*

Niet de leugen regeert, maar het gedraai en gemier :: nrc.nl

Niet de leugen regeert, maar het gedraai en gemier

Er is geen gebeurtenis die de oppervlakkigheid en het egocentrisme van het politieke bedrijf meer blootlegt dan het debat vlak na een verkiezingsuitslag. Wie er ook spreken, partijleiders, fractievoorzitters of lijsttrekkers, er wordt op zo’n moment zelden een verstandig woord gezegd. Uit alles blijkt dat men alleen oog heeft voor het eigen gelijk of de eigen miskenning, ook al wordt dat soms gelardeerd met een halfhartig compliment aan de winnaars. De enigen die het er afgelopen donderdag, bij de uitslag van de Europese verkiezingen in Nederland, enigszins redelijk afbrachten waren Alexander Pechtold en Femke Halsema, met hun weerwoorden aan Geert Wilders. Bij de andere partijen overheerste de defensieve onderdanigheid tegenover een winnaar die in feite knaagt aan de poten van de representatieve democratie.

Los van de uitslag van de Europese verkiezingen, maar gewoon de laatste jaren overziend, kun je niet anders dan je afvragen wat er toch mis is met de politiek. Waarom lijkt de politiek steeds minder vaak verstandige mensen van een moreel hoogstaand kaliber aan te trekken die durven te zeggen waar het op staat en waar het om gaat?

Middelmatigheid voert de lijst aan, en de leiders lijken als de dood om zich te omringen met vazallen die meer getalenteerd zijn dan zijzelf. Daarmee geven zij expliciet de voorkeur aan een middelmaat van een nog iets lager gehalte – alleen zo kan de keuze van Wouter Bos voor Mariëtte Hamer in plaats van Diederik Samsom worden verklaard. Hierdoor ontstaat een neerwaartse spiraal waardoor steeds minder mensen met leiderschapscapaciteiten zich aangetrokken voelen tot het politieke bedrijf. Er bestaan gelukkig enkele uitzonderingen, maar het zijn er niet veel.

Niet de leugen regeert, maar het gedraai en gemier, het navelstaren en nagelbijten. Veel politici lijken verlamd door de angst voor echte keuzes, door het halfslachtige compromis en de kortzichtigheid. Ze verbieden zichzelf om verder te kijken dan de waan van de dag en de waan van een opkomend nationalisme en populisme. En waar visie ontbreekt, biedt de verslaving aan discussies over onbetekenende details een riante uitkomst.

Dat is zelfs het geval op een zo neutraal en onomstreden terrein als innovatie, kennis en onderwijs. Er wordt keer op keer, jarenlang, herhaald dat de Nederlandse economie een kenniseconomie is, maar met evenveel overtuiging wordt er weinig tot niets gedaan aan de lamentabele staat van investeringen. Waar is het leiderschap gebleven, het oog voor de lange termijn? Of, een vergelijkbaar voorbeeld, hoe kan het gebeuren dat het elan waarmee een historische canon voor het onderwijs werd opgesteld, is verzand in gekrakeel over een museumlocatie en een homeopathisch verdunde richtlijn voor onderwijs?

Natuurlijk, er bestaan altijd nog veel ergere gevallen. Het Engelse politieke establishment blijkt zich naar hartelust te hebben verrijkt dankzij onduidelijke regels en gebrek aan controle. Wat er gedeclareerd werd, van waxinelichtjes tot vogelhuisjes en pornofilms, is van een treurige lachwekkendheid. In Italië is er meer aandacht voor de topless zonnende dames aan de rand van het zwembad van premier Berlusconi en zijn niet of wel bestaande relatie met een achttienjarig fotomodel, dan voor de deplorabele staat van de economie en de afroming van Europese subsidies door de georganiseerde misdaad.

Middelmatigheid en misplaatste zelfoverschatting zijn maar een deel van de verklaring. We zien vooral een totaal gebrek aan betrokkenheid bij het grotere geheel en verantwoordelijkheidsgevoel voor de publieke zaak. Terwijl politici zijn gekozen om collectief het landsbelang te dienen, laten ze zich maar al te makkelijk leiden door eigenbelang en kortzichtigheid. Tussen dubieuze declaraties, lafhartigheid en partijpolitieke compromissen bestaat niet eens zo heel veel verschil: moed en eerlijkheid ontbreken in alle gevallen.

Geen wonder dat een dergelijke houding van politici doorsijpelt naar het leven van alle dag. Het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel weerspiegelt zich in de onbeschoftheid waarmee men elkaar bij tijden in het verkeer bejegent, in de mentaliteit van profiteren en graaien, tot in het willekeurig vuilnis achterlaten op straat. Geen wonder dat de bevolking zich niet interesseert voor de inhoud van het beleid over de koers van het land, maar zich verstrooit met oppervlakkig geroddel over zoenende sterretjes in parkeergarages, waarover diezelfde politici zich dan weer menen uit te moeten laten. Want ja, je moet toch vooral populair blijven en het niet te moeilijk maken.

Geen wonder dus dat de afgelopen Europese verkiezingen nauwelijks over Europa gingen, maar over nationale onvrede met de politiek en politici. De lage opkomst bewijst dat de uitkomst niet een motie van wantrouwen aan zittende regeringen is, maar een motie van wantrouwen aan de politiek als geheel. Het lijkt erop alsof in Nederland en in Europa een monsterlijk verbond is gesloten tussen politiek en media om ons de zaken zo simplistisch mogelijk voor te stellen en ons in slaap te sussen. Het is een pervers verbond waarin moedige keuzes door de politiek vermeden worden en waarin degene die zich plooit naar de bangelijke oekazes van het partijkader het meest populair wordt, zodat er van gezamenlijke verantwoordelijkheid en visie geen sprake is.

