*

Hollands geluk :: nrc.nl

Hollands geluk

Als het niet verrassend is, dan is het tenminste opvallend: meer mensen in Nederland maken zich zorgen over het verval van normen en waarden dan over de economische crisis. Veel meer mensen: de uitkomst van de jaarlijkse 21minuten-enquête geeft een verschil aan van meer dan tien procent. De burger maakt zich zorgen over zijn baan en zijn huis, maar veel meer nog over grofheid en geweld. Maar liefst 74 procent van de ondervraagden ligt wakker van een „afname van tolerantie en respect en toename van verbaal geweld.’’ De onderzoekers spreken van een „normen en waarden crisis’’.

Heel veel slapeloze nachten kost het de burger overigens niet, want de score van mensen die zichzelf gelukkig durven te noemen is nog altijd erg hoog: 70 procent. Men maakt zich zorgen over de crisis, maar vindt dat het kabinet de juiste maatregelen heeft getroffen. De onvrede zit elders: grofheid in de publieke ruimte, grofheid op televisie, grofheid in de politiek. Grote graaiers aan de top, grijpgrage Marokkaanse hangjongeren onderaan, de onbeschoftheid van Wilders, de zonnebril van Wouter Bos, het loze BN’er-gekwek op televisie, geen gezag, geen respect, geen solidariteit – bekijk de uitkomsten van de 21minuten-enquête en je waant jezelf in een Hobbesiaanse nachtmerrie, waarin men verwikkeld is in een oorlog van allen tegen allen.

Je zou bijna die 70 procent gelukkigen vergeten. Bovendien gaat het voornamelijk om alledaagse ergernissen, niet over hoge moord- of zelfmoordcijfers, niet over onleefbare getto’s, grote netwerken van georganiseerde misdaad of een vrije armoedeval. De meeste mensen die woedend zijn hebben, zo blijkt, een redelijk inkomen en een huis. Dat geeft hun zorgen iets betrekkelijks. Wanneer het grootste probleem in de Nederlandse samenleving gebrek aan beleefdheidsvormen en respect is, dan hoeft niemand te wanhopen, zou je denken: even de schouders onder, een beetje bewustwording, een beetje inlevingsvermogen en een beetje hoffelijkheid – klaar. Eensgezind tegen de hufterigheid.

Maar wanneer je de uitkomsten van de enquête nader bekijkt, blijkt dat toch niet zo simpel. Men vindt vooral de ander sociaal tekortschieten. PVV-stemmers wijzen naar onfatsoenlijke Marokkanen, ChristenUnie-stemmers zien een vloedgolf van seks over de samenleving gaan, rustige burgers kijken met ontzetting naar het ontketende PVV-volk dat zichzelf volgens goed revolutionair gebruik tot het Volk heeft uitgeroepen en zich uitleeft in een verbale guerrilla. Zelfs de onvrede is in Nederland gepolariseerd. De resultaten van de 21minuten-enquête kun je je het beste voorstellen als een kring van mensen, waarbij iedereen beschuldigend naar elkaar wijst.

Dat levert ongemakkelijke paradoxen op: woedende uitbarstingen over gebrek aan fatsoen en moraal door personen die door anderen juist bij uitstek onfatsoenlijk worden gevonden. Men roept om meer gezag – voor anderen. Er moet respect komen – voor mij. We willen dat er aangepakt wordt, maar bij iedere nieuwe regel of wet, voelen we ons gepakt. Het is de ander die niet sociaal is, de ander die te brutaal is, de ander die niet meedoet. Alle onvrede, zo wijst de enquête uit, richt zich tegen gedrag dat als asociaal wordt gezien – tegen mensen die teveel verdienen, het te hoog in hun bol hebben, de publieke ruimte vervuilen, misbruik maken, regels negeren, een grote bek hebben. Dat duidt op een grote sociale betrokkenheid, maar ook op rancune.

De onderzoekers van De Publieke Zaak constateren dat de Nederlander een egalitaire samenleving wenst, „bescheiden, solidair en gezagsgetrouw”. Dat klinkt fraai en hoopgevend, totdat je ontdekt dat het ook een goede omschrijving is van het spreekwoordelijke Hollandse maaiveld – waag het niet je kop erboven uit te steken. De ander moet zich gedragen.

