De verkiezing worden met twee jaar vervroegd en gehouden op 9 mei. IJsland maakt een ongekende politieke crisis mee, die afgelopen week een hoogtepunt bereikte toen vele duizenden IJslanders dagen achtereen in Reykjavik demonstreerden tegen de regering.
De regering is een coalitie van de grote conservatieve Onafhankelijkheidspartij van Haarde en de kleinere sociaal-democratische alliantie, geleid door Ingibjörg Solrun Gisladóttir, minister van Buitenlandse Zaken. Gisteren kreeg de politieke crisis een dramatisch menselijk aspect: Haarde maakte bekend dat hij de politiek binnenkort verlaat omdat hij volgende maand moet worden geopereerd wegens een kwaadaardig gezwel aan de slokdarm. De bekendmaking volgde enkele uren nadat Gisladóttir terugkeerde uit Stockholm, waar ze werd behandeld voor een hersentumor. Voor verdere behandeling is ze opgenomen in een ziekenhuis in Reykjavik.
Beide regeringspartijen moeten nu op zoek naar nieuwe leiders. De huidige coalitieregering blijft vooralsnog aan, maar is ernstig verzwakt door het uitvallen van de twee partijvoorzitters. Gisladóttir werd eerder al, in september, in New York geopereerd, nadat ze bij een VN-vergadering onwel werd en een tumor in het hoofd was vastgesteld. Kort na haar terugkeer, begin oktober, vielen de drie grote commerciële IJslandse banken om, met als gevolg een diepe financieel-economische crisis, een enorme nationale schuldenlast en snel toenemende werkloosheid.
De demonstraties in de IJslandse hoofdstad waren de grootste sinds het protest tegen toetreding van IJsland tot de NAVO, in 1949.

AEX: 341,95 