En zo is het dan ook geen wonder dat in deze situatie de koning van het zwart-witdenken, Geert Wilders, net als zijn kameraden elders in Europa, de stemmen voor het oprapen heeft. Als het toch nergens over gaat in de politiek, dan spreekt de emotie. Het simplistisch verbond beheerst Europa, en de vraag is hoe we hier weer uitkomen.

Reageren kan op nrc.nl/fresco (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)

Geplaatst in:
Algemeen

21 reacties op 'Niet de leugen regeert, maar het gedraai en gemier'

Richard Stuivenberg

Mevrouw Fresco, Wat een intelligente analyse van het politieke bedrijf en de media! Afgelopen weekend was ik voor een huwelijk in Frankrijk (in Annecy) en daar vroeg ik een ongeveer 40-jarige Fransman of hij zich een beetje Europeaan voelde, of toch vooral Fransman, of misschien alleen Annécien. Hij antwoordde dat hij zich vooral Amerikaan voelde en dat als er in Europa een politicus als Obama zou opstaan hij misschien weer zou overwegen om te gaan stemmen. Nu stemde hij al jaren niet meer. Toch kocht hij uitsluitend biologische producten uit de regio, zei hij. Aan betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel ontbreekt het hem dus niet… Misschien zijn we onderweg de menselijke maat een beetje kwijt geraakt en zakken we langzaam weg in het moeras van de systemen die we zelf hebben gecreëerd. We kunnen daar nauwelijks nog invloed op uitoefenen, wat politici ook beweren en beloven. Maar we zijn niet gek…

R. de Merica

Hoe we eruit komen? Ach, dat gaat vanzelf, maar alleen als Geert de kans krijgt tegen de lamp van de realiteit te lopen. Zet die koning van het zwart-wit-denken op een of ander troontje, maak hem bijv. minister van Sociale Zaken na de volgende verkiezingen. Zo mag hij dan met hulp van de coalitie CDA-VVD-PVV-D66 in het kader van de ‘flexibilisering van de arbeidsmarkt’ het minimumloon afschaffen. Een groot deel van zijn fans, dat dan gewoon met honger te maken krijgt, vergaat zo de lol vanzelf. Die lopen gillend weg van die boze dromer naar een volgende mediacratische anomalie, die voor infotainment zorgt.

P.C.van den Noort

Dat was nog eens een opiniestuk!Het beschrijft de actuele misstanden voortreffelijk.Toch zou het volgens mij belangrijker zijn geweest om in te zijn gegaan op de oorzaken.
Waarom,of waardoor declareren die Lagerhuisleden zo?
Waarom gaat men niet dieper in op de inhoudelijke kant van de Europese politiek?
Waarom kletsen de politieke leiders maar wat bij de verkiezingsuitslagen ?

Mevr.O Fresco heeft er natuurlijk wel over nagedacht en noemt als oorzaken :
–middelmatigheid
–misplaatste zelfoverschatting
–gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel

Helaas, maar dit zijn toch geen echte oorzaken,het is dichterlijke taal.
Het is ook de vraag of men wel geinteresseerd is in oorzaken en dan beperk ik me maar tot eigen ervaringen met stukjes. Ik steek mijn hand dus maar in eigen boezem.Ik heb vele tegenstukjes geschreven over de gedachte dat het niet gaat om de zondebok van de recessie,maar om de oorzaak,maar lauw sjoege.Hetzelfde gebeurde met de het graaien van politici.Het bleek belangrijker iemand aan de schandpaal te ketenen dan in te gaan op oorzaken,waar mee men zijn voordeel had kunnen doen bij hervormingen en bescherming van de volgende lichting politici ( over 1 of 2 jaar van nu al).Ook bij de vraag over de toetreding van Turkije tot de EU komt men niet ver met kennis of oorzaken,men heeft het over hoofddoekjes enzo,en heeft aan de rest geen boodschap.

Het zou prachtig zijn als we zelf meer wetenschappelijk optraden.Spraken over oorzaak en gevolg.Het zondebokken gedoe veroordeelden.Geen aanknoping zochten bij populaire dingen,waar men gespeciliseerde tijdschriften voor heeft als Story.
Raporten over politieke kwesties uitvoerig bespraken en niet zagen als het werkstuk van een geliefde of gehate politicus bijv..

Dick Thoenes

Mevrouw Fresco, u heeft zoals dikwijls, weer helemaal gelijk. De cultuur van middelmatigheid en onbenulligheid heeft inderdaad in Europa op grote schaal toegeslagen. Het is in Nederland echter misschien nog wel erger dan u denkt. U noemt innovatie, kennis en onderwijs een “neutraal en onomstreden terrein”. Dat zie ik anders. Het idee dat Nederland een kenniseconomie zou zijn, is ronduit lachwekkend. Dat waren we tot de jaren ’70. Nederland is nu zo’n jaar of dertig bezig geweest het onderwijs systematisch af te breken. Het onderwijs moest goedkoper en het moest vooral niet te moeilijk zijn. Uitblinken was verdacht. Iedere zeer middelmatige student kan tegenwoordig zonder veel moeite een academisch diploma verwerven. Uitblinkers zijn er gelukkig nog wel, maar ze worden niet uitgedaagd. Het Nederlandse bedrijfsleven was op veel technologische gebieden toonaangevend. Maar wat deden de grote ondernemingen? Innovatieve en goed renderende bedrijfsonderdelen werden in hoog tempo verkocht aan buitenlandse maatschappijen. Research en ontwikkeling werd sterk ingekrompen. Er werd niet meer geinvesteerd in nieuwe veelbelovende technische mogelijkheden. We waren een kennisland, we zijn nu een land van verzekeraars, handelaars en transporteurs. Ook nuttig, maar er zit veel minder toekomst in.
Dick Thoenes

Fred Ligthart

Mijn welgemeende complimenten voor deze in heldere bewoordingen gestoken uitstekende analyse. Duidelijker had het niet gekund. Wel kan men zich afvragen of het ooit anders is geweest. Overigens kan men zich bezig houden met de vraag waarom men zich niet duidelijker ook van Balkenende heeft gedistantiëerd Tenslotte ligt diens grootste verdienste in het herhaaldelijk hameren op de “eig vranwoordekeit” van de bevolking, de aanbeveling van de VOC-mentaliteit en de publiekelijke verkondiging van zijn bezorgdheid over het liefdesleven van een Volendamse zanger. Zou dat misschien iets zeggen over het gemiddelde niveau van de CDA-stemmer?

