*

De scheiding der geesten :: nrc.nl

De scheiding der geesten

Zomaar, deze dagen, bekruipt je het gevoel dat politiek werkelijk ten diepste persoonlijk is. Natuurlijk, je had altijd al die paar aanhangsters van de feministische leer die in de jaren zeventig verkondigden dat iedere relatie een politieke was. Dus mocht je (als vrouw) niet met je onderdrukker (man) naar bed, want dan hield je de politieke tegenstellingen tussen de seksen in stand. Beha’s waren eveneens uit den boze, want daarmee speelde je maar in op het ‘seksistiese’ vooroordeel van mannen dat vrouwen zich aantrekkelijk moesten maken. Alleen al op esthetische gronden was die onbuigzame opstelling niet lang houdbaar en daarmee verdween ook het rigide adagium ‘persoonlijk=politiek’ uit de schijnwerpers.

In milde vorm is dit denken echter niet verdwenen, al heeft het zich verschoven van persoonlijke relaties naar gedrag in het algemeen. In kringen van de milieubeweging bijvoorbeeld doet een beschaafde versie ervan opgeld: wie T-shirts van eerlijke katoen koopt, organische aardappelen eet en in een Prius rijdt, is beter dan zijn medemens. En omgekeerd, wie zijn afval niet scheidt, laadt de verdenking op zich lui of dom te zijn. Daar zit een zekere logica in. Je bent wat je doet, woorden spreken meer dan daden.

Want de neiging om medeburgers op basis van persoonlijk gedrag en denkbeelden in goed en fout in te delen, is natuurlijk zo oud als de menselijke samenleving. Vul voor politiek godsdienst in en je komt uiteindelijk uit bij de vervolging van ketters. Voor de inquisitie was de kleinste persoonlijke daad – het lezen van een boek of brief – voldoende bewijs van afvalligheid. Het is een van de verworvenheden van de Verlichting dat het persoonlijke juist niet meer politiek hoeft te zijn. Het behoren bij een bepaalde club, geloofsovertuiging of politieke gezindte betekent nu niet dat je je op één bepaalde manier hoeft te gedragen of te denken.

Statistisch kan het zo zijn dat CDA-leden meer krentenbrood eten, of dat D66’ers meer poezen en potkachels hebben, of leden van de openbare bibliotheek meer aan partnerruil doen, maar het is geen individuele plicht om je aan te passen aan wat de meerderheid van jouw club doet. Eigen ideeën worden zelfs aangemoedigd, want in onze samenleving moet je immers jezelf zijn. De politieke keuze is daarmee een uiterst persoonlijke geworden. Het is een besef dat je met vreugde moet vervullen, wetend dat als je in een andere eeuw, of op een andere plaats was geboren, je die keuzes niet had gehad. Dat je uit de toevalligheid van deze bevoorrechte geboorte geen merites mag ontlenen, maar dat je dat juist aan moet zetten tot het garanderen van dezelfde rechten voor anderen, elders ter wereld, is evident.

En dan opeens, vandaag, lijkt dat verlichte standpunt te wankelen. De vrijheid om te denken is een keurslijf aan het worden: iedereen moet nu zijn of haar positie over het regeerakkoord bepalen. Ineens doet het er weer heel erg toe wat iemand van jouw club denkt, en het zet de verhoudingen tussen mensen op scherp. De gedoogsteun van de PVV voor het aanstaande kabinet-Rutte is de lakmoesproef, niet alleen voor de samenleving, maar ook voor de persoonlijke verhoudingen. Het leidt, onverwachts, tot een scheiding der geesten die dwars door eerdere relaties lopen. Je denkt, enigszins naïef, dat de mensen om je heen, zeg maar: van jouw club, wel ongeveer net zo over de dingen denken als jij – met een paar nuances, want ruimte voor individuele gedachten moet er zijn.

Maar dan blijkt dat in de kring van je collega’s en kennissen er volledig uiteenlopend wordt gereageerd op het regeerakkoord. Zo is er J. die ervan overtuigd is dat de dialoog met de PVV-stemmers het hoogste goed is; F. die wel een paar bedenkingen heeft, maar zich opwerpt als degene die wil helpen het gesprek in goede banen te leiden; dan is er A. die binnenskamers niet gelukkig is, maar het hoofd vermoeid in de schoot legt in de hoop op betere tijden.

Voorts heb je C. die eigenlijk buiten zichzelf is, maar die publiekelijk niets wil zeggen, E. die iedereen een meeloper vindt en er niets over wil horen, of de B. die plotseling vindt dat de woorden van de leider van de PVV en zijn helpers toch wel stimulerend zijn.

