Rotterdam, 31 dec. Net als in 2006, toen Israël in Libanon een groot offensief ontketende om twee ontvoerde soldaten vrij te krijgen, zet Jeruzalem bij de huidige operatie in de Gazastrook hoog in. Destijds beloofde het de shi’itische organisatie Hezbollah te vernietigen, nu dreigt het Hamas te zullen ontmantelen.
Net als in 2006 weigert Israëls tegenstander om de handdoek in de ring te gooien. En net als in 2006 kijkt de Arabische wereld verdeeld toe.
Maar naast zulke paralellen is er ook een belangrijk verschil. De crisisdiplomatie is nu al binnen enkele dagen op gang gekomen.
De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties riep zondag, een dag na het begin van het offensief, op tot een „onmiddellijke beëindiging van al het geweld” – doelend op zowel de Israëlische aanvallen als de raketten die Hamas afvuurt op Israël. Tot een onmiddellijk staakt-het-vuren is nu ook opgeroepen door het zogeheten Kwartet (waarin de Verenigde Staten, Rusland, de Europese Unie en de Verenigde Naties zitten) en ook door de EU apart.
In 2006 kwam de internationale gemeenschap veel trager in actie. Na ruim een week zei Condoleezza Rice, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, nog hoopvol dat de wereld getuige was van „de geboorteweeën van een nieuw Midden-Oosten”. Er moest een „duurzame oplossing” voor het geweld komen – een opstelling die Israël de tijd gaf door te gaan met zijn operatie. Pas na elf dagen oorlog noemde ze een staakt-het-vuren „dringend noodzakelijk” – het duurde uiteindelijk een maand voor het bestand er ook was.
Deze keer speelt Washington een minder prominente rol in de diplomatieke manoeuvres. De Amerikaanse regering loopt op haar laatste benen en is daardoor politiek verlamd. President Bush mag vanuit Texas laten weten dat Israël het volste recht heeft zich te verdedigen, in internationaal verband hebben de Amerikanen zich aangesloten bij de oproep tot een onmiddellijk bestand.
Europa, waar Frankrijk nog tot vannacht het voorzitterschap van de Europese Raad bekleedt, maakt gebruik van het gat dat de VS laten vallen. President Sarkozy veroordeelde meteen al zowel Israël als Hamas, waarmee hij zich in een diplomatiek gunstige uitgangspositie plaatste. Met zijn minister van Buitenlandse Zaken Kouchner kon hij zich opwerpen als pleitbezorger van een „humanitair bestand” van 48 uur en potentieel vredesmakelaar.
Binnen de EU bestaan wel meningsverschillen over de Israëlische actie, net als in 2006, alleen hebben ze deze keer niet hetzelfde verlammende effect. In 2006 wist een groep landen, waaronder Nederland, meer dan twee weken na het begin van de oorlog nog te verhinderen dat de EU opriep tot een onmiddellijk (in plaats van een duurzaam) bestand. Deze keer slaagden de Fransen erin om de Unie gisteravond te verenigen achter de oproep tot een „onmiddellijk en permanent staakt-het-vuren” – ook al vinden landen als Duitsland, Tsjechië (dat morgen het voorzitterschap van de Europese Raad overneemt) en Nederland nog steeds dat Israël het recht heeft te doen wat het nodig acht.
De Arabische broeders van de Palestijnen kijken intussen naar het Westen voor een oplossing. Net als tijdens de Libanon-crisis zijn zij door hun verdeeldheid onmachtig. De conservatieve pro-westerse ‘leiders’ van de Arabische wereld, Egypte en Saoedi-Arabië, vrezen Hamas, net als Hezbollah indertijd, als lange arm van de shi’itische vijand Iran en als militante inspirator van hun opposities en andere tegenstanders.
Daarom is er nog steeds geen datum is vastgesteld voor een Arabische top over het Israëlische offensief. Die zou immers in hun optiek leiden tot versterking van Hamas.
De leiders van de Arabische Golfstaten beperkten zich gisteren aan het slot van een conferentie in Oman dus tot een beroep op de wereld om een onmiddellijk einde te maken aan de „agressies van de Israëlische moordmachine”. Maar een oproep van Qatar om met spoed een Arabische top bijeen te roepen haalde het volgens aanwezigen niet door Saoedisch verzet. „Saoedi-Arabië heeft er geen belang bij Hamas te helpen via politieke stellingnames en het is zich bewust dat een Arabische top precies dat zal doen”, zei een Arabische diplomaat in Muscat tegen het persbureau Reuters.
Met name de Egyptische president Mubarak, die meedoet aan de Israëlische blokkade van de Gazastrook door de grens dicht te houden en bovendien een dag voor het offensief nog de Israëlische minister Livni sprak, komt onder steeds zwaardere druk van de Arabische publieke opinie om zijn standpunt bij te stellen. In Arabische kranten – de door Saoedi-Arabië betaalde uitgezonderd – en tijdens demonstraties in Arabische hoofdsteden, wordt zijn regime nu even hard verketterd als het Israëlische.
De conservatieven (Saoedi-Arabië, Egypte en Fatah-leider Abbas) willen niets doen; de Arabische steunpilaren van Hamas – de Syrische president Assad, Hezbollahleider Nasrallah – staan internationaal te zwak om iets te kunnen uitrichten. Het geeft Turkije ruimte voor bemiddeling: de conservatief-islamitische regering in Ankara heeft met alle partijen redelijke betrekkingen. Premier Erdogan begint vandaag een rondreis langs Arabische leiders.
Maar uiteindelijk is het gewicht van Turkije, Frankrijk en de EU, te gering om de strijdende partijen te bewegen tot een bestand voor zij daar zelf het nut van inzien. Laat staan een duurzaam bestand. De vraag is zelfs of Barack Obama als hij straks een eind maakt aan de Amerikaanse verlamming, daartoe in staat zal zijn.

AEX: 341,95 











