Bij een bijeenkomst over zorg in Louisville, Colorado, discussieerden voor- en tegenstanders van Obama’s plannen met elkaar.     Foto AFP Bij een bijeenkomst over zorg in Louisville, Colorado, discussieerden voor- en tegenstanders van Obama’s plannen met elkaar.   Foto AFP

Hoe Obama’s zorgplan slim werd ondermijnd

Gepubliceerd: 8 september 2009 07:06 | Gewijzigd: 10 september 2009 07:06

Verdraaide feiten, astroturf als geheim wapen, de stille triomf van verzekeraars: het Witte Huis is het initiatief in het zorgdebat kwijt.

Door onze correspondent Tom-Jan Meeus

Washington, 8 sept. Na een relatief onbekommerd eerste half jaar is president Obama voor het eerst echt in de problemen. Zijn belangrijkste binnenlandse project, de herziening van het zorgstelsel, dreigt op een mislukking uit te lopen. De jonge president moet alle zeilen bijzetten om het niet af te leggen tegen andere machtscentra in Amerika, zoals het stadje Wasila in Alaska, Facebook, het populaire sociale netwerk op internet, en een groepje van vijftig anonieme lobbyisten op Pennsylvania Avenue in Washington.

Obama zou de kosten van het peperdure zorgstelsel terugdringen. Hij zou iedereen een ziektepolis garanderen – 46 miljoen Amerikanen hebben nu geen verzekering. Maar na weken van woedende zomerprotesten is de steun voor de plannen afgebrokkeld. De president probeert deze week met een toespraak het initiatief terug te winnen, maar het Witte Huis laat al merken dat de ambities teruggeschroefd zullen worden.

Wat is er gebeurd? Iets van de organisatie achter de protesten kwam vorige week naar buiten toen e-mails uitlekten van twee van de grootste ziekteverzekeraars, WellPoint en UnitedHealth. Er blijkt uit dat de bedrijven – „kom vandaag in actie!” – hun personeel in de zomer aanzetten om het verzet op gang te brengen.

Op papier was deelname van werknemers niet verplicht. Maar in de praktijk werkt dat anders, legt Judy Dugan van Consumer Watchdog uit, een consumentenorganisatie die de brieven naar buiten bracht. Zo kregen de 75.000 werknemers van UnitedHealth het verzoek contact op te nemen met een publicrelationstak van het bedrijf. De directie hield zo bij wie meedeed en wie niet. „Dan weet elke werknemer dat hij weinig keus heeft.”

UnitedHealth toverde zijn 75.000 werknemers zo om tot „minilobbyisten”, zegt Dugan. „Een actie op ongekend grote schaal.”

Het is een praktijk die in de VS bekend staat als astroturf: protest aanwakkeren in de hoop dat het grote publiek aanhaakt. Obama kent het fenomeen maar al te goed. Als opbouwwerker in Chicago bracht hij begin jaren tachtig bewoners van verpauperde wijken met dezelfde middelen in beweging. En ook in zijn campagnes tegen Hillary Clinton en John McCain maakte hij er vorig jaar gebruik van, onder meer door de steun van gewone burgers, kleine donoren, veel groter voor te stellen dan achteraf het geval bleek.

De president kreeg deze zomer kortom een koekje van eigen deeg. „Klopt”, zegt Dugan. Maar er is volgens haar een verschil. Bedrijven als UnitedHealth doen niet alleen aan astroturf, ze beschikken tegelijk over het geld om het debat in Washington naar hun hand te zetten. „Het is deprimerend hoe effectief ze in een paar weken het hart uit de plannen hebben gehaald.”

Het zenuwcentrum van die operatie bevindt zich op Pennsylvania Avenue 701 in Washington, een barok kantoorpand tussen het Congres en het Witte Huis. Je kunt van buiten niet zien dat hier de vijftig lobbyisten van UnitedHealth werken, maar dit zijn de mensen die deze zomer de plannen van Obama wisten te onthoofden.