Siny en Jurrian Zandbergen

Geachte Mevrouw Fresco, wij lezen uw columns altijd, maar uw analyse en uw woordkeus is nu (9/6) wel heel erg to the point. Elke letter staat op zijn plaats, en er is geen woord Frans bij. Dank.

Jacq.van Osch

Is het toch juist wat de Duitse socioloof en filosoof Jurgen Habermas schrijft in zijn boek STRUCTUUR WANDEL DER OFFENTLICHKEIT, 1962. Zijn theorie houdt in dat er voor een optimale publieke sfeer een ruimte moet zijn waarbinnen RATTIONELE discussies kunnen worden gevoerd, vrij van DWINGENDE MACHTEN.
Volgens Habermas was hier sprake van in de bourgeoismaatschappij van de 18 e eeuw. Hedentendage is er door de komst van de massamedia en de vervagende grenzen tussen prive en staat, een publieke sfeer overgebleven die in niets lijkt op de volgens Habermas optimale situatie.

Pieter Parmentier

Hoewel ik het met de teneur van uw artikel zeker eens ben, denk ik niet dat de manier waarop Bos en Hamer door u worden weggezet nou zo bijdraagt aan het doel wat u wilt bereiken. Het is nu juist dat soort gebrek aan goede omgangsvormen waardoor we op dit bedenkelijke niveau van fatsoen zijn gekomen.
Ons politieke systeem is aan een vernieuwing toe die het mogelijk maakt om lange termijn visies te realiseren die kunnen rekenen op draagvlak. Waarom zou je niet continue 21 minuten onderzoeken doen waarin burgers zich uitspreken over de toekomst van ons land. Er is al veel ervaring op kleinere schaal met wijkaanpak waarbij de burger met initiatieven komt die door de overheid worden gefaciliteerd. Dan heb je automatisch draagvlak en maak je goed gebruik van de aanwezige capaciteiten. Bovendien is de vergrijzing dan ineens geen probleem meer maar een prachtige kans om al die energie en ervaring goed te benutten. Als we dat professioneel aanpakken dan hoeft onze economie ook niet meer zo nodig te groeien en doet ons welzijnsniveau dat wel.

P. Aln

Treurig maar trefzeker, de analyse:
Politieke partijen zouden de moed moeten hebben om zich op te heffen. Een heersend ‘born to fly without feathers’ mentaliteit bij partij-politiek kader is funest. Kader dat o.a. via gemeenteraden, provinciale staten tentakels heeft in het maatschappelijk middenveld, schoolbesturen, zorgverzekeringen, woningcorporaties, etc. en van daaruit effectiviteit, vernieuwing, en sociale rechtvaardigheid frustreert. Vanuit forse fixatie op het eigen (prive/subgroep) belang. Zo trekt men aan de touwtjes van instellingen in vitale sectoren als onderwijs en jeugdzorg. Om de banen-verdeel- en spek-machine draaiende te houden. In het voordeel van bepaalde groepen en partijgenoten, ten nadele van de doelgroepen waar deze instellingen voor zijn opgericht.
Zie bekende statistiek-fraude, heersende bonus- en afdekcultuur en andere ‘missers’ in Zorg-, Hulp- e.a. sectoren. Dit alles stemt veel burgers gelaten of opstandig. De sleutel tot verbetering is vooral gelegen in integriteitsbewaking. En bevordering dat de politiek aantrekkelijk wordt voor verstandige mensen van een moreel hoogstaand kaliber. Overigens, het toegankelijk maken van de diverse bestuurlijke circuits voor intelligente, vertrouwenwekkende allochtonen zou effectief kunnen bijdragen aan het oplossen van zgh. integratie problemen. Wat indirect ook het politiek klimaat ten goede kan komen.

J.K. Rienstra

Louise Fresco, ik herken de vragen in je column van 9 februari in deze krant maar al te zeer:

Wat is er toch mis met de politiek? Waarom lijkt de politiek steeds minder vaak verstandige mensen van een moreel hoogstaand kaliber aan te trekken die durven te zeggen waarop het staat en waar het om gaat? De angst om echte keuzes aan de orde te stellen en te maken? Waar is het leiderschap gebleven met oog voor de lange termijn? Waarom toch dat totaal gebrek aan betrokkenheid bij het grotere geheel en verantwoordelijkheidsgevoel voor de publieke zaak? De onbeschoftheid in het verkeer als afspiegeling van de mentaliteit in het hedendaagse Nederland. Die mentaliteit van profiteren en graaien?

Partijen die in de verkiezingen voor het Europees Parlement verlies hebben geboekt vragen zich elk afzonderlijk af wat zij fout hebben gedaan. Het lijkt er echter inderdaad op, dat de uitslag betrekking heeft op de gevestigde politiek garde als geheel; waarbij partijen met een uitgesproken pro-Europese insteek niettemin nog enige winst hebben weten te boeken en één partij heel handig maar ordinair politieke munt heeft weten te slaan uit de huidige toestand van politieke malaise.

