*

Onthullingen in het winkelmandje :: nrc.nl

Onthullingen in het winkelmandje

Een  psycholoog van de Erasmus Universiteit heeft  geconstateerd dat mensen die met een mandje winkelen meer geneigd zijn zoetigheid te kopen. Zijn verklaring is dat er een associatie is tussen iets met je arm naar je toe brengen en een directe beloning krijgen. Het buigen van de arm zou onbewust toenaderingsgedrag uitlokken, zoals het oppakken van iets lekkers.

Het lijkt  een beetje gezocht, dat tweerichtingsverkeer tussen brein en arm. Een zwakheid is dat de observaties alleen zijn gedaan bij de kassa. De zoetigheid bij de kassa is maar een fractie van wat er gekocht kan worden: vooral kauwgum en repen als ik het goed heb. Dus dat zegt nog helemaal niets over wat er elders in het mandje of winkelwagentje geladen is aan onweerstaanbare stroopwafels, gevulde koeken, drop, chips en andere zoutjes, ijsjes en taart.

Ik kan me dan ook allerlei andere verklaringen voorstellen bij de observatie dat mandjes bevorderlijk zijn voor het snoep kopen – aannemend dat de observatie klopt. Snoep kopen, zeker in grote hoeveelheden, is toch iets dat mensen liever verbergen. Er hangt iets schaamtevols en eenzaams omheen. Dat lijkt me eerder een reden om snoep in een mandje te verzamelen, want daar kun je het nog een beetje voor andersmans blikken verborgen houden. In een winkelwagentje staan al die zakjes en rolletjes veel meer bloot aan mogelijk afkeurende blikken. Maar je kunt ook verzinnen dat snoep als troost wordt gekocht door iemand die zich onveilig of onzeker voelt. Dan lijkt een winkelmandje, dicht bij je, iets troostrijks, meer dan een karretje. Of misschien zijn mensen die snoep kopen wel zo beducht voor hun eigen snoepneigingen dat ze juist een mandje nemen om niet te veel te kopen. Of zijn snoepkopers vooral oude dametjes die geen karretje willen voortduwen? En hoe zit het in supermarkten waar geen karretjes meer zijn maar een soort mandjes die je of kan rollen of dragen?

Over dit soort zaken kun je eindeloos speculeren.  Er is maar één manier om hier achter te komen en dat is door scherp geformuleerde toetsbare hypothesen die goed onderzocht worden. Welke factoren gedrag sturen, zeker als het gaat om snoep of andere ‘lege’  voedingsmiddelen, is een te belangrijke vraag om zo in het vage te laten.

Of de Rotterdamse wetenschappers zich hier verder over buigen, weet ik niet. Maar ondertussen kunnen we wel een klein onderzoekje doen onder de lezers van dit blog. Dus een vraag aan u: Koopt u makkelijker snoep of versnaperingen (zoet en zout) als u een mandje draagt dan als u een winkelwagentje voortduurt? En zo ja, hoe komt dat?

Geplaatst in:
Algemeen
wereld
Lees meer over:
consumentengedrag
voedsel
voedsel; boodschappenel

30 reacties op 'Onthullingen in het winkelmandje'

Gerrit de Jonge

Nee. Ik rook en drink. Naast bier en wijn, ook zoete dranken als vruchtensap en frisdrank. Die pakken en flessen zijn me veel te zwaar voor in een mandje. Zoutjes bij de drank koop ik in grote verpakking.

Ernst Kers

Hebt U gecontroleerd of de betreffende psycholoog niet dezelfde onderzoeksmethode gebruikt als zijn collega Diederik Stapel in Tilburg? Ik geloof er niets van dat dit klopt. Wat mijzelf betreft, ik winkel altijd met een mandje en koop nooit snoep.

Reinaert de Vos

Ik bestel online: dan is het heel makkelijk om jezelf niet te laten verleiden om snoep en zoutjes te kopen omdat je achteraf nog even je mandje kan controleren en alles weer makkelijk kunt verwijderen, in tegenstelling tot in de echte supermarkt.

Bernard Weiss

Als ik een mandje draag koop ik juist zo min mogelijk, en probeer ik mijn verblijf in de super zo kort mogelijk te houden. Die mandjes zijn bar onhandig, in vergelijking met een karretje.