Verzekeraars gingen de strijd onzeker in. Door een spectaculaire stijging van ziektepremies de laatste jaren, en duizenden incidenten waarbij verzekerden operaties niet kregen uitbetaald, geloven Amerikanen ze niet langer op hun woord. „Mensen haten verzekeraars”, zegt Trudy Lieberman, onderzoeker aan Columbia University die voor de Columbia Journalism Review blogt over de rol van de media in het zorgdebat.

Volgens Obama is essentieel dat verzekeraars, die in veel regio’s monopolist zijn, concurrentie krijgen: de beste manier om de prijs van polissen te drukken. Hiervoor wil hij een overheidsbedrijf oprichten dat ziektepolissen tegen lagere tarieven aanbiedt. In de taal van Washington: de ‘public option’.

Democraten hebben zestig senatoren, een ‘supermeerderheid’, en alleen als alle zestig de ‘public option’ steunen kunnen zij een Republikeinse blokkade beletten. Zodoende was het doel van UnitedHealth om Democratische senatoren in de zomer los te weken van Obama. Het haalde Tom Daschle als adviseur binnen, een vertrouweling van de president die door een belastingaffaire geen minister van Volksgezondheid werd.

De eerste Democraat die afhaakte was een senator uit North Dakota, Kent Conrad, die als alternatief voor de ‘public option’ een plan voorstelde dat UnitedHealth eerder bij hem had ingestoken. Ook een senator uit Virginia, Mark Warner, keerde zich tegen de ‘public option’. Onderzoek wees uit, zei hij, dat verzekeraars door de ‘public option’ liefst 88 miljoen klanten zouden verliezen. Het onderzoek, dat een grote rol speelt in de discussie, werd uitgevoerd door een dochter van UnitedHealth.

Zo spraken steeds meer Democraten zich tegen de ‘public option’ uit, en Obama liet in de zomer al merken dat hij twijfelt aan de haalbaarheid. Officieel zit het nog steeds in de plannen, maar zelfs de vurigste voorstanders beginnen de hoop op te geven. Tegelijk is er nog steeds wel een kans dat het doel wordt bereikt om elke Amerikaan een ziekteverzekering te garanderen. Zonder de ‘public option’ is het nadeel voor de regering wel dat de markt (en de kosten) dan verder zullen groeien. Maar voor verzekeraars zou het game, set en match zijn: geen nieuwe concurrentie, wel miljoenen nieuwe klanten.

En het bijzondere is, zegt Trudy Lieberman van de Columbia Journalism Review, dat Amerikaanse media hier tot dusver nauwelijks aandacht voor hebben. „Het publiek wordt in de armen gedreven van bedrijven die ze verachten – en de media zijn bezig met bijzaken.”

De bekendste bijzaak was de interventie van Sarah Palin, die een grote rol speelde bij de afgebrokkelde steun voor de plannen. De ‘running mate’ van McCain in 2008 schreef in augustus op haar Facebook-pagina dat de zorgplannen „dodencommissies” (death panels) bevatten, die zouden beslissen of ouderen en gehandicapte kinderen nog zorg krijgen. „Doodgewoon kwaadaardig”, aldus Palin vanuit haar huis in Wasila, Alaska.

Vanaf dat moment zakte de waardering voor de plannen dramatisch in. De meeste ‘oude’ media, zoals kranten en tv-zenders, meldden niettemin dat Palins beweringen onjuist zijn. In een van de wetsontwerpen staat dat artsen met gezinnen in een vroeg stadium, als iedereen gezond is, moeten doornemen welke behandelingen zij wensen wanneer familieleden later te ziek zijn om zelf te beslissen. Een hospitaal in het stadje La Crosse, Wisconsin, doet dit al sinds medio jaren tachtig. Families zijn tevreden, kosten van ouderenzorg zijn veel lager dan elders. Soms 75 procent lager, aldus een woordvoerder.

