*

Staat van ontkenning :: nrc.nl

Staat van ontkenning

Zijdelings, zonder dat ik er erg in had, ben ik betrokken geraakt bij een schandaaltje. Een klein jaar geleden stelde filmmaker Hedda van Gennep me wat vragen voor een documentaire. Die is nu klaar, hij heet De staat van ontkenning en de Joodse Omroep, die er de opdracht toe gaf, weigert hem uit te zenden. De eerste Kamervraag is deze week al gesteld; er zullen er ongetwijfeld nog een paar volgen. De moedige columnisten die het afgelopen jaar pal stonden voor de vrijheid van meningsuiting, zullen niet zwijgen nu een collega als ik monddood gemaakt wordt, ik ben er zeker van. Ongetwijfeld zal de VVD de film binnenkort permanent vertonen in het door die partij opgerichte museum voor verboden kunst in het gebouw van de Tweede Kamer.
Ach. De weigering om De staat van ontkenning uit te zenden lijkt in de eerste plaats het gevolg van intern gerommel bij die omroep zelf; een directeur werd hardhandig de wacht aangezegd, de ‘orthodoxen’ grepen  de macht, er volgden beschuldigingen en onverkwikkelijke rechtszaken. De huidige interim-directeur laat in deze krant weten dat het gaat om „een politiek pamflet dat niet past bij de uitgangspunten van de omroep”. Typisch minderhedentelevisie, lijkt me: je moet een kleine groep aangenaam zichtbaar maken in de samenleving en dan blijkt onherroepelijk dat men binnen die groep elkaars bloed wel kan drinken. De Joodse Omroep moet behendig manoeuvreren tussen neoconservatieve joden die ervan overtuigd zijn dat de islam wereldwijd hun vernietiging nastreeft en de verstokte humanisten van het Ander Joods Geluid. Je hebt joden die iedere ophef willen vermijden en je hebt joden die de jodenvervolging als moreel uitgangspunt nemen voor felle maatschappijkritiek, zoals Hedda van Gennep. Dan kun je als omroep met één doelgroep maar beter op safe spelen en je onthouden van alles wat politiek gevoelig ligt – en er ligt heel veel politiek gevoelig. Gelukkig is er altijd nog de tijdloze joodse cultuur, die vindt iedereen mooi. Dus voortaan geen felle documentaires meer over het wegkijkgedrag van Nederlanders. Liever een drieluik over de geschiedenis van de matzebal.
Door die ophef heeft de documentaire van Van Gennep nu al meer aandacht gekregen dan wanneer de Joodse Omroep hem er gewoon op een verloren middag doorheen gejast had. De film draait nu dagelijks in het Amsterdamse Ketelhuis en dingt mee naar een Gouden Kalf tijdens de Utrechtse Filmdagen.
Terecht, want het is een pijnlijke film. Van Gennep (1929) klaagt de Nederlandse staat aan, die in vier traumatische gevallen weigerde de waarheid onder ogen te zien: de verdrongen kennis van het lot van Joden tijdens de oorlog, de ware aard van de politionele acties, de massamoord op Bosnische moslims in Srebrenica en de aard van de betrokkenheid van de Nederlandse regering bij de inval in Irak. Die boodschap wordt er fel ingehamerd; zelf noemt Van Gennep haar film „een hele mooie, misschien wat demagogisch gemonteerde film”. Dat laatste klopt: de eerste tien minuten van de film krijg je de indruk naar een linkse Fitna te kijken, waarbij de beelden onbekommerd in dienst gesteld worden van de boodschap. Maar gaandeweg, wanneer Van Gennep alle Nederlandse trauma’s één voor één behandelt, wordt wel degelijk een patroon zichtbaar. Dan wordt de film meer dan een aanklacht, meer dan een beschuldigende vinger.
Eigenlijk gaat het dan niet meer over de vermaledijde Nederlandse staat, die ons de waarheid wil onthouden, het gaat over Nederland zelf – over ons. De staat van ontkenning gaat over onwil en onvermogen om de eigen misstappen en ontsporingen onder ogen te zien, om werkelijk aan zelfonderzoek te doen. De film wil een afrekening zijn met het soort morele zelfgenoegzaamheid dat ons in staat stelt altijd vol te houden dat ons eigen geweten zuiver is, dat wij altijd aan de goede kant hebben gestaan, dat het werkelijke kwaad zich buiten onszelf heeft voltrokken. Hilarisch en tegelijk tenenkrommend is het te zien dat door de jaren heen iedere morele schok in de samenleving wordt opgevangen door de torenhoge stapel papier: het onvermijdelijke rapport. Zulke rapporten zijn vaste prik in een typisch Hollands ritueel: ogenschijnlijk wordt de waarheid eindelijk aan het licht gebracht, maar in werkelijkheid functioneert die papieren baksteen als een deksel op de doofpot van ons geweten. Daarom heeft een onderzoek per commissie naar de Nederlandse betrokkenheid bij de inval in Irak ook zo weinig zin; ook al omdat die betrokkenheid de meeste Nederlanders niets kan schelen. Een vermeende steunbetuiging aan een krakersblaadje in 1980 is nu eenmaal belangrijker dan de stilzwijgende deelname aan een oorlog die vijf jaar na aanvang de halve wereld destabiliseert.
Er werd de afgelopen weken in de media bevreemd gespeculeerd waar al die ophef tegen de activisten van 80 toch vandaan kwam, bijna dertig jaar na dato. Er werd gesproken over komkommertijd, een verlate afrekening met linkse hoogmoed, een oprisping van de neoconservatieve tijdgeest. Het zal allemaal best, maar ik zag vooral een klimaat van ongeremde wraakzucht: nu is het onze beurt! En altijd heiligt het doel de middelen; de krakersgeneratie was cynisch, hoogmoedig en opportunistisch en daarom moeten we geen medelijden hebben als ze eindelijk wordt aangepakt door mensen die al even cynisch, hoogmoedig en opportunistisch zijn. De taart in het gezicht van Duyvendak was het betaald zetten van de ontelbare taarten van links, de laatste in het gezicht van Pim Fortuyn.
Arrogantie en wraakzucht, de twee pijlers van het Hollandse debat; dat de rollen tussen links en rechts nu zijn omgedraaid, levert geen andere dynamiek op: de generatie van 80 wordt verweten dat men radicaal ontevreden was met allerlei maatschappelijke instituties, terwijl men er tegelijk gerieflijk de vruchten van plukte. Datzelfde kun je de verontwaardigde erfgenamen van Fortuyn verwijten, met hun als maatschappijkritiek verhulde afgunst. Er is niets veranderd, dat is de echte tragedie. Men verveelde zich toen met de democratie – men verveelt zich nog steeds met de democratie.
En intussen glippen de grote morele kwesties tussen onze vingers door – met als laatste onze inzet bij de invasie in Irak. Het is de minister-president die onder vuur moet liggen, niet de minister van spaarlampen. Daarom is het zo mooi dat de Joodse Omroep weigert de documentaire van Hedda van Gennep uit te zenden. Dat het een flinke rel mag worden.