Die januskop van de publieke opinie zorgt voor veel verwarring. Tegenover alle politieke commentaren die constateren dat het volk veronachtzaamd wordt, dat er meer directe democratie moet komen, dat ‘de elite’ zichzelf fêteert, terwijl de gewone, hardwerkende burger met de rotzooi wordt geconfronteerd – tegenover  het beeld van de oprechte, gefnuikte burger staat dat van de verwende en verongelijkte burger, die zwelgt in zelfbeklag en alles afschuift op de overheid. Het zijn twee beelden die elkaar volkomen tegenspreken – en je kunt ze gebruiken naar het je uitkomt.

In de 21minuten-enquête kom je je beide burgers tegen: de burger die zich zorgen maakt om het gebrek aan sociale cohesie, de verloedering van de omgangsvormen, de afwezigheid van solidariteit en de burger die alleen druk maakt om wat hem direct aangaat is – het milieu kan hem bar weinig schelen, vredesmissies zijn geldverspilling, er kan gerust bezuinigd worden op ontwikkelingshulp en op kunst en cultuur. Men gaat er vanuit dat de overheid de crisis zal oplossen, maar 82 procent van de mensen die geen werk heeft, is niet bereid om te verhuizen vanwege een nieuwe baan.

Een gevalletje Jekyll en Hyde? Als je één ding kunt concluderen is het dit: men snakt naar een gevoel van gemeenschap, men is niet echt bereid offers te brengen in naam van de gemeenschap. Het verlangen is oprecht, de onwil hardnekkig. Er wordt heftig verlangd naar solidariteit, maar meestal wordt daarmee bedoeld dat de ander moet inbinden. De roep om meer tolerantie gaat gepaard met de roep om korte metten.

In die zin geven de uitkomsten van de 21minuten-enquête een haarscherp beeld van de Hollandse malaise. Alle idealen kunnen alleen nog in negatieve termen worden uitgedrukt. Over gemeenschap wordt alleen gesproken als iets wat bedreigd wordt. Ook van onze vrijheid kunnen we niet genieten, die dreigt immers van alle kanten te worden ingeperkt, door een moralistische en bemoeizuchtige overheid of door moslims. De ironie is nu juist dat zowel de christelijke politieke partijen en orthodoxe moslims sociale cohesie hoog in het vaandel hebben staan – maar dat soort gemeenschap willen we niet. En wat de vrijheid van meningsuiting betreft, het probleem lijkt mij niet dat we niet langer kunnen zeggen wat we denken, het probleem lijkt me dat we elkaar niet meer verstaan.

Anderen hebben teveel vrijheid, ikzelf juist veel te weinig. Blijft over dat verbazingwekkend hoge percentage van gelukkige Nederlanders. Hoe valt dat te rijmen? Is die zorg, onvrede en woede (21 procent van de respondenten voelt zich gefrustreerd, 10 procent is bang, 9 procent is boos) misschien onderdeel van dat geluksgevoel? Wie zich zorgen maakt, is betrokken. Wie boos is, bestaat. Woede is een bindmiddel. Toen het Sociaal Plan Bureau een paar jaar geleden constateerde dat een huizenhoog percentage van de Nederlanders gelukkig was, werden ze overspoeld door haatmails.

Wat is dat Hollandse geluk? Ik denk er deze zomer over na.

Reageren kan op
nrc.nl/heijne

24 reacties op 'Hollands geluk'

