*

Een sympathieke, misleidende goeroe :: nrc.nl

Een sympathieke, misleidende goeroe

Over precies een week is hij in Nederland, op uitnodiging van het John Adams Institute. Het zindert dan ook van de hooggespannen verwachtingen op de webpagina’s van natuur- en milieuorganisaties. Hij, dat is Michael Pollan, auteur van verschillende bestsellers over voedsel waarvan Een Pleidooi voor Echt Eten het laatste is. Zijn vorige boek, An Omnivore’s Dilemma, haalde de jaarlijst van de tien beste boeken van zowel The New York Times als The Washington Post.

In allerlei landen is Pollan populair, ook in Nederland is hij eerder opgetreden bij Tegenlicht. Hij bezet niet toevallig de leerstoel voor journalistiek in Berkeley. Die universiteit is immers de bakermat van de tegenbeweging uit de jaren zestig, waar de collectieve volkstuin als daad van verzet ontstond en men experimenteerde met spannende combinaties als boeddhisme en brood bakken. Meer dan enige andere staat beschouwt Californië zich als de leider van het nieuwe, groene leven.

Alle reden om Pollan serieus te nemen. Zijn meest recente schrijven behelst een zeer lange open brief aan president Obama, als Farmer in Chief (naar analogie van de Commander in Chief), gepubliceerd in The New York Times. Die brief bevat tal van aanbevelingen over energie, landbouw en koken, oplossingen voor een crisis die, in zijn visie, veroorzaakt is door de voedings- en landbouwwetenschap. Het essay wordt door zijn Nederlandse bewonderaars scherpzinnig en indrukwekkend genoemd.

Pollans verdienste is dat hij voedsel als onderwerp op de politieke en sociale agenda heeft gezet. Zeker in de VS, land van te dikke pizza’s en te zoete milkshakes, kan dat niet genoeg gedaan worden. Zijn ideeën zijn goed bedoeld; de meeste zijn niet nieuw, een klein aantal ervan is verstandig, maar een groot deel is wetenschappelijke onzin. Het resultaat is een aantrekkelijk, maar misleidend mengsel met hier en daar een vleugje demagogie. Leuk is het idee om van de tuin van het Witte Huis een moestuin te maken. Verstandig is zijn samenvattende stelling: eet niet te veel en vooral planten. Demagogisch is: eet niets waarin ingrediënten zitten die je niet kunt uitspreken. Of: eet niets wat je grootmoeder niet zou herkennen.
Wetenschappelijke onzin is het om te suggereren dat we terug moeten naar gemengde bedrijven zonder kunstmest waar dieren weer het land bewerken. En dat zonlicht de basis van de voedselketen moet worden, of zoals het heet sun based agriculture. Dat is natuurlijk al zo sinds het ontstaan van het leven op aarde. Wat hij bedoelt, is dat voedselproductie minder afhankelijk moet worden van fossiele brandstoffen. Dat is een open deur, en niettemin blijven wij het komende decennium sterk afhankelijk van olie, gas en kolen (en dat laatste zeker in China). Het tegenover elkaar stellen van ‘zonne-landbouw’ en conventionele landbouw gaat ook voorbij aan alle reeds bestaande inspanningen in het energie- en materialenzuiniger maken van de voedselproductie. Dergelijke generalisaties brengen ons niets verder.

Dat geldt ook voor zijn pleidooi om alleen lokaal voedsel te eten. Dat is onmogelijk, omdat je daarmee geen grote steden kunt voeden en miljoenen boeren de kans ontneemt om voedsel te exporteren. Strikt genomen moet je dan ook bananen uit Europa verbannen. Nog zorgwekkender is het om te stellen dat we terug moeten naar het voedsel van vroeger, voordat de voedingswetenschap ons allemaal ziek zou hebben gemaakt. Wat we vroeger aten was ‘echt’, wat we nu eten is kunstmatig. Die suggestieve formulering ontkent de geweldige vooruitgang op gebied van hygiëne en voedselsamenstelling. Nog zo een halve waarheid: de paradox dat we steeds meer met eten bezig zijn, en tegelijk steeds ongezonder worden. ‘We’ worden in het algemeen niet ongezonder, wel zijn met het afnemen van sterfte aan infectieziekten voedingsgerelateerde chronische ziekten zoals kanker, diabetes en hart- en vaatziekten belangrijker geworden (al is dat heel sterk gebonden aan sociale klasse).