9 reacties op 'Staat van ontkenning'

Bard van Twenthe

U stelt: “Het is de minister-president die onder vuur moet liggen, niet de minister van spaarlampen.” Anders gesteld: “Een vorig kabinet, inclusief de minister-president, moet onder vuur liggen. En in minder mate het deel van de toenmalige Tweede Kamer dat goedkeuring verleende aan de invasie in Irak.” Maar deze beslissing ligt onder vuur in ‘t neder landje. Zij wordt gewogen in uw krant, in diverse bewegingen, en op figuurlijke wijze in de kunst. (Zie, o.a., “Regels zijn slechts regels” te http://www.obardvantwenthe.eu)

Maar de Nederlandse goegemeente lijkt niet geïnteresseerd genoeg te zijn in de achtergrond van deelname aan de invasie in Irak om er een koppensneller van te maken. Waarom? Omdat klein en groot bedrog van belang zijn voor de stabiliteit van ‘t landje? Omdat het ongeluk op de hoek van de staat belangrijker is, of wordt, dan ’t ongeluk elders? Omdat de staat van ontkenning de norm is in alle lagen van de Nederlandse samenleving, en dus wordt geaccepteerd?

Just Havelaar

De Staat van ontkenning spaart hiermee smartengeld uit aan de gedupeerden, nabestaanden van militair ingrijpen waar de Staat van ontkenning bij betrokken was. Je zou de aardgasbaten hiervoor kunnen aanwenden.
Maar dan is het een probleem voor de boekhouders, waar je de reserveringen dan moet opvoeren. Dan is het eenvoudiger om er het zwijgen toe te doen en niets te hoeven betalen. Daarom dus.