De oorzaak moet waarschijnlijk op twee fronten worden gezocht:

Europese samenwerking is een must en is onontkoombaar. De versterking daarvan is gezocht in een Europese grondwet die de bestuurlijke slagvaardigheid denkt te kunnen vergroten door machtsvorming. Die machtsvorming wordt gelegitimeerd door versterking van de democratische structuur, waaronder meer bevoegdheden voor het Europees Parlement en meer beïnvloedingsmogelijkheden door de nationale parlementen. Daar stinkt de goegemeente echter niet in. Die heeft daar althans onder meer in Nederland niet voor gekozen en misschien wel terecht. Internationale politieke en bestuurlijke samenwerking is moeilijk en vraagt tijd ter wille van behoud van politiek draagvlak. Zonder grondwet lijkt de voortvarendheid van de Europese samenwerking het verwerkingstempo van de samenlevingen al te boven te gaan; afgezien van het al dan niet gerechtvaardigde gevoelen dat Europa te veel zaken naar zich toetrekt die beter op nationaal niveau geregeld kunnen worden. Met meer machtsvorming zal dat probleem eerder groter dan kleiner worden, ondanks de beoogde versterking van het democratisch gehalte van de besluitvorming. Op nationaal niveau is er al een probleem rond de herkenbaarheid van het politiek handelen, laat staan dat met het aan durft met een Europese democratie. En overigens kan men zich met recht afvragen of het democratisch stelsel op Europees niveau wel zal kunnen gaan werken; gegeven de grote afstand tot het electoraat, de complexiteit van de materie, de nationale ordening van de media, de cultuurverschillen tussen de lidstaten en de taalbarrières. En als dat al zou kunnen gaan lukken, dan zal daar veel tijd voor nodig zijn (Marijnissen).

Op nationaal niveau is Nederland voorop gegaan in het streven naar liberalisering van de economische structuur en versterking van de marktwerking; deels ter vergroting van de efficiency en de productiviteit van de nationale economie en daarmee van de welvaart en tevens als vrijbrief voor de overheid om zich bestuurlijk/financieel geheel of gedeeltelijk terug te trekken uit tal van maatschappelijke sectoren teneinde de overheidsfinanciën op orde te houden. Nederland en niet Nederland alleen heeft de transitie doorgemaakt van een vermeend maakbare verzorgingsstaat naar een schrale vechteconomie waarin zelfredzaamheid het adagium is. Was de samenleving voor de burger eens een goedgunstige thuishaven; thans is zij het speelveld waarin iedereen het hoofd boven water moet zien te houden in een felle concurrentiestrijd om ruimte, aandacht, werk, inkomen en tijd. We hebben het materieel beter dan ooit, maar we komen doorlopend tijd en handen tekort om alles draaiend te houden, we raken uitgeput, het risico op verlies van werk en inkomen neemt toe, het werkklimaat is al maar competitiever geworden en verschraald, de arbeidsverhoudingen zijn verzakelijkt en verhard. Het maatschappelijk verkeer staat steeds minder in het teken van onderling vertrouwen en steeds meer in het teken van het georganiseerd en gejuridificeerd wantrouwen.
We krijgen het gevoel op een vulkaan te leven en dan blijken de banken het financieel systeem aan het wankelen te hebben gebracht, de pensioenaanspraken worden in het geding gebracht en juist wanneer de sociale risico’s als gevolg daarvan nog toenemen, stelt de overheid het ontslagrecht aan de orde. Geen principe lijkt meer heilig te zijn. Wanneer we van de burger betrokkenheid op de publieke zaak verwachten, dan moet de burger daar wel iets van te verwachten hebben. Wanneer we van de innerlijk wat minder beschaafde burger toch fatsoenlijk gedrag verwachten, dan moet die burger zijn gedragsdiscipline wel kunnen ontlenen aan het gevoel dat hij iets te verliezen heeft. Wanneer wij de burger laten weten, dat hij het maar moet zien te klaren in de vechteconomie, maar daar niet tegenover stellen dat het sociaal vangnet bij falen eerder beter wordt dan slechter, dan verwordt hij tot een solistische vechter die in al zijn onzekerheid wel eens zal laten zien dat hij het wel klaart, zoals anderen dan ook maar moeten zien te klaren. Als de werknemer ziet dat de topbestuurders zich verrijken en dat hun eigen positie steeds benarder wordt, dan kan er in alle redelijkheid geen grote inschikkelijkheid ten aanzien van omgeving worden gevraagd. Het is niet de marktwerking op zichzelf die hier in diskrediet gebracht moet worden, maar wel de veel te sterk aangezette gedachte dat productie, consumptie en geld daarin het hoogste goed zijn in plaats van maatschappelijke behoefte, dienstbaarheid en een boterham.

