*

Onpartijdigheid :: nrc.nl

Onpartijdigheid

Steeds vaker wordt het hebben van een mening in Nederland verward met partijkiezen. Een beetje lastig is dat wel. Zo krijgt iemand die constateert dat het Israëlische leger op een barbaarse manier op de Gaza-strook heeft huisgehouden, direct in een stortvloed van commentaren te horen hoe vreselijk Hamas is. Alsof  kritiek op Israël dat besef zou uitsluiten. Wie het waagt dat achter de als verlichte kritiek gepresenteerde obsessie met moslims in Nederland – want nergens anders is die obsessie zo algemeen – misschien gevoelens schuilgaan die ietsje minder verlicht zijn, wordt stante pede kruiperig ontzag voor de islam toegedicht. Ik dacht het niet. Wie in een vroeg stadium de oorlog in Irak bekritiseerde, werd als anti-Amerikaans weggezet; wie zijn bedenkingen heeft over het politiek exploiteren van gevoelens van onlust bij de burger, is een slippendrager van de elite; wie het waagt op te merken dat de vrijheid van meningsuiting misbruikt kan worden, is een gevaarlijke vijand van het vrije woord.Je kunt het ook gemakkelijk omdraaien: wie stelt dat de burger te weinig gehoord wordt, heult met populisme; wie het extremisme van Hamas bekritiseert, is een vriend van de zionisten; wie stelt dat in een pluriforme samenleving iedere opvatting, religieus of anders, bevraagd en bekritiseerd zal worden en dat je daar maar beter aan kunt wennen, wordt direct in het kamp van de hetzers geplaatst.
Debatteren in Nederland is vragen naar de bekende weg. Het is hatelijke retoriek, geen strijd van argumenten. Iedere deelnemer voelt zich inmiddels ten onrechte in een bepaalde hoek gezet, achterhaald links, extreem-rechts, islamofoob, moslim
dweper, populist, elitair. Een ieder is verontwaardigd over wat hem wordt toegedicht. Op dit moment loopt de scheidslijn in het debat tussen mensen die vinden dat je de Koran wel met Mein Kampf mag vergelijken, maar Geert Wilders niet met Adolf Hitler – en dan zijn er de mensen die vinden dat je Wilders best met Hitler mag vergelijken, maar de Koran niet met Mein Kampf.
Dat niveau.
Je hoeft niet bovengemiddeld intelligent te zijn om te zien dat beide vergelijkingen nergens op slaan. Toch wordt er stevig over doorgekletst, op een toon alsof de kernwaarden van onze beschaving op het spel staan. Er moet partij gekozen worden. Wie een mening heeft zonder partij te kiezen, plaatst zichzelf buiten de orde, of – erger – kiest positie in ‘het veilige midden’. Afgezien van het feit dat er in Nederland op dit moment geen onveiliger plek is dan het midden, is het ook onzin. In een volledig gepolariseerde samenleving is het voor wie publiekelijk de intellectueel wenst uit te hangen, zaak geen partij te kiezen, zich bij geen enkel kamp aan te sluiten. Met het midden heeft dat niets te maken.
Als je het zo stelt, dringt meteen ook het besef zich op dat zo’n constatering niets zal uithalen. De samenleving is gepolariseerd juist omdát veel mensen opnieuw de behoefte voelen ergens bij te horen. Het beste zie je dat bij het ‘debat’ over de terugkeer van God – je wordt geacht partij te kiezen voor de partij van het geloof of die van het ongeloof, vóór of tegen religie te zijn. Juist de Verlichting heeft je geleerd dat je zo niet moet denken, niet iedere gelovige is een obscurantist of extremist, niet iedere ongelovige is gedoemd tot een leven van nihilisme en leegte. Iedereen weet dat, en toch struikel je links en rechts over zulke klinkklare algemeenheden. Er wordt in schema’s gedacht.
In zijn recente boek La peur des barbares maakt de Frans-Bulgaarse essayist Tzvetan Todorov een verhelderend onderscheid: barbaars ben je wanneer je iemand anders zijn menselijkheid ontzegt, wanneer je hem reduceert enkel en alleen tot vertegenwoordiger van bepaalde hatelijke eigenschappen. In een gepolariseerde situatie maken alle partijen zich daar schuldig aan – dat maakt het bijvoorbeeld ook zinloos om als buitenstaander partij te kiezen in het Midden-Oostenconflict. Wie de barbarij van de een veroordeelt, kan zich niet blind tonen voor het barbaarse gedrag van de ander.
Het onverzettelijke humanisme – want humanisme is het – van iemand als Todorov lijkt op het eerste gezicht een krachtig weermiddel tegen het schematische denken waarin individuen geheel en al samenvallen met de cultuur waaruit ze afkomstig zijn of de religie die ze aanhangen. Maar werkt het ook? Surf een uurtje langs de internetfora en behalve dat je een hoop valse logica en verdwaasd schemadenken tegenkomt, valt op met hoeveel gretigheid steeds weer dezelfde clichés gedebiteerd worden, hoe energiek men tekeergaat. Veel debat in Nederland is onzinnig, maar je kunt niet zeggen dat het niet vitaal is. Het schelden is wellustig, het gebrek aan nuance is verzaligd, de eindeloze stapeling van karikaturen en beledigingen en kreten van verontwaardiging en ongeremd vijanddenken – het lijkt op een orgie.
Een orgie, dat vergeet men wel eens, is lekker. De afrekening die op dit moment plaatsvindt, heeft weinig met de noodzaak van religiekritiek, het veiligstellen van de vrijheid van meningsuiting, de ongehoorde stem van de hardwerkende burger, enzovoort, te maken. Het is een afrekening met een bestuurlijke elite die zijn zwakheden niet meer kan verbergen, maar ook met iedere vorm van bedachtzaamheid, nuancering, met de beschouwende blik, het boven de partijen staan. Vandaar dat de weloverwogenheid van iemand als Todorov weinig kans maakt in een samenleving die nu juist genoeg heeft van onthechte beschouwing en emotionele afstandelijkheid. Hij kan honderd keer gelijk hebben, maar er bestaat geen behoefte aan zijn gelijk.
Wat iemand als Todorov zich niet kan voorstellen, of waar hij voor terugschikt, is hoe gruwelijk lekker het kan zijn om een ander zijn menselijkheid te ontzeggen, wat een kick het kan zijn een ander te reduceren tot een scheld- of trefwoord. En daarmee zijn we al bijna tot de kern: als het denken in simpele vijandbeelden bij uitstek menselijk is, wanneer het partijkiezen tegen iedere weldenkendheid in onze genen zit, ontzeg je ons dan ook niet onze menselijkheid wanneer je dat soort gevoelens negeert? Hoe gaat het humanisme dat uitgaat van de mens zoals hij is om met menselijke gevoelens en instincten die hem niet welgevallig zijn?
Dat is de discussie. Waarmee geworsteld wordt is het besef dat de mens, alle humanistische inspanningen van de afgelopen halve eeuw ten spijt, onverbeterlijk is gebleken. De oorlog is terug. De harde seks is terug. De haat is terug. En nu?
Wordt vervolgd.