Verder wordt ik ontzettend hufterig bij de vleesafdeling…

Lisa de Wit

Vanwege een flinke daling in het inkomen zijn we twee jaar geleden overgestapt van wagentje naar mandje. Eén ding is wel duidelijk: we zijn veel kritischer geworden.

Een wagentje nodigt uit tot veel meer boodschappen. Een mandje is veel zuiniger. Bovendien zijn we geen snoepers.

john Jansen

Volgens mij is hier sprake van een spurieus effect; zowel het winkelen middels een mandje en het kopen van zoetigheid worden door iets anders veroorzaakt.

Mijn hypothese is dat gestructureerde kopers (met een lijstje in de hand bijvoorbeeld 1 of 2 keer per week winkelen) vaker gebruikt maken van een wagentje en geen behoefte hebben aan zoetigheid (staat immers niet op het thuis samengestelde lijstje). Ad. hoc. winkelaars daarentegen pakken een mandje en grijpen wat zoetigheid mee. Nodig ad. hoc. winkelaars uit met een wagentje te shoppen zullen ze nog steeds zoetigheid inslaan. Nodig sturucturele winkelaars uit met een mandje te lopen, wordt de zoetigheid nog steeds overgeslagen.

Welke methode is hier gevolgd? Alleen observeren? Dan deze psycholoog ontslaan wegens onprofessioneel gefreubel en een experimenteel psycholoog inhuren. Sommige dingen kan je gewoon niet middels observeren uitvogelen. Wie weet is er gewoon van alles en nog wat geobserveerd en daar dan achteraf een mooie theorie bij verzonnen, what else is new. Mischien ging het hier om een mislukte afstudeeropdracht waar de docent dan toch nog maar een artikeltje uit perst. In ieder geval kan een associatie tussen armbeweging en zoetigheid beter in een laboratorium onderzocht worden.

Daphne Meijer

Er gaan jaren voorbij zonder dat ik een karretje nodig heb voor mijn boodschappen. Zou ik andere zaken kopen als ik een karretje zou gebruiken? Ik geloof er niets van.

De crux zit volgens mij in het aankoopgedrag vlak bij de kassa.

Mijn hypothese zou zijn dat iemand met een gezin, die voor meer dan twee personen boodschappen doet, een karretje neemt, en snoep in grote verpakkingen uitkiest. Een koper met een eenpersoons, dan wel tweepersoonshuishouden loopt met een mandje. Voor die ene consument of die twee personen ga je geen grote zak marsen kopen, of een megaverpakking met twaalf zakken Fisherman’s Friend, of vijftien pakken kauwgom. Eén pakje kauwgom, één marsje, één doosje wybertjes volstaat.
Vandaar de aankoop aan de kassa, want daar liggen de enkele stuks. Zouden ze ergens anders in de winkel te vinden zijn, dan was de uitslag vast heel anders.

Renate Kwant

Rare theorie. Als je het omkeert lijkt het alsof te kopen snoep (onbewust) meespeelt bij het kiezen voor een mandje of een karretje. Ik neem meestal een mandje omdat ik voor mezelf boodschappen doe en koop zelden snoep. Wagentjes zijn voor als ik bezoek krijg en veel inkoop. Daar is dan overigens ook zelden snoep bij.

Niels Taatgen

Mandje = klein huishouden, karretje = groot huishouden.
Snoep bij de kassa = kleine verpakkingen, snoep in de supermarkt = grote verpakkingen.

Esther

Daarom bestellen steeds meer mensen snoep online.

Peter Barendse

Ik winkel altijd met een mandje, en ik koop zeer zeer zelden snoep.
Uitzonderingen bevestigen de regel soms, maar bij dit artikel lijkt het criterium ‘pseudowetenschap’ nog te hoog gegrepen.

