*

Kunstkalkoen uit algen of lupines :: nrc.nl

Kunstkalkoen uit algen of lupines

Met de feestdagen breekt opnieuw een moment van existentiële crisis aan: hoe moet het toch met het kerstdiner of de oudejaarsavond? Vlees is de toetssteen geworden van het moreel correcte gedrag van de elite. Mag je vlees eten, of mag dat juist helemaal niet, en als je vlees eet, wat voor vlees moet het dan zijn?

Je hebt de culinair bevlogenen die zweren bij in bloeiende klaver scharrelende geiten of in modderbaden grootgebrachte speenvarkentjes. Je hebt hippe veggies die het zoeken in moleculair opgeklopt aardperenschuim met Chileense walnootmousse. En niet te vergeten de slow food-adepten met hun verantwoorde variant op de Spaanse pompoentortilla versierd met een minuscuul reepje magere spek.

Een heel kleine minderheid wil geen echt vlees eten, maar wel de illusie ervan: kunstvlees. Sommigen verlangen in hun hart zelfs naar een verbod op vlees. ‘Eet minder vlees!’ Dat zeggen allerlei geleerde informatiecentra wel, maar dat lost de verwarring niet op en legt de verantwoordelijkheid weer bij de consument.

Onverschilligheid of onwetendheid kunnen we niet voorwenden. De media roepen om het hardst dat vlees slecht is. Vee stoot meer broeikasgassen uit dan de transportsector, zegt de Partij voor de Dieren in navolging van internationale experts. Bossen worden op grote schaal gekapt voor veevoer en graasland, aldus de milieuorganisaties. Dierlijke eiwitten zijn inefficiënt, stinkende mestoverschotten hopen zich op en stallen bederven het landschap. Dieren worden op mens- en dieronterende wijze in hokken gepropt en ter dood gebracht. En dat allemaal omdat wij zo nodig elke dag een goedkoop lapje vlees op ons bord willen hebben. Om nog maar te zwijgen over de vreselijke effecten op onze gezondheid van die kleurstoffen- en hormonenbommen. Zo ongeveer is de redenering, en als je daar even op doorgaat, dan lijkt vlees eten veel op een verslaving waarmee we niet zozeer onszelf en onze medemens vergiftigen, maar ook de hele planeet – een overtreffende trap van roken als het ware.

Zoals altijd schuilt de duivel in de details. Niet al het vlees is hetzelfde: herkauwers zoals koeien en geiten kunnen niet zo maar vergeleken worden met varkens en pluimvee. De eersten eten gras dat de mens niet kan omzetten, maar stoten lachgas en methaan uit, de anderen concurreren directer met de mens om voedsel, maar zijn efficiënter dan herkauwers in het omzetten van voer in eiwitten. Niet al het vlees wordt op dezelfde manier geproduceerd: niet overal worden bossen gekapt voor weides – er bestaan immers uitgestrekte gebieden zoals de Argentijnse pampa’s waar je weinig andere keuzes hebt dan koeien houden. Hoe het ook tegen de intuïtie ingaat, uit onderzoek blijkt dat dieren in de intensieve veehouderij gezonder zijn en minder stress ervaren dan in extensieve bedrijven. En mestoverschotten zetten we in Nederland binnenkort hopelijk allemaal om in elektriciteit.

Maar dat alles neemt zeker niet weg dat de massale consumptie van dierlijke eiwitten uit vlees een enorme aanslag doet op de ecologische kringlopen van de Aarde (over vis een andere keer). Zeker als de ontwikkelingslanden net zo veel vlees gaan eten als de Noord- Amerikanen.

Maar er is meer dan ecologie. Een productieketen op basis van dieren is onvergelijkbaar met alle andere producten waarover wij ons terecht zorgen maken – auto’s of computers bijvoorbeeld. Niemand die een slachthuis zelfs maar op film heeft gezien, kan daar onverschillig onder blijven: de beelden van schapen in doodsnood of vermalen eendagskuikens zijn altijd vreselijk. Ook al projecteren we onze eigen emoties op dieren, die ‘wanhopige’ laatste blik van het varkentje met zijn krulstaart ervaren we als echt. Juist de industriële schaal maakt het nog onverdraaglijker.