Pollan is zo populair omdat hij appelleert aan het romantische beeld van het ouderwetse platteland dat gedijt in sterk verstedelijkte samenlevingen. Bovendien speelt hij in op het gebrek aan vertrouwen van consumenten die in de wirwar van gezondheidsclaims en producten niet meer weten wat zij moeten eten. Dat wordt echter niet opgelost door het idealiseren van vroeger tijden.

Het verlangen naar het voedsel en de samenleving van vroeger is ten diepste egocentrisch, een product van de hogere middenklasse die zichzelf als norm stelt, maar voorbijgaat aan de realiteit van een wereld met meer dan drie miljard stedelingen. Om het scherp te stellen: een terugkeer naar kleine bedrijven met dieren en handgeplukte tuinbouwproducten betekent niets anders dan bijna alle boeren veroordelen tot armoede en zwaar werk, en het eten van groeten en fruit te reserveren voor de rijken. Met hetzelfde gemak worden de stedelijke armen vergeten, die het meeste te lijden hebben van iedere stijging in voedselprijzen. Het hoogtepunt van kortzichtigheid is de passage waarin Pollan stelt dat al die extra arbeidsintensieve landbouw dan maar in ontwikkelingslanden moet plaatsvinden – alsof de meeste jongeren daar geen andere aspiraties hebben dan in de modder te blijven ploeteren, terwijl in de VS dat blijkbaar niet hoeft. Het klinkt wel erg naar een dubbele moraal.

Het zou onterecht zijn om Michael Pollan alleen af te rekenen op zijn wetenschappelijke missers of zijn luchthartige demagogie. Met hem vind ik dat voedsel cultuur is, dat we van voedsel moeten genieten en het niet gedachteloos naar binnen moeten werken. En met hem wacht ik nog steeds op een integrale voedselpolitiek, in Nederland, in de VS en in de wereld.

Lees hier de open brief van Michael Pollan aan ‘Farmer in Chief’ Barack Obama.

Geplaatst in:
Algemeen

16 reacties op 'Een sympathieke, misleidende goeroe'

Jan Bouma

In vogelvlucht en met de snelheid van de hedendaagse mens, die toch al het besef heeft “niet alles en met voldoende perceptie tot zich te kunnen nemen, ook niet de van belang zijnde commentaren…”, beste mevrouw Fresco, concludeer ik al bij voorbaat dat uw verhaal en betoog zullen mislukken – qua communicatie.

De veelheid van belang zijnde paradigma speelt u parten. Idem andere, die weliswaar zich een oordeel aanmatigen, maar toch het totale overzicht missen.

Die basale kennis en wetenschap zijn niet aanwezig.

Welnu:

Waarom zou men eigenlijk de communicatie omtrent de demografische wetenschap niet willen beperken tot de essentialia? Dan dient daarover overeenstemming te bestaan (zo zult u opmerken; terecht) is dan een gerechtvaardigd antwoord.

Mijn probleem is echter dat u – en al uw collega’s – niet eens toekomen aan het stellen van de basale vragen aan de mensheid die er toedoen. En zolang men zich, als mensheid, niet serieus genomen voelt zal elk verhaal tevergeefs blijken.

Sjoerd Slegtenhorst

Het pleidooi van meneer Pollan i.c.m. de kredietcrisis doet me een beetje denken aan een boekje van meneer Koolhaas over Plato, “De strijd tegen het democatische beest”, waarin Plato fulmineert, niet zo zeer tegen de democratie, als wel tegen de randverschijnselen zoals een ongebreideld consumentisme.

Plato meent dat de enige werkelijke gelukkige samenleving zich richt op de landbouw en genoegen neemt met eenvoudig voedsel. Gebak en andere lekkernijen zorgen voor fysiek genot en leiden de werkelijk gelukkige mens alleen maar van zijn doel af. Handel zorgt wel voor welvaart, maar zorgt er tegelijkertijd voor dat geld en aanzien in de politiek het streven worden, met alle ellende vandien.

Een beetje gechargeerd zou volgens Plato het pleidooi van meneer Pollan niet alleen een oplossing bieden voor de voedselcrisis, maar ook voor de klimaatcrisis en de kredietcrisis en ons allen heel gelukkig maken.