J.Mol

In “De staat van ontkenning “gaat het over een door Heijne omstreden besluit van De Joodse Omroep ; de gedachtengang van Heijne is wel erg ondiep!
Het is natuurlijk goed om in talloze zaken de waarheid onder ogen te zien, ook al is het wijsheid achteraf, maar dan wel geplaatst in de betreffende tijd. Oproep tot een flinke rel lijkt me ook in dit geval onterecht; Heijne zegt, nota bene, dat “het de meeste Nederlanders niets kan schelen ” Zo is het ( altijd geweest ) !!Maar welk verheven doel heeft Heijne dan in dit geval voor ogen?
Het zou inderdaad goed zijn om ons eens af te vragen of het niet beter ware geweest, dat Chamberlain in 1938, aanstonds de oorlog zou hebben verklaard aan Hittler / Duitsland, maar de Britten konden geen voldoende vuist maken, de Fransen zagen wel wat in de ideeen van Hitler, de Italianen gingen nog een stapje verder en Nederland had een regering die sowieso ( nog eens ) neutraal wilde blijven en overigens ook geen middelen had die iets betekenden….Zo was dat toen en slechts weinigen hebben de bedreigingen voldoende serieus genomen / kans gezien de meute in beweging te krijgen.
Navenant was het met alle 4 door Heijne genoemde schandalen!
En zo is het thans met de bedenkelijke rollen van de USA, de NATO,de EU en Nederland, in wat blijkt te zijn ontaard in “de kwestie Georgie ”
Wij zijn er toch bij, waar de Joodse Staat al meer dan 60 jaren de Palestijnen vertrapt?
Wij weten toch dat een wereldbevolking van binnenkort 10 mld. mensen, hoogstwaarschijnlijk te veel is, zeker als die, geleidelijk aan, even onbesuisd zouden gaan consumeren en vervuilen als wij, in Het Westen, al tientallen jaren vanzelfsprekend doen? En wij vergeten toch dat de almaar toenemende vernietigingsmacht, bij de diersoort mens niet in goede handen is, evenmin als verwacht mag worden dat die mens tijdig de niet mis te verstane dreigingen inspirerend aanpakt?
Er zijn altijd clubs geweest ( ook in het begin van onze jaartelling ) die het einde der tijden aanstonds verwachtten, maar een veel realistischer dreiging, die ons boven het hoofd hangt kan de diersoort mens niet goed opvangen EN, we kunnen dat niet erkennen.
En zo schrijdt de beschaving voort !! Jan Mol, Den Haag

Aldert ter Weer

Mooi stuk weer, Heijne!
‘…typisch Hollands ritueel: ogenschijnlijk wordt de waarheid eindelijk aan het licht gebracht, maar in werkelijkheid functioneert die papieren baksteen als een deksel op de doofpot van ons geweten.’
‘Arrogantie en wraakzucht: de twee pijlers van het Hollandse debat;’
Mooie vergelijking van de krakers van toen met de volgelingen van Fortuyn nu.
‘Men verveelde zich toen met de democratie – men verveelt zich nog steeds met de democratie. En intussen glippen de grote morele kwesties tussen onze vingers door – …’
‘Het is de minister-president die onder vuur moet liggen, niet de minister van spaarlampen.’
Zinnen om in je geheugen vast te beitelen en te gebruiken als argumenten in discussies.
Beter dan het gezwatel van de warhoofden die hierboven hebben gereageerd.

Hugo Freutel

Ik hoop dat deze film een hit wordt.
Het gaat hier namelijk om normen en waarden en verantwording afleggen over verloren levens en een hoop verspild belastinggeld.
Fatsoen moet je doen en uit verantwoording kan men lering trekken.
Die mogelijkheid gaat nu verloren zodat we troepen soldaten blijven sturen op aanvalsmissies, om de democratie met geweld aftedwingen.
De Nederlandse regering en een groot deel van de Tweedekamer hebben een hoop boter op hun hoofd.

