Woedende demonstranten omringen Richard Fuld van de failliete bank Lehman Brothers in oktober 2008.   Foto Reuters Woedende demonstranten omringen Richard Fuld van de failliete bank Lehman Brothers in oktober 2008.  Foto Reuters

Bankiers hebben met onze welvaart gegokt

Gepubliceerd: 28 maart 2009 10:17 | Gewijzigd: 30 maart 2009 12:08

Kredietcrisis en recessie vormen een cesuur na een kwart eeuw welvaartsgroei. De crisis doet de wereldorde op haar grondvesten schudden. Wat nu, is de vraag op de G20-top.

Door onze redacteuren Egbert Kalse en Daan van Lent

Omslag van het boek 'Bankroet'  
Omslag van het boek 'Bankroet'

Amsterdam, 28 maart. Hoeveel regeringsleiders, ministers van Financiën en economisch topadviseurs zullen komende donderdag op de G20 in Londen terugdenken aan 1999? Larry Summers zal het zéker doen.

De schrik zat er goed in. De Aziëcrisis had toegeslagen. Het ene Aziatische land na het andere kon aan zijn betalingsverplichtingen niet meer voldoen. De crisis sloeg over naar Rusland. De roebel stortte in. Het grote Amerikaanse hedgefonds LTCM ging bankroet en sleurde bijna de grote Amerikaanse zakenbanken in zijn val mee.

Het Westen besefte opeens dat de globalisering zo ver was voortgeschreden dat het de wereld niet meer met zijn G7 van een crisis kon redden. Op aandringen van Canada en met steun van de toenmalige Amerikaanse minister van Financiën, Larry Summers, was de G7 met de opkomende economische machten als China, India en Brazilië bijeengekomen in een G20. De eerste was in Berlijn, in december 1999. De resultaten waren mager.

De crisis die het Westen aan het schrikken had gemaakt, was verrassend snel achter de rug. In 2004 zei Summers, intussen weer gewoon hoogleraar, in een lezing voor het IMF dat hij had verwacht dat de G20 invloedrijker zou zijn geworden. Het zou tot 2008 duren voordat Summers, nu als economisch topadviseur van president Obama, er weer zijn stempel op kon drukken. Dat vergde wel een crisis die alle voorgaande crises van de afgelopen decennia doet verbleken, en inmiddels angstig veel op de Great Depression begint te lijken.

In november vorig jaar vormde de G20 in Washington, nog onder Bush, een aanzet tot goede bedoelingen. Maar met de top in Londen wordt het serieus. De wereld verwacht een gemeenschappelijk antwoord van de staatshoofden en regeringsleiders. Men wil weten op wat voor ordening van de economie zij willen aansturen.

Twee jaar geleden nog leken de problemen van Amerikaanse huiseigenaren met hun hypotheken beheersbaar. Sinds augustus 2007 wankelt de financiële wereld. De financiële instellingen zijn of failliet of (deels) genationaliseerd of houden zich net staande. De financiële crisis is voor het eerst sinds de jaren dertig overgegaan in een mondiale recessie. De wereldhandel stort in. Bedrijven, klein en groot, gaan failliet of dreigen failliet te gaan, of ze nu gevestigd zijn in Detroit, Guangzhou, Rüsselsheim, Nagoya of Eindhoven.

Het aantreden van premier Margaret Thatcher in het Verenigd Koninkrijk in 1979 en van president Ronald Reagan in 1981 in de Vernigde Staten vormde het beginpunt van een kwart eeuw groei van de welvaart. Zij drongen de rol van de overheid terug, gaven de markt alle ruimte en zetten de toon voor de hele westerse wereld. Een golf van privatisering en deregulering kwam op gang, die in veel landen tot in de 21ste eeuw voortduurde. Ze schaften regels af en wilden markten zoveel mogelijk zonder interventies hun werk laten doen. Landen in de derdewereld werden gedwongen hun grenzen te openen voor meer handel. Het ‘vrijemarktfundamentalisme’ kreeg alle ruimte.

