Realisme

Ik zou het hebben over realisme. Dus: „Agressie, haat, wraak – het zijn allemaal menselijke gevoelens. Als je ze helemaal wilt uitbannen, krijg je heel vlakke mensen. Een soort robots.”  Nog maar één: „Ik zou niet in een wereld willen leven waarin alle agressie gesublimeerd wordt. Dat heeft iets onsmakelijks. Sublimatie is onecht.”
Aan het woord is Martin van Creveld, de in Nederland geboren Israëlische militair historicus. Van Creveld is een realist bij uitstek. Het is mij niet duidelijk of zijn kennis van het verschijnsel oorlog hem tot realist heeft gemaakt, of zijn realisme hem tot het bestuderen van de oorlog heeft gebracht – hij ziet oorlog als een gezonde bezigheid, zoveel is duidelijk. In interviews – ik citeer het Vlaamse Humo – draagt hij zijn boodschap uit met veel laconieke, Joodse humor, alleen zonder het bijbehorende humanisme: „Ik kom vaak in Duitsland en ik hoor daar wel eens zeggen: ‘Doordat jullie Joden je zo en zo gedragen, wakkeren jullie het antisemitisme alleen maar aan.’ ‘Kijk,’ zeg ik dan, ‘u bent hier thuis, ik woon in het Midden-Oosten. Voor mijn part wordt u zo antisemitisch als u wil, mij kan het niet schelen, dat is uw probleem. Bitte schön. Ik kan me verdedigen: als u wat te dichtbij komt, zoals in 1940, dan krijgt u een waterstofbom op uw kop.”
Realisme – we zijn hier ver van fraaie bezweringen als vredesproces, onderhandelingen, verdragen, verzoening. Met Van Creveld zijn we terug in de wereld van de zeventiende-eeuwse filosoof Hobbes, die de natuurlijke staat van de mens zag als de oorlog „van allen tegen allen.” Het is hetzelfde gedachtegoed dat wordt uitgedragen door de nieuwe Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, Avigdor Lieberman. Die wond er bij zijn aantreden geen doekjes om: „Degenen die denken dat concessies zullen leiden tot respect en vrede, vergissen zich. Er is geen land dat zoveel concessies heeft gedaan als Israël, en ik zie niet welke vrede dat ons heeft opgeleverd. Wie vrede wil, moet zich voorbereiden op oorlog en zorgen dat hij sterk is.”
Ik weet het, het is het trauma van appeasement, van het tevergeefs pappen en nathouden, van het lam naar de slachtbank. Je kunt het nog zo goed met de wereld voorhebben, maar op een gegeven moment blijkt dat de wereld het niet goed met jou voorheeft – daar sta je dan met je goede gedrag. Aan de vooravond van de inval in  Irak gaf hetzelfde realisme de toon aan. Wie macht had, kon die maar beter gebruiken, en zo hard mogelijk, dan verdween het kwaad vanzelf. Wie bedachtzaamheid bepleitte, zocht gewoon naar een excuus om geen vuile handen te maken. Het naoorlogse humanistische idealisme had geen wereldvrede opgeleverd, het „nooit weer” was een lachertje gebleken. 11 september 2001 onthulde een hobbessiaanse beerput die te lang was toegedekt met goede bedoelingen.
Het is een beklemmende paradox: juist het debacle in Irak en de morele averij die de Verenigde Staten daarbij opliepen, maken het hartgrondige realisme van Van Creveld en Lieberman ineens bij uitstek onrealistisch. Van Crevelds lofzang op de oorlog („ik ben er al láng van overtuigd dat vechten de grootste bron van vreugde is – het leukste wat je kunt doen met je broek áán, zoals iemand het eens zei.”) doet het aardig als polemiek tegen zalvende vredesapostelen die de verbroedering der mensheid afkondigen, maar één bezoek aan een veteraan ontmaskert hem als een pathetische hitser die nooit een slagveld heeft gezien. Ik ben geen militair historicus, maar weet wel dat oorlog alleen een vitaliserende kracht is voordat ie begint – daarna volgen de trauma’s, de pijn en het verlies, de open zenuwen en de zeurende rouw – en de wraakzucht natuurlijk.
Het verheerlijken van de oorlog is een klassiek fascistisch geloofsartikel. Van Creveld zou eens met Israëlische soldaten moeten praten die hebben meegedaan aan de laatste acties in de Gazastrook – hun euforie maakte binnen een paar weken plaats voor walging en desillusie, zo erg zelfs dat muiterij dreigde. Het zijn juist soldaten die vaak „heel vlakke mensen, een soort robots” worden. De gedachte dat Israël een gelukkige natie zou worden door het werpen van een waterstofbom, laat zien dat het realisme van Van Creveld niets anders is dan moedwillige blindheid. De klassiek humanistische notie dat het ontmenselijken van anderen als een boemerang in je eigen gezicht terugslaat, is een les die hij had kunnen leren van de bezetting van Irak. Dat heeft hij niet gedaan: voor hem maakt het geen verschil of in Duitsland Adolf Hitler aan de macht is of Angela Merkel -het enige wat er toe doet is immers die waterstofbom.
Vergelijk die claustrofobische zelfgenoegzaamheid eens met het huidige klimaat in de Verenigde Staten. De lessen van de afgelopen acht jaar zorgen er voor dat Barack Obama vrijwel dagelijks breekt met het beleid van zijn voorganger: met alleen militaire overmacht kom je er niet, zonder samenwerking en consensus is niets mogelijk, democratie kun je niet met het geweer afdwingen, je kunt beter met de vijanden praten dan ze enkel dreigen. En alles opnieuw uit naam van het realisme. Obama’s idealisme is niet het idealisme van het gebroken geweertje, maar een idealisme dat voortkomt uit de ervaring met een ontspoorde ideologie, die zich erop beriep de ware aard van de mens te kennen en vervolgens ruim baan gaf aan de wil tot macht. Het realisme van Bush, Cheney en Rumsfeld ligt nu op de schroothoop van de geschiedenis, samen met een paar honderdduizend doden.
Realisme tegen realisme. De grootste beproeving die het realisme van Obama te wachten staat is het verbeten realisme van Van Creveld en Lieberman, dat iedere daad van geweld als noodzakelijke zelfverdediging wenst te zien. De nieuw ingeslagen weg van de diplomatie lijkt op voorhand dood te lopen in het Midden-Oosten. Lieberman heeft de belofte van een Palestijnse staat al honend afgedaan als onrealistisch, Van Creveld ziet slechts één oplossing voor de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever: „Eruit! Eruit!”
Eruit, eruit – Van Creveld realiseert zich kennelijk niet dat zijn kreet een echo is van het kwaad waarvan de twintigste eeuw doortrokken is. Of erger, het kan hem niets schelen. Zijn vijanden zijn uit op zijn vernietiging, dus is alles geoorloofd. En je wordt er ook nog eens een echte kerel van. Of de diplomatie van Obama hiertegen opgewassen is, valt te bezien.  Misschien helpt het wanneer het realisme van Van Creveld wordt ontmaskerd als gevaarlijke verdwazing, want dat is het.

