*

Een hopeloos project :: nrc.nl

Een hopeloos project

Wat je er ook van vindt – het Nationaal Historisch Museum is, nog voor er één paal in de grond is geslagen, nu al erg Hollands. Een halfbakken idee, een onheldere procedure, gekissebis achteraf over de uitgangspunten, en afgelopen week heel veel nat vuurwerk in de Tweede Kamer – hier gaan we nog jaren plezier aan beleven.
Alles staat ineens weer op losse schroeven: de plaats, het ontwerp, de invulling. Kordaatheid heeft plaatsgemaakt voor stagnatie. Het vervolg laat zich voorspellen. De komende jaren krijgen we gesteggel over de locatie. Tien tegen één dat de bouwplannen zodanig worden aangepast dat de architect de staat een proces aandoet, waardoor de bouw jaren vertraging oploopt. De kosten ervan zullen zo schandalig uit hand lopen dat er uiteindelijk ergens iemand tot aftreden gedwongen wordt, na een slepend parlementair onderzoek. Daarna volgen geklaag over tegenvallende bezoekersaantallen en ingezonden stukken over de slechte bereikbaarheid. En niet lang na de feestelijke opening breekt een schandaal uit over iets wat tentoongesteld had moeten worden – of juist over iets wat juist nooit tentoongesteld had mogen worden – ik gok op iets met slavernij of islam. Waarover vervolgens op televisie wekenlang zal worden nagepraat.
Toen ik alweer vijf jaar geleden de toenmalige directeur van het Van Goghmuseum, de Ier John Leighton, vroeg waarom in Nederland altijd zo moeizaam gedaan wordt wanneer er musea gebouwd of verbouwd moeten worden, antwoordde hij vriendelijk: „Dat is een kwestie van bestuur. Het kan soms verbazingwekkend lang duren voor hier tot actie wordt overgegaan. Men kan vaak moeilijk accepteren dat er na een discussie ook een besluit moet worden genomen. En het lijkt wel of de neiging om in dit land een eenmaal genomen beslissing in heroverweging te nemen, steeds sterker wordt.”
In het geval van ons Nationaal Historisch Museum komt daar nog iets bij. De hele onderneming is stupide. Het is het resultaat van twee nationale obsessies: de angst dat nieuwkomers niet weten waar Nederland voor staat  en de angst dat oorspronkelijke Nederlanders niet meer weten waar ze vandaan komen. Angst voor het verlies van nationale identiteit en angst voor de wezenloze massacultuur hebben elkaar gevonden in het idee dat een Nationaal Museum het tij zal doen keren – de verweesde Marokkaanse pizzakoerier die ’s avonds laat zijn wereldbeeld bijeensprokkelt op diverse radicale websites, zal leren dat Michiel de Ruyter ook voor hem een held kan zijn. En de oliedomme vrouwtjes van Lekker Slim beseffen eindelijk welk drama zich op 28 juni 1787 bij Goejanverwellesluis heeft afgespeeld, waardoor ze op de valreep nog goede democraten worden. Zo sla je twee vliegen in één klap.
In ieder ander land is een nieuw museum een uitdrukking van zelfbewustzijn. In Nederland is het een uitdrukking van nostalgische bangigheid. Tegelijkertijd met het besluit om het Museum te bouwen, was er het initiatief voor een nieuw op te richten Huis van de Democratie, dat de stad Den Haag zichzelf heeft toebedeeld, nadat het Nationaal Historisch Museum aan Arnhem was toegewezen. Ik ben helemaal voor zo’n Huis, omdat de neiging tot democratie nu eenmaal niet in de menselijke genen ligt verankerd en allerlei minder aantrekkelijke neigingen wel. Het lijkt me goed wanneer er een plek komt waar je bijvoorbeeld kunt debatteren over het belang van artikel 1 uit de Grondwet.  Maar tijdens een warming-up vorig jaar kreeg ik de indruk dat enkele initiatiefnemers zo’n Huis beschouwen als een plek waar hele schoolklassen kunnen leren hoe waardevol het werk van onze Kamerleden is, en dat Thorbecke een heel belangrijk man is geweest. Geen recept voor succes, lijkt me.
Breng je het terug tot de kern, dan gaat het om de behoefte aan herstel van verloren gezag.  De bestuurlijke elite maakt zich ernstig zorgen over de verwatering van historisch besef als bindmiddel in de samenleving. Als tegengeschut komt men met een Museum en een Huis aanzetten. Tegen de twee ultrahippe directeuren van het Nationaal Historisch Museum wordt ingebracht dat ze meer van mode houden dan van geschiedenis. Ze zouden op een fatale manier postmodern zijn – en als we ons ergens tegen moeten keren, is het het verderfelijke postmoderne relativisme dat onze cultuur op alle mogelijke manieren heeft ondermijnd. Hoewel ik ze er eerlijk gezegd van verdenk dat ze bij de inrichting van hun museum inderdaad liever een beroep doen op Mucha Prada dan op Herman Pleij, gaat het in laatste instantie toch om iets anders. Hierom: hoe heeft men in godsnaam kunnen denken dat een museum waarin de op zich nuttige vensters van Van Oostrom in een zogenaamde canontoren verpakt worden, tot een publiekssucces gemaakt kunnen worden? Je kunt je afvragen wie verder van de samenleving afstaat: de kersverse museumdirecteuren of de leden van de Tweede Kamer.
De wens moet de vader van de gedachte zijn geweest.  Het Amsterdamse Rijksmuseum was bij de oprichting in de negentiende eeuw een expressie van nationaal bewustzijn, een plaats waar de burgerij haar hervonden Hollandse eigenheid kon vieren in aanwezigheid van de Nachtwacht en het ‘Stockse van Oldenbarneveldt’. Van die cohesie is nu geen sprake meer.  Nederland is pluriform geworden: kennis van de nationale geschiedenis en het idee nationale identiteit vallen allang niet meer op een natuurlijke manier samen. En het traditionele Bildungideaal is ondergeschikt gemaakt aan de dynamiek van de massacultuur, die bepaald wordt door ‘interactie’ en ‘beleving’. Je kunt dat jammer vinden of jammerlijk, het is niet anders. Waar het om gaat, is hoe je historisch besef levend kunt houden buiten die traditionele context van nationale identiteit en de verdwenen gymnasiumcultuur.
Zeker, er is de hedendaagse neiging om van ieder museum een pretpark te maken en van iedere tentoonstelling een stripverhaal. Dat is Heel Erg. Maar het antwoord op de uitdaging van de 21ste eeuw kan niet zijn dat we de 19de gewoon nog een keer dunnetjes overdoen.
Het Nationaal Historisch Museum is een hopeloos project. Afblazen kan waarschijnlijk niet meer, dus laten we het zo leuk mogelijk maken. Geen gortdroge geschiedenisles in vijf verdiepingen, maar een thematische benadering die actieve betrokkenheid vraagt van de bezoekers. Geen symbool van een verzonnen nationale trots – dus niet in Den Haag, maar gewoon in Arnhem, en een flink eind van dat Openluchtmuseum vandaan. Inderdaad, precies zoals nu wordt voorgesteld. Als het een mislukking wordt, laat het dan tenminste een grandioze mislukking zijn.