R. de Merica

Het aardige van de columns van Bas Heijne is dat hij de lezer altijd subtiel wat huiswerk opgeeft. Ook nu is dat weer het geval. Het doorgronden van het raadsel van het Nederlandse geluk is dit keer de opgave. Ooit las ik een verhaaltje waarin het verschil tussen Hemel en Hel beeldend werd verwoord. Aan een lange tafel zitten ter weerszijde mensen die helaas – waarom doet er even niet toe – hun ellebogen niet kunnen buigen. Dientengevolge is geen van allen in staat de verrukkelijke spijzen en dranken voor zich op tafel naar zijn mond te brengen. Dat is dus de Hel. Deze Tantalustoestand kan echter gemakkelijk omslaan in een hemelse. Je kunt namelijk met je overburen tot een vergelijk komen: als jij mij spijzigt en drenkt, dan doe ik datzelfde voor jou. En zie, de Hemel opent zich. De Nederlanders die aan die tafel zitten zien al die heerlijke zaken onder handbereik en 70% ervan denkt zich een uitverkoren geluksvogel te zijn. Uit angst en wantrouwen echter durven ze de onderhandelingen met hun overburen niet in gang te zetten, want die zouden immers weleens hun illusie van geluk kunnen verstoren door niet in te gaan op hun voorstellen? In die helse situatie begint men elkaar in arren moede dus maar uit te schelden en verwijten te maken. Men zwaait als een wilde(rs) met zijn machteloos stijve armen om zich heen, werpt elkaar kortom van alles voor de voeten… Zo raakt de tafel natuurlijk wel steeds leger, en voor je het weet ligt alles oneetbaar op de grond.

p.c.van de noort

Zou het niet een beetje aanstellerij kunnen zijn.Alleen al het zeggen in zo’n tabellen-ding ”Ïk ben gelukkig”heeft iets geaffecteerds.
In zoiets zegt men meer dat eigenlijk niet waar is,maar ja het is de basis voor opinie-onderzoek,cconsumenten-onderzoek en daar wordt je ingedeeld in omhoogstrevend enzo en ja wilt niet conservatief worden genoemd.Weet je wat ik ga zeggen dat ik me erger over gebrek aan normen en waarden,grove taal,hangjongeren (bij god geen immigranten)
De machtsverhoudingen lijken te verschuiven en dat maakt onrustig,wat krijg je dan,hoe gaat het met de vriendjespolitiek?Val ik buiten de boot?Is het waar wat Caldwwell schrijft dat die mohammedanen de macht al voor een groot deel hebben of gaan krijgen of ja wat schrijft die eigenlijk?
Al die gepeilde meningen zijn niet echt.Soms kun je het direct zien,bijv. als ze zeggen dat zij het niet doen maar de anderen wel.
Men zou niet zoveel moeten peilen,niet zo op een wankele basis van mensen die zich melden uit verveling,of om versluierd een opinie kwijt te kunnen.Het zou toch een at random steekproef moeten zijn?
Zou het daardoor ook zijn dat je welvarende lieden treft.,met een hogere baan,een huis en die misschien niet eens iemand kennen die moeilijkheden op de huizenmarkt heeft,en/of werkloos is geworden,of met de zorginstellingen overhoop ligt,door gebrek aan service,maar wel betalen (premies,eigen bijdrage)Ze weten dan van anderen van de tv en weten ook wat acceptabele opinies worden geacht
Alles gaat in de opinie-computer maar zoals ze in Amerika zeggen GARBAGE IN GARBAGE OUT.

Fred Versteeg

Op zwoele zomeravonden vraag ik mij ook regelmatig af hoe die tweespalt te verklaren is. En ik ben benieuwd of we na de zomer nog een suggestie krijgen van Heijne.
Net zo interessant is hoe de conclusies die getrokken worden uit mogelijk niet-representatieve steekproeven via vragenlijsten steeds vaker gebruikt worden alsof het om harde wetenschappelijke conclusies gaat die een gehele samenleving betreft. Of het nu deze algemene 21-minuten enqûete is, over onze gezondheid gaat, de religieusiteit onderzoekt, maatschappelijke vraagstukken probeert te verklaren, etcetera. Overal baseert men zich op de uitkomst van vragenlijsten alsof het onomstootbare waarheden betreft, terwijl het gewoon slechte en vooral luie wetenschap is. Zoals het (straat)interview al jaren geleden de onderzoeksjournalistiek heeft verdrongen.
We lijken meer en meer op de theologen en filosofen uit de late middeleeuwen die zich volledig overgaven aan de casuïstiek en dachten dat ze alleen met redeneren en logica de werkelijkheid konden onthullen.
Het wordt vooral benauwend als politici (zoals Halsema onlangs) ‘geluk’ ook als basis voor beleid willen gebruiken. Aangezien geluk niet meetbaar maar alleen interpreteerbaar is, opent dat een geheel nieuw universum aan manipulatiemogelijkheden. Als straks ook nog de laatste goede kranten en tijdschriften failliet zijn gegaan, worden vermoedens, meningen, niet onderbouwde veronderstellingen en snel in elkaar geflanste enqûte-uitslagen het drijfzand waarop we een samenleving gaan bouwen.
De toegenomen (goed)gelovigheid en dan met name wat ‘spiritueel’ wordt genoemd, lijkt mij al een stevig voorbode te zijn. Ziektekostenverzekeraars die gebedsgenezers in hun pakket stoppen, ondernemers die astrologen raadplegen voor een beslissing, personeelschefs die al googlend pogen een beeld te vormen van sollicitanten of ze aan testen onderwerpen die gebaseerd zijn op lucht (enneagrammen).
We zijn al een eind op weg naar een postmoderne cultuur. Een cultuur waar elke waarheid zogenaamd evenveel waard is, maar waar sommigen waarheden ongetwijfeld waarder zullen zijn dan andere. Dat onderscheidt wordt niet verkregen door die waarheden te toetsen aan de werkelijheid door zorgvuldig onderzoek, maar door ze via simpele vragenlijsten te legitimeren. En wie dankzij zijn contacten de juiste internetsites weet te bewerken of vaak op tv komt, zal daarbij de meeste steun krijgen voor zijn of haar waarheid.