Gea v.d. Pol

Een onderzoek naar onderzoek door psychologen: dat lijkt me zinnig. We hebben net het démasqué van de vleeseters-zijn-hufters gehad en dan nu dit. Er is alleen naar kassakoopjes gekeken(en alleen naar aankopen in de supermarkt) en daarmee kan dit onderzoek sowieso de prullebak in omdat het onvolledig is. Er is geen deugdelijk verband vastgesteld tussen snoepen en het gebruik van een mandje versus een wagentje en dus heeft het ook weinig zin om daarover verder te speculeren.
De universitaire wereld schreeuwt moord en brand over bezuinigingen maar als je eens optelt hoeveel van dit soort flauwekulonderzoeken er worden gepubliceerd (of misschien moet je met de afgang van Roos Vonk & co zeggen: hoeveel persberichten er verschijnen over onderzoek dat zou zijn gedaan)dan kan er volgens mij heel wat worden bezuinigd. Je ziet dat de steun voor de wetenschap afbrokkelt en dat wordt door dit soort nonsens ook wel erg in de hand gewerkt. Hoog tijd voor de hand in eigen boezem en de bezems er eens flink doorheen.

Maria Pekelharing

Weer een psycholoog die zo nodig moet publiceren om zijn cv op te leuken, maar in die constatering kan ik me niet vinden. Ik heb een bloedhekel aan winkelen, en gebruik doorgaans mandje noch karretje, maar prop alles in mijn armen, tenzij het volume dat verhindert. En verder ben ik geen impulskoper, maar ga doelgericht tewerk, en laat me niet verleiden door zoet of zout, dus op mij niet van toepassing.

Marinus van Maanen

Repen en rolletjes vallen makkelijk door de tralies
van die karretjes , en dat is niet zo voor de mandjes

B. de Vries

Doorgaans gaan mensen 1x / week de meeste boodschappen halen. Een grote car voer.
Als men tussendoor zin heeft in iets extra’s of lekkers, bijvoorbeeld na een zware werkdag, neem je een mandje. Sneller bij de kassa en geen zware pakken melk, aardappelen en grote pakken WC papier, alleen een lekker toetje, chips en een zak dropjes.
Is het effect van de sleepmandjes op zoetaankopen al onderzocht? Stapel heeft wel tijd over…

Bert de Vries

Winkelwagens gebruik ik alleen als ik thuis een etentje organiseer, en ik dus meer eten & drinken nodig heb. In het karretje verdwijnen dan allerhande lekkernijen die ik (alleenstaande) gewoonlijk niet of in mindere mate in huis zou halen, inclusief wijn, gezouten noten, olijven en dergelijke. Winkel ik alleen “voor mezelf”, dan haal ik zulke zaken niet in huis.

Uit ervaring weet ik dat het me aan zelfdiscipline ontbreekt als ik grote verpakkingen met koekjes, zoutjes en dergelijke in huis heb – ik verorber ze dan allemaal en in korte tijd. Mijn zelfbeschermingsstrategie is het vermijden van zulke aankopen. Als “beloning” voor het volhouden van deze aankoopdiscipline trakteer ik me vervolgens een of twee keer in de week op een kleine reep kwaliteitschocola. En die verdwijnt inderdaad in het mandje.

Arjen Kamp

Ik winkel 1 keer per week, dat moet dus wel met een wagentje, en met een thuis samengesteld boodschappenlijstje. Mensen met een mandje zijn vermoedelijk aan het shoppen voor 1 a 2 dagen, en hebben vast minder vaak een lijstje bij zich. Impulsaankopen zijn waarschijnlijker als je zonder lijstje winkelt. Snoep is vaak een impulsaankoop.

R Visser

Waarom gewoon subsidie niet geheel stoppen op onderwijs?

Patrick

We hebben het hier over statistieken. En de essentie van afleidingen uit statistieken is dat de onderzoeker de ware oorzaken niet kent. Daarover speculeren heeft weinig zin; je geeft alleen maar wat van je eigen wereldbeeld bloot (zoals associatie snoep = schaamte en eenzaamheid; heu?). En da’s dan weer wel interessant.

Jaap de Boer

Heel erg plausibel deze hypothese aangezien in eerder onderzoek van Stapel ook al is vastgesteld dat verkeersregelaars en mensen die liften veel slechtere tanden hebben dan mensen die met een winkelwagen hun boodschappen doen, hun slechte adem isoleert hen verder in de maatschappij en dit leidt weer tot zware dwangneuroses . Dit scheen er dan wel weer vanaf te hangen of de produkttoenadering met de hand aan de voorkant van het lichaam of aan de achterkant plaatsvindt, mensen die meer achterhands hun winkelmandje vullen hebben meer kans op sexuele afwijkingen zoals poepseks en brengen meer tijd door op de huishoudmiddelenafdeling van de supermarkt. In de controlegroep achterhandse toenadering bleek ook meer kindersterfte plaats te vinden door de grotere hoeveelheid wc reiniger in de keuken. Overigens werd aan de hand van een onderzoeksrapport van Jeugdzorg vastgesteld dat kindermisbruik en mishandeling hoger was in deze groep. Iets wat in de groep voorwaartse toenadering lager was door hogere dopaminewaardes en daardoor hogere tevredenheid, de ADHD coefficent was dan wel weer iets hoger bij de onmishandelde kinderen van verkeersgregelaars.
Volgend maand komt Diekstra dacht ik met een verdere uiteenzetting over PTSS in relatie tot winkelwagens en agressief enkelrijden, pfew.