Toen Thatcher en Reagan aan de macht kwamen heerste op het westelijk halfrond economische stagnatie. Japan dreigde het Westen te overvleugelen. De jonge generatie liep rond met de tekst No Future op de jas. Generation X had weinig hoop. Massaontslagen waren een alledaags verschijnsel. Huizenprijzen waren ingestort, in Nederland met gemiddeld wel 30 procent per jaar. De werkloosheid was hoog, staatsschulden liepen snel op en regeringen waren aan het bezuinigen.

Maar zie: nu hebben veel gezinnen twee auto’s, lopen jonge kinderen rond met een mobieltje, staat in elke slaapkamer een tv en is het eigenwoningbezit aanzienlijk toegenomen. Een hele generatie in het Westen groeide vanaf begin jaren negentig op met het idee dat er altijd werk zou zijn, en dat de economie zich altijd weer van een dip zou herstellen.

Tussen 1973 en 1997 waren er 139 financiële crises in de de wereld...

De economische groei van de afgelopen jaren is voor een substantieel deel te danken aan de expansie en technologische ontwikkeling van de financiële sector, die op haar beurt mogelijk gemaakt werd door de deregulering. Niet alleen konden meer mensen een eigen huis aanschaffen. Ook deden meer mensen aankopen met een creditcard en joegen zij zo de consumptie aan. Dankzij de financiële innovaties kwam er meer risicokapitaal beschikbaar, dat gestoken werd in jonge, technologisch veelbelovende bedrijven. De aandelenbeurzen bloeiden, de huizenprijzen stegen, wat mensen tot extra consumptie verleidde.

Het is bijna niet meer voor te stellen, maar New York en Londen waren begin jaren tachtig verpauperende steden, met hoge werkloosheids- en criminaliteitscijfers. Een ingeslapen financiële sector bloeide op, ontwikkelde zich in deze centra tot een agressieve groeimachine. Wall Street en de City beleefden ongekende periodes van groei, New York en Londen werden de financiële hoofdsteden van de wereld, toonbeelden van welvaart en luxe. Zakenbankier worden werd het wenkend perspectief voor ambitieuze MBA-studenten. Briljante wis- en natuurkundigen kozen voor een financiële carrière. Maar met hun complexe mathematische beleggingsproducten, door hun bazen niet begrepen, en door riante bonussen aangemoedigd, zetten de whizzkids uiteindelijk de welvaart van de hele wereld op het spel.

Financiële crises horen bij het financiële stelsel. Elk financieel stelsel wordt regelmatig door een crisis getroffen. Uit recent onderzoek van de economen Reinhart en Rogoff blijkt dat tussen 1973 en 1997 liefst 139 financiële crises de wereld hebben getroffen, waarvan 41 in westerse, ontwikkelde landen.

Maar telkens kwam de financiële sector ze te boven. De deelnemers raakten verblind door het eigen succes. Van een innovatieve sector die de maatschappij helpt door geld efficiënt uit te lenen en te investeren, werd het een sector gedreven door hebzucht, machismo en kuddegedrag. Door een gebrek aan professionalisme bij commissarissen konden bankiers hun gang gaan. Toezicht werd steeds meer een wassen neus door het dogma van zelfregulering. De gezonde onderlinge concurrentie tussen banken om klanten te werven werd vervangen door het dingen naar de gunsten van beleggers, die profiteerden van hoog oplopende beurskoersen.

... waarvan 41 financiële crises in westerse, ontwikkelde landen.

De euforie hield bijna dertig jaar aan. Toen ging het mis. De rest is geschiedenis. De helden van toen, de zelfbenoemde masters of the universe, staan nu met de pet in de hand te bedelen om miljardensteun in de politieke centra waar ze jarenlang hadden gelobbyd voor zo min mogelijk overheidsbemoeienis en zo min mogelijk regels.

Nu ook klagen beleggers dat er helemaal niets is overgebleven van de mooie koerswinsten die ze gewend waren te maken. Nu valt de groei in de opkomende markten stil en is de mythe van de ontkoppeling (waarbij China en India als zelfstandige motoren de groei van de wereldeconomie aan de gang zouden kunnen houden) gelogenstraft. Nu is de financiële sector geïmplodeerd en verkeert de wereld in een recessie waarvan de gevolgen nog lang niet zijn te overzien.