Guido Everts

Waarom zeggen mensen altijd “goed” op de vraag: “hoe gaat het?” Omdat het de ander niets aangaat dat het eigenlijk verrot gaat en misschien maar om één enkele reden goed. Zo is het ook bij de geluksenquête. Je legt de schaduwzijde van je bestaan, want dat is wat hier eventjes gepeild wordt, toch niet bloot voor jan publiek? Zodra je aan de norm-voor-gelukkig-zijn voldoet (dus huisje boompje beesje), ben je gelukkig, daarmee basta.
P.C. van de Noort hierboven geeft de heersende verwarring trouwens heel goed weer. Prangende vragen blijven onbeantwoord, gebrek aan kennis overheerst. Maar dan toch nog 70% geluk!
Nu eerst maar lekker op vakantie. ‘Geluk’ beleven aan de Côte d’azur.
Geluk ermee, Bas Heijne. Míjn huiswerk zit erop. (Met dank aan R. de Merica.)

Bohdan Malisz

Geachte heer Heijne,
ik lees uw columns vrij regelmatig en meestal met erkenning en plezier. Toch kan ik het niet nalaten om kritisch te reageren op “Hollands geluk”. U werd verleid om generale conclusies te trekken van de enquête 21 minuten en dat is gevaarlijk. Met mijn voorganger, dhr. P.C. van de Noort, ben ik het mee eens dat dit soort enquêtes, hoe breed opgezet, niet representatief zijn voor de mening van ‘de Nederlander’ en – nog erger – zoals princes Maxima zei, die Nederlander bestaat niet. Zelf heb ik deelgenomen in de enquête maar ik herken mij totaal niet in de resultaten. Ik vermoed dat de meerderheid van de geenquêteerden heeft hetzelfde gevoel. De diverse meningen werden op één hoop gegoid en worden daarvan de gemiddelde getrokken. De grofheid van omgangsvormen wordt door de diverse groepen als probleem gezien maar er worden verschillende dingen daaronder verstaan. En het is niet uitgesloten dat er een redelijk grote groep verstandige mensen bestaat die én respect en solidariteitsgevoel voor andern heeft én tegelijkertijd de grofheid (van anderen!) betreurt. Uw conclusie dat de resultaten van de enquête wijzen op het bestaan van een “kring mensen waarbij iedereen beschuldigend naar elkaar wijst” is daarom m.i. onjuist. De enige conclusie is dat er diverse groepen mensen met deels dezelfde en deels verschillende meningen bestaan en voorzover die meningen dezelfde zijn kan het vaak op een misverstand berusten. Dat de resultaten veelal over futiliteiten gaan en zich ‘dicht bij huis’ afspelen is de schuld van de vraagstellers. Door de vorm en inhoud van vragen worden de deelnemers van de enquête gedwongen in een keurslijf te lopen van de in sensatie en ons klein wereldje geïnteresserde opstellers. Werkelijk essentiële vraagstukken zoals armoede, honger, ghetto’s, internationale conflicten en andere wereldellende komen niet aan de orde.
Dus bestaat Hollands geluk evenmin als ‘de Nederlander’. Maar gelukkig is de toestand in Nederland lang niet zo erg als u beschrijft.