20 reacties op 'Onpartijdigheid'

Fred Ligthart

Geachte heer Heijne,
Geweldige column deze zaterdag! Dat moest maar eens gezegd worden. Bedankt. Ben benieuwd naar het vervolg.
vriendelijke groet
Fred Ligthart

S. de Jong

De kern is niet het denken in simpele vijandbeelden maar het denken in tweedelingen. In de persoonlijkheidsontwikkeling is een fase, 14-17 jaar, waarin de eigen identiteit nog niet is uitgekristalliseerd. De voorlopige oplossing is dan je aansluiten bij een groep die dezelfde dingen leuk vindt dan wel afkeurt, totdat je gaat beseffen dat je toch andere voorkeuren hebt dan de groep waar je meende toe te behoren. Wanneer een cultuur steeds geprononceerder vijandbeelden nodig heeft om een groepsidentiteit te kunnen handhaven is dat een aanwijzing voor de zwakte van de eigen identiteit. Een cultuur die denkt in zwart-wit schema’s is een zich bedreigd voelende cultuur en regredieert noodgedwongen naar een prepuberale fase. Dat er politieke partijen groot kunnen worden die gebruik maken van deze prepuberale fixatie is er een aanwijzing voor dat ons land zich in een behoorlijk regressieve periode bevindt. In de vraag ‘hoe gaat het Humanisme dat uitgaat van de mens zoals hij is om met menselijke gevoelens die hem niet welgevallig zijn’ zou ik het woordje ‘is’ vervangen door ‘kan worden’. Bovendien is deze visie geen prerogatief voor het humanisme; het betoog van Bas Heijne impliceert dat ‘aan het humanisme overgeleverd zijn’ niet veel verschilt van ‘aan de goden overgeleverd zijn’ zoals een ster-spotje ons wil doen geloven. Kortom, het probleem is niet ideologisch maar algemeen menselijk.