Het financiële kapitalisme, zoals econoom Willem Buiter het verschijnsel noemt, is door de kredietcrisis bankroet verklaard. De vraag is nu hoe ‘het systeem van na de systeemcrisis’ eruit zal zien. Voor een herstel van de wereldeconomie is een gezonde financiële sector onontbeerlijk. Financiële instellingen zijn de smeerolie van de rest van de economie.

Economische crises zoals de kredietcrisis nu, zullen ook hun sanerende werk moeten doen. Het kapitalisme vernieuwt zichzelf voortdurend. Voor nieuwe bedrijvigheid en innovatie ontstaat ruimte als verouderde bedrijven en processen afsterven, de ‘creatieve destructie’, gemunt door de econoom Schumpeter. President Nout Wellink van De Nederlandsche Bank zegt daarover: „Een financiële crisis is eigenlijk een soort terugkomen op aarde. Het zorgt ervoor dat excessen gesaneerd worden, maar het netto-effect van ontwikkelingen op lange termijn is nog steeds positief.”

De opkomst van de financiële sector kwam op het moment dat de groeimotor van het Westen, de industrie, het had begeven. De industriële erosie die zich in de jaren zeventig en tachtig al voltrok met het verdwijnen van sectoren als textiel en scheepsbouw naar lagelonenlanden in Azië en Latijns-Amerika, heeft zich sindsdien versneld voortgezet in andere sectoren als chemie, elektronica- en automobielindustie, en ook in de hoogtechnologische halfgeleiderindustrie.

Het groeiende belang van de financiële sector gold met name de VS, maar ook Europese landen als het Verenigd Koninkrijk, Spanje en zeker ook Nederland. De economie in de westerse landen groeide niet zozeer door de stijging van de productiviteit, maar door de groei van vermogens. Met andere woorden: de groei kwam door een bonanza op aandelen- en huizenmarkten, waar de prijzen explosief stegen als gevolg van het spel dat de bankiers wereldwijd speelden.

Bill Gross, de belangrijkste beleggingsmanager van obligatiefonds Pimco, schreef hoe Amerika (en andere landen van de G7) afhankelijk zijn geworden van zulke vermogensstijgingen: „We zijn een land geworden dat gespecialiseerd is geraakt in het maken van papier in plaats van dingen. Wall Street kreeg de taak om steeds slimmere manieren te vinden om bezittingen te securitiseren (verhandelbaar te maken als effecten) en Main Street kreeg het werk om het onderpand daarvoor aan te leveren. In werkelijkheid door meer en meer geld van banken te lenen.” Gross constateerde dat niet werd ingezien dat dit systeem zelf vernietigend was. „Een piramidespel waarbij de uitbetaling afhankelijk was van het binnenhalen van steeds meer spelers en de productie van steeds meer papier”.

De enige die de economie nog kan aanjagen, is de overheid

De westerse wereld heeft de economische groei in de afgelopen jaren dan ook vooral gefinancierd door hoge schulden aan te gaan. De leners dreven daardoor de prijzen voor bijvoorbeeld huizen en aandelen op en de verkopers van die huizen of aandelen gingen hun (papieren) vermogenswinsten opnieuw investeren of consumeren. En ook zij dreven daarmee de prijzen verder op. De zakenbanken waren de grootste pleitbezorgers en wegbereiders van dit spel, want zij verdienden aan elke transactie.

Met de instorting van de financiële sector ziet de westerse wereld zich voor een reusachtig dilemma geplaatst. Accepteren we met zijn allen dat de groeimotor kapot is en nemen we genoegen met een periode van lagere economische groei, of zijn er alternatieven voor weer meer groei mogelijk? En liggen die alternatieven dan binnen de financiële sector, of juist daarbuiten?

Voor politici wordt het werk door het wegvallen van de groeimotor zwaarder. Het systeem van de ‘Washington-consensus’ – het dereguleren, privatiseren en saneren van de financiën van de staat om de overheidsinvloed terug te dringen – is met de nationalisatiegolf onder de banken failliet verklaard. Het overheersende economische model dat sinds de jaren zeventig over de hele wereld ingang vond en dat met de val van de Sovjet-Unie dominant werd, is door de bedenkers ervan zelf de nek omgedraaid.