Maar we zijn meesters in zelfbedrog: we willen wel het product, maar niet het proces waarlangs dat tot stand komt – wel dartele lammetjes in de wei, geen bloederige slachthuizen, wel als eindproduct een neutraal in plastic verpakt geurloos stuk ondefinieerbaar roze vlees. Dat wil niet zeggen dat we nostalgisch moeten doen over het traditionele slachten, dat net zo goed met wreedheid gepaard kan gaan. De westerse stedeling is ver verwijderd van de realiteit van de productie van vlees, terwijl dat voor andere culturen, met uitzondering van het hindoeïsme anders ligt. In landen waar schaarste heerst, of waar vlees geassocieerd wordt met religie en feesten, heeft slachten nog een positieve waarde. Iets daarvan komt terug in de nieuwe gastronomie, waarbij de lof wordt gezongen van het ‘eerlijke’ slachten.

Hoe brengen we onze emoties in balans? Ons kortstondige emotionele ‘Nee!’ tegenover de blinde gemakszucht van goedkoop hapklaar vlees? Iedereen is verantwoordelijk: overheid, boeren, consumenten, supermarkten, maar het gevolg van zoveel gespreide verantwoordelijkheid is dat we afwachten. Zelf minder en bewuster vlees eten is een eerste stap, een nationale reflectie op vleesproductie ook. Een algemeen vleesverbod is onzinnig, omdat er goede redenen kunnen zijn om wel vlees te produceren en er vele honderden miljoenen zijn die nauwelijks vlees eten. Vlees is een morele toetssteen, maar we moeten waken voor moraalridders die het als intrinsiek fout bestempelen. Nederland zou, als grote producent, in internationaal verband de productieketen van vlees en de werkelijke kosten voor milieu, gezondheid en dierenwelzijn eens op de agenda moeten zetten. Vegetarisch eten moet een standaardoptie worden bij officiële gelegenheden, en niet iets waarover je fluisterend moeten onderhandelen. Bovendien moeten we investeren in de ontwikkeling van vleesvervangers als serieuze optie. De beste kerstkalkoen is misschien wel geen kalkoen, of desnoods een kunstkalkoen uit algen of lupines. Of geeft u toch de voorkeur aan quiche van meelwormen en geroosterde sprinkhanen?

5 reacties op 'Kunstkalkoen uit algen of lupines'

wiebrand van der wijk

goed verhaal, ik ben zelf vegetariër, wat ik ervaar is dat ik mezelf bijna dagelijks moet verdedigen voor mijn keuze, niet op een zware wijze, maar toch.. voor mij is het inderdaad gewoon een keuze: waarom moet een dier sterven voor mijn genot? die gedachte, daar kan ik niet om heen en kies daarom voor vegetarisch. Daar valt erg goed mee te leven vervolgens. Met een creatieve kijk op koken eet je lekkerder dan 99% van de landgenoten. De eerste stappen zullen dan wellicht met “kunstvlees” zijn, na een paar maanden ben je ook dat snel zat, tenminste dat is mijn ervaring.

Vegetariërs mogen van mij inderdaad wel de moraliteit uit het debat halen en dat geldt net zo goed voor de vleeseters.

Ad van de Kreeke

Wie zijn wij, levende wezens bekend als “mens”, dat wij andere levende wezens, bekend onder verzamelnaam “dieren” mogen doden? En dit terwijl wij, los van milieu- en andere argumenten, GEEN dwingende -levensnoodzakelijke- redenen hebben om vlees te eten?
Juist omdat wij als soort (mens) beschikken over rationele vermogens, en juist omdat wij goed kunnen leven op vleesloos voedsel, JUIST daarom moeten wij ons afvragen wie wij zijn dat wij andere wezens zonder noodzaak ombrengen. In tegenstelling tot een carnivoor (een leeuw bijvoorbeeld, die niet over rationele vermogens beschikt en die wel afhankelijk is van vleesconsumptie) zijn wij niet voor overleving afhankelijk van de dood van een ander wezen.

Als wij dus nu eens stoppen onszelf boven al het andere in de natuur te plaatsen. Mogelijk dat we dan tot inzicht komen dat wij geen enkel recht hebben om andere levende wezens te doden.