jos knipping

Mijn reactie op de vraag: Wat is dat Hollands geluk?
Om het Nederlandse geluk echt te beseffen moet je misschien niet zo jong zijn. Toen ik zelf jong was, hoopte en verwachtte ik dat de wereld beter zou worden na WOII. Die wereld is inderdaad heel wat beter geworden, d.w.z. voor West-Europa: sinds 1945 geen oorlog meer!!. We vinden dat nu misschien gewoon, terwijl de exclusiviteit daarvan heel eenvoudig te constateren is door naar het Journaal te kijken.
Wij zijn er zo aan gewend dat wij ons nu de luxe kunnen permitteren (en dat ook doen) voortdurend voor ons eigen wereldje op te komen, en daarmee vaak de ander te verketteren. Het is een tijd mode geweest gespreksgroepen op te richten met als doel naar elkaar te luisteren. We leerden de ander (en onszelf) te waarderen, ‘bevestigen’ heette dat. Nu bevestigen we vaak alleen onszelf nog maar, en wie anders denkt, is fout.
Ik denk dat we tot in de grond verwend zijn, zonder het te beseffen, en daardoor gunnen we elkaar vaak het licht in de ogen niet .
jos knipping, apeldoorn

P. Kuzee

Hulde Bas Heijne! Weer een fijne column, stof tot nadenken.

Max Molenaar

Geen representatieve steekproef
Ook ik zie de morele crisis als een van de belangrijkste maatschappelijke problemen in ons land, waar we dringend oplossingen voor moeten ontwikkelen.

Als 70% van alle Nederlanders zich gelukkig zou noemen, zegt 30% (ongeveer vijfeneenhalf miljoen Nederlanders) niet dat ze gelukkig zijn.

Maar de resultaten van enquêtes kunnen heel moeilijk geïnterpreteerd worden als er niet bij benadering sprake is van een representatieve steekproef van de te onderzoeken populatie.

En ik vermoed dat de respondenten van deze enquête geen representatieve afspiegeling vormen van de Nederlandse bevolking. Ik vermoed bijvoorbeeld dat laag opgeleiden gemiddeld minder geneigd zullen zijn om een enquête van 21 minuten in te vullen dan hoogopgeleiden. Bovendien werd deze enquête mogelijk alleen aangeboden via internet en er zijn grote verschillen in de mate van internetgebruik tussen Nederlanders.

Bovendien meen ik me te herinneren dat je bij die enquête ook verplicht allerlei persoonlijke gegevens moest invullen, om hem te kunnen afmaken en dat wil niet iedereen. Het is dus heel moeilijk om de gevonden resulaten te generaliseren naar de groep van alle Nederlanders.

Miguel Antonius

Het probleem is in mijn ogen dat de Westeuropeaan, en niet alleen de jeugd of alleen de Allochtonen, teveel verwend is. Men heeft daar alles wat zijn hartje begeert, alles wordt door de overheid voor ze geregeld, etc. Wat krijg je nu: men is gewend dat de overheid ALLE problemen voor ze oplost (niet dat Marokkaanse hangjongeren geen probleem zijn!) en als er ook maar iets mis is in hun comfortabele leventje scheldt men diezelfde overheid, die zo goed voor ze probeert te zorgen, uit! Nu wil de overheid daar paal en perk stellen aan zaken die uit de hand dreigen te lopen, maar dat is niet goed: men wordt beknot in zijn vrijheid. Maar diezelfde mensen klagen, geholpen door vaak sensationele media, steen en been over (soms vermeend) moreel verval. Zolang de mensen dat niet onder ogen willen zien zal het altijd modderen blijven daar, met als mogelijk gevolg verlies van de democratie. En we weten wat voor een gevolgen dat heeft gehad in de jaren ’30 van de vorige eeuw…..