R J Wieringa

Het contrast tussen enerzijds meningen verkondigen in termen van clichés, en anderzijds argumenten geven in termen van logisch gestructureerde argumenten, wordt gedeeltelijk verklaard door het feit dat we dankzij radio, TV en nu Internet in een secundair orale cultuur zitten. (Een primair orale cultuur is eentje waarin mensen geen schrift kennen.) Walter Ong zet in “Orality and Literacy” (Routledge 1982, daarna vele malen herdrukt) de kenmerken van orale cultuur fraai op een rijtje: meningen opstapelen ipv met logische voegwoorden aan elkaar verbinden, beelden opstapelen ipv analyseren of causale verbanden aangeven, overdadige beeldspraak, conservatief, wars van experimenten, concreet in termen van dagelijkse leefwereld, antagonistisch, dicht op de huid ipv afstandelijk, op het hier en nu gericht, situationeel ipv abstract. Een goede redenaar kiest altijd de eerste van elk tweetal in deze reeks tegenstellingen. Maar in een primaire orale cultuur is de redenaar altijd aanwezig bij het publiek, terwijl in een secundair orale cultuur hij of zij ver weg is. Groepen vormen zich in een secundair orale cultuur niet op basis van geografische nabijheid maar op basis van gemeenschappelijke standpunten die voor elkaar niet verder beargumenteerd hoeven worden. Waar vroeger “wij’’ hier woonden en de barbaren ver weg, is die barbaar nu misschien mijn buurman.

Ik heb ook geen idee hoe dit verder zal gaan maar er is een aantal scenario’s denkbaar:
- het verschijnsel sterft uit omdat de electriciteit om de partijen virtueel te organiseren te duur wordt; of omdat de reclame-inkomsten opdrogen waarop digitale media drijven.
- het digitale medium gaat sturingsmechanismes bevatten die partijen uit elkaar houdt; dat is denk ik al gaande, Nederland heeft daar met verzuiling een traditie hoog te houden.
- mensen gaan het prettiger vinden om hun mening te nuanceren ipv elkaar voor rotte vis uit te maken, bv omdat ze ontdekken dat die idioot met die absurde meningen hun buurman of collega is.
- een simplificerende 1-standpunt partij levert de 1e minister, de koningin vlucht naar Engeland en we worden bevrijd door de Duitsers.

Lietje Perizonius

Heerlijk Helder Heijne!!
bedankt,
ik zou graag velen met jouw Onpartijdigheid om de oren slaan!
Lietje Perizonius

Guido Everts

Als je in Amsterdam van de Leidsegracht af komt en de Marnixstraat op fietst vind je op de tegenoverliggende muur een gedicht, in het Engels nota bene. Van twee kanten komt verkeer, het dilemma doet zich voor in een fractie te moeten kiezen tussen uitkijken en het gedicht lezen. (Of stoppen, maar dan vliegt het achteropkomende verkeer over je heen.)
Het probleem van Heijne steekt hem wat mij betreft in dit dilemma. Ik ben het met hem eens, het liefst razen mensen langs elkaar heen en dat weer het liefst in tegenovergestelde richting. Dat geeft een fijn gevoel van snelheid, zelfstandigheid en daadkracht. Het antwoord op het probleem zit hem ook wat mij betreft niet in het modieuze ‘humanisme’ van lief en genuanceerd zijn voor elkaar en daarbij vooral wat beter luisteren. Het zit hem in een ander humanisme, dat uit de Renaissance. Bedachtzaamheid zit hem niet in een trucje van tot tien tellen en de ander aan het woord laten, het dient gecultiveerd te worden. En niet zo’n beetje ook. En wel vooral door literatuur.
Als ik op die kruising van de Marnixstraat was blijven staan om het gedicht te lezen, dan had ik dit niet meer kunnen schrijven. Het een sluit het ander uit, je kan niet én gedichten lezen én langs elkaar heen racen. Je moet kiezen. In de allegorie zou dat betekenen dat het verkeer in de Marnixstraat rekening zou moeten houden met eenieder die daar gestopt is om dat gedicht te lezen. In gewone taal betekent het dat Nederland bereid moet zijn zijn jeugd meer op te voeden met literaire middelen en waarden dan tot nu toe. Wie een gedicht reciteert of een verhaal vertelt voordat hij overgaat tot het afbranden van tegenstanders, die ‘humaniseert’ het betreffende conflict niet alleen, maar ook zichzelf en de ander. Het systeem is oeroud en misschien juist daarom de moeite van het proberen waard.