Jos Hugense

Als verwerker van lupine in vleesvervangende vezels heb ik met genoegen uw column gelezen. De genuanceerde toon en de dilemma’s die worden geschetst geven goed weer hoe de discussie zou moeten worden gevoerd. Er is niet een eensluidende oplossing voor dit complexe vraagstuk, maar we moeten beslist ook niet ontkennen dat er een probleem op ons af komt. Wel valt mij ook in deze column weer op dat vlees aangewezen wordt als hoofdschuldige van het voedselprobleem. De ecologische impact van eiwitrijke dierlijke producten omvat veel meer dan vlees alleen. Zuivel en eieren horen daar bijvoorbeeld ook bij. Koeien geven alleen melk als er eerst een kalf geboren wordt en zo zijn vlees- en zuivelproductie met elkaar verbonden in complexe systemen waar je niet zomaar een bouwsteen uit kunt wegnemen. Het is immers geen optie om de miljoenen stierkalveren, die als gevolg van de behoefte aan zuivel worden geboren, in de dierentuin te plaatsen? Bij het zoeken naar ecologisch en sociaal verantwoorde oplossingen lijkt efficiency in vele verschillende gedaanten een belangrijke sleutel. Het produceren van plantaardige eiwitten is bijvoorbeeld efficiënter dan het produceren van dierlijke eiwitten, daarover bestaat weinig twijfel. Maar ook het efficiënt produceren van vlees en zuivel zoals dat in Nederland en andere westerse landen gebeurd zouden we ecologisch verantwoord kunnen noemen. Er wordt immers veel minder land en grondstoffen gebruikt dan in minder ontwikkelde landen en regulering zorgt voor een verantwoorde afvoer en hergebruik van reststoffen. Of de wijze waarop we dat allemaal doen ethisch verantwoord is, is een heel andere vraag en het antwoord op die vraag is erg moeilijk te geven. De varkensmester zal daar heel anders over denken dan de dierenbeschermer, de bewoner van een stadswijk heeft een andere kijk op de koe dan de boer die er elke dag mee werkt. Ik wil geen oordeel geven over wie gelijk heeft, emoties spelen in die discussie een overheersende rol en je hebt daardoor bij voorbaat ongelijk. Wel zou ik graag zien dat men iets meer begrip voor elkaars standpunten zou willen opbrengen en dat geldt voor alle betrokkenen. Een jachtluipaard gaat ook niet zachtzinnig met een impala om. Aan de andere kant moet de voedselindustrie accepteren dat de huidige consument meer respect voor dieren wil. De humanisering van het dier is een ontwikkeling die niet valt te stuiten. Je kunt je wel afvragen hoeveel vlees de mens zou moeten eten. Hij hoeft er niet meer voor op jacht en koopt voor 2,99 een hele kilo gehakt op elke straathoek, we gaan daardoor steeds achtelozer met een product om dat ooit als luxe werd beschouwd. Daar mag de consument bij het grijpen naar de volgende kiloknaller best eens even bij stilstaan. En daarmee komen we bij het eigenlijke probleem dat in de column aangesneden wordt en dat niet zoveel van doen heeft met diervriendelijkheid; de snel stijgende behoefte aan vlees, zuivel en eieren. Voor dat kwantitatieve probleem zullen innovatieve oplossingen onontkoombaar zijn. Het door sommigen bagatelliseren of ridiculiseren van de gevolgen van een verdubbeling van de vlees- en zuivelproductie in de wereld brengt ons geen stap dichter bij oplossingen. De betrokken burger daarentegen moet begrip opbrengen voor het feit dat je een voedselproductie in zijn huidige omvang niet in een paar weken kunt veranderen. Maar als je de wereldbevolking op een eerlijke wijze van voedsel wil blijven voorzien zonder dat je de problemen op het gebied van milieu, biodiversiteit en armoede op de stoep van je buurman neerlegt, ontkom je er niet aan om na te denken over oplossingen. “Hoe brengen we onze emoties in balans?” schrijft mevrouw Fresco. De mens is omnivoor en we vinden vlees, zuivel en eieren nu eenmaal erg lekker. Daar gaat op korte termijn, zeker mondiaal gezien, weinig aan veranderen. In 2008 is de varkensproductie in de wereld opnieuw gestegen met 2,4% en de pluimveeproductie met 5%. Ook voor 2009 wordt door de FAO een opnieuw hogere vleesproductie verwacht en voor de andere eiwitdragers is het beeld niet veel anders. Als we werkelijk een substantiële eiwittransitie teweeg willen brengen zullen we creatievere oplossingen moeten bedenken dan uitsluitend meer vegetarisch eten. Een van die oplossingen is om vlees en vleesvrij naadloos in elkaar te laten overlopen zonder dat de consument daar iets van merkt in smaak, prijs of kwaliteit. Dat kan door creatiever te koken, maar ook heel praktisch door het bijmengen van natuurlijke plantaardige producten in vleesproducten. Hebben we met biobrandstof niet een zelfde experiment gedaan? In plaats van auto’s op biobrandstof te laten rijden, is het effectiever om een paar procent biobrandstof bij te mengen op de reguliere brandstof. Nieuwe technieken maken een dergelijk model ook in de productie van vleesproducten mogelijk, daarmee kan direct gecontroleerd resultaat worden geboekt in de stroom van samengestelde vleesproducten die ongeveer de helft omvat van de totale vleesstroom. En dat lijkt mij dan weer realistischer dan het eten van sprinkhanen of meelwormen.