August Tiellandt

Even dacht ik dat het interview met Robert ten Brink (20 september 2008) over zijn nieuwste quiz waarin vragen voorkomen als: “Houd je meer van je moeder dan van je vrouw?”, per abuis in het verkeerde katern terecht was gekomen. Dat had natuurlijk in Leven&Cetera moeten staan in plaats van in het serieuze Opininie&Debat. Tot ik begreep dat het stuk dient om de juistheid te illustreren van de in de daaronder geplaatste column van Bas Heijne verdedigde stelling: “Ook in Nederland zie je serieuze media die zich steeds gretiger met trivia bezighouden, een verslaving die hand in hand gaat met een almaar groter wordende obsessie met persoonlijkheid.” NRC wilde gewoon bewijzen dat het nog steeds een serieuze krant is.

Rob Lubbersen

Beste Bas,

Je website bij de NRC wordt niet goed bijgehouden! Je column van 20 september “Hoe serieus is de elite?” staat er nog niet op. Terwijl je daarin toch een interessant onderwerp aanroert. Waar ik op wil attenderen dat is dat de laatste film van Hans Weingartner een vergelijkbaar thema heeft. Zie mijn recensie “Recht op denken” op http://www.grenzeloos.org. Zie vooral de film zelf: “Reclaim your brain”. Erg aardig.

Met vriendelijke groet,
Rob Lubbersen

M.E.C. Roos

‘Opzettelijk en meedogenloos’ of de ware aard van de politionele acties!

Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties oordeelde in 1948 dat het militaire optreden in de republiek Indonesië ‘opzettelijk en meedogenloos’ was.
Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagens voorganger Ben Bot (Totok) heeft een aantal jaren terug namens de regering intense spijt betuigd over de gewelddadige en pijnlijke wijze waarop de wegen van Nederland en Indonesië zich door het Nederlandse optreden hebben gescheiden.
Bas Heijne lijkt ‘met de ware aard van de politionele acties’ net als Heldring – onlangs in NRC -een voetnoot in de historische processen en continuïteiten van Nederland aan te reiken met ik citeer Heldring: ‘Het verleden van sommige Europese volken, Nederland incluis, is ook te veel in tegenspraak met die fraaie normen (in relatie met o.a. mensenrechten, en staat van ontkenning. MECR) […].’
Deze voetnoot echter krijgt en heeft een actuele vorm en inhoud. Tien Indonesische nabestaanden, overlevenden van een van de vele bloedige aanvallen van het Nederlandse leger, hebben vorige maand de Nederlandse staat aansprakelijk gesteld voor de moord op hun familieleden tijdens de politionele acties (met andere woorden: de Nederlands-Indonesische Oorlog) na de Tweede Wereldoorlog. Zij willen aandacht en financiële compensatie, excuses en erkenning voor het leed. Dat werd door hun advocaat mr. G. J. Pulles uit Amsterdam naar buiten gebracht. Deze periode van ‘Nederlandse acties’ was er een die vaak gevaarlijker was, ook voor Indische Nederlanders (Totoks en Indo’s) en Chinezen, dan de Japanse (boeddhistische-shinto) bezettingsjaren. Het risico het leven te laten als gevolg van onberekenbaar geweld was groot. Hoeveel christen Indische Nederlanders en boeddhistische Chinezen er in de bevrijdingsoorlog zijn omgekomen als gevolg van direct geweld, is niet bekend. Wel bekend is dat er rond mijn geboortejaar nog ongeveer 280.000 Indo’s (Euroaziaten. Wertheim) geregistreerd waren.
Het lijkt me dat de zogenaamde politionele acties in het licht zullen gehouden worden van het kader van de internationale rechtsorde. Ook te zien in de pijnlijke film van Van Gennep? Meer specifieker: ‘misdrijven tegen de vrede’ en ‘misdrijven tegen de menselijkheid.’

