Onpartijdigheid
Steeds vaker wordt het hebben van een mening in Nederland verward met partijkiezen. Een beetje lastig is dat wel. Zo krijgt iemand die constateert dat het Israëlische leger op een barbaarse manier op de Gaza-strook heeft huisgehouden, direct in een stortvloed van commentaren te horen hoe vreselijk Hamas is. Alsof kritiek op Israël dat besef zou uitsluiten. Wie het waagt dat achter de als verlichte kritiek gepresenteerde obsessie met moslims in Nederland – want nergens anders is die obsessie zo algemeen – misschien gevoelens schuilgaan die ietsje minder verlicht zijn, wordt stante pede kruiperig ontzag voor de islam toegedicht. Ik dacht het niet. Wie in een vroeg stadium de oorlog in Irak bekritiseerde, werd als anti-Amerikaans weggezet; wie zijn bedenkingen heeft over het politiek exploiteren van gevoelens van onlust bij de burger, is een slippendrager van de elite; wie het waagt op te merken dat de vrijheid van meningsuiting misbruikt kan worden, is een gevaarlijke vijand van het vrije woord.Je kunt het ook gemakkelijk omdraaien: wie stelt dat de burger te weinig gehoord wordt, heult met populisme; wie het extremisme van Hamas bekritiseert, is een vriend van de zionisten; wie stelt dat in een pluriforme samenleving iedere opvatting, religieus of anders, bevraagd en bekritiseerd zal worden en dat je daar maar beter aan kunt wennen, wordt direct in het kamp van de hetzers geplaatst.
Debatteren in Nederland is vragen naar de bekende weg. Het is hatelijke retoriek, geen strijd van argumenten. Iedere deelnemer voelt zich inmiddels ten onrechte in een bepaalde hoek gezet, achterhaald links, extreem-rechts, islamofoob, moslim
dweper, populist, elitair. Een ieder is verontwaardigd over wat hem wordt toegedicht. Op dit moment loopt de scheidslijn in het debat tussen mensen die vinden dat je de Koran wel met Mein Kampf mag vergelijken, maar Geert Wilders niet met Adolf Hitler – en dan zijn er de mensen die vinden dat je Wilders best met Hitler mag vergelijken, maar de Koran niet met Mein Kampf.
Dat niveau.
Je hoeft niet bovengemiddeld intelligent te zijn om te zien dat beide vergelijkingen nergens op slaan. Toch wordt er stevig over doorgekletst, op een toon alsof de kernwaarden van onze beschaving op het spel staan. Er moet partij gekozen worden. Wie een mening heeft zonder partij te kiezen, plaatst zichzelf buiten de orde, of – erger – kiest positie in ‘het veilige midden’. Afgezien van het feit dat er in Nederland op dit moment geen onveiliger plek is dan het midden, is het ook onzin. In een volledig gepolariseerde samenleving is het voor wie publiekelijk de intellectueel wenst uit te hangen, zaak geen partij te kiezen, zich bij geen enkel kamp aan te sluiten. Met het midden heeft dat niets te maken.
Als je het zo stelt, dringt meteen ook het besef zich op dat zo’n constatering niets zal uithalen. De samenleving is gepolariseerd juist omdát veel mensen opnieuw de behoefte voelen ergens bij te horen. Het beste zie je dat bij het ‘debat’ over de terugkeer van God – je wordt geacht partij te kiezen voor de partij van het geloof of die van het ongeloof, vóór of tegen religie te zijn. Juist de Verlichting heeft je geleerd dat je zo niet moet denken, niet iedere gelovige is een obscurantist of extremist, niet iedere ongelovige is gedoemd tot een leven van nihilisme en leegte. Iedereen weet dat, en toch struikel je links en rechts over zulke klinkklare algemeenheden. Er wordt in schema’s gedacht.
In zijn recente boek La peur des barbares maakt de Frans-Bulgaarse essayist Tzvetan Todorov een verhelderend onderscheid: barbaars ben je wanneer je iemand anders zijn menselijkheid ontzegt, wanneer je hem reduceert enkel en alleen tot vertegenwoordiger van bepaalde hatelijke eigenschappen. In een gepolariseerde situatie maken alle partijen zich daar schuldig aan – dat maakt het bijvoorbeeld ook zinloos om als buitenstaander partij te kiezen in het Midden-Oostenconflict. Wie de barbarij van de een veroordeelt, kan zich niet blind tonen voor het barbaarse gedrag van de ander.
Het onverzettelijke humanisme – want humanisme is het – van iemand als Todorov lijkt op het eerste gezicht een krachtig weermiddel tegen het schematische denken waarin individuen geheel en al samenvallen met de cultuur waaruit ze afkomstig zijn of de religie die ze aanhangen. Maar werkt het ook? Surf een uurtje langs de internetfora en behalve dat je een hoop valse logica en verdwaasd schemadenken tegenkomt, valt op met hoeveel gretigheid steeds weer dezelfde clichés gedebiteerd worden, hoe energiek men tekeergaat. Veel debat in Nederland is onzinnig, maar je kunt niet zeggen dat het niet vitaal is. Het schelden is wellustig, het gebrek aan nuance is verzaligd, de eindeloze stapeling van karikaturen en beledigingen en kreten van verontwaardiging en ongeremd vijanddenken – het lijkt op een orgie.
Een orgie, dat vergeet men wel eens, is lekker. De afrekening die op dit moment plaatsvindt, heeft weinig met de noodzaak van religiekritiek, het veiligstellen van de vrijheid van meningsuiting, de ongehoorde stem van de hardwerkende burger, enzovoort, te maken. Het is een afrekening met een bestuurlijke elite die zijn zwakheden niet meer kan verbergen, maar ook met iedere vorm van bedachtzaamheid, nuancering, met de beschouwende blik, het boven de partijen staan. Vandaar dat de weloverwogenheid van iemand als Todorov weinig kans maakt in een samenleving die nu juist genoeg heeft van onthechte beschouwing en emotionele afstandelijkheid. Hij kan honderd keer gelijk hebben, maar er bestaat geen behoefte aan zijn gelijk.
Wat iemand als Todorov zich niet kan voorstellen, of waar hij voor terugschikt, is hoe gruwelijk lekker het kan zijn om een ander zijn menselijkheid te ontzeggen, wat een kick het kan zijn een ander te reduceren tot een scheld- of trefwoord. En daarmee zijn we al bijna tot de kern: als het denken in simpele vijandbeelden bij uitstek menselijk is, wanneer het partijkiezen tegen iedere weldenkendheid in onze genen zit, ontzeg je ons dan ook niet onze menselijkheid wanneer je dat soort gevoelens negeert? Hoe gaat het humanisme dat uitgaat van de mens zoals hij is om met menselijke gevoelens en instincten die hem niet welgevallig zijn?
Dat is de discussie. Waarmee geworsteld wordt is het besef dat de mens, alle humanistische inspanningen van de afgelopen halve eeuw ten spijt, onverbeterlijk is gebleken. De oorlog is terug. De harde seks is terug. De haat is terug. En nu?
Wordt vervolgd.
