*

Welke geschiedenis? :: nrc.nl

Welke geschiedenis?

Terwijl door een paar hoogleraren eindeloos wordt gesteggeld over de canon – waar zijn de kruistochten? – slaat er een vloedgolf van geschiedenis over ons land. Op televisie trekt de ene na de andere reeks voorbij waarin episodes uit ons verleden opgediept worden. Er is een Week van de Geschiedenis, een Maand van de Geschiedenis en er is de Nacht van de Geschiedenis – en voor wie er nog niet genoeg van heeft, zijn er het hele jaar door talloze geschiedenisavondjes in het land. Over een paar jaar hebben we een nieuw museum speciaal voor onze nationale geschiedenis. Loop een boekhandel binnen en je treft stapels gedegen historische studies aan over onbekende of vergeten aspecten van ons verleden.
Dat is geen interesse meer, dat is een obsessie. Het probleem in Nederland lijkt mij niet langer een tekort aan historisch besef; het probleem lijkt mij dat er binnenkort alleen nog maar historisch besef is. Over de toekomst hoor je niemand meer.
Die obsessie gaat gepaard met een misschien nog wel verrassender fenomeen: de plotselinge hartstocht voor Nederlandse geschiedenis in het buitenland. Vooral in de Angelsaksische wereld kun je van een heus subgenre spreken, dat bestaat uit populaire geschiedenisboeken waarin Nederland wordt opgehemeld als een land dat een kleine eeuw lang – de zeventiende – in vrijwel alles zijn tijd vooruit was. Alles waarvan men dacht dat men het in het verleden zelf bedacht of uitgevonden had, blijkt in werkelijkheid rechtstreeks of indirect uit Nederland afkomstig.
Ik doe een greep: in The Island at the Center of the World laat Russell Shorto zien dat de invloed van Nederland op de geestelijke vorming van wat later de Verenigde Staten zouden worden, veel groter is dan werd aangenomen. Al even bekend zijn de vuistdikke studies van de Britse historicus Jonathan Israel waarin hij aantoont dat de Verlichting geen uitvinding van de Fransen is, zoals ze zelf hardnekkig blijven denken, en ook niet van de Britten, maar van ons. En dit jaar liet de eveneens Britse historica Lisa Jardine haar studie Going Dutch verschijnen. Ondertitel: How England Plundered Holland’s Glory. In dat boek wordt gesteld dat de grote bloei van het Engelse wereldrijk ondenkbaar zou zijn geweest zonder de Nederlandse beschaving van de zeventiende eeuw.
Ook de globalisering blijkt in Nederland uitgevonden. In het recente Vermeers’ Hat laat de Amerikaanse historicus Timothy Brook aan de hand van een zorgvuldige lezing van de schilderijen van de grote schilder uit Delft zien hoe internationaal gericht het zeventiende-eeuwse Nederland was, hoe je in de verstilde interieurs van Vermeer voorwerpen uit de hele wereld tegenkwam. Een uit China afkomstige schaal in een schilderij van Vermeer is een bijna tastbaar symbool van, wat auteur noemt, „a positive relationship with the world”.
Die laatste zin vat het hele genre samen. Wie al die boeken van buitenlandse historici over Nederland achter elkaar leest, wordt als vanzelf verleid tot een duizelingwekkende conclusie – vrijwel de hele moderne wereld is schatplichtig aan Nederland: zonder Nederland geen democratische, tolerante Verenigde Staten van Amerika, zonder Nederland geen Engels wereldrijk, zonder Nederland geen Verlichting, zonder Nederland geen globalisering.
En Nederland zelf? Het lijkt erop dat al die befaamde buitenlandse historici oog hebben gekregen voor aspecten van de geschiedenis van Nederland die hier onopgemerkt gebleven zijn of domweg veronachtzaamd. Die knusse bestsellers over een onmiskenbaar Nederlands verleden, de stichting van een museum vol nationale geschiedenis, oproepen vanuit de politiek om Michiel de Ruyter te installeren als een boegbeeld van onze nationale identiteit, zijn dat tekenen die op een krachtig en positief zelfbewustzijn duiden? Of is eerder het tegenovergestelde het geval, en zijn het stuk voor stuk symptomen van een verlangen naar het verleden als vluchtplaats? Moet je nationale obsessie met de vaderlandse geschiedenis opvatten als een manier om het complexe en verwarrende heden niet onder ogen te hoeven zien?
Een dergelijke angstige houding staat haaks op de mentaliteit die al die buitenlandse historici in hun studies over het zeventiende-eeuwse Nederland prijzen. De herontdekking van Nederland als internationaal rolmodel gaat gepaard met een nadruk op eigenschappen die in ons eigen land vandaag de dag eerder angst lijken in te boezemen dan bewondering: openheid naar de wereld toe, tolerantie jegens wat anders is, nieuwsgierigheid naar wat onbekend is, durf om het vreemde te verkennen.
Noem het de VOC-mentaliteit.
De manier waarop we met ons verleden omgaan zegt alles over hoe we in het heden staan. De wereld waarin wij leven dwingt een open houding tegenover onze geschiedenis af. De processen van globalisering en immigratie hebben ons bewust gemaakt dat nationale geschiedenis niet langer een soort lotsbestemming is. De geschiedenis prikkelt, verwart, daagt uit. Ze is veranderlijk en soms onbegrijpelijk. Terwijl in andere landen het nationaal perspectief steeds vaker wordt losgelaten en er een bredere kijk ontstaat op historische gebeurtenissen – bijvoorbeeld in Adam Zamoyski’s boek over Napoleons Russische veldtocht – is het hier louter herkenning en zelfbevestiging wat de klok slaat. Terwijl men in het buitenland de geschiedenis van Nederland ontdekt als een broedplaats van ideeën, worstelen wij met Greet Hofmans.
In de discussies rondom de canon van de vaderlandse geschiedenis heeft men zich vaak afgevraagd hoe je nog betrokkenheid met het verleden kunt bewerkstelligen wanneer de inwoners van een land in toenemende mate ergens anders vandaan komen of geen sterke nationale gevoelens meer koesteren, omdat ze nu eenmaal de hele wereld in hun zak hebben. Ik maak mij daar niet zoveel zorgen over. Niemand kan leven zonder geschiedenis, niemand wil leven zonder geschiedenis. Maar identificatie met het verleden hoeft lang niet altijd samen te vallen met het idee van een nationale identiteit. Juist in een in toenemende mate versnipperde wereld zullen mensen zich willen binden aan de plek waar ze zich bevinden. Het is dan ook geen toeval dat de nadruk in de geschiedschrijving de laatste tijd steeds sterker is komen te liggen op de zogenaamde plaatsen van herinnering. Het is, ongeacht waar je vandaan komt, gemakkelijker je te verplaatsen in de geschiedenis van een plek waar je je bevindt, dan in een groot, overkoepelend nationaal verhaal.