Peter Pappenheim

Geachte heer Heijne,

Inderdaad, wat nu? Er zijn twee alternatieven: doormodderen, of erkennen dat er iets fundamenteel fout is met de wijze waarop de menswetenschappen en de daaraan ten grond liggende filosofie functioneren. Een oorzaak is al te vinden bij het een eeuw oude boek van Julien Benda: “La trahison des clercs”, de geestlijken, wetenschappers , filosofen en andere intellectuelen, al diegenen die krachtens hun opleiding en aanleg de voormannen zouden kunnen zijn van onze cultuur. Zij verraden hun plicht tegenover de medemens door hun gave niet in te zetten voor het welzijn van hun gemeenschap en de mensheid (de wereld was toen nog niet aan de orde), maar haar in dienst stellen voor eigen en andere particuliere belangen door te zwichten voor de tirannie van de mode of de verleiding van rijkdom en roem. Het gaat om meer dan onpartijdigheid, het gaat om integriteit. Max Weber’s werk was toen nog pas geschreven, zodat hij het grootste boosdoener over het hoofd heeft gezien: bureaucratie.

Tot en met de verlichting was het ken-object van de filosofie de denkende mens en zijn verhouding tot de wereld. Ergens daarna is het verworden tot wat prominente filosofen daarover hebben gezegd. De realiteit waarover zij menen te spreken is uit het zicht geraakt. De zowel voor de filosofie als voor de sociale wetenschappen relevante nieuwe inzichten in mens en natuur zijn noch niet adequaat verwerkt, nog in hun axioma’s nog in hun organisatie. Daarom gaat Humanisme dan ook niet uit van de mens zoals hij is, namelijk een levend wezen. Het wemelt in filosofie en wetenschap van irrealistische veronderstellingen, redeneerfouten verwaarloosde maar essentiële factoren. De ‘rational choice’ theorie wordt in de praktijk gehanteerd met verwaarlozing van de beschikbaarheid van de daarvoor nodige informatie en het verband ervan met de maatschappelijke orde waarin zij moet functioneren.

Integere clercs zijn altijd schaars geweest, maar verdwenen? Gewoon door de realiteit te volgen die correspondeert met een financiële transactie kon iedere econoom die dat wilde de huidige crisis al jaren geleden voorspellen, en enkelen hebben dat ook gedaan. Ook ik. Het eerste artikel in dit blad van Marcia Luyten over ontwikkelingshulp had ook jaren geleden kunnen worden geschreven en is dat waarschijnlijk ook. Maar de vertaling naar de politiek zal wel zeer lang op zich laten wachten. De eenling, zeker de onpartijdige, is ineffectief geworden in deze tijd. Integere clercs moeten samen werken aan wat de kracht van de eenling te boven gaat, in het besef dat een werkende democratie geen natuurrecht is maar een prijs heeft die betaald moet worden door diegenen die hem kunnen en willen betalen. Effectieve samenwerking op basis van consensus eist een gemeenschappelijk doel, een gedeelde en eenduidige begripsvorming en (democratische) regels van argumentatie en een up to date kosmologie, c.q. wat een mens is. Ik heb getracht, zulk een basis te scheppen, zie http://www.project-demcoracy.nl . Maar niemand heeft belangstelling voor zulk een onderneming. Dus het antwoord op ‘wat nu?’ is: “meer van het zelfde in een nieuw jasje”.

Rob Houtepen

Waarom moet humanisme zo buiten de driften en spanningen worden geplaatst, in het separate speelveldje van de redelijkheid en de nuance? Wat mij betreft is humanisme een vorm van postmoderne deugdethiek. Deugdethiek in de zin dat het ‘juiste midden’ geen a priori gegeven is, maar het resultaat van een onophoudelijke zoektocht naar een manier om twee dwingende uitersten in spannend evenwicht te houden die hun eigen rechtmatige claim hebben . Postmodern omdat deze zoektocht een rationeel fundament of een rationele methode ontbeert: de deugd is veranderlijk met de omstandigheden.

