Wees niet bang voor het weer: schrijven volgens W.G. Sebald
W.G. Sebald gaf vlak voor hij in 2001 overleed een paar colleges aan de universiteit van East Anglia over het schrijven van fictie. Ze bieden een mooi inkijkje in de schrijfopvattingen van ‘Max’, zoals de auteur van Austerlitz zich door zijn studenten liet noemen.
De aantekeningen van de voormalige Sebald-studenten David Lambert en Robert McGill werden vorige week door VPRO Boeken gelokaliseerd en staan op de website van de Britse schrijver Richard Skinner.
Ingedeeld in een aantal rubrieken als ‘beschrijving’, ‘detail’ en ‘benadering’ is puntsgewijs genoteerd wat Sebald erover te zeggen had. Onder het kopje ‘intertekstualiteit’ staat bijvoorbeeld Sebalds advies ‘boeken te lezen die niets met literatuur te maken hebben’. En er is deze afkeuring over stijl: ‘Het is makkelijk om ritmisch proza te schrijven. Het voert je mee. En na een tijdje wordt het vervelend.’ Waar je volgens Sebald dan weer niet bang voor moet zijn, zijn beschrijvingen van meteorologische aard. ‘Die zijn niet overbodig om het verhaal te vertellen. Wees niet bang om de weersomstandigheden te vermelden.’
Sebald overleed in december 2001 in een verkeersongeluk. Hij beperkte zich een lange periode van zijn leven tot het schrijven van academisch werk en debuteerde pas op latere leeftijd als schrijver van fictie. Zijn romans De ringen van Saturnus en Austerlitz, dat in het jaar van zijn dood gepubliceerd werd, brachten hem al snel literaire roem. Hij werd rond het moment van zijn dood in verband gebracht met de winst van de Nobelprijs voor Literatuur. De laatste verschenen vertaling van zijn werk is Logies in een landhuis, waarin Sebald een ode brengt aan drie van zijn favoriete schrijvers: Johann Peter Hebel, Gottfried Keller en Robert Walser.
Op de website van de VPRO (zie boven) is ook een radio-uitzending tover Sebald te beluisteren. Hierin komen liefhebbers van de schrijver, zoals Joris van Casteren en Daniël Rovers, aan het woord.