Tim van Dam

Helder en scherpzinnig als altijd.

Jelle Schöttelndreier, Groenekan

Beste Louise, is voedsel wel cultuur en landbouw niet? Agriculture! Dat is meer dan ” alsof de meeste jongeren daar geen andere aspiraties hebben dan in de modder te blijven ploeteren”
Er is een wereld te winnen bij een gezonde agricultuur, er zijn veel jongeren die daar in willen werken als het op een goede manier kan. Ook al trekt Hollywood ze naar de tv.
Wil jij dat ze allemaal naar de stad trekken en zich voeden met industriële landbouwprodukten?
De meerderheid van de mensheid woont nog steeds op het land, dacht ik. Is dat alleen ploeteren in de modder?
Wie binnen is, woont buiten. Geldt dat alleen in Nederland?

H. Rutten

Professor Fresco bewijst met deze column haar eigen goede zaak (een integrale voedselpolitiek) een slechte dienst. Zij kiest ervoor Pollan neer te sabelen met zware woorden (zoals het pleonastische ‘misleidende goeroe’), clichématige karikaturen (zoals het idealiseren van vroeger tijden) en gelegenheidsargumenten (zoals het voeden van 3mrd stedelingen). Zelf ben ik het lang niet met alles eens wat Pollan in zijn artikel en boeken beweert, maar verfrissend en inspireren vind ik hem beslist. En van een drang naar verhalen die mijn eigen gelijk bevestigen ben ik al lang genezen. Fresco had ook kunnen laten zien dat de opvattingen en ideeën van Pollan haar aan het denken zetten. Ze had Pollan cum suis ook constructief kunnen benaderen en hen (en zichzelf) de vraag kunnen stellen: hoe kunnen we een volgende stap verder zetten? Een stap op weg naar een toekomst waar de essentie van landbouw en voeding over méér gaat dan productiviteit, kostprijs en nutriënten. Het zijn uitgerekend landbouwwetenschappers die zo’n toekomst telkenmale met misprijzend schouderophalen bejegenen. Zij zouden beter moeten weten, want we zitten nu inderdaad met een landbouwsysteem dat niet vertrouwd wordt en dat zijn kernbelofte (honger de wereld uit!) nooit zal kunnen nakomen. Louise Fresco haalt in haar column evenzo haar schouders op over journalist Pollan en toont zich daarmee de verongelijkte landbouwwetenschapper. Een gemiste kans. Op die manier zal zij nog heel lang moeten wachten op haar ideaal. Gelukkig zet Pollan aan tot actie.

Frans van der Steen

Natuurlijk was vroeger niet alles beter. Het leven op het platteland was voor weinigen romantisch. Maar de moderne geglobaliseerde landbouw heeft behalve een aantal goede zaken met name enorme problemen veroorzaakt. De verslaving aan fossiele brandstof onder meer door het gesleep met voedsel over de aardbol en de sterk toegenomen vleesproductie dragen zeer sterk bij aan de opwarming van de aarde. Veel te weinig mensen beseffen helaas hoe levensbedreigend en bedreigend voor de kwaliteit van leven de klimaatcrisis is. Autralië dreigt bijvoorbeeld een woestijneiland te worden en honderden miljoenen zullen door het wassende water van vaak vruchtbaar (delta)land verdreven worden naar al (over)bevolkte hoger gelegen gebieden. Daarnaast zijn er grote problemen met gif en overmatig gebruik van kunstmest waardoor water onbruikbaar wordt en landbouwgronden mede door gebrek aan organisch materiaal snel degenereren. We moeten dus, ook in de landbouw, heel snel af van het gebruik van fossiele brandstoffen en kringlopen waar mogelijk sluiten. Dat leidt onherroepelijk tot een meer regionale duurzame landbouw, niet voor 100% maar toch zeker voor 80%.

Voor een houdbare ontwikkeling zullen we ons veel meer moeten richten op basisbehoeften. Dit geldt voor het Zuiden én het Westen. Dat betekent topprioriteit voor plattelandsontwikkeling liefst ten koste van de trek naar de (grote) steden en voor regionale duurzame voedselproductie met een zo hoog mogelijke opbrengst. Die is arbeidsintensiever en minder kapitaalsintensief. En werk is overal ter wereld nog steeds de beste garantie om in basisbehoeften te kunnen voorzien en voor zoiets als bestaanszekerheid. Vaak is er in armere landen een stevig overschot aan arbeid en een groot tekort aan kapitaal. Komt dat even goed uit!