Ed Rook

Deze onderzoeker moet een vrouw zijn, want welke vent wil zich bezighouden met winkelmandjes.

Wat mijzelf betreft: als ik de stapel winkelmandjes zie word ik
al moe, laat staan dat ik er een moet drsgen. Ik neem dus altijd iets waar wieltjes onder zijn en als bij de kassa blijkt dat er niets in de wagen zit, soit.

dorine peer

Gezonde reacties op “hufterig” wetenschappelijke onderzoeken.

Bram Van den Bergh

Aan iedereen die zich erg kritisch uitlaat over mijn onderzoek: misschien moeten jullie het originele rapport lezen vooraleer boude stellingen te verkondingen? Mijn onderzoek staat vooralsnog gratis te downloaden op de website van het wetenschappelijke tijdschrift (zie: http://www.marketingpower.com/AboutAMA/Documents/JMR_Forthcoming/emobodied_myopia.pdf). Ik sta open voor opmerkingen maar liefst wel gefundeerd, want zowel de kritiek van Louise O. Fresco als van sommige anderen zijn kort door de bocht. Als je na het lezen van het artikel nog kritische opmerkingen hebt dan hoor ik het graag. Wetenschap gaat net vooruit door een kritische blik. Maar die kritiek moet wel terecht zijn.

Josefien Wouda

Ongetwijfeld collega van Stapel. Kijk, dat thesisbegeleiders dit accepteren is al treurig genoeg, maar dat de PR afdeling van de Erasmus universiteit dit in een persbericht naar buiten durft te brengen als een novum op wetenschappelijk gebied is wellicht nog ernstiger.

Gerrit de Jonge

@23 Bram van den Bergh,
Alvorens te reageren op uw artikel stel ik dat ik niet mee doe met de reageerders die de vraagstelling niet interessant vinden. Als bioloog ben ik gewend aan artikelen waarvan niemand het nut en de noodzaak inziet. Darwin himself heeft 7 jaar verspild aan eendenmossels en voor mij mag u het baltsgedrag van de tweestipsgrootoogkortschildkever onderzoeken. Ik beperk me tot een enkele vraag, een alternatieve verklaring voor uw waarneming en het onderwerp van deze discussie: het winkelmandje.

Misschien heb ik het artikel niet goed begrepen, en had ik er meer tijd aan kunnen besteden, maar het is al heel wat dat ik meer heb gelezen dan de samenvatting. Ik heb begrepen dat u argumenten zoekt ter ondersteuning van de theorie dat armbuiging het gedrag beïnvloedt. Het is me niet duidelijk of u met armbuiging bedoelt dat het winkelwagentje met gestrekte arm wordt voortgeduwd, en het mandje met gebogen arm wordt gedragen. Als u dit niet bedoelt, dan begrijp ik het onderzoek niet. Immers, als het om de armbuiging gaat die nodig is om snoepgoed te pakken, dan gaat die buiging vooraf aan het pakken, en is de begeerte gewekt vóór de armbuiging. De eerste vraag is dus of ik goed begrepen heb om welke armbuiging het gaat.

Een andere vraag vloeit voort uit het koopgedrag van mijn vrouw. Zo eens in de twee weken gaan we naar de supermarkt om onze provisiekamer met gangbare producten aan te vullen. Daaronder vallen geen bon-bons, taartjes, koekjes en andere lekkernijen voor bij de thee of de koffie. Voor die producten gaat mijn vrouw doorgaans even naar de supermarkt als we op ziekenbezoek moeten, gasten verwachten, of zelf iets voor een gastvrouw moeten meenemen die niet van wijn en bloemen houdt. Dit soort inkopen wordt even snel gedaan, en daarvoor pak je een mandje. Uw onderzoek bevestigt dat mandjesmensen korter in de supermarkt vertoeven dan de winkelwagenmensen. De tweede vraag is dus of u de door u bestudeerde mensen hebt gevraagt met welk doel ze eigenlijk naar de supermarkt zijn gegaan.

