*

Gemeenschap :: nrc.nl

Gemeenschap

Ontroerend is de manier waarop de minister-president van Nederland om de zoveel tijd probeert ons tot een nieuw elan te bewegen – ontroerend en pijnlijk, want iedere poging roept een vloedgolf van afkeer en verontwaardiging op, waarna we alleen maar verder van huis zijn. Eerst was er het beroep op onze sluimerende VOC-mentaliteit, toen werden we aangesproken op onze verstofte ondernemingslust. Daarna volgde een gepikeerde aanval op onze eeuwig negatieve grondhouding, de stugge onwil om de dingen van de zonnige kant te zien. Die laatste exercitie pakte desastreus uit.

De Tweede Kamer kwam en masse in opstand uit naam van „de hardwerkende Nederlander”. Een stroom larmoyante geschiedenissen over afgebeulde arbeidsongeschikten en slachtoffers van de thuiszorg werd over de premier uitgestort. Jan-Peter moest diep door het stof – hij had, verklaarde hij timide, heus niet willen beweren dat Nederlander „zeurpieten” waren.

Nee? Waarom niet? Er is op de wereld geen volk dat zo bedreven is geraakt in zeuren en zeiken, nergens vind je burgers die zo snel het gevoel hebben dat de ander hen te na komt. In de Tweede Kamer durft kennelijk niemand dat te zeggen, wat vreemd is, want verder hoor je dat overal. Tegen het einde van ieder jaar trekt een stoet van cabaretiers over de buis die ons onze gruwelijke verwendheid inpepert, ons tergende materialisme en ons onvermogen om ons serieus met de wereld bezig te houden. We zijn hopeloos in onszelf gekeerd, verslaafd aan trivia, in de ban van eigenbelang. Die uitzendingen trekken miljoenen kijkers, dus ergens moet een snaar geraakt zijn. Televisiespotjes proberen te voorkomen dat in het dagelijkse verkeer onze lontjes nog korter worden – maar zulke goede bedoelingen worden ruimschoots afgetroefd door de televisiereclame, die van de afgunstige, zeurende Nederlander inmiddels een hilarisch stereotiep heeft weten te maken.

Beroemd is oude zeikerd met de paarse krokodil achter het loket, maar nog treffender is de nieuwe serie reclamespotjes van Volkswagen, waarin steeds opnieuw de trotse eigenaar van de nieuwe Polo vakkundig wordt afgezeken door een buurman, die niet kan verkroppen dat deze een mooiere auto heeft dan hij. De manier waarop dat gebeurt, roept onmiddellijk komische herkenning op: de benepen trekken op zijn gezicht, waarin een eeuwigdurende verongelijktheid zit ingebakken, de diepliggende overtuiging dat de wereld hem tekort doet.

Diezelfde verongelijktheid zie je ook vaak op de gezichten van gasten bij Rondom Tien, maar daar mag je dan ineens niet meer om lachen. Zulke verongelijktheid moet dodelijk serieus genomen worden, want hij zit gegroefd in de gezichten van Hollandse burgers naar wie te lang niet geluisterd werd, die jarenlang hebben rondgelopen met massa’s sociaal oud zeer dat ze nergens kwijt konden. Die verongelijktheid is inmiddels heilig verklaard; wie er kritische vragen op loslaat, roept een volksgericht over zichzelf af.

Hetzelfde is aan de hand met die nieuwe mantra van de hardwerkende Nederlander, die inmiddels overal herhaald wordt. Dat is hypocriet, want je kunt over Nederlanders veel zeggen, maar niet dat ze hard werken. In geen enkel ander land wordt zoveel in deeltijd gewerkt. Hoogopgeleide vrouwen zijn de arbeidsmarkt niet op te slaan.

Nederlanders denken dat ze hard werken, dat is iets anders.

Het verwijt van Balkenende voert terug op een raadselachtige paradox, die de bestuurlijke elite van Nederland uit de slaap houdt: waarom blijven zoveel Nederlanders ontevreden, terwijl de meeste cijfers aanleiding geven tot optimisme? Waarom vooral zien de meeste burgers hun eigen leven als gelukkig, terwijl ze, wanneer het gaat over de staat der Nederlanden, bevangen worden door een inktzwart, soms zelfs apocalyptisch pessimisme?