Alexis van Erp

Leuk kritisch stuk. Misschien is het de moeite waard om de lezers ook te verwijzen naar de integrale vertaling op de website van Biologica, want de brief is inderdaad lang en het Engels zal voor sommigen een drempel zijn. De vertaling is hier online te vinden: http://www.biologica.nl/detail_press.phtml?act_id=776. Voor het leesgemak zijn tussenkopjes toegevoegd. Correcties zijn welkom.

A. Schram

Dank voor het in perspectief plaatsen, Louise Fresco. Allicht kunt u dit stuk ook in de New York Times geplaatst krijgen, voor als de nieuwe administratie een nuance zoekt.

Bert van Ruitenbeek

Hierbij nodigen we mevrouw Fresco van harte uit voor de Masterclass met Michael Pollan op dinsdag 10 februari georganiseerd door Leaders for Nature en Biologica met vertegenwoordigers van bedrijfsleven, wetenschap, overheid en media met voluit ruimte voor uitwisseling en discussie.

Suzanne Vlakveld

Een goed stuk waarin, althans voor mij de kern zit in inderdaad de egocentrische beweegredenen die Pollan soms aanhaalt voor het schrijven van zijn artikelen.Waar ik in dit stuk wel moeite mee heb is dat wel heel snel het belang van werkgelegenheid voor jongeren in de landbouw onder de tafel wordt geveegd. Veel gebieden in Afrika hebben een enorme landbouwpotentie. Deze gebieden worden van steeds groter belang door de voedselschaarste. Voordat allerlei Indische en Chinese bedrijven deze gronden opkopen en nieuwe vormen van kolonisatie gaan bedrijven, lijkt het mij van groot belang dat juist de jongeren de potentie van deze gronden leren kennen. Die uitdaging zit hem dan vooral in het feit dat er een markt moet zijn en dat een deel van de waardecreatie vooraan in de keten bij de producent komt te liggen. Ook daar kunnen jongeren voor worden ingezet, zodat ze hun “aspiratie” niet in de steden hoeven te zoeken.

Sietz Leeflang

De column van mevr. Fresco is de getuigenis van iemand, die de harde realiteit van de agrifoodbussiness als mondiale megamacht in haar jaren bij de FAO van nabij heeft ondervonden en zich eenvoudig niet meer kan voorstellen, dat een aanpak zoals voorgesteld door Pollan nog mogelijk is. De gevestigde belangen en geïnvesteerde vermogens, maar ook onze al bijna totale afhankelijkheid van de alom aanwezige agromachinerie zijn zo groot geworden, dat het roer niet meer is om te krijgen. Dat wil beslist niet zeggen dat Pollan ongelijk heeft. Toen voorstanders van biologische landbouw zoals ondergetekende en zijn vrouw met hun project De Kleine Aarde in ’71 met soortgelijke voorstellen inzake landbouw en voeding de aandacht vroegen werden zij effectief als “geitewollen sokkenvolk” weggezet. Dat lot overkomt Michael Pollan gelukkig nu niet meer Overal is immers het besef gegroeid, dat de wereld een klimaatverandering ondergaat, die vrijwel zeker het gevolg is van onverantwoord ecologisch handelen en afhankelijkheid van niet-duurzame systemen zoals de agrifoodbussiness ons die heeft opgelegd.

Veel van wat Pollan aanbeveelt zou natuurlijk heel goed kunnen. Waarom zouden zelfs grote steden niet door regionale landbouw van voedsel kunnen worden voorzien? Zolang de benodigde producten binnen een “dagreiscirkel”zijn aan te voeren en zodra stedelingen ontdekken hoeveel tuinbouw je binnen stadsgrenzen kunt bedrijven en zodra jonge mensen gaan ontdekken dat het landleven ook heel goed te leven valt en dat zij als nieuwe boeren en hun helpers dankzij verbeterde technische en sociale inzichten geen gevaar meer lopen om als vroegere landarbeiders uitgebuit te worden, is een omschakeling mogelijk. Het is bij ons huidige kennisniveau geen “terug” maar een geweldige stap vooruit, die meer ecologische stabiliteit en gezondheid zou brengen. Dat geldt evenzeer voor Pollans voorstel voor een herintrede van het gemengde bedrijf. Wie deze ideeën als “romantisch” afdoet en zelfs spreekt van “wetenschappelijke missers” moet toch eens bij zichzelf te rade gaan.