8 reacties op 'Een hopeloos project'

Jakob Korf

De discussie over het NHM gaat nu over ofwel het een ofwel het ander: of de Canon volgen of er een themavrij museum van te maken. Ik denk dat de combinatie van die twee het meest gelukkig zal zijn. Dus de helft van het museum wordt gebruikt ter toelichting van de Canon en een andere helft wordt voor niet-permanente tentoonstellingen ingericht. Maar ook aan de presentatie van de Canon kan natuurlijk regelmatig een andere invulling/accent worden gegeven. De vrees dat het alleen gaat over wat er gebeurd is in de Goejanverwellesluis van Heine is dan ook een karikatuur van een Canon-gewijze aanpak. Er is vast meer fantasie in die aanpak mogelijk!
Daarnaast pleit ik voor de realisatie een 2 of 3 vrije thema’s per jaar. Dan kan wat mij betreft aan de orde komen onderwerpen zoals: hoe tolerant is/was Nederland Van Spinoza tot Fortuyn o.i.d., of over onze natuurkunde/Nobelprijzen in de gouden jaren, of over het onderwijs van 15.00 tot 2050, of over wie wanneer de baas is/was: het volk of de koning etc. Maar ook samen met het Openluchtmuseum (of Zuiderzeemuseum) over klederdrachten door de eeuwen heen, met daarbij ook de laatste mode, of over de visserij/landbouw of over andere maatschappelijke ontwikkelingen, of over alle godsdiensten inclusief atheïsme in Nederland, of over het boekdrukken vanaf 16.00 met bijvoorbeeld de nadruk op de Nederlandse traditie van een soort vrije pers en de vrijheid en expertise om Arabische teksten of Armeense Bijbels te drukken etc. etc. Meer dan genoeg onderwerpen om vele mensen nieuwsgierig te maken en te houden.
Kortom, net als alle grote musea steeds de min of meer permanente collectie combineren met wisselende exposities. En dan is dat canongebouw in de buurt van het Openluchtmuseum in Arnhem een prachtige attractie voor jonge, minder jonge en oude Nederlanders en Niet-Nederlanders (wie dat dan ook mogen zijn). Het moet vooral worden voorkomen dat er vanuit een te beperkte visie een museum wordt opgezet. Ik hou mijn hart vast.