2 reacties op 'Welke geschiedenis?'

Willem Semeins

Welke geschiedenis we gaan koesteren? Die van onze gouden eeuw dus. Die speelde toen antieke adel nog elk denken op één pauselijke noemer eiste en vrije en erudiete geesten een toevluchtsoord zochten in onze vrije republiek.
Materiële massa geperst in sterren leidt tot kernfusie, tot het ontstaan van nieuwe elementen en straling en daarmee tot de evolutie van die materie. Geestelijke mensmassa gebundeld in vrijheid leidt tot mensfusie, tot die evolutie door ons mensen heen. Beide evoluties resulteren in de materiële mens, met daarin de beleving van de immateriële mens, die mensmassa.
Kernfusie in sterren blaast het heelal vol sterrenstof voor nieuwe sterrenstelsels, mensfusie resulteert in nieuwe woorden over alle grenzen heen. De geestelijke sterrenstof van eens die gouden vrije Nederlanden: die dus van verlichting, democratie en tolerantie, globalisering voor wereldwijd nieuwe geestelijke stelsels.
Overal waar mensmassa zich vrij mag verenigen, ontstaan nieuwe woorden voor de talen waarmee we onze wereld verbeelden en beheersen. Grote multiculturele steden stralen die geestelijke sterrenstof over de wereld uit. Duizenden wetenschappers van over de hele wereld rond een miljardeninvestering speuren naar ons grootste mysterie, dat van de materie. Globalisering van al onze maatschappelijke aspecten leidt tot mensfusie en zo tot almaar nieuw begrijpen en verklaren.
Alleen waar gepreekt wordt vanuit één waarheid, daar mogen deze nieuwe woorden niet begrepen worden, blijft het oorlog. Onze vrije republiek, die verzandde in het historisch achterhaald klatergoud van een koningschap, onze geschiedenis dreigt zich te reduceren tot nationaal sentiment, missers van hoogheden en populistisch heden, buitenlanders zien we a priori als een bedreiging en Europa en de euro liever niet.
Maar dé geschiedenis gaat verder. De vorige eeuw heeft ons de mens en diens mogelijkheden tot op alle grenzen geopenbaard. Nederland deed nauwelijks mee, maar bestaat nu wel bij de gratie van Europa. Deze eeuw; die begon met de presentatie van de grote problemen voor onze toekomst. Haar geschiedenis wordt die van oplossingen die we mede dank zij mensfusie realiseren. Klimaat, voedsel, energie, mensenrechten, armoede, vrijheid en terrorisme; er staat veel op de agenda voor de geschiedenis, ook die van Nederland. De kredietcrisis; en Nederland mag mee denken. Het internationaal rechtssysteem heeft z’n zetel in Den Haag. Ons nationaal elftal bestaat uit voetballers van vele Europese clubs. Wereldwijs doen we in water en sanitatie. Onze cultuur is niet meer alleen maar verguldsel. We worden kosmopoliet.
Want Europa moet wel ons redden van een dreigende recessie. China en het Midden Oosten houden mede onze banken overeind. Wereldwijd verenigen zich mensen voor die agenda voor deze eeuw. En daarbij willen we toch ook wel bij zijn. De gouden eenentwintigste eeuw voor Nederland ligt zowel binnen als buiten onze grenzen. Vele nieuwe woorden gaan al die internationale concentraties van mensen schrijven. Die geschiedenis zullen we hopelijk eens als ook mede de onze willen koesteren.