De enige die de economie nog kan aanjagen, is de overheid, die zich op haar beurt diep in de schulden moet steken. De overheid is door de noodzakelijke reddingsacties van banken teruggekeerd als belangrijkste regelaar in de economische machtsverhoudingen, nadat de presidenten Reagan, Clinton en Bush sr. en jr. de overheid allemaal forse stappen terug hadden laten maken. Onder Obama krijgt de overheid weer de invloed die ze sinds de New Deal van Franklin D. Roosevelt decennialang in de Amerikaanse economie heeft gehad.

De theorieën van de Britse econoom John Maynard Keynes zijn weer afgestoft, nadat ze in de neoliberale jaren in de vergetelheid waren geraakt. Tijdens de Grote Depressie bepleitte Keynes extra overheidsuitgaven of belastingverlaging in slechte tijden om de wegvallende consumptie en investeringen in de particuliere sector te compenseren.

Overheden richten zich in hun steunpakketten niet alleen meer op een herstel van de financiële sector. Het 800 miljard dollar tellende stimuleringspakket van Obama bijvoorbeeld, dat eind januari door het Congres werd geloodst, bevat een groot pakket aan belastingvoordelen voor burgers en bedrijven.

Het idee van een New Green Deal raakt populair, waarbij de voorvechters in één klap de economische problemen en de klimaatcrisis hopen te bestrijden door duurzame bedrijvigheid met overheidsgelden te bevorderen. Maar Obama investeert in zo’n beetje alle sectoren van de economie die er zijn. Industrie, onderwijs, zorg, defensie en energie. De diversiteit van het pakket toont aan dat Obama geen idee heeft waar de groei-aanjager zich bevindt.

Een dergelijke aanpak, die in Europa op kleinere schaal ook wordt toegepast door Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk, brengt ook risico’s met zich mee. Miljarden aan overheidsstimulansen kunnen in de niet-duurzame industrieën terechtkomen, zoals in de auto-industrie. Dat geldt voor ‘oude’ industrieën die in goedkopere buitenlanden beter zullen gedijen. De kans bestaat dat er zombiebedrijven in leven worden gehouden, die alleen kunstmatig, aan het infuus van de overheid, bestaansrecht hebben. Dat gebeurde in de jaren zeventig in Europa en de VS, en dat bracht alleen maar schijnwerkgelegenheid.

Dit keer zal de overheid zich diep in de schulden moeten steken

Een revitalisering van de wereldeconomie vergt vooralsnog een toename van de overheidsschulden. De uitgangspositie na de kredietcrisis is wat dat betreft beroerd. De schok die de instorting van zakenbank Lehman Brothers in september 2008 veroorzaakte, vertoont overeenkomst met de reactie na de faillissementen in de jaren dertig van de vorige eeuw. In 1929 was in de VS de totale hoeveelheid uitstaande schuld 160 procent van het bruto binnenlands product. Dat steeg tot 260 procent in 1932. Nu ging Amerika de crisis in met een schuldratio van 385 procent, en de verwachting is dat die snel zal stijgen tot boven de 500 procent. Niet alleen in de VS zijn de schulden hoger, dat geldt voor de hele westerse wereld. En in dat klimaat kan de nasleep van de kredietcrisis voor nieuwe ernstige verstoringen in de wereldeconomie aanleiding geven. Allereerst groeit het risico op serieuze landencrises. Dergelijke nationale faillissementen deden zich de afgelopen decennia eigenlijk alleen voor in landen die minder ontwikkeld waren, zoals in Latijns-Amerika of Afrika. Maar sinds de financiële problemen die IJsland in de afgrond brachten, bestaat de angst voor een landencrisis ook in Europa. Dat vertaalt zich in de verschillende waardering van staatsobligaties, zelfs binnen de eurozone. Landen als Griekenland en Spanje worden extra goed in de gaten gehouden, en Oost-Europese landen als Letland, Hongarije en Oekraïne wankelen. Ook welvarender landen met grotere buffers, zoals het Verenigd Koninkrijk, lopen risico’s. Juist Londen met zijn enorme financiële sector is bedreigend voor de Britse overheidsfinanciën. In de City spreekt men in de financiële sector niet voor niets de vrees uit het IJsland aan de Theems te zullen worden.

