Het geweld had plaats bij de blokkades van autowegen, vliegvelden en rivieren door inheemse groepen. Sinds begin april protesteren zij op deze wijze tegen de openstelling van hun oorspronkelijke leefgebied voor de exploitatie van olie, gas en andere bodemschatten in het regenwoud.
Afgelopen vrijdag kwam een zwaarbewapende speciale politie-eenheid in actie tegen een van deze blokkades in het district Bagua. Volgens de indianenleiders openden politieagenten daarbij zonder waarschuwing vooraf en zonder enige aanleiding het vuur op de betogers. Vervolgens zouden agenten hun lijken in brand hebben gestoken en in een rivier hebben gegooid, in een poging het bloedbad te verbloemen.
Het geweld ging de volgende dag door. Daarbij zouden groepen van honderden indianen tientallen leden van veiligheidstroepen ontvoerd hebben en hun wapens hebben ingepakt. Volgens de regering werden zeker 23 van hen vervolgens vermoord.
De Peruaanse tv zond beelden uit van enkele soldaten en agenten die de aanvallen overleefd hadden. Zij vertelden vanaf hun ziekenhuisbed dat hun kompanen gemarteld werden alvorens ze vermoord werden, ook nadat ze zich aan de indianen overgegeven hadden. De centrum-rechtse president van Peru, Alan García, sprak van „een samenzwering bedoeld om ons er van te weerhouden onze hulpbronnen aan te wenden voor het welzijn, de groei en kwaliteit van leven van ons volk”.
Sinds gisteren patrouilleert het leger in het gebied op zoek naar nog vermiste agenten. De indianen zouden hun barricades nu verlaten hebben en zich uit angst voor arrestatie schuil houden in het bos en bij een katholieke missiepost.

AEX: 310,03 











