Villepin wordt verdacht van medeplichtigheid aan valse aangifte, heling en misbruik van een vertrouwenspositie. Dat hebben onderzoeksrechters D’Huy en Pons vanmorgen verklaard na een gesprek met de ex-premier in Parijs.
Zij hebben aanwijzingen dat Villepin in 2004 als minister van Buitenlandse Zaken opdracht heeft gegeven tot de anonieme beschuldigingen. Een met Villepin bevriende zakenman, Jean-Louis Gergorin, heeft in verhoren gezegd in opdracht van Villepin een onderzoeksrechter een lijst te hebben gegeven van mogelijke zwartgeldrekeningen bij de Luxemburgse zakenbank Clearstream. Daarop stonden namen van prominente Franse politici en zakenlieden, onder wie Sarkozy.
De lijsten bleken later gestolen bij Clearstream en vervalst door een computerexpert. De verdachte expert, Imad Lahoud, stond in contact met Gergorin en mogelijk ook Villepin. Volgens Gergorin zei Villepin te handelen in opdracht van toenmalig president Chirac.
De ‘affaire-Clearstream’ belastte de relaties binnen de vorige Franse regering, waarin Villepin premier was en Sarkozy minister van Binnenlandse Zaken. Sarkozy deed aangifte en zei de valse beschuldigingen te beschouwen als poging om hem in diskrediet te brengen.
Na een gesprek van vijftig minuten met de rechters ontkende Villepin vanmorgen betrokken te zijn „bij welke politieke manipulatie dan ook”. Hij zei als minister van Buitenlandse Zaken te hebben gehandeld volgens zijn plicht op te treden tegen „internationale bedreiging” en in het belang van de Franse economische belangen.
Met deze formulering ontkent Villepin niet opdracht te hebben gegeven de lijsten van Clearstream door te spelen aan onderzoeksrechters. Wel suggereert hij niet te hebben geweten dat ze vervalst waren. Omdat het onderzoek zijn optreden als minister betreft, kan Villepin de bevoegdheid van de rechters aanvechten. Alleen een speciaal hof kan bewindslieden berechten voor daden die zij in functie pleegden. Villepin heeft vanmorgen alleen meer tijd gevraagd om het dossier te bestuderen.

AEX: 321,13 