Pieter J. Strijkert

Geachte Bas Heijne.Als product van de evolutie is de mens inderdaad onverbeterlijk en 24 uur per dag in dienst van zijn eigen belang, in de meest brede zin van dat woord. Daar is niets mis mee en zonder dat zou er waarschijnlijk erg weinig gebeuren.Het gaat fout als we dit uit het oog verliezen. De samenleving wordt beschaafd, als de leden het dienen van het eigen belang doen zonder schade aan anderen en met een bijdrage aan de samenleving als geheel.Dit gebeurt vanzelf als ander gedrag het eigen belang schaadt. De mens verbetert niet, maar wel zijn gedrag.We moeten dus ophouden met te schelden op b.v.Marokaanse straatjeugd of Managers, die ten onrechte te hoge bonussen krijgen, het zijn mensen zo als U en ik, die hun eigen belang dienen en de samenleving (nog) niet zo is ingericht, dat hun gedrag schadelijk is voor het eigen belang.Geven zonder controle is vragen om bedrog. Er is een overvloed aan schadelijk vertrouwen en een te kort aan gezond wantrouwen. Het gaat helemaal mis als we denken, dat er in dit opzicht goede en slechte mensen aan te wijzen zijn en er vervolgens politieke partijen voor oprichten, die pleiten voor ongelijke behandeling van de verschillende groepen. De mensen zijn griezelig gelijk en onverbeterlijk. Dit wetende is het helemaal niet zo moeilijk een beschaafde samenleving op te bouwen.

Peter de Jonge

Geachte heer Heijne,
zou het ook kunnen zijn dat er tegenwoordig veel meer om meningen wordt gevraagd dan, pakweg, 50 jaar geleden?
Opiniepolls, enquêtes, panels op radio en tv, forums op internet, reactievelden bij weblogs, noem maar op.

Zou een mens, bij zo’n hoeveelheid vraag naar mening, soms op zoek zijn naar een manier om zich te profileren en daarom het in tegenstellingen zoekt?

hans beerends

In mijn zwart-wit denken had ik Bas Heijne altijd beschouwd als een postmoderne cynicus die zich hooghartig distancieert van elke, met verontwaardiging geladen, stellingname.
Fout gedacht dus; achter die distantie, hooghartig of niet, daar wil ik van af zijn, schuilt een weldoordachtige afweging en een waarschuwing voor een ieder die zich uit gemakzucht of omdat woedend zijn zo lekker voelt, schuldig maakt aan het ongenuanceerd veroordelen van meningen die hem of haar op dat moment niet aanstaan.
Het is jammer genoeg waar; de terechte veroordeling van een maatschappelijke misstand blijkt vaak te werken als een kanaal waarlangs, meestal van elders komende, opgekropte woede naar buiten komt.
Die woede kan zich soms net zo gemakkelijk via een links als via een rechts kanaal uiten.
In zijn boek . de SS ers van Armando vertellen teruggekeerde Oostfront strijders welke gevoelens van woede,van vernedering en van uitzichtloosheid in de crisisjaren hen er toe bracht zich aan te sluiten bij de NSB en later de SS.
Het is opvallend dat de beschreven gevoelens dezelfde zijn op basis waarvan anderen zich in die jaren aansloten bij socialistische, communistische of anarcistische organisaties.
Eerlijke verontwaardiging over een sociale misstand en irrationale (onmachts)woede die kennelijk eigen is aan ons menszijn blijken moeilijk van elkaar te scheiden.
En toch is dat hetgene wat moet gebeuren om een, op weg zijnde, humanistische ontwikkeling te redden.
Hoe moet het humanisme dat uitgaat van de mens zoals hij is omgaan met deze menselijke gevoelens en instincten vraagt Heijne zich, met een ondertoon van cultuurpessimisme, af.
In tegenstelling tot Bas Heijne geloof ik niet dat de mens onverbeterlijk is, noch geloof ik dat de humanistische inspanning van de laatste halve eeuw tot niets geleid heeft.
De haat is terug schrijft Heijne en de oorlog. Dat is ontegenzeggelijk waar maar even waar is de weerstand tegen oorlog, de veroordeling van misstanden, zonder in een orgie van woede te vervallen.Nooit weggeweest de laatste vijftig jaar is de aandacht voor mensenrechten, voor het milieu, de pogingen een eind te maken aan armoede etc etc.
Het is een verschil of je ‘uitgaat van de mens zoals hij is ‘ of dat je bij ‘die uitgangspositie blijft staan’.
Taak van het humanisme in al zijn vormen (christelijk, socialistisch of liberaal ) bestaat er in onze primitief, biologisch-natuurlijke mentaliteit van het ‘recht van de sterkste’ en de daar aan gekoppelde machts en onmachtswoede te laten evolueren naar een culturele mentaliteit waarin de mens in staat is boven zijn persoonlijke materieele en emotionele belangen en gevoelens uit te stijgen.
Alleen als steeds meer mensen deze volwassenheid bereiken is het mogelijk de huidige terugval naar een primitieve ‘eigen belang eerst’ houding te overwinnen en door te gaan op de weg naar respect voor mensenrechten, eerlijke verdeling van goederen, respect voor milieu en leefbaarheid en het op een eerlijke wijze omgaan met mensen die ‘op voor hen goede gronden’ een andere mening vertolken.
Met vriendelijke groeten
Hans Beerends

