*

Hulp, met mededogen en terughoudendheid :: nrc.nl

Hulp, met mededogen en terughoudendheid

Ik zal niet de enige zijn die zich maar moeilijk kan losmaken van de schrijnende beelden van de aardbeving in Haïti. De willekeur van het lot dat sommigen wel heeft getroffen en anderen niet, de wanhoop en machteloze woede van de overlevenden die alles of bijna alles kwijt zijn, de uitzichtloze puinhoop van de ingestorte krottenwijken, de lijdensweg van de gewonden in overvolle ziekenhuizen die nauwelijks die naam verdienen, de onoverzichtelijke chaos van de hulpverlening – al die individuele en collectieve drama’s zijn niet te bevatten, ook al ben je al eerder betrokken geweest bij aardbevingen en natuurrampen.

Het woord drama is hier op zijn plaats, in dit land dat Graham Greene in zijn boek The Comedians (uit 1966) al kenschetste als het land van angst en frustratie. Er zijn weinig landen waar de situatie al zo lang zo uitzichtloos is, al ver voor de aardbeving, en waar zoveel generaties nauwelijks iets anders hebben gekend dan geweld en het recht van de sterkste als de enige manier van overleven. Haïti is al decennialang het armste land op het westelijk halfrond: naar schatting meer dan de helft van de bevolking beschikt over twee dollar per dag, een kwart is ondervoed en tweederde werkt in de landbouw op piepkleine stukjes schrale grond. Het is ook het land waar de herinnering aan de wrede onderdrukking van de dictatorfamilie van de Duvaliers en de talloze staatsgrepen rond blijft spoken.

Je kunt je geen samenleving voorstellen die psychologisch, economisch en institutioneel slechter voorbereid is op een ramp van deze schaal. Er zullen weinig mensen zijn die geen mededogen voelen en velen zullen in een opwelling geld willen overmaken aan de getroffen bevolking. Noodhulp kan immers altijd rekenen op een spontane consensus onder de Nederlanders.

Maar de problemen beginnen snel daarna. Iedere ramp leidt tot een circus van over elkaar heen buitelende politici en ex-politici die zo nodig de hulp moeten coördineren, die fotogeniek bij ruïnes en klinieken poseren, en vele miljoenen beloven op donorconferenties, waarvan slechts een deel ooit werkelijk wordt uitbetaald – denk aan de vrijgevigheid voor het Iraanse Bam waarvan waarschijnlijk slechts de helft van de beloftes bewaarheid werd. En ter plekke zien we woede over de trage hulpverlening, gevechten om hulpgoederen door halfcriminele bendes, hulpverleners die elkaar voor de voeten lopen – de ramp is nog maar net begonnen.

Te veel noodhulp, in een land dat niet in staat is die hulp goed te gebruiken, leidt tot corruptie, willekeur en averechts gebruik van de gelden. Naast de positieve resultaten vormen de neveneffecten van de gulle giften na de tsunami van Kerst 2004 daarvan een droevige illustratie: goedbedoelde nieuwe woningen die niet voldoen aan de behoeften van de lokale bevolking en moderne vissersboten die leiden tot overbevissing. Zo slaat de desillusie toe. En daarmee verschijnt de onderliggende vraag: hoe is het mogelijk dat ondanks alle hulp uit het verleden, Haïti er nog steeds zo slecht aan toe is?

Toevallig presenteerde de WRR gisteren zijn rapport over ontwikkelingssamenwerking – een rapport waarin serieuze koerswijzigingen worden voorgesteld, waaronder het loslaten van het vaste percentage van het bnp voor de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking.

Aanleidingen tot het rapport zijn onder meer terechte overwegingen van efficiëntie en de veranderde situatie in de wereld. De oude tegenstelling tussen ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen bestaat al lang niet meer, nu de eerste groep steeds meer succesvolle opkomende economieën bevat, zoals Brazilië, China en India. Bovendien is onmiskenbaar dat niet genereuze hulp de doorslag geeft, maar gerichte steun aan relevante sectoren die kunnen zorgen voor economische groei en werkgelegenheid, zoals de landbouw.

Het WRR-rapport zal nog stof doen opwaaien, want ontwikkelingssamenwerking is ondanks de goede bedoelingen uitgegroeid tot een sector van vastgemetselde belangengroepen, ambtelijke verkavelingen en intellectuele vooringenomenheid. Dat staat haaks op de oprecht gevoelde emoties die het draagvlak voor de hulp garanderen. Er bestaat nog steeds brede consensus over ontwikkelingssamenwerking en vooral over noodhulp, ondanks de complicaties daarvan die steeds vaker reserves oproepen. Toch kan deze consensus geen uitgangpunt vormen voor de toekomst, al was het alleen al om demografische redenen.

Mensen van allochtone afkomst vragen waarom wij meer aandacht en geld geven aan bijvoorbeeld Rwanda dan aan de Maghreb. Voor steeds meer jongeren zijn de traditionele ontwikkelingslanden spannende vakantiebestemmingen en geen arme landen waar ‘goed’ gedaan moet worden. Integendeel, met het toerisme is een soms wat naïeve bewondering gegroeid voor bijvoorbeeld de Afrikaanse of de Indiase cultuur waar de mensen nog zoveel ‘echter’ zijn vergeleken bij het Westen, een bewondering die vaak gepaard gaat met een afwijzing van technische vooruitgang.

De reacties op de aardbeving in Port-au-Prince, mede zichtbaar in de giften aan de gezamenlijke hulporganisaties, bewijzen dat wij, ondanks ons gemopper en ongemak over wat er mis gaat in de wereld om ons heen, nog niet zijn vervallen in cynische onverschilligheid. De kunst is om onze eenmalige vrijgevigheid aan Haïti om te zetten in langere hulpprogramma’s die werkelijk verschil maken voor de economische ontwikkeling.

Daarbij zullen we moeten accepteren dat hulp niet altijd of slechts mondjesmaat helpt. Dat geldt ook voor de hulp via kanalen buiten de overheid. Haïti van voor de aardbeving bewijst dat: er zijn tientallen internationale organisaties actief en hun effectiviteit en structurele houdbaarheid lopen zeer uiteen. We zullen ook moeten accepteren dat Nederland, of het vasthoudt aan de norm van 0,7 procent van het bnp of niet, een kleine speler is, die in alle bescheidenheid een niche moet zoeken waar het verschil kan maken.

Geplaatst in:
Algemeen

8 reacties op 'Hulp, met mededogen en terughoudendheid'

Dick Borstlap

U gebruikt het woord drama waar m.i. tragedie zou moeten staan. In een drama hoeven er geen doden te vallen, bijvoorbeeld.

math willems

Een zeer goed onderbouwd betoog; zinvol, zorgvuldig en met diepgang.Dank voor deze verhelderende column.

Harmen Terbindt

ZIELIG?

Zo ver staan we dus van de natuur af – ook NRC zelfde datum blad 2.
Waarom daar niet en hier wel?
The Mouse That Roared. Jawel.

Anet Sulia

Knap, uw analyse; mooi de formuleringen.
Bij ons in gesubsidieerde branches als Minderheden, GGZ en Jeugd, niet veel anders…. Wie zich openlijk vruchtbaar inzet riskeert het te worden beticht van het ondermijnen van instellings c.q. politieke belangen. Toch zijn er sprankjes hoop, want er wordt mondjesmaat vooruitgang geboekt, ondanks het gevoerde beleid (zie bijv. rapport parlementaire enquete minderhedenbeleid).

Wat betreft Haiti, een land dat een ader liet door forse betaling voor haar onafhankelijk, nieuwe kansen in het verschiet.
De wreedheid van de Franse slavendrijvers lijkt te zijn geinternaliseerd door opeenvolgende staatshoofden, waaronder monsters die uit eigen belang vooral heulden met machthebbers elders, ten nadele van de eigen bevolking. Het is te hopen dat de aardbeving de politieke opstelling van de huidige leiders duurzaam positief beinvloedt.
En dat organisaties voor ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp gaan nadenken over hun eigen rol daarbij. Terughoudendheid is geboden, wel met het hoopgevende besef dat in Europa de diverse volkeren zich hebben ontworsteld uit de klauwen van egoistische griezels.

Bart Schouten

“We zullen ook moeten accepteren dat Nederland, of het vasthoudt aan de norm van 0,7 procent van het bnp of niet, een kleine speler is, die in alle bescheidenheid een niche moet zoeken waar het verschil kan maken.”

Dat. Natuurlijk mogen individuele organisaties hun eigen terrein uitzoeken, maar de Nederlandse samenleving als geheel, vertegenwoordigd door de staat, zou de versplintering moeten tegengaan en zich m.i. moeten richten op een kleine selectie aan landen om hulp aan te bieden. Met altijd als doel om de onafhankelijkheid van het ontvangende land te bevorderen, en het niet afhankelijk(er) te laten worden van de hulp die wordt geboden.

P. Wiegers

Als kind heb je niet de keuze voor de plek waar je geboren wordt. Haiti is nu niet het meest florisante resort om te zijn.

De (infra)structurele historie en potentie van Haitie zijn zorgelijk. Wie wat en waarom met al het geld dat binnenkomt. Cynisme ligt op de loer.

Dat de rekenkamer nu zelfs haar peilen richt op de verantwoording van al het geld dan wij met ons mededogen hebben samengebracht is een bijzonder streven.

De ramp was niet te voorkomen geweest. Je kunt dijken hoger maken, stranden dieper, ver van een vulkaan wonen, maar een aardbeving: die is lastig te voorkomen.

Wat ik echt niet begrijp is los van de staat, dat niet een paar grote landen (china, USA, Rusland) niet zeggen middels de VN: en nu is het genoeg. We brengen structuur aan en na 5 jaar is het kiezen voor richting maar met behoud.
Zo gek is dat toch niet?

Patrick Wiegers

P. Wiegers

Pijlen in plaats van peilen: excuus (niet twee dingen tegelijk doen)

Gre Rani

Van oudsher worden zelfzuchtige griezels die niet primair het goede voor hebben met eigen volk en het mileu, in het zadel geholpen en gehouden door buitenlandse machthebbers met voc-mentaliteit. Het sociaal vertrouwen wordt duurzaam vernietigd en economische ontwikkeling ernstig vertraagd, onder invloed van leiders, kaliber papa/baby Doc in Haiti.

Het zich laten strikken als griezel is voor menigeen, vooral in arme landen, een lucratieve business. Gedragsregels op internationaal niveau zouden kunnen bijdragen aan beteugeling van dit kwaad. In het belang van een betere wereld.