De politiek sprak tot de verbeelding toen we nog geloof hechtten aan de maakbare samenleving.
Inmiddels zien wij een overheid die alle zeilen bij moet zetten om de zaak op de rails te houden onder almaar slechter wordende economische omstandigheden die we niet in hand lijken te hebben en die wel eens alles te maken zouden kunnen hebben met verschuivingen in de economische krachtsverhoudingen op mondiaal niveau en overigens met de noodzaak om een toenemend aandeel van onze bestedingsruimte te besteden aan het op orde houden van onze dichtbevolkte maatschappij en het milieu. Niet iedereen zal dat direct zo duiden, maar wel iedereen voelt aan dat er iets wezenlijk aan het veranderen is en dat daar een dreiging vanuit gaat. De burger ziet een overheid die er geen blijk van geeft die ontwikkeling op zijn waarde te schatten, die daar geen vertaling op de langere termijn aan geeft, die in een ogenschijnlijke onmacht maatregel op maatregel en bezuiniging op bezuiniging afkondigt. In de creditcrisis heeft zij op zichzelf bepaald geen onverstandige beslissingen genomen, maar dat kan niet verhelen dat diezelfde overheid de achterliggende risico’s niet heeft onderkent en dat het op vele fronten heeft ontbroken aan toezicht en redelijk functioneren van de overheidsinspecties; op het terrein van de economie, de financiële sector, het veterinair toezicht, de openbare orde en de rechtshandhaving. De samenleving wordt in toenemende mate geconfronteerd met gerechtelijke dwalingen. Het ziet een overheid die predikt over normen en waarden, maar die geen openheid van zaken wenst te geven over de besluitvorming rond de invasie in Irak, die justitieel onderzoek belemmert door stukken te verdonkermanen en die geheimzinnig doet over de besluitvorming rond JSF-vliegtuigen voor de krijgsmacht. Het is een overheid die zelf het overzicht kwijt is; zich ook maar moet zien te handhaven en die zijn toevlucht zoekt in het beheren van de BV-Nederland. Dat is al moeilijk genoeg, laat staan dat zij zichzelf belast met ingewikkelde strategische discussies over politieke vragen op de langere termijn.

Daar komt nog bij, dat de Europese samenwerking veel speelruimte ontneemt aan het nationaal bestuur en dat nationale gezagsdragers zich behoeden voor nationale disputen die hem zouden kunnen dwingen tot positiebepaling voordat zij weten met welke boodschap zij uit Brussel of Straatsburg terug zullen moeten komen. En als zij daarvan terug komen, dan liggen de zaken inmiddels al onwrikbaar vast in moeilijk tot stand gekomen compromissen tussen lidstaten die nauwelijks streven naar gezamenlijke visieontwikkeling op de lange termijn, maar des te meer naar het veilig stellen van hun nationale politieke en economische belangen.

We noemen dat een overbepaald systeem, waarbinnen van geen mens meer verlangd kan worden dat hij of zij zicht houdt op de meer wezenlijke politieke vraagstellingen op de langere termijn.
De politicus van vandaag is aldus bezien geheel en al gevangen in een complex van onoverzienbare vraagstukken en krachtenvelden. Hij kan daarbij niet veel meer doen dat de indruk vestigen dat hij het overzicht heeft en zich te gedragen op een wijze waarmee hij zijn positie electoraal niet ondergraaft. Door dit nauwelijks verwijtbare tekort om de kiezer te overtuigen op basis van een visie op de langere termijn staat hem weinig anders te doen dan deel te nemen aan het populariteitscircus in dat monsterverbond tussen politiek en media om de illusie van ware politiek in stand te houden. De wereld is in rep en roer en niemand heeft op dit moment het antwoord op alle vragen die dat oproept. Daarom worden die vragen uit de weg gegaan en leven wij van dag op dag.

We zijn allen deel van een in de historie uniek mondiaal proces, waarin wij leren te beseffen dat de idee van maakbaarheid van onze samenleving en ons bestaan zeer betrekkelijk is. Het enige dat wij van onze overheid kunnen vragen is om in deze ongewisse tijden toe te zien op redelijkheid, billijkheid en medemenselijkheid in het opvangen van wat deze ontwikkelingen voor de samenleving tot gevolg kan hebben; maatstaven die wij ook in onze beoordeling van de landbestuurders zullen moeten aanleggen; de enige maatstaven die enig uitzicht bieden op een menswaardige samenleving in moeilijke, ongewisse, maar spannende tijden. Over normen en waarden gesproken.

Jan Rienstra

Heemstede

023 5281295

S. Smit

Dat de middelmaat regeert zal in het algemeen wel waar zijn. En daar hoort inderdaad in het algemeen bij dat de leiders daarbij volgers zoeken.

Toch ligt de kwaliteit van de leiders niet alleen bij het debat. Hoogstaande retoriek kan losgezongen raken van de echte wereld.

Mariëtte Hamer mag dan wel geen retorische hoogstandjes bieden, maar ze komt wel heel betrouwbaar over. Ze kan vechten binnen de marges die ze heeft. Dankzij haar kan er eventueel een parlementaire enquète komen over Irak. Vermoedelijk heeft zij het hard gespeeld tegenover Donner, tegen de bezuinigingen die vooral door een bepaalde groep moet worden opgebracht en tegen het ontslagrecht van Donner.

De heer Samsom is wellicht slimmer in het debat, maar dergelijke krachten kunnen tegelijkertijd zwaktes zijn. Iemand die met woorden kan goochelen en de minder gezaghebbenden onder tafel kan praten heeft niet per se overtuigingskracht. Dat geldt ook voor de heer Timmermans, een begenadigd redenaar, maar je weet al vooraf waar hij in het gesprek wil uitkomen.

Dan is er een dialoog in woorden, maar niet in de geest.

peter timmermans

Dag Louise,

“Niet de leugen maar het gedraai en gemier regeert” is mijns inziens iets meer dan de helft van het gehele verhaal. “Öok de leugen en het gedraai en gemier regeert”, zou wat mij betreft de lading meer dekken.

Je vraagt je af wat er mis is met de politiek. Niets natuurlijk. Dat IS politiek. In deze tijd bezien. En daar hoort liegen, bedriegen ook bij.

Vorm en inhoud. Het gaat al lang niet meer over de inhoud. Als vorm in dit verband voor vormen stond, was er niks aan de hand maar helaas. We hebben het er niet meer over en vervolgens gaat het alleen nog over de buitenkant, de vorm. Dat moet mooi zijn, goed lijken, naar tevredenheid stemmen.