folkert dekens

Het enquete-antwoord “met mij gaat het prima” heeft wellicht een element van trots? (of van valse trots) want zo kan ik de paradoxale uitslag m.i. redelijk thuisbrengen. De sterke individualisering had denk ik een schaduwkant. Dat is de wens “speciaal” te willen zijn dwz. zich te profileren ten koste van anderen. Want speciaal willen zijn betekent denk ik “meer waard willen zijn dan een ander”. (Uniek zijn is denk ik wat anders: uniek zijn is normaal. Alles op de wereld is uniek- elke mens, dier, grasspriet, vingerafdruk is uniek. Uniciteit is net zo gewoon als het gras waarop je loopt. Met zoiets sufs kun je gewoon niet scoren.) De burger ging zijn huid duur verkopen. De kweekschool werd de Pedagogische Academie, de krullenjongen werd Office Manager, de melkverkoper Zuivelspecialist en de boer agrariër. En bv. in mijn herinnering waren mijn klasgenoten op de middelbare school (30 jaar geleden) gewone grijze muizen, qua uiterlijk (joppers; rechtgenipte ponies) nu zijn schoolkinderen denk ik zelfbewuster qua kleding en houding, en vooral imagobewuster. Er kwam een cultuur van spiegeltje-spiegeltje: ego, imago, visitekaartjes en korte lontjes. Zo ontstond een land “van haat en nijd” zoals de heer Donner het geloof ik noemt? Zo kan ik de enquete-uitslag dus plaatsen: iedereen heeft het nu getroffen met zichzelf maar de ander heeft vaak net het foute profiel; verkeerde kleding, muziek, manieren, vrienden, enz. De filosoof Jean Paul Sartre, de profeet van de existentiele vrijheid en de onbegrensde zelfrealisatie zei het al: “de hel, dat zijn de anderen”. En om de dag af te sluiten met Freek de Jonge (niet mijn favoriet): “het Ego is de wortel van alle kwaad”.

Tom van Niekerk

Sterke column, zoals gebruikelijk van Bas Heijne.
Overigens: alleen domme mensen zijn gelukkig. En het is een soort taboe om te zeggen dat je niet gelukkig zou zijn, want dan heb je gefaald, in eigen en andermans ogen.

Erik de Nietzwart

Als alles altijd de schuld is van derden dan heeft het weinig zijn om de handen uit de mouwen te steken. Ik ken één land waarvan de bevolking een vergelijkbare mentaliteit heeft en met dat land gaat het niet goed. Het ligt alleen niet in Europa maar in … Zuid-Amerika (¿bent U het met mij eens, Máxima?) Waarom nemen we niet allemaal ons leven weer in eigen handen en maken we er wat van?

Tom van Oosterhout

Op zondag 14 juni 2009 plaatste ik het antwoord op mijn weblog. Omdat de tekst ongeveer even lang is als die van Bas plaats ik hierbij het adres: http://kreupelhout.blogspot.com/2009/06/
maatschappelijke-ontevredenheid.html

De tekst op mijn blog is een bewerking van een lezing uit 2007.

M. Kolmer

Beste Tom,

de link leidt volgens mijn browser naar een nietbestaande pagina.

r.a.benjamins

Hr Heijne, hoezo uw met vertoon gebrachte “Als je een ding kunt concluderen”-conclusie? Had eerst nagedacht alvorens uw conclusie te trekken. Als u integer en kritsch nadenkt in de zomer zult u tot de conclusie komen dat …..Na al uw columns ben ik tot de tussenconlusie gekomen dat u qua inhoud zwaar wordt overschat, maar wie weet zit ik fout. Met twijfelende groet, ralex.

gijs graafland

Hoi Bas,

dat doe je zeer knap! Een feitelijk nietszeggende steekproef zo lezen dat ze iets zegt. Ik deel hier je beschouwing.

groeten ook aan peter,

gijs

T vd Werf

Ik denk dat de term “gelukkig” een vertekend beeld oplevert, want inderdaad zijn er vele mensen die niet durven of willen zeggen dat ze minder gelukkig zijn dan ze zouden willen.

Als je het woord “tevreden” zou gebruiken, is een score niet 70%, maar een stukje lager.

In Nederland zijn volgens mij namelijk maar weinig mensen echt tevreden, altijd is er wel iets of iemand om op te kankeren.

Een Fietsvakantie in de omgeving is te min, men moet iets van “de wereld” zien.

Terwijl elk natuurgebied in hun eigen woon gemeente nog nooit bezocht is, worden gelijkwaardige gebieden in verweggistan als interessant bestempelt.