l vander vijver

paal en perk. moeilijk in een ideologie van verabsoluteerde vrijheid. maar eerst nog een reactie op welke geschiedenis. ook vermakelijk in nederland die cumulatie van geschiedenis. bijna hilaries die opsomming. als vanzelf, bijna wetmatig te noemen,volgen dan de vragen hoe, waardoor, waarom van al die geschiedenis wetenschap die zelf ook weer antwoordt op vragen. vragen over vragen duivelsvragen? heijne probeert obsessie, maar natuurlijk is dit een sleetse freudiaanse dooddoener. laat ons liever nog wat contempleren.is uberhaupt die behoefte om te verklaren,wetenschap dus, een soort van obsessie te noemen, liever bezetenheid, een bezeten dienst der rede i.p.v. godsdienst die telkens weer een bijzondere vorm aanneemt naargelang plaats en tijd en vooral nu afhankelijk van de nieuwe hype? tenonrechte laat heijne buiten beschouwing dat wij leven in een zogen. mediacratie.
volgens filosoof oosterling zijn wij radicaal middelmatig en mediamatig geworden.zie zijn essay. er riep toch eerst iemand identiteit? werd toen niet een nieuwe hype geboren? opiniemakers,deskundigen en beleidsmakers snelden toe ter leniging van de nieuwe nood.de identiteit werd gevuld met vaderlandse verleden tijd. aan elke vulling gaat leegte vooraf. identiteit is immers niet zelf iets, maar betekent nu niets anders dan uitgesproken leegte, een bijzondere vorm ervan en vrees ervoor die steeds moet worden gevuld en gerustgesteld.de actieve autonomie,actualiteit kortom.
maar dit woord volstaat niet meer.pro-actualiteit die pro-actief moet worden gevuld door pro- actieven,in die tijd leven wij nu.bezetenheid? de hel lijkt wel los. alle hens lijkt aan dek te moeten.zelfs de filosofie lijkt pro-actief te worden blijkens filosoof oosterling in hollands dagboek van enige weken geleden.er is sprake daarin van filosofiese slagkracht, wij kunnen meeleven met zijn pro-actieve dagorde, alshetware met doodsverachting want ook nog heerlijk doodgeknuffeld naar eigen zeggen door de autoriteiten.
het deed mij denken aan de beroemde filisoof in zijn actieve hoogtijdagen ook door autoriteiten geknuffeld, maar toch als de dood trok hij zich terug in het zwarte woud en de logica.
kortom, wij beleven pro-actuele, bezeten en hilariese tijden.
welke geschiedenis ? drieerlei denk ik. een noodlottige filosofiese, een feitelijke van de wetenschap en een van het gevoel en de eigenheid , alle drie met hun eigen noodlot en teloorgang.
e