Dat is politiek. Die kunnen het niet iedereen naar de zin maken, en draaien en mieren. Liegen hoort in dat rijtje dan al snel thuis. De verleiding is groot.

Je ervaart de wereld vanuit je eigen tijd. en gewend aan een overheid die in de tijd dat je gevormd werd, BESLUITEN nam. Initiatief toonde, visie had, trendzettend was, de wereld voor je verbeterde. De welvaart toe liet nemen. In europees verband nog wel.

Nu eenieder:
- auto’s heeft, de snelweg om op te rijden, en brandstof daarvoor
- alle denkbare electrische apparaten, en de stroom om die te laten draaien
- 3 communicatie middelen, en de netwerken, bekabelingen die er voor nodig zijn
- 2 banen per gezin, en de economie daarvoor

kun je verwachten dat er een fase is/komt/ komen zal die zich niet geheel in lijn met onze ervaringen zal voortzetten.
Om de welvaart te bereiken hadden we een industrie nodig. De economie waaraan jij refereert. Die is er niet meer. 80% Werkt in de tertiaire sector. Slechts 2% in de primaire. Dat zegt genoeg. We zijn aan het potverteren. Bouwden iets op, deden aan outsourcing en verdienen daar meer aan dan het werk zelf te doen. Helaas of hoera? Het is een keuze.
De arbeiders in de vut, en nieuwe arbeid gevonden in diensten. Geen wezenlijke takken van sport zoals we die hadden. (Industrialisaties van produkties omdat het volume daarom vroeg.)Spin off’s daarvan ons gezondheids systeem, onderwijs, culturele.

Het gegeven dat diegenen die je de macht hebt toevertrouwd daar naar verwachting mee omgaat is en blijft een verwachting. Het bewijs wordt achteraf geleverd.

Het is een keuze om politicus te worden maar ik zie in dat het makkelijker is budgetten te maken en geld uit te geven aan investerings projecten zoals de afgelopen eeuw gedaan zijn, dan te werken met en aan relatief marginale bijdragen zoals onze tijd die kent. Materieel gezien dan.
Het is niet sexy een werklijke bijdrage te leveren aan normen en waarden. Je kunt je overigens afvragen of dat een politieke taak is. Als de mens van nu dat zelf niet meer wil….

Dus, als we teleurgesteld zijn in de politiek zegt dat eigenlijk meer over ons zelf. Waar doen we het voor. Durven we dat uit te spreken of hebben we liever dat een ander dat voor ons doet. De politicus. En schieten we die vervolgens af.

Een constatering alleen is onvoldoende. Zeg wat je denkt en doe er iets mee. Breng het tot bewustzijn.
Niet alles wat vroeger goed was, is dat nu niet meer.

Je mist nu visie.
Ik herken dat het lijkt alsof er vorige eeuw visie was. Dat was het waarschijnlijk ook voor de weinigen die eraan meewerkte, en aan de macht waren. Het realiseren van welvaart wordt door iedereen als prettig ervaren en krijgt al snel de kwalificatie goed. Met visie. Als je met voorschrijdend inzicht tot de conclusie komt dat die welvaart tot stand is gekomen door groot energie verbruik, waar een einde aan zit, zou je er wellicht nooit aan begonnen zijn. Met verstand. Ook dit is relatief.

Wat mij zorgen baart is dat de visie ontbreekt een zorgzame samenleving te houden/bouwen. Een moderne vorm van sociale controle zo je wil.
Als nl blijkt dat de crisis doorzet in een richting dat landen zichzelf gaan beschermingen, dan zou je nog wel eens blij kunnen zijn dat PVV er (even) was.
Er is dan nog een wij tegen de rest. Als het niet (meer) nodig is, dan verdwijnt het vanzelf weer.

Ik herken de ontevredenheid. Europees. Maar bij voorbaat de partij die wint afschieten, maakt eens te meer duidelijk waar we staan en NIET mee bezig zijn. Dat is jammer, en een gemiste kans voor de generatie(s) na ons. Een kind kan zichzelf ook niet opvoeden.

bernard tomlow

geachte mevrouw Fresco,
In het debat en ook in uw reactie na de verkiezingen ontbreekt volgens mij het causale verband tussen de ergernis van de bevolking over de huidige politici en het systeem van indirecte verkiezingen. Het volk kan geen rechtstreeks mandaat geven aan bestuurders, waardoor er nu bijvoorbeeld een kabinet zit dat slechts 6 % van de bevolking wil. Bestuurders in ons systeem mogen juist geen visie hebben, want alleen via eindeloos polderen komen ze iets vooruit. grote projecten mislukken inmiddels stelselmatig. HSL, BETUWE,Rijksmuseum,Noord-Zuid en.. en.. Dat levert dus ook het huidige slag bestuurders op, regenten, die onderdanen regeren, zowel landelijk, als lokaal.Het volk kiest niet zozeer voor Wilders maar tegen partijpolitieke spelletjes.wellicht zou u dit element in uw beschouwingen kunnen betrekken.

