Duurder brood

De protesten in Tunesië zijn zo begonnen. Ook die in Egypte hadden ermee te maken, en eerder al die in Haïti – de stijging van de voedselprijzen is niet de oorzaak, maar wel de aanleiding voor veranderingen met potentieel wereldschokkende gevolgen. Voor de tweede keer in een paar jaar stijgen de prijzen. Alom wordt geroepen om maatregelen.

Ook nu weer vormen de voedselprijzen een dankbaar onderwerp voor politieke obsessies en halve waarheden

Altijd al zijn politici gevoelig geweest voor de effecten van de prijs van basisvoedsel. Niet alleen de Romeinen subsidieerden brood (en spelen), talloze regimes deden en doen het – let wel, zelden uit mededogen voor de armsten, maar uit angst voor destabilisatie. Altijd al heeft de prijs van brood, of rijst, of vlees, gediend als een symbolische reden voor protest tegen machtswellust door degenen die geen democratische mogelijkheden hebben om hun stem te laten horen.

Net als een hongersnood is de snelle verhoging van de voedselprijzen zelden of nooit het gevolg van één gebeurtenis. Ze is het resultaat van de samenloop van uiteenlopende omstandigheden, zoals slechte oogsten, handelsbarrières – al of niet door oorlog of protectionisme – en speculatie. Vaak, bijvoorbeeld tijdens de beruchte Boston Bread Riots uit het begin van de achttiende eeuw, gebeurde dat doordat handelaren graan opsloegen of exporteerden, in de hoop op nog hogere prijzen. Als reactie vielen arbeiders warenhuizen en schepen aan, wat nog meer onrust en speculatie veroorzaakte.

Ook nu weer vormen de voedselprijzen een dankbaar onderwerp voor politieke obsessies, halve waarheden en grove generalisaties. Econoom en Nobelprijswinnaar Paul Krugman, toch niet de eerste de beste, beweerde in The New York Times van 6 februari dat de schuld ligt bij de extreme weersomstandigheden, vooral in Australië en Rusland. Die zijn op hun beurt weer het gevolg van klimaatverandering. Zijn conclusie luidt dat we een voorproefje krijgen van de maatschappelijke ontregeling die ons wacht bij het opwarmen van de aarde. Het zal, zegt hij, allemaal veel erger worden.

Los van de vraag hoe je maandelijkse weerpatronen op een locatie met de toename van broeikasgassen in verband kunt brengen, klopt zijn verhaal niet. De recente overstromingen in Australië hadden niet plaats in de zone waar graan of voer wordt verbouwd. De branden in Rusland hadden wel effect op de Russische graanproductie, maar Rusland beïnvloedt nauwelijks de prijs op de wereldmarkt.

In de meest eenvoudige zin is een prijsstijging het gevolg van een gebrek aan evenwicht tussen aanbod en vraag. Dat de vraag stijgt, door de groeiende wereldbevolking en de toename van de consumptie, vooral van dierlijke producten, kunnen we ook voor de komende decennia vrij nauwkeurig schatten. De stijging van de productie is een antwoord op de groeiende vraag. Daar zit altijd een zekere vertraging in, omdat het minstens één seizoen kost om meer voedsel te verbouwen of dieren op te kweken. Toch hoeven we niet te vrezen dat het voedselaanbod structureel achterblijft bij de vraag, of dat de prijzen torenhoog worden. Niet alleen kan de productie per hectare in het grootste deel van de wereld nog aanzienlijk groeien, zelfs zonder gebruik van biotechnologie, hier en daar is ook nog land beschikbaar van goede kwaliteit, bijvoorbeeld in de voormalige Sovjet-Unie.

Wat het ingewikkeld maakt, is dat de prijs ook een functie is van verwachtingen voor de toekomst en van de voorraden – die inderdaad zijn gedaald. Handelaren sluiten contracten af voor toekomstige oogsten. Bedrijven die voedsel als grondstoffen gebruiken, proberen zich in te dekken door prijsafspraken. Daardoor gaat het niet alleen om het verhandelen van de – opgeslagen – oogst, maar ook om het verhandelen van opties op graan tegen een bepaalde prijs, dus van onzekerheden. Dat is lucratiever naarmate de markt onvoldoende transparant functioneert.

