Rusland is zwaar getroffen door de economische crisis. De werkloosheid neemt snel toe, de financiële reserves die werden opgebouwd toen de olieprijs nog hoger was verdampen, de olie-inkomsten dalen en de roebel staat onder druk. De demonstraties tegen de verhoging van de importheffing, waarmee de Russische autoriteiten de binnenlandse auto-industrie willen beschermen, lijken dan ook te worden gevoed door een breder gevoel van onvrede onder de bevolking. „De Russen beginnen hun ogen te openen voor wat er werkelijk aan de hand is in dit land”, aldus de dertigjarige manager Andrej Ivanov, een van circa tweehonderd demonstranten die in Moskou de straat opgingen. „Het huidige regime werkt niet ten behoeve van de welvaart van het volk, maar ertegen.”
In de binnenlandse auto-industrie zijn ruim anderhalf miljoen mensen werkzaam. Vertegenwoordigers van deze tak hebben tevreden gereageerd op de verhoging van het importtarief, maar de vele importhandelaren in het oosten en veel Russische consumenten niet. Zij zeggen dat ze het recht hebben om de auto en spullen te kopen die ze willen en niet gedwongen willen worden om de vaderlandse industrie te steunen.
In Vladivostok werd ook vorig weekend al gedemonstreerd. Het grootste deel van de geïmporteerde Japanse auto’s komt via deze havenstad het land binnen. Na een nieuwe betoging die zaterdag plaatsvond, verboden de autoriteiten de geplande bijeenkomst op zondag. Toen demonstranten zich vandaag toch verzamelden rondom de kerstboom op het centrale plein, voerde de oproerpolitie charges uit. Volgens ooggetuigen schopten agenten demonstranten en vernielden de apparatuur van journalisten. Een deel van de agenten was ingevlogen vanuit Moskou (9.300 kilometer verderop). Het Kremlin heeft nog niet op de protesten van dit weekend gereageerd.

AEX: 317,06 