Willem Fokkema

Louise zoekt sterretjes
In haar column op 9 juni beschrijft Louise Fresco de lamentabele kwaliteit van de Nederlandse en Europese leiders en de daaruit voortvloeiende politieke desinteresse van de burgers.
Ze heeft gelijk: het neerwaarts spiraliserend effect wordt niet doorbroken zolang de leiders het lef niet hebben om mensen om zich heen te verzamelen die wellicht beter en sterker blijken te zijn dan zij zelf. In het bedrijfsleven komt het wel voor dat managers getalenteerde mensen om zich heen verzamelen om de totale prestatie van de organisatie te verbeteren. Helaas ook nog te weinig.
Maar hoe simpel om talent te vinden en te selecteren? Gisterenavond zag ik de herhaling (uiteraard) van een programma waarin gezocht werd naar een opvolgster van Katja Schuurmans.
Dertig meiden die hun talenten moesten tonen. Drie onderdelen: Eerst uit de kleren om te zien of behalve het gebleekte gebit de rest er ook een beetje goed uitzag. Daarna over de stormbaan: modder, water en een beetje fysiek. Niet te veel maar er ontstond toch al enig verschil en ook voorkeur. Ten slotte de IQ test. Slim programma! We willen uiteindelijk ook nog mensen die iets in hun bovenkamer hebben. Als er nu ook nog een stemronde per sms komt dan zijn we eruit. Dit is echt de oplossing voor jouw probleem!
In ditzelfde NRC staat ook een interview met Daniel Cohn-Bendit, de Franse opstandelingen leider van ‘68. De Fransen hebben hem gedurende de afgelopen jaren op de drie onderdelen kunnen volgen en vragen hem nu zelf of hij de nieuwe president van Frankrijk wordt.
Het probleem van onze politieke voormannen en -vrouwen is dat ze nog nooit iets hebben (kunnen) laten zien. Alleen maar woorden waarvan achteraf onduidelijk is welk effect die hadden op het resultaat.
Dus Louise: als je meer elan en goede mensen zoekt, organiseer het spel: “wie wordt de nieuwe minister president?”. Ik zou wel op je stemmen.

Willem Fokkema
Velp

Chris Mast

Anders dan Louise Fresco denkt, is een politieke partij, niet een organisatie waarin één leider (bij de PvdA Wouter Bos) het voor het zeggen heeft. Een politieke partij is een organisatie met macht en tegenmacht. Wie Mariëtte Hamer pootje zou willen lichten, moet lid van de fractie zijn (want alleen daar valt de beslissing) en moet zich verzekerd weten van een meerderheid. Wie in de fractie te vroeg zijn vinger opsteekt in een dergelijke situatie, heeft zijn kansen in een later stadium verspeeld. Daarenboven is er de politieke opportuniteit. Anders verwoord: wat win je en wat verlies je met een machtsstrijd.

Haar andere punt is dat vooral middelmatigen voor de politiek kiezen. En dat talent tegen je kan werken. Ze roert daarmee een interessant discussieonderwerp aan. Inderdaad. Talent zal zich op eigen kracht naar boven moeten vechten. Ook een getalenteerde politicus als Bolkestein (onverdacht voorbeeld) werd niet juichend binnengehaald.

In de politiek gelden nu eenmaal andere regels. Getalenteerden hebben wel het voordeel, dat ze die regels sneller snappen en beter kunnen hanteren.

Lydia van Duijn

Knikkend van herkenning heb ik uw collum zitten lezen. Geweldig, sterk en mooi geformuleerd. Hartelijk bedankt!

Kees le Pair

Crisis Politiek

Net als veel andere intellectuelen keek en luisterde ik met leedvermaak naar wat politici te berde brachten na de verkiezing voor het Europese Parlement. Het werelddeel verkeert in een ernstige crisis, velen verliezen hun baan, op termijn dreigt ook nog een energiecrisis en de leiding bazelt maar wat. Louise Fresco noemt het gedraai en gemier. En gelijk heeft ze. Na enige reflectie is mijn pret over. De toestand is te erg, lachen is misplaatst. Er is nl. geen eenvoudige uitweg. Aannemend dat het merendeel van de invloedrijke bestuurders te dom is, is zelfreiniging van het systeem onaannemelijk. Wie zouden verstandige mensen aan de macht moeten brengen? De sukkels op het pluche? De meeste domoren weten niet eens, wat ze niet begrijpen en niet kunnen. Laat staan, dat ze uit zichzelf opzij zouden gaan voor anderen, die het beter weten. Een domme leerling wil nog wel eens toegeven, dat hij het niet snapt. Maar de eerste machtszoeker, die zijn onwetendheid toegeeft, moet nog geboren worden. Laat staan, dat hij uit zichzelf opzij stapt.
In ingenieurskringen piekert men al enige tijd over de vraag, waarom rationele inzichten zo weinig aandacht krijgen? Snelle probleemoplossers, zoals daar zitten, zoeken de fout eerst bij zich zelf. ‘Wij communiceren te slecht’. Er gaan dus stemmen op om in technische en andere bèta studies (B&T) meer aandacht te geven aan sociale vaardigheden.
Ik denk, dat we daarmee het paard achter de wagen spannen. De fout zit niet in de eerste plaats bij hen. De fout is, dat de politiek – en vaak ook centengraaiers en bonusgeilaards in het bedrijfsleven – niet willen, of zelfs kunnen begrijpen, wat hen door de ‘nerds’ wordt voorgehouden. Indien we in genoemde zin het curriculum van B&T gaan veranderen, daalt ook in die regionen het kennisniveau en bereiken we slechts dat het leger draaiers en mierenden nog groter wordt.
Ik zou van vakmensen in de sociale en historische vakken wel eens willen horen, of die op basis van vroegere situaties een uitweg kunnen wijzen?