Een auto moet naar 3 jaar toch echt vervangen worden, je kunt toch niet 8 jaar in dezelfde oude bak rondrijden?

Ik wel.
Zolang hij rijdt, rijdt ie.

Ik ben tevreden met wat ik heb.
Misschien ga ik zelfs dit jaar wel op vakantie, maar misschien ook niet.
Niet komt vaker voor dan wel.

Mijn auto doet het nog, mijn werkgever is nog niet falliet, ik ben nog gezond (geloof ik), heb voldoende te eten en te drinken, zelfs een computer in mijn bezit en een mobiele telefoon.
Mensen uit het midden oosten groeten mij, en ik groet hen, Jood, Christen of Moslim.

Dus waarom zou ik in hemelsnaam ontevreden en zelfs ongelukkig moeten zijn?

Je kunt er zelf heel veel aan doen.

G.J. Smeets

Hr. Heijne, uw column eindigt met de vraag ‘Wat is dat Hollands geluk?’
Het is een kwestie die onvermijdelijk voortvloeit uit de eerder door u behandelde Nederlandse identiteitskwestie.
Wel, sinds ik in het buitenland (diepe Italiaanse Zuiden) woon is me dienaangaande iets heel duidelijk geworden: mijn Nederlandse identiteit bestaat uit mijn vaardigheid in de Nederlandse taal, mijn Nederlandse paspoort daargelaten. Daaruit voortvloeiend is mijn Hollands (on)geluk niets meer of minder dan ergernis c.q. genot van het gebruik van de Nederlandse taal (alweer: mijn rechten en plichten als Nederlands staatsburger daargelaten). Zoals daar zijn: iemand een brief schrijven, Elsschot herlezen, Kamagurka bekijken, meedoen aan de onderhavige cyberspace-gedachtenwisseling, vernemen dat de huidige minister-president in een god gelooft en tegelijkertijd in de marktwerking, en zo meer.
Dat wat betreft de Hollandse kant van mijn (on)geluk.
Ik wil er tot slot opmerking aan toevoegen in de poging om U komende zomer een eventueel dwaalspoor te besparen. Mij opmerking betreft een psychologische category mistake die in de 21minuten-enquete zit en die in uw column lijkt te zijn overgenomen, althans niet als zodanig benoemd. Ik bedoel dit: geluk heeft niets te maken met (materiele) omstandigheden en alles met flexibiliteit in de perceptie van omstandigheden. Dat zijn twee totaal verschillende zaken die in de enquete niet zijn gekwalificeerd, laat staan gekwantificeerd.
Ergo: wilt U typisch Hollands (on)geluk vinden, zoek dan naar typisch Hollandse (in)flexibiliteit van percepties der omstandigheden. Cordiali saluti.

G.J. Smeets

In tweede instantie nog een aanvulling op bijdrage # 17.
Het gaat mijn denkkracht, d.w.z. fantasie plus logika, te boven om me een beeld te vormen van typisch Hollands (on)geluk. Ik zie niet wat er typisch Nederlands zou kunnen zijn aan de (in)flexibiliteit van mijn perceptie van mezelf en de wereld, afgezien van het kunnen spreken, lezen en schrijven van Nederlandse tekst. Het lijkt me een zoektocht naar een zwarte kat in het donker. Een Deen of Duitser of willekeurig welke staatsburger van een redelijk functionerende democratie zit toch in hetzelfde schuitje? De column komt erop neer dat Nederlanders mauwen waar ze concludeert dat zich bezorgd voelen en zich kwaad maken een teken van binding is. Maar ook Italianen mauwen volop over hun eigen land en landgenoten. Daar is mijns inziens niks typisch Nederlands of Italiaans aan. Of zie ik iets over het hoofd?

Evert M. Bolink

Ik sluit mij aan bij het antwoord van # 6.Jos Knipping
We weten niet meer hoe goed we het eigenlijk hebben, dus gaan we lopen zeuren over futiliteiten.
Nederland is een transito-land, daaraan danken wij onze diversiteit(& onze rijkdom!). Die ontstaan is door al die “vreemde” invloeden. Denk daar maar eens over na!
Ik wens iedereen veel “geluk”

E. den Hartigh

Zou het zo kunnen zijn dat geluk slechts voor beperkt deel afhankelijk is van de algehele maatschappelijke situatie een voor een belangrijker deel van andere zaken die niet in de 21 minuten gemeten worden, zoals persoonlijke levenshouding (optimisten vs hypochonders) of gezinssituatie (al dan niet gelukkig getrouwd, mooi huis, kinderen etc.)?