Ogenschijnlijk lijkt dit op de tegenstelling tussen optimisten en pessimisten. Voor sommigen is het glas immers altijd halfvol, voor anderen halfleeg. Dan winnen de optimisten, want pessimisme is een luxe die je je niet kunt veroorloven. Maar er knaagt toch iets, is dit niet veel principiëler dan halfvolle of halflege glazen? Worden er niet twee dingen met elkaar verbonden die weinig met elkaar te maken hebben? De gevoelde miskenning van vele Nederlanders los je niet op door het stigmatiseren van een andere, islamitische, bevolkingsgroep. En dan vraag je voorzichtig aan al die kennissen: moeten we, de Verlichting indachtig, niet altijd ons verzetten als mensen als groep gestigmatiseerd worden?

Zo zie je dan ineens de mensen die je dacht te kennen in een nieuw licht. Hoe moet je omgaan met iemand die iets heel anders vindt dan jij? Wat het nog moeilijker maakt, is dat al die zo verstandige mensen het beste met het land voorhebben en je bezweren dat hun standpunten redelijk zijn. Daar zit je dan, met een schizofrene kring aan kennissen en collega’s met hun onderling volledig onverenigbare standpunten. Het persoonlijke is politiek en de politiek scheidt de geesten.

Geplaatst in:
Algemeen

5 reacties op 'De scheiding der geesten'

S. Smit

Een mooie column. Ik zou er nog aan willen toevoegen dat er buiten de schijnwerpers veel angst heerst omdat er veel tekenen zijn die aan de jaren dertig van de vorige eeuw doen denken. Tenminste, dat merk ik om me heen.

p.c.van den noort

Misschien is het omgekeerd.Men merkt dat de standpunten verschillen en vindt de politiek uit om dit problem op te losen.Als men een practische methode heeft gevonden kan men zeggen de politiek houdt groep in stand.

De politieke oplossing is wel weer iets apart. Daar zijn vele voorbeelden van te geven .Vechten,wie is de sterkste.Stemmem (2/3 of 50 plus, gedogen)Het vechten kan men laten doen,het stemmen kan men overlaten aan mannen, aan 30- jarigen plus,aan adelijken,aan…)Soms voldoet de methode niet meer

emile vonken

Geachte Mevrouw Fresco

Complimenten voor uw nauwlettende , werkobserverende , representatieve steekproefpublikatie ..zonder vermelding van de bijsluiter.. :

“…Het ongevraagd registreren en publiceren van de politieke overtuiging van personen en werkrelaties kan mogelijk oude patentrechten uit de vorige eeuw schenden….. “ ( mogelijk niet bekend bij Dhr Bosma .. )

Overigens blijkt de stemmingswaarneming van een glas-met-inhoud afhankelijk te zijn van het primaire belang van de waarnemer…:
Een half leeg glas wordt door ieder kastelein als positief waargenomen , altijd stemmend tot optimisme..

Martijn Hover

Is het niet ironisch dat juist Wilders zich beroept op de ‘humanistische traditie’ in zijn rabiate afkeer van de islamitische medemens?

F. Vogelsang

Kunnen we zonder politiek?