Maar dat aspect van het verhaal bleek van beperkte waarde. Bijna de helft van de bevolking denkt nog steeds dat Palins bewering op waarheid berust. En niet alleen kijkers van FoxNews. Ook 57 procent van het CNN-publiek blijkt meer waarde te hechten aan haar woord dan aan de items waarin CNN zelf liet zien dat Palin flauwekul verkocht.

Conservatieven smalen dat Obama alweer een koekje van eigen deeg kreeg. Vorig jaar in de campagne profiteerde hij van een filmpje dat suggereerde dat McCain de oorlog in Irak honderd jaar wilde voortzetten. In werkelijkheid sprak McCain over vredestroepen die honderd jaar konden blijven. „Beide partijen zijn onoprecht, dat is absoluut zo”, zegt Lieberman.

Tegelijk roept het Palin-intermezzo voor ‘oude’ media existentiële vragen op: als iets eenmaal op Facebook staat, blijken ze slecht in staat mythevorming door te prikken. Een rol speelde volgens Lieberman dat journalisten Palins interventie zo „sappig” vonden, dat ze er eindeloos op terugkwamen. Hun verweer – dat ook haar critici aan het woord kwamen – geeft aan dat er iets fundamenteels mankeert aan de werkwijze van Amerikaanse journalisten, zegt ze. „Het is schijnobjectiviteit. De lezer of kijker moet zogenaamd zelf bepalen wat juist is. Zo werkt het dus niet.”

En de zomer bracht voor ‘oude’ media meer onmacht aan het licht. Niet alleen is nu duidelijk dat de woedende protestbijeenkomsten het product waren van astroturf, ook is bekend hoe de woede – soms gespeeld, soms echt – zijn weg naar de media vond. Amateurfilmers legden alle incidenten vast, plaatsten ze op de videowebsite YouTube, en Republikeinen voerden het aantal hits met oneigenlijke middelen op – waarna kabelzenders de filmpjes overnamen.

Judy Dugan zag het met pijn in het hart aan. Voor ze in 2006 de onderzoekssectie van Consumer Watch ging leiden werkte ze twintig jaar op de redactie van de Los Angeles Times. Ze was deel van een team dat een Pulitzer-prijs won, en kan spreekt nog met hartstocht over de manier waarop haar krant vroeger naam maakte met onderzoek naar de verzekeringsindustrie.

Maar toen ze drie jaar terug vertrok was de krant in doodsnood, en dat is nog steeds zo. „We beleven het verval van de journalistiek in dit land”, zegt ze. Het verloop van het zorgdebat deze zomer was er een uitvloeisel van. „En het probleem is: we weten niet hoe we hier nog uitkomen.”

In het Amerikaanse politieke taalgebruik is de term ‘Astroturf’ in 1985 geïntroduceerd door senator Bentsen uit Texas. Hij kreeg veel kiezerspost, maar had in de gaten dat het lang niet allemaal spontane brieven van betrokken burgers waren, doorgaans aangeduid als een grassroots-beweging omdat ze groeit van onder op. „Een Texaan ziet echt wel verschil tussen grassroots en Astroturf” – een bekend merk kunstgras. Daarmee was de term gemunt voor kunstmatig aangewakkerde protesten die spontaan lijken te zijn.

Meer nieuws in de rubriek buitenland
Achtergrond

1989

Multimediale terugblik op de val van het communisme in Oost-Europa.

Kopenhagen

Zes vragen en antwoorden over de klimaattop; chronologie, artikelen en A-Z.

Europarlement

Bekijk de verhoudingen in het Europees Parlement op een aanklikbare kaart.

zoeken

in

nrc nu: Europa's nieuwe kopstukken


NRC-correspondent Jeroen van der Kris over de benoeming van de nieuwe kopstukken van Europa. Bekijk ook Mark Kranenburg over de positie van premier Balkenende.

Gesponsorde links

 

    Op zoek naar een serieuze relatie? Doe de psychologische PARSHIP-test en vind de partner die echt bij je past.
    Meld u nu gratis aan.