gestemd, luidde het terugkerende refrein dat „Volendam weer Volendam moest worden”.
Maar Wilders heeft een fatale fout gemaakt. Hij heeft zich gecommitteerd aan het geloof in een nietsontziende strijd met de duistere krachten van de als religie vermomde ideologie die islam heet. Dat wil er bij zijn buitenlandse geldschieters wel in, maar niet in Volendam. Al op de eerste dag van zijn proces, dat hem volgens de commentaren een hoop zetels zou opleveren, zag je hoe sleets en beperkt zijn vocabulaire begon te worden, en die neergang voltrekt zich nu heel snel. Intussen haast Wilders zich te verklaren dat een hoofddoekjesverbod helemaal geen breekpunt hoeft te zijn bij de onderhandelingen in Almere en Den Haag, maar dat is te laat – zoals de PvdA de afgelopen jaren steeds te laat was. Bekijk op de site van Elsevier de trailer van Islam Rising; Geert Wilders’ Warning to the West en je begrijpt dat Wilders met zulke vrienden geen vijanden meer nodig heeft. Er zijn grenzen aan de gekte. Geen wonder dat hij niet op de première gezien wilde worden.
En zoals tot voor kort iedere oprisping tegen Wilders als gevaar voor de samenleving koren op zijn molen bleek te zijn, zo werken de al te voorspelbare aanvallen van Wilders op Cohen nu averechts. Iedere keer dat Wilders Cohen een „theedrinkende multicultiknuffelaar” noemt, stijgt de PvdA in de peilingen. De dynamiek is hetzelfde, alleen zijn de rollen omgedraaid. Het doet er niet toe wie van de twee de beste debater is. Het gaat erom wie de tijdgeest aan zijn kant heeft.
In de afgelopen jaren, de jaren van het benoemen, werd alles wat een samenleving tot gemeenschap zou moeten maken in zuiver negatieve termen gedefinieerd. Alles moest beperkt en begrensd worden. Beverige pogingen tot optimisme werden weggehoond of gingen roemloos ten onder. De verhalen die een verloren gevoel van gemeenschap moesten herstellen, zijn een voor een gefnuikt. Het „binden” van Cohen is het nieuwste verhaal in wat inmiddels een lange reeks is. In een moe gepolariseerd, politiek versnipperd land heeft het een nieuwe betekenis gekregen.
Hoe sterk dat verhaal is, zal nu blijken. De economische crisis heeft het integratiedebat opzij geschoven, maar nu zijn het de aankomende bezuinigingen die het idee van gemeenschap onder druk zetten. ‘Alle keuzen zullen pijn doen’, kopte de Volkskrant. Het driftig gepropageerde idee dat we er saamhorig de schouders onder gingen zetten, dat eerst zo aantrekkelijk leek, is na de eerste bezuinigingsvoorstellen van ambtenaren, alweer ten onder gegaan te midden van luide verontwaardiging en vingerwijzen. Daar zit de pijn, niet bij de hoofddoekjes. Het is op dat gebied dat Cohen op de proef gesteld zal worden.