Het verstand, het hoofd is politiek. Het verstand is ambitieus. En ambitie is de basis van politiek. Als je ambitieus bent dan bedrijf je politiek. Je ambitie kan de vorm van religie aannemen, maar politiek is aanwezig. Dan zul je de competitie aangaan met andere heiligen, priesters, dominees etc.
De nacht dat Jezus zijn discipelen verliet, waren de zogenaamde discipelen nauwelijks bezorgd over wat Jezus te wachten stond. Hun grootste zorg was: Wat zou er gebeuren na Jezus, als de dag des Oordeels zou komen en zij naar het paradijs zouden gaan, wie zal er dan naast Jezus staan? Natuurlijk zou Jezus aan de rechterhand van God staan, zoveel was wel duidelijk. Maar wie zou er naast Jezus staan? Dat is waar ze over argumenteerden en ruzie maakten. De laatste dag van de Meester, morgen zou hij gekruisigd kunnen worden! Maar dat is niet hun bezorgdheid. Deze apostelen bedrijven politiek, deze apostelen creëerden het Christendom en het Christendom bedrijft politiek en niets anders. Hetzelfde geldt voor Hindoeïsme, de Islam etc. – allemaal politieke verlangens verborgen achter religieuze woorden. De mens kan door het hoofd, het verstand, niet leven zonder politiek.
We zijn opgevoed en getraind om politiek te bedrijven. Elk kind word vergiftigd vanaf het begin, vergiftigd met ambitie. We leren kinderen om ambitieus te zijn: word iemand in de wereld, word speciaal, word superieur, versla anderen! We geven elk kind het idee mee dat het leven een gevecht is en dat alleen de gezondste (the fittest) overleven. Of je nou overleeft door goede of slechte bedoelingen is niet belangrijk.
Vijfentwintig jaar studie – ongeveer een derde van je leven word je getraind om ambitieues te zijn. Hoe zou je politiek kunnen vermijden? De enige manier om politiek te vermijden is uit je hoofd te geraken. Dat betekent dat tenzij het hoofd totaal wordt uitgeschakeld, politiek bedrijven altijd aan je zal blijven kleven. Je kunt zelfs anti politiek zijn, maar daarin blijf je dan toch weer politiek bedrijven.
En waarom denken we dat leven zonder politiek onmogelijk is? Omdat we het niet kunnen bevatten hoe we kunnen leven zonder verstandelijke beredeneringen. We kennen maar een manier van leven: competitie, vechten! Als je de ander niet domineert, zal de ander jou domineren; dus voordat de ander je domineert, domineer de ander! Het is uiteraard beter om te domineren dan om gedomineerd te worden door een ander; het is beter om de meester te zijn dan de slaaf. Het is beter om rijk te zijn dan arm. En er is een grote strijd gaande en miljoenen mensen strijden voor hetzelfde, en datzelfde is er niet in ruime mate. Hoeveel mensen kunnen president worden en hoeveel kunnen er minister president worden, hoeveel kunnen er Obama’s, Bill Gates, Rockefellers en Morgans etc. worden? Hoeveel? Erg weinig mensen. Het leven is kort en dan moeten deze doelstellingen bereikt worden. En als je geen Bill Gates kan worden en als je geen president van een land kan worden, dan is je leven een totale verspilling, je bent mislukt. Tenzij je begrijpt dat zelfs door een Bill Gates of een Obama te worden, je werkelijk niets bereikt. Je zult verder van jezelf verwijderd zijn. Je zult in een diepe droom leven.
Door president of minister president te worden zul je geen vrede of gelukzaligheid in je zelf vinden. Er zal geen muziek exploderen in je binnenste. Feitelijk word je alleen maar lelijker. Tegen de tijd dat iemand minister president wordt is hij zo lelijk als maar mogelijk is. De hele strijd maakt hem lelijk. Hij moet sluw zijn, sluwer dan anderen want anders slaagt hij niet. Hij moet wreed en kil zijn, hij moet op een bepaalde manier gewelddadig zijn, erg diplomatiek zijn. Hij moet een ding zeggen een ander denken en dan toch weer iets anders doen. Tegen de tijd dat hij zijn hoogst verlangde ambt heeft bereikt, is zijn innerlijk wezen compleet vernietigd. Hij heeft zijn menselijkheid ingeleverd, vanbinnen hol en leeg, geen substantie, geen ziel meer. Maar deze mensen worden gezien als succesvolle mensen, ze worden gezien als de makers van historie en er wordt van gedacht dat ze een stempel drukten op de menselijke evolutie. Maar kijk naar de meest onheilspellende mensen in de wereld. De grootste criminelen: Genghis Kan, Tamerlane, Adolf Hitler, Joseph Stalin, Mao Tse Dong, dit zijn de echte criminelen in de wereld. Kleine criminelen lijden in de gevangenissen, grote criminelen worden president of minister president. En de mensen die niet in staat zijn om deze belachelijke verlangens te koesteren lijden desondanks ook erg. Door hun falen lijden ze aan een ernstig minderwaardig-heidscomplex. Onze educatie creëert twee soorten mensen. De eerste zijn degenen die slagen en uiteindelijk beseffen dat hun leven verloren tijd was. En dat het geen zin heeft om het aan anderen te vertellen, want ze zullen je uitlachen en denken dat je bespottelijk bent. Het is beter om te blijven lachen ondanks dat je weet dat je hebt gefaald, dat je leven van geen betekenis was, dat je niet van het echte leven genoten hebt. Je hebt niet gedanst, er is nooit een lied vanuit je hart opgeborreld. Je hele leven is een ervaring van futiliteiten geweest.
En de tweede zijn degenen die deze succesvolle lieden zien en ernstig lijden onder hun jaloezie en afgunst. Ernstige pijn voelen over het feit dat “We het in het leven niet gemaakt hebben”.

Laten we eens proberen op te houden met dit ‘spel’ van de survival of the fittest. Het recht van de sterkste is primitief, dierlijk, mensonwaardig. Laten we daarmee ophouden en schoonheid, poëzie en Liefde omarmen. Laten we nu eindelijk, na al die eeuwen van holbewoners mentaliteit, beschaving een kans geven. Laten we een volledig mens worden. Dat is de echte uitdaging.