6 reacties op 'Realisme'

A.J. (Ton) Postmes

Ik vind dit een meesterlijk betoog.
Heijne slaat de spijker op de kop. (Hij doet me denken aan wat Socrates zei. Die zei onder meer, dat de misdadiger meer te beklagen is dan zijn slachtoffer.)
Van Creveld neemt de argumenten van het nationaal socialisme en fascisme over en keurt ze goed.
Ik zou willen toevoegen dat Van Creveld misschien wél wil erkennen dat Pascal gelijk heeft, als die zegt dat zelfs de eerlijkste mens geen rechter mag zijn in zijn eigen zaak. (Pensées nr. 82)
Wie dat doet moet tot de orde geroepen en zo nodig tot de orde gedwongen worden.
Helaas protesteerden de media (de journalisten)niet tegen ingeroeste gewoonte van staatslieden om te doen alsof zij wel rechter mogen spelen bij interne en externe conflicten met de staat. Zowel aan Israëlische kant als aan de Palestijnse kant speelt men rechter en strafexecuteur. De leiders beiderzijds moeten daarvoor gewaarschuwd worden, en als ze hun gedrag niet veranderen, berecht worden.
Bij conflicten moeten beide partijen paritair leden benoemen voor commissies om te bemiddelen, te arbitreren en toezicht te houden en beloven mee te werken.