ingrid klijnveld

In de jaren zestig – ik was nog piepjong – zag ik een debat tussen Enoch Powell (de man die de Indiërs en Pakistani uit Groot-Brittannië weg wilde hebben) en (ik meen) Malcolm Muggeridge en mijn mond viel open. Voor het eerst zag ik een debat “tussen twee heren” die met argumenten probeerden te overtuigen en niet voortdurend elkaars morele waarden in twijfel trokken. Zó discussiëren, dat kende ik niet.
Eenzelfde verbazing beving mij toen ik als au pair in Frankrijk ontdekte dat de schoolkinderen, zo klein als ze waren, soms essays moesten schrijven waarin ze iets wat ze zelf vonden moesten analyseren en beargumenteren.
Dat leren wij niet in Nederland.
Na jarenlang in allerlei buitenlanden te hebben gewoond, valt het me op dat als je beargumenteert wat je wel en/of niet goed vindt aan een film, boek of tv-programma, Nederlanders dit vaak als een directe aanval op hén persoonlijk voelen, als zij er anders over denken.
Kortom wij Nederlanders hebben over het algemeen niet of slecht geleerd emotionele afstand te nemen van de standpunten die we innemen en er een rationele analyse van te maken.
Dat was vijftig jaar geleden niet anders. Er waren wel minder discussieonderwerpen.
Dank voor het artikel “Onpartijdigheid”.

F.de Goede

De ongemakkelijke fase waarin Nederland zich nu bevindt heeft als hoofdoorzaak :”de steen die Islam heet en in de polder zou liggen”. (vrij naar Jac. van Doorn , socioloog ).
Echter ,deze steen ligt niet alleen in de polder , maar ook zwaar op de maag , en bekomt niet . De misselijkheid ligt niet aan de degeneratie van het gepeupel , maar aan de mismatch met een wezensvreemde cultuur .
Stel , dat bedrijfsculturen zo slecht zouden matchen , dan zou een fusie worden afgeblazen , vanwege te grote cultuurverschillen .
Het zal ook niet helpen , de definities van deze culturen op te rekken of te ontkennen , door het zg. cultuurrelativisme . ( = inflatoir denken .)Wat ook slecht zal uitpakken , is het blijven begoochelen van het ontevrede volk , met postmodern sofisme , zoals : de Waarheid bestaat niet , de Nederlander bestaat niet , en dus de reden van zijn onwel voelen , al helemaal niet. ( en zo alles kunnen reduceren tot subjectieve aberraties , en dus irrelevant .)
Wat wel zou kunnen werken , is als de intellectuele elites notie zouden krijgen , van dat : inflatoir/deflatoir denken en handelen , en oog krijgen voor de gevolgen van dat denken en handelen. Anders zal de oplossing van de problemen in de samenleving , welke zijn ontstaan door inflatoir denken , gezocht blijven worden in nog meer inflatie . De reacties daarop zullen dan alsmaar “draconischer”( in dit geval meer deflatoir ) worden , vrees ook ik .