Sinds de Militaire Tribunalen (Geallieerde Militaire Tribunalen) van Tokio en Nürnberg wordt met een missie tegen de vrede, een agressieoorlog bedoeld.
Ik geef twee ‘ooggetuigenverslagen’. Na de proclamatie van de Republiek Indonesië in 1945 nam Pramoedya Ananta Toer actief deel aan de Indonesische vrijheidstrijd. Tijdens de eerste zogenaamde politionele actie (juni 1947) werd hij, 22 jaar oud door het Nederlandse bezettingsleger gearresteerd en voor 2,5 jaar opgesloten. Zijn bevindingen zijn uitgebreid te lezen in zijn boeken. Veel Indonesische vrijheidsstrijders werden o.a. in de gevangenis Bukit Duri opgesloten en gefolterd. In de excessennota lezen we: ‘Het is waarschijnlijk dat verhoormethoden waarbij gebruik werd gemaakt van onder meer slaan, ondersteboven ophangen, het toedienen van stroomstoten, het geforceerd binnengieten van water algemener voortkwamen […….] terwijl zwaargewonde slachtoffers zonder pardon werden vermoord.’ Regeringsvoorlichter W. A. van Goudoever zag: ‘Een speciale categorie klachten betreft de behandeling waaraan vrouwelijke aangehoudenen bloot staan,’ niet over het hoofd maar vond het beter niet in details te treden.
Pram maakte onder Nederlandse terreur (1945 – 1949) ook een periode van ballingschap en dwangarbeid mee op het eiland Edam (Pulau Damar) voor de kust van Jakarta. We lezen in zijn Aantekeningen het volgende: ‘Jakarta: 17 juli 1947. Eerste militaire actie. Gefolterd door een peloton mariniers, totoks, Indo’s en Ambonezen. Spullen thuis in beslag genomen. Tenslotte zonder behoorlijk proces opgesloten in Bukit Duri.’ Veel Indonesische vrijheidsstrijders werden in de gevangenis Bukit Duri opgesloten en gefolterd. Hoogleraar Indonesische Letterkunde te Leiden (tot 1986) Prof. dr. A. Teeuw heeft via de literatuur van Pram een zeer eigen kennis van de Indonesische werkelijkheid ontwikkeld. (A. Teeuw. Pramoedya Ananta Toer. De Verbeelding van Indonesië. De Geus.1993)

Voor het eerst wordt de Nederlandse staat aansprakelijk gesteld door Indonesische slachtoffers van de vrijheidsstrijd in 1945-1949. In Trouw van 7 januari 1995 geeft Trijnko Lentz, toenmalig vicevoorzitter van de Vereniging Oud militairen Indiëgangers zijn impressies die samenlopen met de ervaringen van Pram: ‘Als ik mijn ogen dichtdoe, dan zie ik niet de wreedheden van de Nederlandse soldaten. Dan zie ik de uitgemoorde Chinezen die met de handen op de rug door de kali (rivier. MECR) drijven. Dan zie ik Chinese families die vermoord zijn, meisjes die in de tuin liggen met de bamboestok door hun rug gestoken. [….]’

Het overheidsbeleid tegen de zogenaamde christen Indo’s en christen ‘maatschappelijke Nederlanders’, de honderduizenden direct betrokkenen, zouden we, tot einde zestiger jaren van de vorige eeuw, als uiterst restrictief kunnen benoemen. Een voorbeeld uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw vinden we in Kamerstukken. De volgende uitlatingen zijn afkomstig van de katholieke minister Van Thiel (KVP: opgegaan in het huidige CDA) van Maatschappelijk Werk:
“De regering heeft de overtuiging, dat de belangen van het overgrote deel van de in Indonesië geboren en getogen personen van Nederlandse nationaliteit het beste zijn gediend met een voortgezet verblijf in Indonesië. [………….] De ervaring heeft echter geleerd, dat de overkomst naar Nederland voor de Indische Nederlander, zowel voor ouderen als jongeren, vaak een ontworteling betekent, die onherstelbaar is.”
Het is een blijvende herinnering en een groeiende erkenning van ondermijnen van de mensenrechten in de jaren 1945 -1949 en later door de Nederlandse overheid.
Het lijkt een detail in 2008. Maar blijft indruk maken in de context van ‘staat van ontkenning.’ Wat is de actuele stand van zaken? Het vergoeden van de materiële oorlogsschade en betalingen van achterstallige salarissen voor de Indische Nederlanders inclusief de Molukkers, rijksambtenaren en militairen is nog steeds niet correct afgehandeld. Stuitend is, waar wel tot een vergoeding is overgegaan de Joodse Indische Nederlanders, die de oorlogsjaren in de Japanse kampen hebben doorgebracht en overleefd hebben een andere (lagere) vergoeding hebben gekregen dan de Joodse Nederlanders in de kampen die door de Duitsers georganiseerd werden.
En Nederland staat in 2008 in de beklaagdenbank!
We hebben in 2008 in onze Nederlandse samenleving meer dan een miljoen Nederlanders die verbonden zijn met Indonesië..
Staat van ontkenning? Duurt tot onze jaren voort!

oda hulsen

Geachte Heer Heijne,
Uw column in de N.R.C. van zaterdag 24 januari is mij uit het hart gegrepen.
BRAVO !!!!!