R. de Merica

Realisme. Idealisme. Het is lood om oud ijzer. ‘Realist’ Van Creveld heeft zo zijn idealen (Eruit! Eruit!), en die zijn weinig idealistisch, zoveel is duidelijk. Wie maar genoeg is beschadigd vervalt kennelijk tot een elementair soort voelen en schematisch denken. Van Creveld is dan ook nog eens een intellectueel dus die verpakt zijn uit frustraties voortkomende agressie in quasi-Nietzschiaanse exhortaties van überrealistische snit. Of we nou het fascisme, ook een vorm van idealisme, erbij moeten halen, zoals Bas Heijne in deze column tussen neus en lippen door doet? Ik raad het af. Ik zie alleen maar ideeënloosheid en tragische machteloosheid, daar in het Midden-Oosten, aan beide kanten. En een blind om zich heen meppen, aan beide kanten. Kortom, een nogal pre-ideologisch primitivisme. Soms verlang je reactionair á la de idealist Bush Jr. terug naar de tijd dat dit soort gebieden met hun archaïsche conflictstof als ‘white man’s burden’ tot een modernere orde konden worden geroepen. Nu zou dat de boel alleen maar verergeren. En dat doet het ook, dat is ruimschoots door diezelfde Bush, zij het elders, bewezen. De rest van de wereld wordt en is er veel te veel bij betrokken. Komt waarschijnlijk door die overdosis aan religiositeit die aan dat Midden-Oosten kleeft, al die monotheïstische overspannenheid, die de halve wereld heeft geïnfecteerd.

En dan Van Creveld’s waterstofbom, wat een kul. Snapt hij dan niet dat de inzet daarvan volkomen suïcidaal zou zijn, Palestijnen wonen in zijn land of er vlak naast, waar heeft die man het over? Een waterstofbom is eigenlijk wel een mooi symbool voor een enkelvoudige wrekende godheid, misschien houdt Van Creveld daarom zo van dat ding. Hij doet denken aan Sterling Hayden’s creatie Brig. Gen. Jack D. Ripper in ‘Dr. Strangelove or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb (1964).’ Die liet zich ook luid yippie-ay-eeh-end, geweld is geweldig(!), gezeten op zijn favoriete wapen, uit het bomluik naar beneden vallen, zijn bestemming die -in die film- ook de bestemming van de ganse wereld was, tegemoet. God en H-bom. Beide wekken ultieme eenzijdige liefde (…). Supergeweld is supergeweldig!

Hoe zit het nu eigenlijk met Obama? Is hij idealist of realist, of beide? Mij is dat nog niet duidelijk. Zijn denken en daden tot nu toe ogen soms idealistisch, soms realistisch. Een pragmaticus? Ik hoop alleen niet dat hij zich laat verleiden tot het soort pragmatisme dat hier te lande door D66-ers, PvdA-ers, CDA-ers, VVD-ers en -vooruit- CU-ers wordt gepraktiseerd: desnoods alle door je beleden en gepropageerde inzichten en opvattingen, waarmee je stemmen hebt verworven, overboord gooien, als je als gekozene/benoemde je machtspositie maar kan behouden. Obama: pragmaticus of opportunisticus, Gesinnungs-, of Verantwortungsethicus? De tijd zal het leren. Voorlopig ben ik sceptisch, hij heeft immers de CIA-beulen in Guantanamo Bay en elders, die slechts ‘bevelen opvolgden, gedekt door justitie’, onvervolgbaarheid, dus straffeloosheid belooft. Dit lijkt mij, en niet alleen mij, een iets te pragmatische benadering. Ik hoop dat de scheiding der machten in de VS nog zodanig werkt dat de vervolgingsinstanties gewoon hun werk gaan doen. Zoals Bush Jr zei aan het eind van zijn speech tot de natie (en de rest van de wereld) op 17 maart 2003: ‘War crimes will be prosecuted, war criminals will be punished and it will be no defense to say, “I was just following orders.”‘

Martin van Creveld

Dear Mr. Heijne:

I am writing to let you know how upset I am at the way you have misrepresented my views.