Andre Ris

Ban Saphan, Thailand, 17 mei 2009

Beste Bas,

Ik hoop dat ik Bas mag zeggen dus ik neem het risico voor deze keer.
Je had je blik ooit op De Wijde Wereld. En dat deed me meer dan goed. Ik schrok dus enigszins toen ik in de aanhef van jouw stuk de Grote Woorden ” Nationaal Historisch Museum ” zag staan. Je blijft me echter keer op keer positief verrassen met jouw mild ironische schrijfwijze. gOD zei dank zijn er nog mensen die de sluier van verkokerd denken hebben afgeworpen en daardoor in staat zijn om Wijdsheid in een vernauwd land als Nederland te brengen. Mijn dank daarvoor en ik hoop nog veel moois van je te mogen lezen.

met hartelijke groet,

Andre H.Ris

ank van campen

Eén van onze ‘hopeloze’ van boven af opgelegde ondernemingen die op niets uitlopen. Te weinig mensen zijn geinteresseerd in geschiedenis. vroeger op de lagere school werd je volgestampt met helden en jaartallen en nu zou de schooljeugd worden volgestampt met de visie van postmoderne ontwerpers? Als wel-geinteresseerde in geschiedenis in het algemeen vind ik het jammer dat het weer dat rare canon als leidend principe heeft. Het is ook niet van de laatste tijd dat geschiedenis bij de meeste mensen geen enthousiasme teweeg brengt; op school en later op het conservatorium waar ik werd opgeleid, was de belangstelling voor geschiedenis vrijwel nihil. Dat is ruim 50 jaar geleden. Er is dus niets aan de hand. mensen die wel het verleden willen kennen, kunnen overal terecht in bestaande bibliotheken en musea. In 1945 zat ik in de eerste klas van het Vossius en had les van Mijnheer Presser. Zal ik nooit vergeten; zó uit de onderduik of erger, vertelde hij tijdens een les over wat nu het Midden-Oosten heet. Er was in een bepaald land een onbeschreven periode van honderd jaar of meer. Ik vroeg wat er toen was gebeurd. Meester Presser zei toen:” Niks. Die mensen werden toen gewoon goed bestuurd. Er was geen oorlog.” Zo zit geschiedenis in elkaar. En als je niet weet wie Napoleon was, des te beter.

Kees van der Meiden

Vorige week mailde ik het volgende verhaaltje aan het nrc. Wellicht is het in de context van je column interessant?

Geachte redactie,

Al vanaf het begin heb ik de ontwikkeling van het Nationaal Historisch Museum met argusogen gevolgd.

Ik vind het zonde van het geld.

In mijn opinie hebben we namelijk al een Nationaal Historisch Museum. Dat heet het Rijksmuseum en is gevestigd in Amsterdam, de vestibule van Nederland.

Het feit dat dit museum met name een kunsthistorisch museum is, vind ik een omissie. Tot nu toe heb ik over deze belangrijkste beheerder van het erfgoed van Nederland in mijn beleving nog nooit een verfrissende visie vernomen.
Ik heb wel een tip. Het Rijk kan zich een hoop geld besparen door het Rijksmuseum, dat met 1 miljard euro belastinggeld – al jaren – verbouwd wordt, de opdracht te geven zich als ons Nationaal Historisch Museum te profileren. Wellicht het ei van Columbus? Het is het overwegen waard in een tijd waarin we extra op de centen moeten letten.