Maar inderdaad: hoe krijgen we het roer nog om? En dat in deze tijd van financiële crisis, nu verwarring en wanhoop rationeel handelen weer verder gaan dwarsbomen. Een eerlijk antwoord is: het ligt niet meer in onze macht. Alleen een andere niet meer te keren crisis, de naderende energiecrisis, zal het einde forceren van de agrifoodbussiness die immers, zoals Pollan terecht en bij herhaling benadrukt, volledig afhankelijk is van fossiele brandstoffen, die nu snel schaarser worden. Teken aan de wand is de kunstmestprijs, die vorig jaar snel begon te stijgen naarmate de prijs voor een vat olie de 150 dollar dichter was genaderd en die nauwelijks meer is gedaald, net zomin als die van de bestrijdingsmiddelen.

Wat helaas ontbreekt aan het verhaal van Pollan is dat een achteruitgang van de wereldvoedselproductie niet valt te voorkomen als de boeren het volledig zonder kunstmest moeten doen. Daarvoor is een herstel nodig van een sluitende kringloop van organische stoffen, dezelfde die de natuur miljoenen jaren in stand heeft gehouden en die door de westerse landbouw is verloochend. Het enige ooit werkelijk duurzame landbouwsysteem, dat 4.000 jaar (!) zonder onderbreking deze kringloop nauwgezet eerbiedigde was de Chinese landbouw, die tot kort voor de uitvinding van de kunstmest in 1910 kans zag ruim 750 miljoen mensen te voeden met een areaal dat minder dan de helft was van dat van Amerika. De Chinese boeren benutten elke vorm van organisch materiaal, plantaardig en dierlijk, nadrukkelijk met inbegrip van menselijke uitwerpselen Dit is een voorbeeld dat ons in deze tijd zou moeten aanspreken. Vooral omdat we nu dankzij nieuwe Nederlandse technieken alle mogelijke soorten organische afval, met inbegrip van menselijke fecaliën zoals toenemende hoeveelheden incontinentiemateriaal en luiers, veilig en met methaangas als bijproduct, kunnen omzetten in goede, zelfs al naar teelt aangepaste compostsoorten. En compost is een onmisbare schakel in de nieuwe landbouw, zoals Pollan ons die zo inspirerend voorhoudt. Maar de organische kringloop waarin compost onmisbaar is en die een absolute voorwaarde
is voor duurzame landbouw , is alleen te produceren met volledige gebruikmaking van menselijke uitwerpselen, zoals de Chinese boeren dit onomstotelijk hebben bewezen. Dat je daarbij niet op een honderd miljoen zielen meer of minder hoeft te kijken is misschien iets dat ons wat optimistischer zou mogen stemmen, denkend aan de onstuitbare gegroeide wereldbevolking. Pas als de moderne mens durft te erkennen dat hij zelf, inclusief zijn uitwerpselen, een onderdeel vormt van de organische kringloop en hij daar gewetensvol zoals de oude Chinese boeren naar weet te handelen, worden de vooruitzichten weer wat zonniger.

Jan Bouma

In aansluiting op mijn betoog (3/02) zie hierna de volgende link: http://www.youtube.com/watch?v=3j-zznVDrk0 ; 8 youtubefilmpjes inzake Monsanto en de Clinton-administration.

Het gaat dan om het onvermogen van de politiek om antwoord te geven op de technische voortgang ofwel de wetenschap. Die wetenschap word wel geïnitiëerd door concerns als Monsanto; en dus idem worden de (technische) resultaten door de concerns bepaald. Wie betaalt – bepaalt. Die wetenschap is ook common sense binnen het militair industriële complex.