It is certainly true that I consider myself a realist. So did some of humanity’s greatest thinkers from Thucydides through Machiavelli to Clausewitz to Henry Kissinger. Better a realist than an idiot.

I also stand by my point of view that, to countless people thoughout history, war has been a game. It so happens that I am now reading Steven Ambroses’s biography of Eisenhower. The General is quoted as saying that he can think of nothing more exhilerating than war.

What really made me angry, however, is the fact that you put me in the same camp as Mr. Lieberman. I do not, repeat not, wish to get rid of the Palestinians who live in the West Bank; when I said “eruit”, I meant I wanted the Jewish settlers to leave the West Bank so Israel can withdraw from it. And the sooner the better.

I trust this distortion is a result of an honest mistake. I would therefore expect you to find a way to tell your readers so.

Sincerely

Marrtien Pennings

Bij uitzondering is Heijne diep, zonder het te beseffen overigens. Moraliserend toontje bewijst dat.
Van Creveld, Bas, heeft zich in de allerlaatste positie ingedacht. Dat heb jij niet gedaan.
Waar het om gaat: levend en getraumatiseerd naar de lijken van je vijanden kijken of zelf sterven. Kom, Bas, schrijf dáár eens een column over, over die éne zin. Ik neem je overigens niet mee op patrouille, als ik het voor het kiezen heb. Je bent niet volwassen.

Tuur van der Pas

Als Creveld bedoelde “er uit dus wij Israeliers weg uit de West Oever en zo gauw mogelijk” heeft hij met zijn artikel gelijk. Zijn stuk in de NRC van 30 april steun ik in dit geval dan ook volledig. Bas Heijne zit er dan naast. Gisteren was er een VPRO-uitzending over een Duitser in Zuid- Amerika die net zo’n gek is als de Duitser die van Creveld zelf citeert. Geschiedenis is een belangrijk vak: wat was, komt weer en weer.

Pieter van Megchelen

‘Realisme’, het accepteren van de feiten zoals ze zijn, lijkt me een zinvol uitgangspunt voor ieder betoog. Maar zoals elke eerstejaars filosofie weet, kun je aan pure feiten nooit een richting voor het handelen ontlenen. Daarvoor heb je altijd ook een waarde nodig, een ideaal. En ook een veronderstelling over de consequenties van je handeling. En dat maakt het zo lastig om te handelen, in het klein en in het groot. Want resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. De toekomst, het onbekende tegemoet treden vereist daarom ook altijd moed.

Dat strijd zo oud is als de historische mensheid, is een feit. De wapens waarmee en de manier waarop deze strijd gestreden wordt, zijn in de loop der eeuwen steeds veranderd – ook dat is een feit. Opkomen voor het recht op leven (van het joodse volk, het Palestijnse volk, elk menselijk individu, de planeet als geheel) betekent dat je bereid moet zijn te strijden. De beste manier waarop je dat moet doen, met welke ‘wapens’ (woorden, wetenschap, wegblokkades, waterstofbommen, etc.) is nooit uit de feiten af te leiden. Dat vereist een visie – en de moed om het onbekende tegemoet te treden. Sommige mensen hebben een (te) beperkte visie en zullen dus alleen de huidige ellende (de ‘realiteit’) bestendigen. Een enkeling, ik hoop dat Obama zo iemand is, heeft een visie die zo vernieuwend is, dat de ‘realiteit’ erdoor kan veranderen. Dan zeggen we achteraf: wat een ‘realist’ was hij…