Tussen het eigen bestaan en de maatschappij gaapt dus kennelijk een onverklaarbaar diepe kloof; de laatste wordt in steeds hogere mate als vijandig, ziek of ontredderd gezien. Dat de Nederlander met zichzelf gelukkig is, mag hij overigens alleen zelf zeggen. Toen een paar jaar geleden het Sociaal en Cultureel Planbureau blij verkondigde dat de geluksscore in Nederland met 82 procent ongeëvenaard hoog was, werd dat het instituut niet in dank afgenomen. Directeur Paul Schnabel in Trouw: „We schrokken van de haat en agressie die uit sommige e-mails spraken”.

Wie die aanhoudende onvrede in kaart probeert te brengen, ziet al snel het patroon. De burger zelf vindt dat hij het goed doet, het zijn de anderen die maatschappelijk tekortschieten. Dat is de Hollandse paradox: ik wil wel, maar de ander wil niet. Ik zie wel wat er mis is, maar de ander doet er niets aan. De ander doet niet mee, heeft alleen oog voor zichzelf of onttrekt zich aan zijn verantwoordelijkheid als burger of bestuurder. Zo kan de komische situatie ontstaan waarin burger en de politiek elkaar op hetzelfde moment een fataal gebrek aan betrokkenheid verwijten. De klacht van Balkenende werd dan ook meteen keihard teruggespeeld: de burger schiet niet maatschappelijk tekort, maar hijzelf.

Het is de ander die niet meer beschikt over gemeenschapsgevoel, de ander die weigert de verantwoordelijkheid voor Nederland op zich te nemen. Alle uitingen van onvrede en verontwaardiging kun je daarop terugvoeren, of het nu gaat om de graaiers aan de top, de moslims met hun misplaatste superioriteit, de hufters op straat, de ambtenaren met hun bureaucratie. Maar ook de klacht van Balkenende valt eronder. Zijn verwijt komt er immers op neer dat Nederlanders weigeren hun schouders onder Nederland te zetten.

Iedereen heeft het gevoel er alleen voor te staan – in een grote boze onverschillige wereld. Men verlangt hevig naar een gemeenschap, maar de ander doet niet mee. En zo ontstaat onwillekeurig een nieuw, zuiver negatief gevoel van gemeenschap, waarbij men elkaar in gijzeling houdt met wederzijdse beschuldigingen van onwil en nalatigheid.

7 reacties op 'Gemeenschap'

Rob de Vos

Ik kan mij gewoonlijk wel vinden in de opinies van Heijne, maar deze keer vergaloppeert hij zich toch wel een beetje.
Het is waar dat menig Nederlander om onduidelijke redenen ontevreden is over ons land, over zijn medeburgers en over onze politici. Maar er zijn ook geldige redenen om zo af en toe ontevreden te zijn over het eigen leven of over de maatschappij waarin we leven. Te doen alsof geen enkele Nederlander ooit reden tot klagen heeft is dus op zijn minst overdreven.
Zeggen dat Nederlanders niet hard werken omdat er zoveel in deeltijd wordt gewerkt, is een redenering die je van een nadenkend mens als Heijne niet verwacht. Hier wreekt zich misschien het feit dat mensen als Heijne, die hun geld verdienen met het schrijven van kritische stukkies (wat heel nuttig werk) is, denken dat iedere Nederlander op zo’n weinig moemakende wijze de kost kan verdienen.
Het is hoogst ironisch (en laten we hopen dat het ook zo bedoeld is) dat Heijne is dit stukkie zelf een voorbeeld is van een Nederlander die veel harder klaagt dan nodig is.
Ik hoop dat we de volgende keer een intelligenter geschreven en minder chagrijnige column van Heijne kunnen verwachten.

carel muller

Tja, maar wat schieten we eigenlijk op met deze column ? Het is allemaal even waar als onwaar. Met de observaties is m.i. niets mis, met de generalisaties wel. Het leuke van ons land ( of moet het zijn: van deze tijd ?) is de pluriformiteit. Alles bestaat zomaar naast en door elkaar, onverbloemder en opener ( cq schaamtelozer ) dan ooit door het wegvallen van veel uniformerende kaders. Snelle, uit de heup geschoten, columns raken nauwelijks doel, of het zou de eigen voet moeten zijn.