Nederland kent enkele grotere musea, waaronder het museum waar ik werk. Ze besteden aandacht aan de geschiedenis en doen dat vanuit een nationale en internationale context met focus op de regio. Of zóuden dat moeten doen.

Het is verstandiger de blik te verplaatsen naar deze instellingen, die een belangrijke rol kunnen vervullen in het uitdragen van het verhaal van Nederland.

Met vriendelijke groet,

Kees van der Meiden
Directeur bestuurder TwentseWelle
General manager TwentseWelle
T +31534807680
M +31653324387
E k.vandermeiden@twentsewelle.nl
I http://www.twentsewelle.nl

M Kraak

Er voorspellend. Ik kan het alleen maar eens zijn met Dhr. Heine. Meestal zie je dit soort ideeën uitmonden in veel te dure projecten waarvan later pas bedacht word wat het nut is maar word het tegelijkertijd goedgesproken. Betuweroute/Metro Amsterdam maar ook EPD hebben dezelfde grootheidswaan. Land van Ooit is failliet gegaan maar in mijn ogen had dit ook een historische functie/waarde (en leuk voor kinderen). Waarom kon dit niet gesubsidiëerd worden. Het zou ook zoveel minder kosten. Nu zal iedereen om één of andere reden naar Arnhem gelokt moeten worden en in de val van het nationaal historisch museum vast komen te zitten. [misschien veel éénrichtingverkeer dat van richting wisselt om de GPS nutteloos te maken/plotselinge omleidingen etc. is ook een optie/Je kan ook het principe: 'Alle wegen leiden naar......' toepassen] Aan het einde van de dag krijg je een kaart die je laat zien hoe je wél uit de ‘val’ kan komen.
Maar ooit toegeven dat het vanaf het begin een slecht idee was is iets wat wij nu al weten dat nooit gebeurd.

Fred Versteeg

Hilarisch is vooral de beschuldiging van postmodernisme. Wat willen Marijnissen c.s.? Dat dit museum de geschiedenis moet beschouwen als de studie van “bloss zeigen wie es eigentlich gewesen”. De geschiedwetenschap heeft veel te danken aan Ranke, maar zijn idee dat de geschiedenis puur uit feiten te reconstrueren is, is al lang geleden verlaten.
Carr schreef in 1961 in ‘What is History’ daar al interessante dingen over. Marijnissen c.s. zouden dit niet al te dikke boekje eens moeten doornemen. De recensie uit 1998 is overigens terug te vinden op deze website (http://www.nrcboeken.nl/recensie/e-h-carr-what-is-history-1961), dus bij tijdgebrek kan hij zich hiertoe beperken.

Carel van Eeden

Het Nationaal Museum is al méér dan een eeuw het Rijksmuseum,
Op de afdeling Nederlandse Geschiedenis was weinig tot niets aan te merken, hoogstens dat die wat uitgebreider zou kunnen.
Men zou kunnen uitbreiden met de Teekenschool.
Dat de belangrijkste musea van Nederland te weten het Rijks-en het Stedelijk Museum, nu al weer langer dan 6 jaar zijn dichtgetimmerd is natuurlijk een Natonaal Schandaal en een vorm van toerisme-bestrijding!
De kabinetten JPB, gristen-primitieven en voormalige VU socialisten, hebben blijkbaar niet veel op met civilisatie en kunst.
Het mag in ieder geval niets kosten!
De minister op dat gebied showt het liefst zijn hoedencollectie op exotisch locates zoals de Zuidpool, vergezeld van de echte maxima en adel(l)ijke lieden,
Voor de rest lijkt cultuur hem worst te wezen; als de vlinderdas maar goed zit!
Nog een goede tip voor minister Plasterk: koop zo mogelijk het Pim Fortuynhuis aan, of tenminste enkele interieurs ervan: dat is bij uitstek 21e eeuwse geschiedenis, en nu is het nog te betalen!

pierre crombach

beste bas, mij schiet een woordspeling te binnen;nationaal hysterisch museum.je bent vrij deze te pas of te onpas te gebruiken .grt pierre