Piet Delhoofen

Naar een echte debatcultuur
Het bijzondere aan de tien reacties tot nu toe is dat ze in grote lijnen de column ondersteunen, wat in onze internetcultuur ongebruikelijk is. De reacties voldoen dan ook niet aan de door Bas Heijne genoemde kenmerken van de internetfora (valse logica, verdwaasd schemadenken, clichés…). Dat komt wellicht door het enigszins abstracte thema en de genuanceerde insteek maar vooral ook door het feit dat de NRC verlangt dat schrijvers zich met hun eigen naam presenteren. Het gesignaleerde schelden en poneren van karikaturen gebeurt in 90% van de gevallen onder pseudoniem. En dat is toch een zeer doorgeschoten opvatting van het recht op vrijheid van meningsuiting. Zo houden Mark Rutte en drie PvdA-ers nota bene een pleidooi om deze vrijheid van meningsuiting vrijwel onbeperkt uit te breiden. (pvda.nl 25 februari). Volgens hen ‘staan de provocateurs op de dam en breken een lans ten behoeve van de vrijheidslievende Nederlanders’. Was dat maar zo. Op de dam sta je open en bloot, herkenbaar en moedig je mening te verkondigen. Maar het overgrote deel van de internetters gebruikt een schuilnaam. Ze hurken op de dam achter een muurtje en roepen maar wat: doorgaans nietszeggend, rancuneus, ongenuanceerd, dom en vol fouten.
Dat noem ik laf en ik vind het gênant. Maar dat is kennelijk de vorm van debat die de zeloten van het vrije woord voorstaan. Met alle gevolgen van verruwing, zoals Bas Heijne signaleert, van dien.
In reactie 3 op de column schetst RJ Wieringa een vijftal scenario’s. Ik stel een zesde scenario voor: terug naar een echte debatcultuur. En dat kan, ook op Internet. Dat houdt in dat we in de media alleen aandacht schenken aan serieuze fora, blogs, pistes, sites, etc. De platte fora zwijgen we dood. De serieuze moderatoren van deze sites hoeven niets te verbieden maar hoeven zich ook niet gedwongen te voelen een anonieme reactie te plaatsen. In de papieren pers is het toch normaal dat de redactie slechts in uitzonderlijke gevallen een acroniem of pseudoniem toestaat? Zo ook zie je de kwaliteit van de internetfora van de NRC verbeteren sinds de redactie geen nicknames meer plaatst.
Ik ben zelf op zoek geweest naar een serieus platform over onderwijs, maar ik heb er geen kunnen vinden dat niet gebukt gaat onder de rancuneuze anonymi. (Daarom heb ik recent zelf maar een beginnetje gemaakt)
De enige functie van de door Heijne gesignaleerde digipulp is misschien dat het voor de schrijvers een therapeutische waarde heeft omdat ze onvrede, angst, frustratie van zich af kunnen schrijven. Een andere functie kan zijn dat het amusant voer voor psychologen of internetsociologen kan zijn. Maar om te komen tot een opbouwende gedachtenwisseling over hoe we ons moeten verhouden tot welk maatschappelijk thema dan ook, is regie vereist. Moderatoren die binnen een thema deskundig zijn, die anonieme reacties minimaliseren, die oproepen tot reactie op reactie, die met behulp van een slimme lay-out structuur aanbrengen en die aldus tot een overzichtelijke samenvatting van standpunten komen. Zou zo’n nieuwe invulling van de journalistiek niet een veel dankbaarder functie voor de internetfora zijn dan de functie van therapeuticum of visvijver? Wil jij die kar niet trekken, Bas Heijne?
Piet Delhoofen

Hans Schuman

Wat een opluchting iedere keer dat u nog in staat bent de nuance te zoeken en te vinden en dat in een land dat zichzelf heeft opgesloten in een nieuw goed/fout syndroom.Dank voor uw column; ik hoop er nog zeer vele te mogen lezen.