Frank Lenssen

In tegenstelling tot wat de eerste twee auteurs schrijven vind ik dat Bas Heijne wel degelijk een paar rake klappen uitdeelt.
Ik vermoed dat je eerst een heel duidelijk onderscheid moet maken tussen materiële welstand en geluk in de persoonlijke levenssfeer. Materiëel gaat het heel veel mensen voor de wind. Dat laat onverlet dat de nieuwe auto van de buurman afgunst opwekt, ook al heb je zelf een heel fatsoenlijke kar voor de deur. Die afgunst leidt dan weer tot wat de Amerikanen noemen: ‘keeping up with the Joneses’, dus: dan maar weer de buren moeten gaan evenaren of overtroeven. Een zeer kinderlijke aandrift, die wijst op een gebrek aan cultuur, aan muzische belangstelling. Helaas is dit tekort wel bij zeer vele Nederlanders aanwezig. Volgens mij is het aantal wél gekochte maar nooit gelezen boeken nog nooit zo groot geweest; en mutatis mutandis zal dit ook wel voor geluidsdragers gelden. Het is immers gemakkelijker om vage activiteiten als ‘internetten’, ‘gamen’, of gewoon alleen maar trivia-TV kijken te beoefenen. En dan gaan welstand en een tamelijk onomschreven ontevredenheid hand in hand.
Dan is er de werkelijke privé-sfeer. Slechtlopende relaties, echtscheidingen, en verslavingen komen heel, heel erg veel voor. Liever vermijden we te spreken over de ellende die scheiding bij kinderen aanricht (heel vaak blijvende psychologische schade en angststoornissen), dan er openlijk over te spreken; het is altijd ‘goed geregeld’. Maar in de realiteit is ook dit soort problematiek aanleiding tot een heel diep verdriet, tot ontevredenheid, en tot agressie. Ik verkondig hier echt niet dat het huwelijk tot elke prijs onontbindbaar moet zijn, maar wel dat je nooit de gevolgen van het uiteenvallen ervan onder het tapijt kunt vegen, en op een bijna robotachtige rationele manier tot een ‘regeling’ kunt komen. Zo zijn we niet gemaakt.
Wat me verder intrigeert is de enorme onverschilligheid bij de Nederlander waar het gaat om zaken van levensbelang: waren we in, zeg, 1980 met miljoenen tegelijk naar Den Haag afgereisd als de invasie in Irak toen met de instemming van het kabinet had plaatsgevonden, nu, drie decennia en één miljoen onschuldige burgerdoden verder, is er nauwelijks sprake van massale verontrusting. Wie kan zich nu nog voorstellen dat we in 1981 gratis met de toen nog niet geprivatiseerde NS naar de residentie reden om te protesteren tegen de op handen zijnde plaatsing van kruisraketten? Toch gebeurde dat. Voor mij is wat er nu gebeurt (of liever, niet gebeurt), een veeg teken, waarover later de geschiedenis zeer hard zal oordelen. Deze apathie over het ergste wat je mensen kunt aandoen, oorlog, is het symptoom van een heel ernstige geestelijke misstand. De gemeenschappelijke verontwaardiging is (hopelijk voorlopig) passé, en heeft plaats gemaakt voor individueel geklaag, of zo men wil, zelfbeklag. En spirituele voeding is vervangen door een zeer letterlijke gemaksvoeding, met pulp-TV en vet junkfood (aangevuld met het nimmer meer ophoudende ‘graas-eten’). Wie nauwkeurig de programmering van de succes-zender Nederland 1 onderzoekt, ziet meteen dat Ton F. van Dijk TV-manager van het jaar kon worden omdat met feilloze precisie dit station getransformeerd is tot het zoveelste commerciële net, met realitytroep en tonnen reclame, welke laatste ook nog eens leeft van werkelijk gekmakende herhaling. Het beeld dringt zich op van vervettende burgers die onderuitgezakt elke persoonlijke gevoelsuitwisseling, of zelfs maar een gezellig spelletje scrabble, vermijden ten gunste van, ja, nog meer vervetting. Trage geesten in uitgezakte lijven, dat moet wel tot geklaag leiden, hoe florissant de bankrekening er ook bij staat.
(Einde van mijn tirade, dank voor Uw aandacht.)

Arjaan Jansen

De column zelve is een treffend voorbeeld van de geponeerde stelling: de heer Balkenende doet niet mee met de door Heijne gewenste gemeenschap.
Een uitweg uit dit probleem kan worden gevonden door ook te zoeken naar gemeenschappelijke elementen in de benadering van de ander; dat kan door een columnschrijver het best in de column worden gedaan.

Ik ben benieuwd of dat tot een nieuwe, wat optimistischer gestemde column kan leiden.