Bram Van den Bergh

@25 Gerrit de Jonge

Ik denk dat je de opzet van mijn onderzoek goed hebt begrepen. Mijn onderzoek gaat helemaal niet over mandjes of karretjes maar eerder over hoe lichaamsbewegingen je denkprocessen beinvloeden. Dat mijn onderzoek negatieve reacties uitlokt bij de publieke opinie heeft onder meer te maken met journalisten en bloggers die niet de tijd nemen om de bron zorgvuldig te checken en mijn onderzoek foutief voorstellen, wat ik ten zeerste betreur. Ik heb aan dit artikel enkele jaren hard gewerkt en heeft de kritische blik van anonieme reviewers moeten doorstaan. Dat het dat gratuit te grabbel wordt gegooid is dan ook pijnlijk. Laat me proberen een antwoord te geven op je vragen.

Er zijn bepaalde omgevingsfactoren die ervoor zorgen dat je een bepaalde lichaamshouding aanneemt. Bijvoorbeeld, je duwt een karretje en doet dat “meer dan waarschijnlijk” met gestrekte arm of je draagt een mandje en buigt “meer dan waarschijnlijk” de arm. Een mandje dragen zal volgens de theorie alleen effecten teweegbrengen als de arm gebogen is en niet gestrekt. Een karretje duwen zal alleen maar effecten ressorteren als de arm gestrekt is en niet gebogen. Zulke nuances (het gaat niet per se over karretjes/mandjes) worden natuurlijk volledig ondergesneeuw in krantenartikels of blogposts. Je begrijpt dus goed dat het niet gaat om mandjes en karretjes, maar om de lichaamsbewegingen op zich.

Om duidelijk te maken dat het gaat over de armbeweging en niet over mandjes en karretjes hebben we dan ook allerlei variabelen opgenomen in ons statistisch model. We hebben niet gemeten met welk doel mensen gaan winkelen, maar wel of ze lang/kort in de winkel zijn, of ze veel/weinig kopen etc. Natuurlijk is het zo dat mensen met een mandje minder kopen, minder uitgeven en minder lang in de winkel zijn. Maar zelfs als we voor die verschillen controleren, blijkt dat het verschil in aankoop van zoetigheid aan de kassa niet verdwijnt. Natuurlijk, die observatie is een correlatie en daarmee heb ik nog geen causaliteit aangetoond. Daarom hebben we ook experimenteel onderzoek gedaan en gevraagd aan proefpersonen om in ons labo keuzes te maken tussen paren van producten terwijl ze met gestrekte arm een karretje duwen of met gebogen arm een mandje dragen (zie voor plaatje helemaal achteraan mijn artikel p.50 http://www.marketingpower.com/AboutAMA/Documents/JMR_Forthcoming/emobodied_myopia.pdf ). Uit dat experimenteel onderzoek blijkt dat mensen met een ‘mandje’ meer zoetigheid kiezen dan mensen met een ‘karretje’, hoewel ze evenveel keuzes moeten maken, evenveel plaats of ruimte hebben in hun mandje/karretje, ongeveer even lang keuzes maken etc.. De vier daaropvolgende experimenten komen tot gelijkaardige conclusies zonder gebruik te maken van mandjes en karretjes, maar gewoon door te vragen of mensen hun arm willen strekken of buigen.
Ik hoop dat ik hiermee een duidelijk antwoord gegeven heb op je vragen: “Het doel” van naar de supermarkt te gaan (veel inkopen voor een week versus een aantal kleine inkopen) speelt volgens mij geen cruciale rol in mijn bevindingen, maar ik kan me vergissen. Ik denk dat dat voer is voor vervolgonderzoek :-) Dank voor de kritische blik!

Ed Rook

Ik heb mijn (kritische) blik toch even gericht op het winkelmandje en ga mee met de vooronderstellingen van de onderzoeker.