Niek Jansen

Bas Heyne illustreert weer eens glashelder hoe ook veel nederlandse intellectuele (met de regering) zich in allerlei bochten wringen om de reeds 50 jaren durende bezetting van het palestijnse gebied maar niet te hoeven veroordelen Met de redeneer trant van Bas Heyne wordt dat nog eens aangetoond. Je mag niet polariseren. Als je het extremisme aan Israelische zijde bekritiseert moet je ook oog hebben voor het extremisme aan Hamas-zijde.
Echter polariseren is vaak niet terug te voeren op een ‘afwijking, gebrek, tekort enz’ van degene die polariseert maar van de gepolariseerde situatie zelf. Natuurlijk polariseer je tijdens de Duitse bezetting tegen de Duitsers en moet je wel partij kiezen. Zo dien je naar mijn mening ook het Israelisch-Palestijns conflikt te beschouwen, dat Bas Heyne als voorbeeld opvoert om geen partij te hoeven kiezen. Wat mij meer interessert is een discussie over de vraag waarom Nederland in die gepolariseerde situatie altijd partij kiest voor de bezetter ondanks alle oorlogsmisdaden, uitbreiding van bezet gebied, repressie etc. en steeds a la Bas Heyne vlucht in het verwijt dat de tegenpartij zich aan hetzelfde schuldig maakt. Zoudt U, Bas Heyne, het verzet tegen de Duitse bezetting ook willen verwijten dat ze gepolariseerd dachten en dus ook handelden?

p.j.jongen

Onpartijdigheid??
Zou persoonlijk liever het begrip “intellectuele
integriteit” daarvoor in de plaats gezien hebben .
Want… wie in vredesnaam is niet partijdig ?
Is er in het huidige tijdsgewricht en dito discours
nog één “partij”te vinden die niet alleen voor eigen
“parochie” preekt en daarbij kans ziet om enigzins boven het eigen belang uit te stijgen ? De aanval lijkt steeds meer de beste verdediging te worden en het “onderbuik-antagonisme” de norm .Aan prachtige
en meeslepende woorden en volzinnen geen gebrek .
De leugen regeert ? Dank aan diegenen die ook de
excuus-cultuur doorprikken ;voor wie het wil weten !
Dank voor dit stuk Heer Heijne !Een verademing.

A. Stuijt

Een werkelijk probleem, vind ik, waarmee we te worstelen hebben, is om in een discussie mensen om te beginnen maar te nemen zoals zij zich aanbieden (presenteren). Je geeft – bijvoorbeeld – een mening en je krijgt een scheldkanonnade van een jouw volstrekt onbekende als eerste reactie. Op de persoon gespeeld vaak ook nog. Herkenbaar? Prompt zit je met een aantal vragen die je niet wilt beantwoorden. Als: ga ik hierop in? Hoe ga ik er op in? Is voorspelbaar hoe dáárop zal worden gereageerd en kan ik daarop anticiperen en hoe wordt dan mijn reactie? En is dat nu niet precies wat de ander mij wil ontlokken? Ondertussen ben je de mogelijke discussie over het onderwerp al haast kwijt en het belang dat je uitte als mening ook. Het is een debatcultuur, geachte Delhoofen waarop ik niet graag inteken als ik alleen wil discussieren over het voor mij kennelijk relevante onderwerp. Evenmin steun ik de geleide discussie, met veel moderatie van bijdragen. Wat ik te bieden heb is gewoon stug vasthouden aan het onderwerp en vermijden in te gaan op reacties die afleiden van wat voor mij (en hopelijk relevante anderen) aan de orde is.

Guido Everts

Les 1 om zich als felste opponenten toch te verplaatsen in de ander: lees Antigone van Sofokles.

Esmé Biekram-Bakhtali

Geachte Heer Heijne,
Ik ben een enorme bewonderaar van u…wat kunt zaken scherp analyseren. U kiest geen kant, maar bent in mijn ogen behoorlijk objectief.
Ik ben een trouwe lezeres van uw columns.
Kijk met plezier uit naar uw volgende rubriek.

Rob Nuijten, Amsterdam

Een goed verhaal, heer Heijne.

Echter wordt dit inzicht volledig ontkracht door uw actuele, totaal niet kritische verhaal over het boek van David Aaronovitch, waarin hij stelt, dat mensen die het officiele 9-11 rapport niet geloven, paranoide complotdenkers zijn, die niet kunnen geloven dat toeval gewoon toeval kan zijn. Mensen die niet geloven in de ‘magic bullet’ theorie, waarmee de moord op J F Kennedy bij Oswald in de schoenen geschoven kon worden, behoren volgens Aaronovitch bij de mensen die in belachelijke theoriën geloven. U heeft daar niets tegen gedaan, en enkel zijn verhaal genoteerd, en flink reclame gemaakt voor dat boek, dat mensen in vakjes stopt waar ze niet thuishoren.
Ik refereer aan uw artikel over het boek “Voodoo Histories”.