Persoonlijk probeer ik elk geval mijn geluk zo min mogelijk te laten beinvloeden door graaiers aan de top of hufterigheid van anderen.

Anna Jongeling

Veel mensen zijn teleurgesteld. Er is veel tijd, energie, tolerantie en geld gestoken in problemen in de samenleving. Maar na al die decennia van energie en de inzet van een onvoorstelbaar omvangrijke hulpverleningsindustrie, krijgen mensen nog altijd niet het soort samenleving waarvoor ze torenhoge belasting betalen. Die verhouding is volkomen zoek. Sterker nog, de problemen zijn alleen nog maar toegenomen.

Ergo, ontevreden met bestuurders, ontevreden met maatregelen, ontevreden met besteding belastinggeld. Nederland is een peperdure organisatie met overal bestuurlijke types die ervoor moeten (willen) zorgen dat alles op zijn pootjes terechtkomt. Op elke straattegel tref je een hulpverlener en op elke straathoek een hulpdinges. Daarboven torent een piramide van hulp, hulp, hulp met veel bemoeizucht. Kost veel, levert weinig op. Dat is tricky in een land vol individualisten en handelaars. En dan is in de grote steden, waar de mondigste burgers wonen en woonden, ook nog eens de sociale cohesie uitgehold.

Er zit veel opgepotte boosheid van uit de tijd dat de burger nog monddood werd gehouden met de morele gesel, maar dat werkt inmiddels niet meer. Als je een hond 10 jaar opsluit in een kooi, hoef je niet te verwachten dat het beest na een boos blafje weer vrolijk gaat rondrennen als de deur opengaat.

Niek Jansen

Ik woon al 25 jaar in Vlaanderen en 10 jaar (ook) in Thailand en ben geen belatingvluchteling; rustig maar! Een ding is voor mij duidelijk n.l. dat ik nooit meer naar Nederland zou terug willen keren. Waarom? Ik denk dat ik mij in wezen kontinue zou ergeren aan de voortdurende angst van de Nederlander om geen geluk, assertiviteit, creativiteit, vrolijkheid, belangrijkheid enz. uit te stralen.Ik ervaar het altijd als overdreven en ‘gemaakt’. Een ‘Nederlander’ mist authenticiteit en het lijkt er op dat hij/zij altijd een bepaalde rol wil spelen en niet weet wie hij/zij zelf is.
Daarom hecht ik ook totaal geen geloof aan de uitslagen van al die enquetes. Ik ben bovendien zelf jaren lang sociaal onderzoeker geweest en ik weet hoe gemakkelijk je antwoorden kan manipuleren door suggestieve vraagstelling, ondeugdelijke steekproeven enz. Ik verbaas me er dan ook steeds over hoe mensen kritiekloos de uitslagen voor lief nemen en er zelfs hele betogen op baseren zoals Bas Heyne ook doet. Het beste inzicht in de Nederlandse mentaliteit kun je verkrijgen door veel in het buitenland te vertoeven en zelfs in het zeer nabije Vlaanderen zul je ontdekken dat er een totaal andere, meer relaxte en ‘plezantere’ mentaliteit heerst, ook al zouden er bijv. maar 40% scoren gelukkig te zijn, omdat ze eerlijker dan ‘de Nederlander’ hun ongeluk zullen toegeven.
En dan zullen we het nog maar niet hebben over de (extreme) verrechtsing van het brave Nederland (Irak, Israel, immigratiebeleid, islamfobie, kliklijnen, schoothondje van de V.S.willen zijn, enz.)

Niek Jansen

toevoeging: “De Nederlander” bestaat natuurlijk niet en is een stereotype, dat geen rekening houdt met de talloze individuele verschillen die er tussen mensen bestaan. Als ik het over ‘de Nederlander’ heb dan bedoel ik de sfeer , mentaliteit die ik persoonlijk waarneem en aanvoel in vergelijking met elders buiten de grenzen.