Pulp
Je bent even weg en je mist zo drie, vier Nationale Kwesties: het ontslag van Tariq Ramadan, de zeiltocht van Laura Dekker, de presentatrice van Zomergasten. En Geert Wilders natuurlijk – Geert Wilders die nu eens een paar zetels in de peilingen zakt en volgende week weer een paar zetels stijgt, Geert Wilders die de ene week op Hitler lijkt en dan weer ineens juist helemaal niet, Geert Wilders die zijn islamhaat via zijn Indische voorouders in zijn bloed gekregen zou hebben en een dag later juist via een drie maanden sinaasappels plukken in Israël.
Dat Geert Wilders een paar zetels zakte in de peilingen werd geweten aan de mediastilte tijdens het politieke reces, dat Geert Wilders er weer zetels bij kreeg dankte Geert Wilders juist aan zijn voorstel om uit te rekenen wat allochtonen kosten en aan zijn besluit om maar in twee gemeenten mee te doen met de verkiezingen van volgend jaar – wat in de media aanvankelijk briljant gevonden werd en toen juist weer heel dom. Het resultaat is niet dat je een beter begrip krijgt van het fenomeen Geert Wilders, het resultaat is dat je meer dan genoeg krijgt van het fenomeen Geert Wilders.
Misschien dat twee weken Griekenland een gevaarlijk soort relativisme in mij hebben losgemaakt. Maar neem de opiniepagina’s van de kranten van de afgelopen maanden door of kijk een uurtje televisie, en je weet het zeker: alle energie gaat in Nederland in het debat zitten. Iedere nieuwe kwestie wordt als een vette kluif in de arena van de publieke arena gegooid en er wordt gevochten – niet totdat iemand er met het bot vandoor gaat, maar tot het volkomen kaal gevreten is. Dan is het tijd voor een nieuw bot.
Laten we eerlijk zijn: niemand in Nederland ligt wakker van Tariq Ramadan. Wel liggen heel wat mensen wakker van wat medestanders of tegenstanders over Ramadan durven te beweren. Op een gegeven moment, na twintig opiniestukken over en weer, ga je vermoeden dat veel Nederlanders er plezier in scheppen om wakker te liggen. Ook woede is een bindmiddel.
Liggen mensen wakker van Geert Wilders? De man is in korte tijd uitgegroeid tot een nationale obsessie, maar als je even doorvraagt blijken zowel veel van zijn fans als veel van zijn tegenstanders hem met een korrel zout te nemen. In de stemverklaring die veel Wilders-stemmers na zijn winst in de Europese verkiezingen aflegden, klonk vaak een bizarre relativering door: ze wilden een signaal afgeven, ze waren het heus niet met alles eens, het was bedoeld om deze regering een optater te verkopen.
In een discussieprogramma op televisie kwamen twee van hen aan het woord: vriendelijke mannen die heus niet wilden dat de Koran verboden zou worden, maar niettemin vonden dat het zo niet langer kon. Eenzelfde geluid hoor je aan de andere kant: juist onder nieuwkomers wordt veelvuldig de schouders over Wilders en zijn PVV opgehaald. Laat maar aan de macht komen, dan zullen we wel zien wat ervan overblijft.
Dat is opmerkelijk: aan de ene kant de volledig ontspoorde taal van Wilders zelf, die losstaat van de werkelijkheid (in naam van het ‘benoemen’ natuurlijk), aan de andere kant de steile waarschuwingen tegen die taal van woede en ressentiment door zijn tegenstanders, met voortdurende verwijzingen naar de jaren dertig en het opkomende fascisme. Intussen is het opkomend fascisme even ver weg als het Koranverbod. Niemand lijkt werkelijk te denken dat Wilders echt zal overgaan tot massale deportatie van moslims, en alleen de lunatic fringe van de anti-islamcommentatoren denkt dat moslims hier een nieuw kalifaat gaan stichten. Maar de taal die gesproken wordt trekt zich niets van die werkelijkheid aan. Er zit iets vreemd virtueels in alle opwinding rond Geert Wilders, zoals er iets uitzinnig virtueels was aan alle opwinding over Rita Verdonk een jaar geleden. Dat geeft te denken.
Er zijn nog altijd brave politieke commentatoren die oprecht denken dat alles goed komt wanneer de kloof tussen politiek en burger gedicht wordt, wanneer we eindelijk onze eigen burgermeester kunnen kiezen en onze bestuurders alsnog verantwoordelijk en besluitvaardig worden. Dream on. Het gaat allang niet meer om de stem van het volk, maar om de stemmingen van het volk. Het is de Hollandse mediacultuur die die stemmingen aanjaagt. In tegenstelling tot zijn imago is Wilders geen grassroots-politicus; hij dankt zijn ‘aanwezigheid’ volledig aan de media – net als Tariq Ramadan overigens.
Ik ken geen ander land waarin het maatschappelijke – en het politieke – zo sterk tot een vorm van impressionisme is geworden. In andere landen wordt over sport gepraat in sportprogramma’s, over mode in modeprogramma’s, over Paris Hilton in Paris Hilton-programma’s – en over politiek in politieke programma’s. Iedereen staat het vrij in die onderwerpen geïnteresseerd te zijn, of niet. Maar er is onderscheid, of, zoals je wilt, hiërarchie. In Nederlandse praatprogramma’s lult iedereen over alles. De voetbalcommentator roert zich over Ramadan, de politicus oordeelt over de moeder van Jan Smit, de grenzen vervagen, alles heeft evenveel waarde. Tekenend is dat de voormalige zanger van BZN, Jan Keizer, het presentatieduo Knevel en Van den Brink aan hun verstand moest brengen dat de Nationale Kwestie van Jan en Yolanthe een doodgewone verkering was.
In geen ander programma zie je zo sterk de verpulping van het maatschappelijke debat als in Knevel & Van den Brink. Afgelopen week mocht zanger Danny de Munk zijn bekering tot het onvervalste Amsterdamse levenslied verkondigen; een opportunistische carrièrestap om het gat van Hazes op te vullen, die door de zanger werd toegedekt met gezellige Amsterdamse hypocrisie. Er werd geen pregnante vraag gesteld. Daarna mocht de gevallen LPF’er Joost Eerdmans zijn nieuwe beweging presenteren, die eist dat daders van een misdrijf behalve strenger gestraft ook vernederd moeten worden – men eist recht op vergelding, kortom. Weer werd er geen echte vraag gesteld.
Danny de Munk en de Nederlandse rechtsstaat, er is geen verschil meer. Je ziet twee journalisten in een programma dat alleen nog maar ruim baan wil geven aan de stemming van de dag. Met journalistiek heeft het niets te maken, maar het wordt gepresenteerd onder het mom van serieuze journalistiek. Dat is verachtelijk De feiten dienen allen nog de emotie, het is Pulp Faction. Voor Danny de Munk is dat niet erg, voor de rechtsstaat des te meer.