Dat opent de deur voor speculanten. In navolging van het bankwezen worden zij nu afgeschilderd als de grote boosdoeners. Nicolas Sarkozy spreekt van „afpersing” door handelaren. Ook staatssecretaris Bleker wil speculanten op de wereldmarkt aanpakken. Het is ferme taal, die weinig effect zal hebben, onder meer doordat de rol van speculanten op de lange termijn klein is. Een principiëler punt is dat prijsstijgingen niet alleen zorgwekkend zijn, maar ook nodig om investeringen in de landbouw te stimuleren. Het is vooral de volatiliteit, de prijsschommeling, die producenten ontmoedigt, ruimte biedt voor speculanten en de armen onevenredig treft, doordat prijsdalingen niet worden doorgegeven.

De laatste vijftig jaar zijn de voedselprijzen systematisch gedaald, tot hun dieptepunt aan het begin van dit millennium. Die periode van daling en extreem lage prijzen lijkt nu tot een einde te komen, al zijn de huidige correcties relatief bescheiden. Politici creëren alleen onnodige paniek, door elkaar na te praten.

De broodprijs blijft een symbool voor ontevredenheid, niet alleen in Noord-Afrika, maar ook in Nederland. Roepen dat ons brood duurder wordt zonder uitleg over de grote verbeteringen in ons voedselpatroon, zoals RTL Nieuws geregeld doet, is even misleidend als het blindelings beschuldigen van speculanten.

Geplaatst in:
Algemeen

6 reacties op 'Duurder brood'

peter klein

U zegt toch, dat de voedselprijscrisis te maken heeft met een lokale weertegenslagen, en de algemeen toenemende welvaart in landen als China en India?
okee.

J. van Greven

De belangrijkste oorzaak van duurder voedsel is toch wel het feit dat tegenwoordig olie- en voedselprijzen aan elkaar gekoppeld zijn. De belangrijkste oorzaak ligt in de V.S., waar een subsidie programma voor het gebruik van maisolie als brandstof bestaat. Zodra de prijs van olie stijgt, stijgt ook de prijs van mais, en als gevolg daarvan ook de prijs van andere granen. Overigens is de EU ook medeschuldig aan deze koppeling door de promotie van het gebruik van biodiesel.
Dit was net voor de crisis het geval en nu weer. Twee jaar geleden kon een speculatieve oorzaak van de olie prijsstijging verondersteld worden. Nu is dat nog minder duidelijk dan destijds. Tot op dit moment zijn de economen er nog niet uit of de olieprijssijging speculatief was of niet. Feit is wel dat na de voedselprijsstijging een aantal olieproducerende landen als reactie daarop overgegaan zijn op een enorme “landgrab” in afrika en andere delen van de wereld en tegelijkertijd de prijs van olie weer omlaag ging.

Als politici iets aan het speculatieve kerakter van de voedselprijsstijging willen gaan doen, kunnen ze het beste het biodiesel programma stopzetten, en energie en voedsel voorziening gescheiden markten houden. Het vraagt wel medewerking van de VS, en wellicht ook van Brazilie, wat i.m.h.o. een bijna onmogelijke opgave is. Het betekent evenwel dat anders voor elke liter benzine die we verrijden (verplicht bijmengen met biobrandstoffen) we ergens anders op de wereld het eten duurder maken.

W vd Velden

Haha, Peter Klein probeert even te controleren of Fresco niet durft te zeggen dat het door ge gevolgen van klimaatverandering komt dat er nu voedselprijsstijging is. Fresco durft het dus niet te zeggen, maar het is wel het geval.
Maar dit is natuurlijk een prachtige aanleiding om de discussie te starten. Recorddroogte in Chinees graangebied, na rampzalige droogte en bosbranden in Rusland. (Ook in het Amazonegebied, maar zonder directe invloed op de voedselproductie, maar wel met grote bossterfte en veel CO2-uitstoot.) Ontwrichtende overstromingen in vele gebieden in de wereld, Australie, Pakistan, Togo. Allemaal klimaatverandering, opwarming van de Aarde.
Fresco durft het niet te zeggen, maar ze denkt het wel.

Karin Vaneker

“Ook nu weer vormen de voedselprijzen een dankbaar onderwerp voor politieke obsessies, halve waarheden en grove generalisaties.”

Het Romeinse Rijk bestond minstens duizend jaar. Tijdens die periode zijn de eetgewoonten van de Romeinen aanzienlijk veranderd. Bovendien hebben de Romeinen de ‘landbouwmethodes’ en ook de eetgewoonten van andere culturen sterk beïnvloedt en doen dat nog. Alleen al daarom zijn de gewoonten en invloed van de Romeinen sindsdien in wetenschappelijk opzicht stukken beter (ofwel genuanceerder) bestudeert.