Jos Hugense
http://www.meatless.nl

Viviane Rose

Waarom uberhapt dieren tot product maken als dat niet nodig is? Vlees is niet ongezond, maar nodig? Ik kan er prima zonder mee. Als veganist kom ik niets tekort, als je maar weet wat je doet. Ik ben mij alleen maar bewuster geworden van wat ik eet en voel mij gezonder.
We kunnen niet alleen in veel landen nu anders eten, we weten steeds meer over wat het betekent voor de dieren. Dat ze net als ons pijn, geluk, angst ervaren, van de zon genieten, rouwen, verzorgen, ruimte nodig hebben, etc. Het dier blijft een product, ook in de biologische industrie. Hoewel dat een vermindering van het erge is. Kippen die eieren leggen, koeien die melk geven, worden ook afgemaakt. Dus vegetarier zijn, helpt wel, maar nog steeds help je mee aan de slacht. Melkkoeien raken ook soms kreupel van de te zware uiers, de stierkalfjes worden weggehaald en vetgemest. etc.
Dieren hebben geen keuze en wij wel.
Ik eet heerlijk. Waarom is het niet leuk om jezelf te ontwikkelen? Makkelijk doen is moeilijk doen. Het gaat uiteindelijk om een hoognodige mentaliteitsverandering naar dieren toe.

Ik hoor mensen zeggen dat dieren eten een persoonlijke keuze is. Volgens mij is het niet persoonlijk, want je hebt er anderen mee, op een pijnlijke en productmatige wijze. Als het een keuze is, dan mag ik ook slaven houden…is immers mijn keuze. Vegetarier zijn is ook niet mijn keuze
geweest, zo ben ik opgevoed. Maar dat ik stopte met worst eten na een weekje lekker te hebben gevonden toen ik vijf was, dat ik stopte met gelatine, stremsel en leer toen ik op kamers ging wonen en toen ik veganistisch ging leven, dat waren keuzes.

Iedereen maakt stappen. Dus helemaal verbieden zou nu onzin zijn, maar in de toekomst?…

Dieren blijven onze slaven. Ooit zullen we hopelijk anders er tegenaan kijken. Zoals we nu slaven houden niet normaal vinden.
Er is tussen mensen en andere diersoorten misschien wel een verschil, maar maakt dat de een meer of minder waard? En als we zoveel meer waarde zijn, waarom handelen we er dan niet naar?

LINK:http://animalrights.change.org/blog/view/ready_to_attack_animal_rights_activists_consider_this_first

Germen Roding

Om te leven moet ander leven sterven, tenzij je een plant of een aaseter bent.

Deze nuchtere vaststelling beamen is misschien teveel gevergd van tere, wankelmoedige zielen, die wellicht pas als de synthetische voedselbereiding, in vitro dus, gemeengoed zal worden, zonder gewetensbezwaren een vorkje kunnen prikken. Tot die tijd kunnen we er hooguit naar streven om geen dieren te eten met een hoog ontwikkeld centraal zenuwstelsel.

Dan de ecologische consequenties. Vaak wordt er niet bij stilgestaan dat dieren in staat zijn voor de mens niet eetbare voedselbronnen te verwerken.

Overigens zal de wal het schip wel keren. Veel vlees eten is namelijk uitermate ongezond, vooral rood vlees waarbij het minst efficiënt plantaardige biomassa is omgezet in dierlijke biomassa. Om die reden verwacht ik dat de biefstuk en de varkenslap uit de mode zullen raken.