Zelfs in de VS is het risico van faillissement niet meer ondenkbaar. Met name de sociale voorzieningen, die nu internationaal gezien op een laag niveau staan, zullen de komende jaren een enorm gat in de overheidsfinanciën slaan. President Obama lijkt, anders dan zijn voorganger Bush, een wat Europeser sociaal beleid te willen voeren. In de VS is de financiering van de oplopende kosten voor medische zorg en pensioenen slechter geregeld dan in Europa. Als Obama niets doet, zullen die kosten, die sterk omhooggaan door de vergrijzing van de babyboomgeneratie, een onhoudbare positie teweegbrengen voor de Amerikaanse overheidsfinanciën. Amerika is dan als schuldenland helemaal overgeleverd aan de bereidheid van andere landen om zijn tekorten te financieren. Met navenante gevolgen voor de Amerikaanse machtspositie in de wereld.

Obama lijkt het gevaar te beseffen. Hij kondigde eind februari aan het tekort op de begroting binnen vier jaar te willen halveren. Sceptici schatten de kans dat hij daarin slaagt echter laag. Dat verleidt sommigen tot sombere bespiegelingen. „Het is zeker dat de Verenigde Staten bankroet gaan,” meent beleggersgoeroe Marc Faber, die al jaren het Gloom, Boom & Doom Report uitgeeft.

De nieuwste zeepbel: staatsobligaties

Staatsobligaties staan normaal gesproken bekend als de veiligste vluchthaven voor beleggers in tijden van grote onrust op de beurzen. De markt voor staatsobligaties steeg in 2008 dan ook het hardst sinds 25 jaar. Angst voor de kredietcrisis, recessie en deflatie dreef beleggers in de armen van de overheden. Het gevolg was dat de effectieve rente op de staatsobligaties tot een naoorlogs ongekende diepte daalde. In de VS was de effectieve rente op staatsobligaties zelfs even negatief, voor het eerst sinds de Grote Depressie. Er is in korte tijd een staatsobligatiezeepbel ontstaan.

De angst voor het barsten van de zeepbel in de staatsobligaties is sinds begin 2009 verder toegenomen. Alleen al de Amerikaanse overheid is van plan dit jaar 1.500 tot 2.000 miljard dollar aan nieuwe obligaties uit te geven om onder meer de financiële sector te kunnen redden en andere stimuleringspakketten te kunnen financieren. De totale markt voor Amerikaanse staatsobligaties bedraagt momenteel ongeveer 5.000 miljard dollar, dus een enorme verlaging van de prijs van obligaties ligt in de lijn der verwachtingen. Vooral de angst voor deflatie, die de schulden elk jaar meer waard maakt, drukt de prijs.

Overigens brengt de angst voor deflatie een nieuw risico met zich mee: de kans op hyperinflatie. Nu de rente in de VS sinds begin 2009 de facto op 0 procent staat, kan de Federal Reserve niets anders meer doen dan geld drukken om nieuwe tegenvallers in de crisis te bestrijden, wat zij sinds deze maand dan ook voor 1.000 miljard dollar wil doen. Dat kan de inflatie spectaculair aanjagen.

Want er is een nieuwe zeepbel ontstaan, bij staatsobligaties, die kan barsten. Waardeloze staatsobligaties, of een daarmee samenhangende, snel aan waarde verliezende dollar, zijn een nachtmerrie voor de opkomende landen die grote handelsoverschotten hebben met de VS, zoals China. Zij zitten met grote dollarreserves, die zij weer hebben geïnvesteerd in Amerikaanse staatsobligaties. En zij hebben er alleen al daarom alle belang bij dat de Amerikaanse economie niet in een al te diep dal komt.