“Niet alleen de Romeinen subsidieerden brood (en spelen), talloze regimes deden en doen het – let wel, zelden uit mededogen voor de armsten, maar uit angst voor destabilisatie.”

De bovenstaande generalisatie is, alleen al gezien de periode die het Romeinse Rijk heeft bestaan, aanleiding voor een stel vragen bijvoorbeeld:
Sinds wanneer subsidieerden de Romeinen “panum”?
Welk soort “panum” ons tarwebrood of brood van andere granen?
Welke maatregelen troffen ze voor de subsidie?
Wat at het Romeinse volk ten tijde van, en voor de subsidie werd ingevoerd? Vooral brood of ook andere basisvoedingsmiddelen?

Ook het Christendom is ten tijde van het Romeinse Rijk ontstaan.
Het uitdelen van brood speelt een grote rol binnen het Christendom.
Waarom? Wat predikt het Christendom? Wie waren de leiders van het Christendom?

Mijn bescheiden mening: vergeleken met een aantal andere basisvoedingsmiddelen van een aantal oudere culturen, is het uitdelen van ons soort brood een redelijk nieuwerwetse traditie. Bovendien heeft het woord meerdere betekenissen, waardoor met name inzake de geschiedenis ofwel het uitdelen van ‘brood’ (lees: basisvoedsel) aan het volk, met name in populair geschreven literatuur, lectuur en de media chronisch verwarring bestaat en ontstaat.

Maria Pekelharing

Voedselprijzen hebben te maken met speculatie, speculatie met vraag, en vraag met taboe nr 1, namelijk overbevolking. Zolang het bestrijden daarvan niet bovenaan de agenda’s staat geldt het adagium: minder mens met meer mensen, en omgekeerd eveneens.

harm evert waalkens

Ter zake deskundig en to the point legt mevrouw Fresco de vinger vaak op een gevoelige plek.
In haar laatste column: “Duurder brood” stelt mevrouw Fresco dat door de vraag naar voedsel het aanbod altijd zal volgen. Hierbij wil ik een aantal aanvullende kanttekeningen maken. In zijn algemeenheid is dit waar. Er is zeker voldoende potentie om de wereld bevolking te voeden. Daarbij moeten markten inderdaad transparant zijn en functioneren, maar het oplossen van de voedsel onzekerheid is meer dan een markt vraag!
Na jaren van schaamteloze verwaarlozing van de landbouw/voedselproductie met name in de ontwikkelingslanden is er nu de bijna onmogelijke opdracht om de snel stijgende wereldbevolking adequaat te blijven voeden. In weerwil van de sterke globalisering van de wereld handel zullen de regio’s dit zelf moeten gaan doen.
Dat laat onverlet dat de internationale gemeenschap hierin niet alleen een grote verantwoordelijkheid heeft, maar ook een enorm belang heeft bij stabiliteit in de regio’s.
Voedselzekerheid staat nu weer hoog op de politieke agenda, zeker naar aanleiding van de sterk gestegen voedsel prijzen, die ook een katalysator zijn van rellen en maatschappelijke ontwrichting.
Hoge voedsel prijzen generen kansen voor de al ontwikkelde landen, maar biedt aan de meer dan 1 miljard mensen, die nu in bittere armoede en honger leven, nog minder perspectief.
Het opzetten van een gemeenschappelijk landbouw beleid voor de Sub Sahara Afrika, het creëren van goed functionerende regionale markten en het delen van de beschikbare kennis zijn daarbij onmisbare onderdelen van een vraag gestuurde internationale samenwerking bij het ontwikkelen van duurzame en eco efficiënte voedselproductie systemen .
Stabiliteit en gedempte volatiliteit van de prijzen, zijn in het belang van boeren, het platteland en de stedelijke bevolking.
Dit is niet weer terug naar sectorale ontwikkelingshulp, maar een adequaat antwoord op de honger en armoede in de wereld.
Nederland heeft internationaal erkende kennis van landbouw en water en het moet dit kabinet menens zijn op deze terreinen haar positie duidelijk te maken.
Hierbij zal de vraag wel het aanbod sturen, in het belang van die 1 miljard mensen, die het volstrekte recht hebben op een eerlijk perspectief.
Harm Evert Waalkens
Finsterwolde

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief