*

Het museum van Oost en West :: nrc.nl

Het museum van Oost en West

In bijna fotografische scherpte toont het schilderij een kale hoge kamer, een kantoor eerder, in bleek winterlicht. De overheersende tint is het grijs van de uniformen en de wanden. Met hun rug naar de ramen staat een aantal officieren op een rij, in vol ornaat, met gepoetste laarzen. Links voor hen bevindt zich, eveneens in uniform, de tsaar en nog verder naar links staat een Turkse militair in de deuropening, herkenbaar aan zijn hoofddeksel met kwast. Hij wordt aan beide zijden ondersteund, door een Turkse adjudant en rechts door een Russische soldaat. Hij is blijkbaar gewond aan een been, maar niet verzwakt.

De sfeer is allesbehalve dreigend, eerder kalm. De Turkse leider kijkt met een open, onbevreesde blik naar de tsaar. Diens gezicht is niet direct zichtbaar, maar uit zijn lichaamshouding blijkt welwillendheid, eerbied zelfs, een houding die weerspiegeld wordt door zijn entourage. Het schilderij heet De presentatie van de gevangen Osman Pasja aan Alexander II in Plevna, 1878 en markeert een doorslaggevend moment in de betrekkingen tussen het Ottomaanse en het Russische Rijk. Je zou kunnen zeggen dat het de ontmoeting is tussen Oost en West, tussen islam en orthodox christendom.

Ik heb een tijd ademloos naar dit schilderij in olieverf staan kijken. Het is geschilderd door de hier bijna onbekende Nikolai Dimitriev-Orensburgski. Het hangt in de Hermitage aan de Amstel dat de laatste week terecht zo uitbundig geprezen is. Het is te zien in een van de kleine kabinetten boven, ver weg van de met parels bezette praaljurken en het zilverwerk van het Russische hof.

Dimitriev-Orensburgski was een Rus die naast vele voorstellingen van het eenvoudige dorpsleven ook schilderijen heeft gemaakt van de Russisch-Turkse oorlog, als officiële oorlogsschilder. De overgave van Osman Pasja is een van de meest dramatische voorstellingen die hij in die periode schilderde, ook al wordt er, zoals gezegd, niets gewelddadigs op afgebeeld.

Osman Pasja was de leider van de Turken, die in 1878 uiteindelijk werd verslagen, nadat hij met een klein aantal troepen een grote Russische overmacht had weten tegen te houden tijdens de bijna vijf maanden durende bezetting van Plevna (of Pleven) in Bulgarije. Daartoe groef hij, als eerste militaire leider in de geschiedenis, een netwerk van loopgraven rondom de stad. Ondanks de grote verliezen aan beide zijden werd Osman Pasja ook door de Russen beschouwd als een held vanwege zijn briljante en dappere verdediging. Volgens Osman Pasja’s memoires – hij schreef een boek over de slag bij Plevna – zou
Alexander II hem bij de ontmoeting zijn zwaard hebben teruggegeven als teken van eerbied en hem gefeliciteerd hebben met zijn vernieuwende strategie.
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het schilderij van Dimitriev-Orensburgski wellicht net de ogenblikken weergeeft voordat Alexander II het zwaard overhandigt.

Door de schittering van de keur aan voorwerpen in de Hermitage zou je de indruk kunnen krijgen dat de kern van de tentoonstelling ligt in de rijkdom van het hof en de kunstvoorwerpen die daarbij hoorden. Maar meer dan bij andere tentoonstellingen van hofkunst en hofhoudingen kreeg ik al dwalende door het zo mooie gebouw aan de Amstel, het gevoel dat hier ook nog iets anders wordt getoond, niet opzettelijk, maar eerder impliciet, bijna vanzelfsprekend. Tussen de pracht en praal, het gouddraad, het porselein en het fluweel, zie je ook een glimp van de internationale betrekkingen van die tijd.

Het Russische hof vormde een scharnierpunt in de contacten tussen Europa en Azië, waarin de Russische cultuur zo vaak al vormde. Dat blijkt natuurlijk uit de uitgestalde voorwerpen, de Oriëntaalse en Franse invloeden op kleding, meubels en gebruiksvoorwerpen.

Zoals Michail Piotrovski, directeur van de Hermitage in St. Petersburg bij de opening aangaf, is een van de doelen van de samenwerking met Amsterdam om te laten zien dat Rusland een deel van Europa is, maar er tegelijk ook van verschilt. Dat lijkt me een loffelijk streven, zeker als we daarmee uit kunnen stijgen boven de stereotiepe beelden die zoveel Europeanen hebben van het 19e eeuwse Rusland: land van tsaren en lijfeigenen, van ongekende luxe en mecenaat naast wrede mishandeling.

Voor mij is een van de interessantste dimensies de relatie tussen Rusland en de Oriënt, waarbij zelfs in perioden van oorlog de grootheid van de andere mogendheden, zoals het Ottomaanse Rijk, volledig werd erkend. Daarom vind ik het schilderij van Nikolai Dimitriev-Orensburgski zo symbolisch. De Russen begonnen de oorlog om de christelijke bevolking van de Balkan te bevrijden van de islam. De religieuze en etnische tegenstellingen van die tijd waren fel, en waarschijnlijk niet minder dan nu. Een Osman Pasja zou vandaag mogelijk gedemoniseerd worden als een gewelddadige verschrikking, misschien wel als een terrorist of als criminele islamitische leider. Maar de militaire cultuur en de trots van de heersende elite aan beide kanten maakte toen dat de tegenstander met grote eerbied wordt behandeld. Osman Pasja werd niet gemarteld noch gedood, maar mocht na een korte gevangenschap terugkeren naar Istanbul, waar hij nog twintig jaar lang als minister van Oorlog in het Ottomaanse Rijk diende.

Daarmee wordt dit schilderij, veel meer dan het beschilderde serviesgoed, de juwelen en de japonnen, een symbool van een verloren wereld. Een wereld van respect en van de erkenning van verschillen en overeenkomsten, precies zoals de twee directeuren van de Hermitage beogen. Ik verheug me al op een volgende tentoonstelling over Rusland en de Oriënt.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/fresco. Vermeld  altijd uw volledige naam. Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.

Geplaatst in:
Algemeen

5 reacties op 'Het museum van Oost en West'

P.C.van den Noort

Men bewondert dingen die sporadisch voorkomen,of die zo anders zijn dan men gewend is.In dit geval militaire mores.

Ook uit onze geschiedenis zijn zulke dingen bekend :

Schilderijen
-Beleg van Breda
-Overgave van Breda (Velasquez,1634)
-Vrienschappelijke onmoeting van Spaanse en Hollandse soldaten (Jan Luyten,1698)

Precies zoals U zich dit indenkt bij die Russen.,maar
toch kennen we ook de schandelijke terechtstelling van Oldenbarneveld en de gruwelijke moord op de Witt
Weliswaar geen militairen,maar de hoogste krijgsleiders van de Republiek.
Er zijn trouwens ook schiderijen van.

Als u denkt zo kan het ook,zo beleefd,denk dan aaan deze gruwelijke tegenstelligen (van beleefd en gruwelijk) op schilderijen uit eenzelfde eeuw,en oover een zelfde land.

P.C.van den Noort

Tot mijn spijt heb ik me alleen gericht op het gelijktijdige van praal en schande.Ik heb inderdaad me niet gericht naar het Orientaalse.
Welnu ik vind diverse Turkse schilderijen prachtig.Een militaire ruiter in vol gallop bezig met zijn pijl en boog,vol dynamiek en trots.Maar ik zie ook dat het gallop verkeerd is getekend,ongeveer zoals klassieke Engelse jachtparties :voorbenen vooruit,achterbenen achteruit.Mooi en fout.
Uit onze klassieke muziek kennen we het oude Turkse ritme en merkwaardige paradepas.Mooi.Het betrof Janitsaren,gekidnapte jongetjes uit christelijke dorprn,die een fanatiek militaire en islamitisch opvoeding kregen,miet alleen voor op parade,maar ook voor moordpartijen te velde.
Nederland en de Orient bestaat ook.Prachtige beelden uit de gordel van smaragd,ontmoetingen met sultans en andere vorsten,relaties tussen de GG en Nederlanders,die hun rijtuigje moeten verlaten en eer bewijzen aan de GG.
Militaire acties allemaal prima.Maar u voelt mijn maar al komen.Hoe ging het toe na de overwinning op Lombok?Moest niet de Nederlandse officier zijn voet zetten op de overwonnen vorst? Werd in Atjeh niet een hele kampong uitgemoord met klewang “” nog voor ik mijn sigaartje geheel had opgerookt”" schreef niet Colijn dat aan zijn vrouw?Tegenwoordig zou men dat nog niet zeggen tegen een parl.enqu.cie vrees ik.Ik wijs dus op het dubbele,en ondanks de feeststemming over het hermitage,moet gezegd worden dat Bijv.Iwan of Christina geen lieverdjes waren-ondanks praalvolle parades en dansavonden.

C.W.J. Schoor

Geachte mevr. Fresco,

Met belangstelling las ik uw column in de NRC van 23 juni jl..Daarin viel mij op de beschrijving van een Russisch schilderij “de presentatie van de gevangen Osman Pasja aan Alexander II in Plevna, 1878″. U beschrijft een allesbehalve dreigende, eerder kalme sfeer en het schilderij als een symbool van een verloren wereld van respect en erkenning van verschillen en overeenkomst tussen het christelijke Rusland en het Islamitische Osmaanse Rijk. Ik vroeg mij af of u dit niet te idealistisch uitlegt. Zonder het schilderij gezien te hebben, maar afgaande op uw beschrijving, moest ik direct denken aan het – ook in de reactie van P.C. van der Noort vermelde – schilderij van Velazquez uit 1635, geheten “La rendicion de Breda”. Deze gebeurtenis vond plaats in 1625. De Spaanse veldheer Ambrosio de Spinola neemt van Justinus van Nassau de sleutel van Breda na een lang beleg in ontvangst. Ook in dit schilderij geen tegenstelling tussen overwinnaar en overwonnene maar eerder juist welwillendheid van de overwinnaar die de overwonnene niet vernedert. Dit prachtige schilderij bewonderde ik onlangs bij een bezoek aan het Prado en het gidsje dat ik daar kocht, beschreef de sfeertekening als een uitdrukking van de grootmoedigheid van de Spaanse monarchie. Een welwillende houding van de overwinnaar, als thema kennelijk niet onbekend, kan dus ook geduid worden in meer propagandische termen. Zo beschouwd lijkt de sfeertekening die u beschrijft wellicht toch minder exclusief voor de verhouding van Rusland tot de Oriënt.

H.H.May

Geachte mw Fresco,
hierbij twee kanttekeningen bij uw artikel.
In uw artikel heeft u het over de eerste loopgraven ( rond een stad) uit de geschiedenis. Het komt mij voor dat steden al eerder, zoals bij veel oude vestingsteden wallen en droge grachten gegraven werden. Uit de tijd dat er foto’s gemaakt werden in oorlogen ( zoals de Krimoorlog en de Amerikaanse Burgeroorlog) stammen ook afbeeldingen van loopgraven.
Ten tweede: de Russen begonnen de oorlog niet zozeer om de Islam te bestrijden, maar wel om de langgekoesterde wens van de Russen, greep te krijgen op de Balkan , met name om de zeestraten onder controle te krijgen. Hierbij werden allerlei argumenten gebruikt, zoals de slechte behandeling van de christenen, maar ook het panslavisme, waarbij de Slavische volkeren onder Russische leiding verenigd zouden worden.

Hoogachtend,
H.H.May
Bergschenhoek

Pieter Jan Smit

De continuïteit van het Russische rijk is misschien groter dan we ons op het eerste gezicht realiseren. Alexander II vocht tegen de Tsjetsjenen in de Kaukasus. De Poolse en de Baltische opstand sloeg hij bloedig neer.
Het is erg moeilijk uit te stijgen boven de stereotiepe beelden van ongekende luxe en mecenaat naast wrede mishandeling, niet alleen in ons beeld van het Rusland van de 19de, maar ook in dat van de 20ste en 21ste eeuw.

De praal en luxe zien we in de Hermitage aan de Amstel, die geopend werd door een nieuwe tsaar. Vraag de Polen en de Balten wat ze van hem vinden. Vraag Amnesty hoe het nu in Tsjetsjenië is. De relatie tussen Rusland en de Oriënt zagen we augustus vorig jaar dagelijks op de televisie. Het is wachten op het vervolg.