Anouk Booneman

Ik vind haar wel erg streng. Een sympathieke, misleidende goeroe. Arrogant komt dat over. Michael Pollan schrijft vanuit een Amerikaans perspectief en een Amerikaanse cultuur waar enorme landbouwboerderijen kleine boeren wegwerken, hetgeen tot armoede lijdt. (armoede) Waar vlees van 40 verschillende koeien in één hamburger zit, waar enorme ranches koeien fokken waardoor we hier allemaal heel goedkoop vlees kunnen eten . Waar kippen binnen zes weken slachtrijp zijn en zo kan ik nog even doorgaan. Natuurlijk heeft hij niet op alle punten een oplossing, maar hij heeft een enorme invloed gahad op de Local Food beweging. Hij propageert heus niet dat je alleen ‘local’ moet eten. Dat kan kan hier helemaal niet. Maar hij wil wel dat we allemaal een beetje afvragen waar ons eten vandaan komt.
Hij heeft een enorme invloed op mij gehad en ik denk gewoon een beetje beter na wanneer ik eten koop. Zijn ideeen zijn inderdaad niet nieuw. maar wel een eyeopener voor veel mensen. Massa’s mensen eten hier alleen maar gefabriceerd voedsel. Veel meer dan in Nederland denk ik. Daar mag je best wel een beetje fanatiek tegengas in geven anders word je in de VS niet gehoord. En dan begin ik niet eens over de zooi die kinderen op school krijgen. Dat hij eten op de agenda heeft gezet is een enorme verdienste hier en de term misleidende goeroe als titel vind ik erg verkeerd. Inderdaad we zijn relatief gezien gezonder, omdat we zoveel vorderingen hebben gemaakt op het gebied van gezondheid, maar de kwaliteit van het leven is er niet echt op vooruit gegaan: kinderen hier hebben astma, zijn te dik, er zijn wel heel veel mensen met suikerziekte en kanker. Ik wijt een heel groot deel daarvan aan voedsel.
Louise Fresco zegt dat een deel van die ziektes te maken hebben met sociale klasse. Precies want die eten het slechtst. Pollan vertelt hier heel uitgebreid over in zijn boek “An omnivore’s dilemma” waarin hij stel dat 1000 kcal van chips een heel stuk goedkoper zijn dan 250 kcal wortels . Er is zo duidelijk iets mis met de voedselvoorziening in de V.S. en hij stelt dat aan de kaak. Zij oplossingen zijn wellicht niet altijd even handig maar ik blijf erbij dat hij een hele belangrijke discussie is begonnen

Anouk Booneman, Saltpoint N.Y.

Allard Vorstman

Geachte Mevrouw Fresco, u schrijft als deskundige regelmatig over aan voedsel gerelateerde problemen. Wat mij opvalt is dat u daarbij de overbevolking van onze Aarde niet noemt, ook al is dat misschien niet uw terrein. Gaan maatregelen daartegen niet op zijn minst parallel aan een integrale voedselpolitiek?

