En wéér zal Mantel de Man Booker Prize winnen
De shortlist van de Man Booker Prize
Vanavond wordt de winnaar bekend van de Man Booker Prize. NRC-Recensent Rob van Essen liep aan de vooravond van de uitreiking traditiegetrouw in de Boekenbijlage van NRC Handelsblad de zes genomineerden na. Wat rechtvaardigt het ontbreken van John Banville, Martin Amis en Ian McEwan, vraagt Van Essen zich af.
Er staat vanavond iets unieks te gebeuren. Tot op heden wonnen alleen Peter Carey en J.M. Coetzee de prijs twee maal. Hilary Mantel maakt vanavond grote kans om zich bij dit selecte gezelschap te voegen. Dat zou volgens Rob van Essen een 'unieke gebeurtenis' zijn:
'in dat geval is ze de eerste schrijver die de prijs twee keer krijgt voor hetzelfde boek. Goed, dat is misschien enigszins gechargeerd, maar toch: de roman waarmee ze dit jaar de shortlist haalde, Bring Up The Bodies, is het tweede deel van haar geplande trilogie over Thomas Cromwell, de man van eenvoudige komaf die een sleutelrol speelde aan het hof van de Engelse koning Hendrik de Achtste.'
Bij de bekendmaking van de shortlist verklaarde juryvoorzitter Peter Stothard eerder dit jaar dat Bring Up the Bodies beter is dan Wolf Hall, waarmee Mantel in 2009 de Man Booker Prize won. Kan haar de 50.000 pond dan nog ontgaan? Het lijkt er niet op.
Volgens Van Essen heeft Stothard overigens gelijk:
'Bring Up the Bodies , in deze krant zeer lovend besproken (Joyce Roodnat, Boeken, 15.06.12), is inderdaad beter dan Wolf Hall, niet alleen omdat hoofdpersoon Thomas Cromwell een gecompliceerder karakter blijkt dan in het eerste deel, maar ook omdat Mantel haar methode nog verder perfectioneert. Die methode houdt in dat ze haar verhaal vertelt in laconiek, bijna zakelijk proza in de tegenwoordige tijd, waardoor je Cromwell zeer dicht op de huid zit. Ze vervalt niet in lange beschrijvende passages, maar verweeft haar verhaal met goed gekozen details. Nergens krijg je de indruk dat je een geschiedenisles krijgt, en toch heb je achteraf het idee dat je volledig op de hoogte bent van het Engelse hofleven in de 16de eeuw.'
Maar zo makkelijk gaat het niet. Er zijn nog vijf andere genomineerden. Van de overige vijf is Will Self, genomineerde met Umbrella, de bekendste. Maar volgens Van Essen is deze roman, over dokter Zack Busner die in de jaren zeventig patiënten behandelt die al vijftig jaar aan encephalitis lethargica lijden, duidelijk zo'n geval waarbij 'de auteur beter is dan het boek'. De roman is een 'worsteling':
'Nergens krijg je de indruk dat dit verhaal in deze vorm moet worden verteld – juist de normaalste passages (zonder toeters en bellen, zonder afleidende tussenwerpsels) zijn de beste. Door die passages vergeef je de schrijver veel, en op zijn beste momenten is Umbrella een sympathiek en hier en daar ronduit komisch boek. Maar ook al ben je bereid Self het voordeel van de twijfel te gunnen, dat betekent nog niet dat die twijfel verdwijnt.'
Na Mantel en Self blijven vier kanshebbers over. Het zijn tevens vier vrij onbekende schriijvers: Alison Moore, Deborah Levy, Neet Thayil en Tan Twan Eng. Dit doet de Man Booker-jury vaker, met hun prijs onbekende auteurs aan de man brengen. Een 'loffelijk streven', schrijft Rob van Essen, 'maar rechtvaardigt de keuze voor deze schrijvers de afwezigheid van grote namen als John Banville, Martin Amis en Ian McEwan?'
Nee, schrijft Van Essen. Zo noemt hij het 'verbazingwekkend' dat The Lighthouse, het debuut van Alison Moore (1971), 'als rijp voor een shortlist wordt beschouwd'. Swimming Home van de ervaren Deborah Levy is te 'clichématig' en 'krampachtig'.
De laatse twee zijn minder krampachtig en komen volgens Van Essen daarom sympathieker over. Hoewel Narcopolis, de eerste roman van de Indiase dichter Yeet Thayil (1959) over de drugsscene van Bombay in de jaren zeventig, uiteindelijk toch een 'vlakke roman' blijkt, lijkt alles alsnog goed te komen met The Garden of Evening Mists, de tweede roman van de Maleisische auteur Tan Twan Eng (1972). Van Essen schrijft:
'The Garden of Evening Mists is een ouderwetse, bijna klassieke roman over schuldgevoel, de onbetrouwbaarheid van herinneringen, over verwerking en vergeving. De Japanse kunstenaar Aritomo, bij wie Teoh in de leer ging, hield haar ooit voor dat een goede tuin ‘afzondering, kalmte, of een bespiegelende stemming’ kan oproepen.'
Maar dan gaat het mis.
'De clichés en de geschiedenislessen die je Tan Twan Eng eerder nog vergaf, beginnen te storen, net als de gebrekkige psychologie van de personages. Eng slaagt er bijvoorbeeld niet in duidelijk te maken hoe twee zussen die door hun Japanse kampbewakers worden mishandeld en misbruikt, troost vinden in de fantasie dat ze na de oorlog uitgerekend een Japanse tuin zullen aanleggen. Wat voor Eng pleit is dat hij een meester is in het oproepen van stemmingen die nog lang na lezing blijven hangen; hierin overtreft hij zijn vijf collega’s op de shortlist.'
Wat dan overblijft is een onevenwichtige shortlist, een 'absurd onevenwichtige shortlist' volgens Van Essen. Zo zijn John Banville Ancient Light en Martin Amis Lionel Asbo stukken beter en interessanter dan de meeste romans op deze shortlist. Het ontbreken van Sweet Tooth van Ian McEwan is onverklaarbaar, want ook al is dat een luchtige roman, hij hoort bij McEwans beste.
In de ogen van Van Essen kan er dus eigenlijk maar een iemand winnen vanavond:
'We zullen het moeten doen met de zes boeken die wél zijn genomineerd. En uitgaande van de shortlist, lijkt het zowel onwaarschijnlijk als onvermijdelijk dat Hilary Mantel dit jaar de Man Booker Prize gaat winnen. Onwaarschijnlijk omdat ze met haar verbeelding van het leven van Thomas Cromwell de prijs al eens heeft gewonnen, onvermijdelijk omdat Bring Up The Bodies het beste boek van de shortlist is.'
Dit is een bewerking van de vooruitblik op de Man Booker Prize van recensent Engelse literatuur Rob van Essen die afgelopen vrijdag in de Boekenbijlage van NRC Handelsblad stond. Het hele artikel is voor abonnees hier te lezen.
