Ben Tiggelaar: Leugen en bedrog
BenTiggelaar. Foto Jack Tillmanns
Een van de voordelen van een jaar in Boston, is dat je leuke films maanden eerder kunt zien dan in Nederland. Tenzij je geen problemen hebt met het downloaden van illegale kopieën, waarover later meer. Afgelopen week zag ik Arbitrage. Een film waar iedere carrièretijger op kosten van de zaak naartoe zou moeten.
Richard Gere speelt daarin de baas van een beleggingsbedrijf dat zichzelf in de nesten werkt. Centraal element in de film is het onvermogen om onszelf eerlijk te beoordelen. Gere’s personage doet allerlei dingen die eigenlijk niet mogen. Maar hij heeft voor iedere actie een verklaring die hemzelf redelijk lijkt. Ja, natuurlijk rommelt hij met de boeken. Dat is nodig omdat er anders heel veel mensen werkloos worden. Je moet iets, als baas. Eigenlijk begrijp je het ook wel een beetje, als kijker. Gere is een sympathieke sjoemelaar.
In een interview zei Gere dat hij zijn personage had gemodelleerd naar Bill Clinton. Een erkend meester in het wegpraten van dwaling en ondeugd. Het voordeel van Gere’s rationalisaties is dat hij prima kan leven met zichzelf. Het nadeel is dat het van kwaad tot erger gaat. Wat de film leuk maakt is dat Gere, de slechterik, niet als enige grensoverschrijdend gedrag goedpraat. Ook Tim Roth, de rechercheur die Gere moet pakken, bezondigt zich hieraan. Maar, voor ik teveel verklap, tot zover de film.
We sjoemelen allemaal een beetje
Een weekend eerder had ik voor het tijdschrift Management Team een ontmoeting met psycholoog en gedragseconoom Dan Ariely, verbonden aan de Duke University in North-Carolina. Ariely is gespecialiseerd in irrationeel gedrag en richt zich in zijn nieuwste boek The (honest) truth about dishonesty volledig op liegen, bedriegen en sjoemelen.
Centrale stelling in het boek: de grootste economische schade wordt niet veroorzaakt door opvallende uitzonderingen, zoals de directie van Enron of Lehman Brothers, maar door jou en mij. Door heel veel gewone mensen die allemaal een klein beetje sjoemelen. Arielys onderzoek laat overtuigend zien dat vrijwel alle mensen frauderen als ze de kans krijgen. En wel precies tot het niveau dat ze het zelf nog net geen frauderen noemen. Tot het niveau dat we het voor onszelf kunnen wegredeneren.

Dan Ariely op TED in 2009. Foto Bill Holsinger-RobinsonDan Ariely op TED in 2009. Foto Bill Holsinger-Robinson
Slecht voorbeeld doet slecht volgen
Interessant is dat dit gemakkelijk van kwaad tot erger gaat. Kleine eerste stappen op het fraudepad (zoals het dragen van nep-merkkleding, zelfs als je die van een ander cadeau kreeg, maar ook het illegaal downloaden van films, muziek en boeken) leiden eenvoudig tot grotere vormen van zwendel, leugen en bedrog. Met iedere arglistige actie rekken we onze grenzen iets verder op.
Bovendien is bedrog besmettelijk. Als één persoon in onze omgeving – de baas, een collega – iets doet wat niet netjes is, gaan ook wij meer sjoemelen. Testen van Ariely en collega's laten zien dat we er totaal geen moeite mee hebben om onze prestaties met gemiddeld 15 procent te overdrijven. En met de ‘juiste’ prikkels, kleine eerste stappen, slechte voorbeelden, kan dat oplopen tot meer dan 100 procent.
Als managementdocent zou je moeiteloos twee colleges kunnen vullen met Ariely en Arbitrage. Arielys boek is nu al te koop in Nederland. De film Arbitrage nog niet. Je zou hem natuurlijk illegaal kunnen downloaden, maar lees dan bij Ariely wel eerst waar dat toe kan leiden. Besluit je daarna alsnog om dit te doen, verzwijg het dan in ieder geval voor je collega's.