A.S. Jansen
Mgr. van Hooijdonklaan 19
4741 DJ Hoeven

wim van hoorn

“ik wil wel, maar de ander niet”. Heel veel Nederlanders zeggen dit onterecht, heel veel uiterst terecht. De graaiers, de hufters, de godsdienstfanaten, de bureacraten etc.: het zijn allemaal redenen om je zorgen te maken over onze maatschappij, ook al gaat het jezelf goed. Deze ‘Hollandse paradox’ zoals Bas heijne hem ziet, bestaat niet, doch is slechts een product van een oppervlakkige analyse
Wim van Hoorn

Sjors Linssen

Niet alleen in Nederland, maar eigenlijk in heel Europa wordt er niet meer ‘hard’ gewerkt, Oostbloklanden daargelaten. De werknemers hebben de macht gegrepen en door alle vakbonden en bureaucratie is er een beetje een luilekkerland gecreëerd voor werknemers.
Liever lui dan moe, zou mijn oma gezegd hebben. Veelal (niet geheel) te verklaren door een gebrek aan ambitie in alle lagen van de bevolking. De heer Balkenende zit er nog niet zo ver naast, maar de manier komt een beetje over alsof hij al weet dat wat hij zegt tevergeefs zal zijn.

De Nederlandse cultuur is erg individualistisch geworden. Normaal zou dat staan voor dat iedereen moet vechten voor zichzelf, maar onze maatschappij maakt het voor een heleboel mensen eigenlijk te gemakkelijk.

Ik hoop dat ik met wat nuancerende woorden de generalisaties in mijn reactie tegen ben gegaan.

Wees gegroet,

wouter van den berg

Tijdgeest, Bas Heijne is een meester in het herkennen van de tijdgeest.
De onzekerheid van nu spat van de opiniepagina’s, van Metro tot NRC. Nog niet zo heel lang geleden bestonden deze pagina’s niet en dekten enkele vooraanstaande personen de meningen van grotere groepen. Nu mag een ieder het zeggen, dus zal een ieder het zeggen.
De culturele waarheid is krimpende naar de grootte van één individu. We weten maar al te goed dat deze transitie al decennia geleden is ingezet. Het individu is bezig zich los te maken van de gemeenschap, vice versa. We zagen al de dominee veranderen in cabaretier, een bondscoach gewisseld worden door de kijker, een kroonprins de nationale polonaise inzetten, de minister-president uitgewisseld worden met Harry Potter en de producent consument worden, vice versa.
Het schokkende is dat Nederland hierin, samen met nog enkele Noord-Europese landen, voorop loopt. Schokkend omdat ik hier niemand over hoor. De mist van het klagen hult ook de columnisten in een behaaglijke blindheid, blijkbaar.
Onzekerheid hoort bij een transitie. Bij een kind zouden we het een groeistuip noemen. Deze maakt huilerig, dreinerig. De logische onzekerheid die ontstaat op het moment dat ik het als individu werkelijk voor het zeggen krijg is groot en brengt afweerreacties met zich mee, die zich vooral uiten in klagerij. Echter, de gemeenschap als drager van mijn identiteit wil ik allang niet meer terug, het kan ook niet meer. Dat we in dit proces al verder zijn dan we vaak beseffen blijkt uit de enorme intellectuele weerstand voor types als toen de heer Fortuyn en nu mevrouw Verdonk. Wat mevrouw Verdonk wil is tot mislukken gedoemd, omdat het gewoonweg te laat is. Zij wil graag nog voedingsbodem geven aan die afweerreacties. Wat je krijgt is een ontzettend gekanker van mensen die achteraan de stoet lopen. De tijdgeest is, helaas voor haar, reeds voorbij getrokken.
Schopenhauer’s “Wille zur Macht” ontketent nu krachten die niet langer bestemd zijn voor groepen maar voor het individu. Door de afweerreacties zullen we heen moeten kijken, deze zullen gaandeweg versterven.
Op weg naar de volgende sociologische transitie: van waarden gebaseerd op conceptuele liefde naar waarden gebaseerd op functionaliteit. We gaan dan zien dat we (losgemaakte individuën) elkaar kunnen versterken omdat we elkaar werkelijk nodig hebben en niet dat we dit doen uit ideologie, medelevendheid, loyaliteit, naastenliefde en andere egostrelerij. Niet intelligentie staat liefde in de weg. Intelligentie = liefde. Het (fysieke) hormonentijdperk dan definitief achter ons latende.
Wel nu, eerst deze nog heelhuids zien door te komen. Kon nog wel eens duren.