Kees le Pair

jan wienbelt

n.a.v. Column: Niet de leugen regeert, maar het gedraai en gemier.
Geachte mevrouw Fresco,

Mooi artikel. En dank voor uw mooie boek: De tuin van de Sultan van Rome.
Natuurlijk is de regering en ons parlement een belangrijke scharnier in het welvaren van ons land.
Geen goede diagnose, geen goede oplossing.
Uw diagnose behoeft m.i. aanvulling.
De aanvulling in het kort: de vele regels en wetten werken verlammend op de samenleving. Inmiddels zijn daar veel artikelen over verschenen. Balkenende heeft van meet af aan gehamerd op handhaven! Alleen, je kunt pas handhaven als de regels consistent en goed zijn, maar dat zijn ze niet en er zijn teveel. Balkenende beloofde het ambtenarenbestand te verminderen maar er zijn ambtenaren bijgekomen. Meer regels, meer ambtenaren.
Uit ervaring, als architect, ervaar ik dat er een groot gat zit tussen het recht van de burger en dat van ‘doverheid’. De burger heeft veel minder rechten dan de overheid. Maar nu ga ik teveel in op detail m.b.t. uw column.
Uw slotzin was: hoe komen wij hier uit?
- door het inkrimpen van het overheidsapparaat en de regelgeving.
- door het verminderen van het aantal 2e kamerleden.
- door de provinciale besturen en waterschappen op te heffen, met wel als consequentie grotere gemeenten en aangepast rijksoverheidapparaat.
- door het instandhouden van de 1e kamer.

Zomaar een suggestie over milieu (welke overheid kun je daarop aanspreken? Milieu? die verwijst naar Verkeer en Verkeer verwijst naar de gemeente):
er kan veel bespaard worden, op doorgebrachte uren in de auto, op co2 uitstoot, op benzine, indien de verkeerslichten naar gelang de lokatie bijvoorbeeld ‘s avonds, in het weekend niet werken. Veiligheid voorop, maar dat is betrekkelijk, want soms, als de verkeerslichten uitvallen verloopt de verkeersafwikkeling verrassend goed.
Tenslotte, ik heb geen specifieke politieke overtuiging (meer). Kabinet en volksvertegenwoordiging zijn zozeer met zichzelf bezig (het gedraai en gemier), dat ik niet weet op wie te moeten stemmen. Zeker niet op Wilders. Hij vertegenwoordigt een proteststem die doet denken aan tijden voor WO2.
Begin met het kleine en bouw dat verder op.

J.C.Wienbelt.

R. Ritzen

Anders dan de meeste reageerders vind ik deze column op alle fronten bizar.
Bijster origineel is de kritiek niet, zo blijkt uit een inventarisatie van de conclusies van onderzoek naar klachten over de politiek. 1994: burgers vinden de politiek autistisch, onmachtig, banaal, stuurloos, ondoorzichtig en onbetrouwbaar. 1989: parlement is schijnvertoning. 1984: burgers herkennen de Kamer steeds minder als vertegenwoordiger. 1976: een grote kloof tussen politici en burgers. 1975: slijtage van de grondslagen van de parlementaire democratie. 1969: het parlement ziet er voor Piet Snot en het politieke bestel heeft afgedaan. 1966/1967: maatschappelijk onbehagen en wantrouwen jegens de politiek. 1965: 40 tot 60 procent van de Nederlandse bevolking was de politiek apathisch. Enz.
Ik zie eerlijk gezegd niet zoveel verschil tussen het populisme waartegen Louise Fresco ageert en het populisme dat uit haar eigen betoog spreekt. De column bevat niet veel meer dan een bonte mix van drogredenen. Zij lanceert een persoonlijke aanval op Bos: deze middelmatige politicus geeft de voorkeur aan nog meer middelmatigheid boven talent. Sowieso deugt er niets aan de politici: het ontbreekt hen aan moed en eerlijkheid en ze laten zich leiden door eigenbelang en kortzichtigheid. Er zijn steeds minder verstandige politici van een moreel hoogstaand kaliber en steeds meer laffe en oneerlijke politici. Verder constateert Fresco onbeschoftheid, graaigedrag en politieke desinteresse bij burgers: ook al de schuld van politici. Dit is eigenlijk niet veel meer dan een soort geenstijl.nl voor 50-plussers.

H den Hollander

Geachte mevrouw Fresco.Uw column is mij uit het hart gegrepen Helaas zie ik geen oplossingen want ik ben van mening dat zulke toestanden altijd voorkomen aan het einde van een beschaving .Volgens mij zijn wij nu bezig aan een herhaling van b.v. de romeinse beschaving…Erzijn zoveel parallellen:Manipulatie van het volk door de machthebbers we worden door de media overstelpt met brood en spelenBijna alle reclame is over voedsel en ont spanning
Er staan geen Hunnen onder Attilla voor de poorten maar burgers uit de Oost-Europese landen die net als de romeinendeden worden afgekocht met geld
Onze tijd wordt opgevuld met onbenullig vermaak want programma’s die er echt toe doen opde t.v.worden pas heel laat uirgezonden als de gewone man al op een oor ligt.
Welstand leidt tot gemakzucht hebzucht naar nog meeren iedere beschaving gaat tenonder aan zijn iegen verwording.
Onze geschiedenis bewijst het keer op keer en vandaar mijn mening dat een en ander is ingebakken in het systeem van de mens .
Hopelijk komt er nog eens een mutatie van de homo sapiens die meer empathie heeft voor zijn medemens
Hoop doet leven.
Nog veel dank voor Uw prachtig geschreven werk.

Jan C. Werkman

Het publiceren van de voortreffelijke analyse van Louise Fresco is een testimonium paupertatis van de redactie van NRC/AH. Met zo’n veelzijdige redactie als dagelijks vermeld had een team een artikel van deze kwaliteit moeten kunnen maken. Helaas, de ook in de reacties onderbelichte teloorgang van het publieke debat in de media, lijkt bij NRC/AH al onomkeerbaar. Als er maar gelachen kan worden bij het zo begeerde aanzitten bij P&W of DWDD doet de inhoud van de discussie er al lang niet meer toe. Ieder onderwerp van enig belang -tussen de nonsens door- wordt tot gehakt vermalen tot vermaak van het publiek. We zijn er bijna aan toe dat alleen ‘Het Klokhuis’ nog relevante informatie levert.