Ook moeten ze hopen dat de Amerikaanse consument zijn kooplust weer terugkrijgt. In China komen de fabrieken tot stilstand, omdat de Amerikaan geen geld meer heeft om de goedkope producten uit China aan te schaffen.

De groeiprognoses dalen begin 2009 zo snel, dat de industrie (inclusief de grote buitenlandse industrie in de Chinese exportsector) er niet meer in slaagt om de reusachtige aanwas van nieuwe arbeidskrachten te absorberen, wat bij minimaal 8 procent economische groei mogelijk is.

Daarmee komen China en de VS in een ingewikkelde omstrengeling terecht. China is nog niet sterk genoeg om de wereldeconomie te redden; het heeft Amerika daarbij nodig. De Amerikaanse economie kan alleen opveren als de handelstekorten afnemen en de Amerikaanse productie weer wordt opgevoerd. Dan zullen de Chinese bestedingen fors gestimuleerd moeten worden.

Tegelijkertijd zal China, samen met bijvoorbeeld de Golfstaten, de Amerikaanse schulden moeten blijven financieren, waarbij China een mogelijk lagere dollarkoers nog op de koop toe moet nemen ook. Vandaar dat China zich zorgen maakt en openlijk zinspeelt op vervanging van de dollar als internationale reservevaluta.

Voor schuldenland VS wordt het geheel een wankele balans, maar ook overschotlanden zien de problemen op zich afkomen. Zo dreigen de Golfstaten met mega-investeringen in moeilijkheden te komen en is een vastgoedcrisis in Dubai onvermijdelijk.

De olie- en gasstaten, waaronder Rusland, dat diep door de crisis wordt meegezogen, zullen een herstel van de hoge groei in China nodig hebben om de olieprijs op een hoger niveau te krijgen. 70 dollar per vat zou als een soort minimum gelden. Terugvallen op voornamelijk de VS, veruit de grootste olieconsument ter wereld, zal niet meer voldoende zijn.

Als de Chinezen niet snel genoeg hun binnenlandse consumptie opvoeren, moeten ze hun productie kwijt in het westen. Desnoods tegen nog lagere prijzen, waardoor ze het verwijt van dumping zullen krijgen. Protectionisme ligt overal gevaarlijk op de loer.

Dat is ook wat er in de jaren dertig gebeurde, toen de opkomende VS de rol speelde die China nu speelt en de oude macht Europa verder in de problemen bracht door de export op te willen voeren. Met als uiteindelijk resultaat een diepe crisis in de VS zelf, iets waarvoor China nu ook zou moeten vrezen.

Uiteindelijk zal de VS toch weer de belangrijkste economie zijn die de rest van de wereld uit de recessie moeten trekken. Obama heeft daarbij het politieke mandaat om grote (economische) hervormingen door te voeren in zijn eigen land. En de Verenigde Staten zullen China wellicht aanmoedigen de rol die het in de wereld heeft ingenomen, ook daadwerkelijk te baat te nemen.

Voor het eerst spelen China en Amerika samen een sleutelrol. Naast de G20 zal daarom een G2 een rol gaan spelen in het herstel van de wereldeconomie en de snel veranderende economische machtsverhoudingen in de wereld tot uitdrukking brengen. Misschien is dat donderdag in Londen op de G20 al te zien.

Dit is een voorpublicatie van het boek Bankroet. Hoe bankiers ons in de ergste recessie sinds de Grote Depressie stortten van NRC-redacteuren Egbert Kalse en Daan van Lent. Het boek is vanaf 1 april te koop.

Meer nieuws in de rubriek economie
Achtergrond

Weblog Hebben

Google geeft toegang tot Chrome OS. Tenminste, tot de zandbak...

Schinkels Forum

Leidt de stijgende jeugdwerkloosheid tot een 'verloren generatie'? Praat mee.

Weblog Geld

Jaarlijks loopt Nederland één tot twee miljard mis aan belastinggeld van multinationals.

zoeken

in

Gesponsorde links

 

    Op zoek naar een serieuze relatie? Doe de psychologische PARSHIP-test en vind de partner die echt bij je past.
    Meld u nu gratis aan.

AEX actueel