Stel ik sta tegenover een knappe vrouw en sla mijn arm om haar slanke middel terwijl ik daarbij mijn arm naar mij toe beweeg. Er is bewust of onbewust sprake van toenaderingsgedrag.
Ik beweeg mijn arm nog dichter naar mij toe. De vrouw, die nog geen enkele armbeweging heeft gemaakt, begrijpt toch dat hier een urgentie van een wens naar beloning is.
Mijn wens ondersteun ik nu en fluister zacht in haar oor met zoetgevooisde stem: ik hou het niet langer ….. geef me een marsreep ……daar is mijn winkelmandje.

Conclusie:
In den beginne liep er gewoon al snoep rond (Adam en Eva) en daarom hebben we nu zoveel miljard inwoners op aarde.
Maar soms is dat snoep niet bereikbaar en zoeken we compensatie in de buurtsuper.
Het hele gedrag ligt dus vast in onze basale hersens en onze genen.
En als je niet wil aankomen dan weet je wat je te doen staat.

Gerrit de Jonge

@26 Bram van den Bergh,
Met deze wat late reactie dank ik u voor uw uitgebreide en bevredigende antwoord. Het geeft altijd weer voldoening om te zien hoe bijna-collega’s elkaar goed begrijpen (ik ben etholoog en uw onderzoek had best door een etholoog bedacht kunnen zijn). Het is ook duidelijk dat het “onderzoek” van Stapel schril afsteekt bij het uwe en dat veel reacties hierboven onverdiend zijn. Veel succes met uw onderzoek.

@27 Ed Rook,
U steekt iets te veel de draak steekt met dit onderzoek, alhoewel het onlangs ook mij met enkele collega’s aan wie ik de resultaten voorlegde tot een geanimeerd borreltafeldebat heeft geïnspireerd. In hun vrije tijd zijn biologen heel goed in leuteren. Doordat sommige biologen de evolutie voor waar aannemen, kwam het gesprek niet op Adam en Eva, maar op de vraag welke voordelen het rechtoplopen de mens heeft opgeleverd. Aan de minstens 20 verschillende verklaringen daarvoor konden we toevoegen dat de mensen daardoor hun armen konden buigen waardoor ze allerlei leuke dingen konden doen, zoals baby’s in de armen meesjouwen, voedsel vervoeren, manueel met de andere sexe communiceren e.d. De associatie tussen armbuigen en welbehagen was zo gelegd, en het zal onderhand best zoals u veronderstelt door de genen geprogrammeerd zijn. Helaas kwamen we er niet uit in welke volgorde het armbuigen en het lol eraan beleven is ontstaan. De causaliteit ontbrak dus, maar de associatie lijkt onmiskenbaar. Helaas hebben we geen toetsbare hypothesen ontwikkeld.

d. consument

Als ik elke dag boodschappen doe koop ik elke dag een zakje snoep of nootjes voor op het werk. Als ik eens in de week boodschappen doe koop ik eens een in de week een paar zakjes snoep of nootjes voor op het werk, maar 5 zakjes lijkt dan al snel heel veel. Met een wagentje zal ik dus veel minder snoep en nootjes kopen.

Ed Rook

@Gerrit de Jonge nr. 28:

Het was niet de bedoeling de draak te steken met dit toch serieuze onderzoek, maar een “pakkend” voorbeeld maakt iets soms begrijpelijker.
Eigenlijk wilde ik de laatste zin van mijn voorbeeld als volgt schrijven maar gelukkig heb ik dat niet gedaan want dan was het nooit door de commissie van goede werken van NRC Handelsblad gekomen: ik hou het niet langer ……. wil je mijn marsreep ……. in je winkelmandje.
Ik heb dit dus niet geschreven NRC, alhoewel het causale verband dan veel duidelijker zichtbaar was geweest.

Het argument van d.consument nr 29 is ook steekhoudend. Een mens kan beter plannen op korte dan op lange termijn, daarom is het momenteel zo’n rotzooitje met de economie en de schulden van de landen ondanks al die knappe economen die de crisis van 2008 niet hebben zien aankomen, behalve dan de macro-econoom van BNR.
Ik heb dan ook in 2007 (toen hij het al zag) mijn hele belegde vermogen contant gemaakt en geniet nu van de crisis.
Een crisis is nl. reinigend en nuttig voor een samenleving en een dubbele helemaal, maar je moet natuurlijk geen verlies hebben op de beurs.