Kunnen wij het ook?
Politiek is geen ethiek – in Time van afgelopen week betreurt columnist Joe Klein dat er niet afgerekend zal worden met George Bush. Afgezien van de rampspoed die de gewezen president over zijn land en de wereld heeft afgeroepen, neemt Klein het hem vooral kwalijk dat hij met een handtekening de weg officieel vrijmaakte voor marteling. Daardoor werd een rampzalige regering tot een misdadige regering. In een fatsoenlijke rechtsstaat zouden Bush, Cheney en Rumsfeld worden aangeklaagd. Maar dat gaat niet gebeuren; de nieuwe regering voelt niets voor een bijltjesdag. „We’re focused on the future”, aldus een van Obama’s juridische adviseurs. De regering-Bush mag zich ongekend hebben misdragen, de nieuwe president is niet gediend van onderzoeken, aanklachten, procedures, de politieke vuiligheid van gisteren. Toen George Bush bij de inauguratie van Obama tot twee keer toe massaal werd uitgejouwd, draaiden de camera’s zich discreet van de menigte af. Het snelle sluiten van Guantánamo Bay is vooral een symbolische daad; er zal geen enquête plaatsvinden naar wat zich in dat kamp heeft afgespeeld. Er zal niemand voor de rechter verschijnen.
Geen Amerikaanse commentator die tijdens de inauguratie niet zijn bewondering uitsprak voor zijn land: only in America kon een zwarte man wiens vader in sommige restaurants niet eens bediend werd, president worden, only in America kon democratisch worden afgerekend met een president die het land op de rand van de afgrond had gebracht. De inhuldiging van Obama werd gebruikt om een dikke streep onder het recente verleden te zetten. Vooruitkijken is in Amerika ook altijd een vorm van wegkijken.
Politiek gezien is die strategie van Obama en zijn mensen uitgekiend; wie zich te veel met het verleden bezighoudt, wordt door dat verleden besmet. In de gezelligheidsvereniging die in Nederland televisie heet, werd na afloop van de toespraak van de nieuwe president meteen geklaagd dat hij minder briljant was dan verwacht – er zat geeneens een oneliner in! Maar het was wel een belangwekkende toespraak, juist omdat er geen slogans in zaten, juist omdat er geen evangelische taal werd uitgeslagen, juist omdat de retoriek in dienst stond van de inhoud. Die inhoud was inktzwart en optimistisch tegelijk. Nog nooit heb ik een president de woorden America en decline in één zin horen gebruiken. Tegelijk werd er alleen impliciet verwezen naar degenen die verantwoordelijk waren voor die neergang, zodat je de indruk zou kunnen krijgen dat het om een natuurramp ging. Er werd radicaal afstand genomen van het tijdperk-Bush: America moest machtsvertoon inruilen voor diplomatie, zichzelf als speler te midden van andere spelers zien, tolerantie als een positieve kracht zien, afstand nemen van het ongebreidelde neoliberale geloof van de afgelopen jaren, rationeel zijn in plaats van evangelisch. Bush zelf werd slechts één keer genoemd.
Dat die reële toespraak in de Nederlandse media als een anticlimax werd ervaren – Michaël Zeeman in de Volkskrant was de uitzondering – zegt meer over Nederland dan over de Verenigde Staten. In Nederland heb je mensen die op een idiote manier dwepen met Obama. En dan heb je mensen die kanttekeningen bij die dweperij plaatsen: Obama moet het allemaal nog waarmaken, de problemen zijn huizenhoog, hoop kan eigenlijk heel gevaarlijk zijn, ongetwijfeld zal de ontnuchtering snel toeslaan. Dat zal allemaal, maar juist in zijn toespraak toonde Obama zich uiterst realistisch. Tegelijk was het een breuk met wat vooraf ging. Er sprak een totaal andere wereldbeschouwing uit.
Dat een dergelijk besef hier niet is doorgedrongen, is jammer, want een deel van de troep die de regering- Bush heeft veroorzaakt, is ook in Nederland terechtgekomen. Ook hier moet een houding tot de afgelopen acht jaar gezocht worden. Daar is weinig van te zien. Met een perverse volharding gingen degenen die zich in 2001 door de neoconservatieven op sleeptouw hebben laten nemen, de afgelopen weken op zoek naar verontschuldigingen voor Bush en zichzelf – heus niet alles wat hij heeft gedaan was slecht, misschien is Irak over twintig jaar wel een welvarende democratie, over Ronald Reagan werd door links ook lelijk gedacht, het ging vóór Bush ook al slecht met Amerika, eigenlijk verdienen de ondankbare Irakezen hun democratie helemaal niet. Heel moe werd je ervan.
Er is in de Nederlandse journalistiek de afgelopen jaren een bizar fenomeen ontstaan, dat ik maar de perverse drogreden zal noemen. Wat overduidelijk is, kan nooit waar zijn – en dus wringt men zich in bochten om er iets anders van te maken. Een kind kan zien dat de militaire acties van Israël in Gaza dom en dubieus zijn, maar hier krijg je eindeloos te horen hoe verschrikkelijk Hamas is en bewust kleine kinderen neerzet op de plek waar de Israëlische raketten neerkomen. En de hoofdschuldige heet Harry van Bommel.
Zo was het ook met de invasie van Irak: omdat niemand wilde lijken op domme linkse demonstranten die riepen dat het alleen maar om olie ging, werd door commentatoren ieder redelijk bezwaar afgedaan als voorspelbaar anti-Amerikanisme. Dat is de grondtoon in alle Nederlandse debatten van de afgelopen jaren: een heftig verzet tegen linkse clichés. Daarom trekt er een storm van verontwaardiging over de opiniepagina’s wanneer Geert Wilders door de Anne Frank Stichting extreemrechts wordt genoemd, daarom wordt de opwarming van de aarde nog liever honderd keer ontkend – voor je het weet zit je in het kamp van verdwaasde activisten.
Het is ook pijnlijk ironisch: in het geval van de oorlog in Irak zag de domste demonstrant op de Dam het beter dan bijvoorbeeld de tragische Arie Elshout, buitenlandcommentator bij de Volkskrant – een man die nu week in, week uit wanhopig anderen probeert te laten opdraaien voor zijn eigen denkfouten.
Ook in Nederland zal een streep onder het recente verleden moeten worden gezet – maar de kans dat dat gebeurt, lijkt me klein. Een onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij de invasie van Irak lijkt nu onvermijdelijk; door zijn krampachtige gedrag heeft Balkenende het over zichzelf afgeroepen.
Het zal de verbittering alleen maar groter maken, net zoals de aanstaande vervolging van Geert Wilders wegens haat zaaien. Wanneer hier iets van het pragmatische optimisme van de nieuwe president van de Verenigde Staten zou overslaan, dan kan van beide acties met een gerust hart worden afgezien.