m suylen

Mevrouw Louise Fresco,

“It’s the SOIL, stupid !!”
Zoals U misschien (niet) weet, leeft er meer leven onder de grond dan boven de grond (bacteriën, schimmels, wormen, insecten, enz.). Dit leven onder de grond is in volume, gewicht en in aantallen vele malen groter dan alle inwoners, dieren en planten die er op leven. In dat hele onderaardse gedoe zit een hiërarchie en levensschema, waar de mens nog maar zeer weinig van afweet. Desondanks flikkeren we zonder na te denken allerlei rotzooi en vooral gif, op die bodem zonder eigenlijk te weten wat de uitwerking daarvan is.
De bodem is het “substraat” waar al het leven van afhangt. Het filtert het regenwater, is de huiskamer van de wortels voor planten en dier, dus mens. De zon verwarmt niet de lucht, maar verwarmt de bodem die daarna de lucht verwarmt. De bodem is eigenlijk een soort diafragma waardoor leven mogelijk is. Als de bodem alleen maar zou bestaan uit minerale bestand delen dan is er geen leven mogelijk, zie het oprukken van de woestijn. Dus het organische deel van de bodem is zeer en zeer belangrijk en het uiteindelijke doel van de boer is om de bodem gezond te maken en niet af te breken. Het organische deel van de bodem bevat dus die bacteriën, schimmels, insecten, wormen, enz., of terwijl die leven daarin. In bodemmonsters/analyses wordt dat organische deel uitgedrukt in organische stof (OS) en is dus het deel wat niet mineraal is. In dat OS gedeelte speelt zich dus de hele symbiose af met al die deelnemers en daardoor ook alle elementen, onder andere voor het vrijkomen van stikstof en andere voeding voor al die spelers en wortels. De OS bestaat voor een groot deel uit koolstof verbindingen. Aangezien de aarde een gesloten systeem is en het OS gehalte in de bodem afneemt dan komt die koolstof gewoon in de lucht terecht, vandaar meer CO² in de atmosfeer, naast het verbranden van olie en kolen die trouwens ook oud OS zijn. Door de intensieve landbouw is het OS gehalte in de bodem afgenomen. Al is dat maar 1% dan heb je het over gigantische hoeveelheden. Daar hoor je nooit iemand over, behalve over ruftende runderen.
Anyway….. In dat OS gedeelte zitten al die deelnemers. Die leven met elkaar en vreten elkaar op en houden elkaar in balans. Als je daar nu fungicide (antischimmel) op spuit of pesticide (insecten doder), of gif op zaad gebruikt, dan verander je de symbiose en kun je problemen krijgen. Het is namelijk zo dat een “lege” levensruimte niet bestaat, tenzij alles dood/kapot is. Dus als je met één of ander stom gif in de bodem één van de handige deelnemers kapot maakt, dan wordt zijn plaats onmiddellijk ingenomen door een ander. Maar, en dat is nu de crux; wat er voor in de plaats komt is niet beter! Als je dan weet dat bijvoorbeeld de maïs Monsanto 810 een gen heeft die constant in de plant insecten gif aanmaakt, waarvan de stengels na de oogst in de grond verdwijnt, moet je je afvragen of dat zo hendig is (onderzoeken naar de giftigheid van landbouwgif en gif wat geproduceerd word door genetisch gemodificeerde landbouwgewassen, worden bijna alleen maar beoordeeld op de schade aan mensen en eventueel dieren, maar nooit hun negatieve effect op planten en bodemleven!). Daarbij wetend dat problemen pas een generatie later boven water komen. Je kunt best een beetje agent Orange drinken (ook van monsanto) en je voelt je misschien vervelend, maar het zijn vooral je kinderen die geen armpies meer hebben! Zo werkt dat in de natuur ook.
Jaren geleden zei een onderzoeker in een voordracht ongeveer dit; de bacteriën die in de bodem zitten hebben geheugen en dragen dit in die hele bodem cyclus en dus aan plant, dier en mens over ! Dus kort door de bocht: als je shit/gif aan je bacteriën geeft, krijg je dat daarna regel recht terug op je bordje. Je hebt namelijk goede bacteriën en slechte, o.a. salmonella, die dus een plek kan veroveren als je de “goede” bacteriën de nek heb omgedraaid. Zie ook het probleem in ziekenhuizen om het steriel te krijgen; een steriele ruimte is een voedingsbodem en uitnodiging voor “rot” bacteriën. Een goede bacterie is de melkzuur bacterie. Deze kan zeer goed gebruikt worden voor het conserveren van melk en ook het gisten van zuurdesem brood. Maar op het moment dat je je eerst zuurdesem aanmaakt met puur water en puur meel, dan ontstaat er een strijd tussen de rot bacteriën en de melkzuur bacteriën. En dan moeten wij maar hopen dat de melkzuur bacteriën het “winnen” anders kan je geen brood bakken. Daarom kan je in een echte zuurdesem bakkerij geen gist gebruiken. Dit proces speelt zich ook in de bodem af.
