Het officiële einde van Europa’s grootste militaire missie ooit in Afrika komt op een delicaat moment. EUFOR, zoals de 3.300 man sterke vredesmissie in het oosten van Tsjaad heette, droeg gisteren haar mandaat over aan MINURCAT, een missie van de Verenigde Naties. MINURCAT kampt met een gebrek aan blauwhelmen, terwijl het missiegebied juist een onzekere periode tegemoet gaat door de oplopende spanningen in Darfur, de West-Soedanese crisisregio waar de situatie in Oost-Tsjaad onlosmakelijk mee verbonden is.
De overdracht van het EUFOR-mandaat stond al gepland. De missie, waar ruim twintig EU-landen aan deelnamen, had een mandaat voor een jaar. EUFOR heeft een half miljoen vluchtelingen en ontheemden beschermd: slachtoffers van ‘Darfur’, vluchtelingen uit de Centraal Afrikaanse Republiek en Tsjadiërs die in eigen land zijn gevlucht voor conflicten om land en geweld tussen regeringstroepen en rebellen, die uit zijn op de val van president Idriss Déby.
De overdracht aan MINURCAT is deels cosmetisch. Van de 3.300 EUFOR-soldaten gaan er 2.000 voorlopig verder onder VN-vlag. MINURCAT, dat een mandaat heeft voor 5.200 blauwhelmen, heeft zelf pas zo’n 2.000, meest Afrikaanse soldaten toegezegd gekregen. Nederland trekt zijn zestig mariniers wel terug.
„Het probleem”, zegt Bjoern Seibert, „is dat de Europese landen zelf een situatie gecreëerd hebben waarin ze niet zomaar wegkunnen.” Seibert, defensiespecialist van het Massachusetts Institute of Technology, wees er voor de EU-missie al op dat de VN-afdeling voor vredesmissies volstrekt overvraagd is. Veel Europese regeringen voelden zich echter verplicht om iets te doen aan de situatie in Tsjaad, als alternatief voor de onmacht van de VN-missie in Darfur, die nog altijd over minder dan de helft van de ooit beloofde 26.000 blauwhelmen kan beschikken.
De Europese vredessoldaten hebben de problemen slechts vooruitgeschoven, meent Seibert. EUFOR was afschrikwekkend genoeg om rebellen koest te houden. En dat met ‘slechts’ één slachtoffer aan eigen zijde, een Franse soldaat. Maar de kern, zegt Seibert, is dat EUFOR geen mandaat had voor de problemen waar de bevolking uiteindelijk mee kampt.
EUFOR mocht niet de opvangkampen in. Dat was bedongen door internationale hulporganisaties, die niet geassocieerd willen worden met militaire activiteiten. En dus konden de Europeanen niet optreden tegen rebellen, die nog altijd kindsoldaten rekruteren. Tegen bandieten, die vrouwen verkrachten. Die ngo’s overvallen. „De situatie in Oost-Tsjaad blijft explosief”, meldden de VN in december nog. Permanente terugkeer van de vluchtelingen en ontheemden – het uiteindelijke doel van EUFOR – blijft ver weg.
De bescherming van de kampen zou een taak worden van de speciale Tsjadische politiemacht DIS. De training van DIS, door de VN, is echter ernstig vertraagd. Van de geplande 850 agenten is onlangs het eerste contingent actief geworden. Een belangrijke oorzaak van de vertraging is corruptie en tegenwerking van het Tsjadische staatsapparaat. President Déby heeft weinig baat bij het nemen van verantwoordelijkheid voor de hulpbehoevenden in zijn land. Hij heeft er juist belang bij dat EUFOR blijft: de modern uitgeruste Europeanen fungeren, puur door hun aanwezigheid, als buffer tegen de rebellenbewegingen.
Een politieke oplossing is evenmin dichterbij gekomen. Met EUFOR in zijn land voelt Déby zich niet gehaast om tegenstanders tegemoet te komen. Namens de EU heeft een speciale diplomaat getracht de politieke dialoog op gang te brengen, maar, zegt Seibert, hij werd tegengewerkt door Frankrijk, dat geen inmenging in francofoon Afrika duldt. „De aanvankelijke vrees dat EUFOR niet neutraal zou kunnen zijn omdat het een ‘Franse’ missie zou worden, is in militair opzicht meegevallen. In diplomatiek opzicht niet.”
Grote vraag is wat het arrestatiebevel van het Internationale Strafhof tegen de Soedanese president Omar al-Bashir, vanwege oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Darfur, betekent voor Oost-Tsjaad. Tsjaad en Soedan zijn als communicerende vaten; beide regimes steunen rebellen in het buurland.
In een reactie op het arrestatiebevel gooide Bashir internationale hulporganisaties Darfur uit. De organisaties vrezen nu de komst van tienduizenden nieuwe Darfuri’s naar Tsjaad. De door Bashir ondersteunde rebellen hebben gezegd de handen ineen te slaan tegen Déby. Seibert: „Ook dat is een onbedoeld gevolg van EUFOR. Omdat Déby zich gesterkt voelde, heeft Soedan de rebellen in Tsjaad verder bewapend. Vertrekt EUFOR zonder dat MINURCAT op kracht is, dan bestaat het risico dat een getergde Bashir opnieuw een offensief in Tsjaad laat beginnen.”

AEX: 310,03 