Die onderzoeker zei dus dat als je planten laat groeien met kunstmest, gif, drijfmest, en alles wat die melkzuur bacteriën verdringt, dan moet je ook niet raar opkijken dat je voeding krijgt die snel rotzooi is en bijvoorbeeld zich niet lang conserveert. Hij gaf daar nog een praktische tip voor. Koop een biefstuk en leg die onder in de koelkast op een bord met een cellofaan erover. Op een gegeven moment gebeurt er iets (herinner je daarbij Supersize me, dat er met die frieten niets gebeurde) en zet het proces van vergaan zich in werking. Mocht je biefstuk meteen gaan stinken, dan kan je er gif op innemen dat die koe op een rotte bodem, en rot voer heeft gegeten. Mocht er op je biefstuk de melkzuur bacteriën “winnen” dan kan je er van uit gaan dat het hele proces en vooral de bodem geheugen bacteriën hun werk goed gedaan hebben. Je begrijpt dat het goed mogelijk is dat een intensieve biologische boer, die rot voer teelt, bijvoorbeeld maïs kuil, en aan zijn beesten geeft, een stink biefstuk kan krijgen en dat een extensieve gangbare boer die een gesloten systeem heeft met eigen hooi en graan het er prima af kan brengen.
Aangezien de meeste genetisch gemodificeerde planten doormiddel van bacteriën “random” gemanipuleerd zijn, kan je misschien begrijpen waarom wat mij betreft hier ontzettend voorzichtig mee moet worden omgegaan, voordat die in open natuur/bodem terecht komen. Niet alleen in verband met de onvermijdelijke kruisbesmetting, maar dus vooral voor het effect op de hele bodem populatie.
Als je de bodem beschouwt als dode steenwol, dan moet je er niet gek van opkijken dat je daar ook geen “levend” voedsel vanaf krijgt.
De bodem is een levend systeem, waar de mens zeer weinig van weet, maar die dus echt onze voedingsbodem is.
Elke landbouw politiek/systeem moet dus de bodem als uitgangspunt nemen. We zien nu de resultaten dat wanneer de bodem niet het uitgangspunt is, de perspectieven van een industriële/AEX/WTO landbouw niet erg rooskleurig zijn. Wanneer een “bodem-crash”??
Wat dan wel? Hoewel het bovenstaande het grond/bodem probleem is, toch even wat praktische tips; Het kost zeker het equivalent van 3 liter diesel om 1 kg stikstof te maken. Aangezien een kleine kunstmestgift toch zeker 150 kg per hectare is, moet je je voorstellen dat op elke hectare elk jaar 450 liter diesel ligt en dan tel ik er niet eens de hoeveelheid diesel bij, die nodig is om dit alles bij de plant te krijgen en de hoeveelheid die nodig is om die opgefokte plant “gezond” te houden, waar dan eveneens een op olie gebaseerd gif op gespoten wordt. By the way; de bedrijven die het gif maken, verkopen ook het zaad wat je moet zaaien. Denk je nu echt dat die bedrijven planten ontwikkelen die geen gif nodig hebben? Mocht de diesel te duur worden of er is geen kunstmest beschikbaar, dan is er een eeuwen oude oplossing; de vlinderbloemige gewassen en dan voornamelijk luzerne en klavers. Deze planten hebben de goede eigenschap om stikstof uit de lucht helemaal gratis aan hun wortels te binden. Elk biologisch gemengd bedrijf maakt hier met veel succes gebruik van. De meeste mensen weten niet dat herbiciden uiterst effectief zijn tegen luzerne en klavers en dat het Europese landbouw beleid al decennia bezig is (waarschijnlijk met steun van de petro/gif-mengers) om het verbouwen van luzerne en klavers onmogelijk te maken. Alle gangbare stikstof berekeningen die nodig zijn om EEG “green-projectjes” en “schoonwater-projectjes” in het buitengebied op te dringen, kunnen niet veel met een klaver die helemaal gratis die stikstof berekeningen overhoop gooien. Het bodemleven in de grond werkt helaas voor het industriële landbouw systeem niet met 1+1=2. De herintroductie van klavers en luzerne zou een Europese prioriteit moeten zijn.
Last but not least: de diversiteit die in de bodem heerst, is er niet voor niets. Een uniform, op een aantal rassen gebaseerd industrieel landbouw systeem is voor de toekomst zeer verwerpelijk en dit op alle gebieden; bodem, biodiversiteit, planten rassen, dierenrassen, (mensenrassen?), CO² reductie, eiwit afhankelijkheid uit het amazone gebied, enz.
Ik heb echter weinig hoop; bij de promotie van biologisch vlees in een supermarkt vertelde ik een moslim dat biologisch vlees misschien beter voor zijn kinderen zou zijn als halal vlees. Neen, “giftig”-halal voedsel was zeker beter als biologisch vlees!!
So; “It’s the SOIL, stupid!!”

H.Vlot

Geachte mevrouw Fresco,
U schetst in dit artikel op rake wijze oorzaken van de huidige politieke malaise.
Mijn complimenten.