Mcfarlane en Pinker op shortlist Samuel Johnson Prize for Non-Fiction
De shortlist van de Samuel Johnson Prize for Non-Fiction, de meest prestigieuze non-fictieprijs van Groot-Brittannië, is zojuist door de organisatie bekend gemaakt. Zes titels maken dit jaar kans op het prijzengeld van 20,000 pond, omgerekend zo'n 25,000 euro.
Over de shortlist merkt juryvoorzitter David Willetts op:
'De titels op de shortlist van dit jaar hebben met hun originaliteit en stillistische kwaliteit indruk gemaakt op de juryleden. Ieder boek communiceert complexe thema's, op een manier die zowel verlichtend als vermakelijk is.'
Op de shortlist staan de volgende zes titels:
• Behind the Beautiful Forevers: Life, Death and Hope in a Mumbai Slum, van Katherine Boo (Portobello Books)
Over deze titel schreef The Guardian:
'[Boo] gradually renounces the novelistic mode partly because she realises that, unlike the novelist, she can't possess her characters, not least because many of them – in particular, a constellation of children – end up dead; as a narrator, she must share with the residents of Annawadi the loss of control, of mastery, this entails. And this, in turn, produces a paradoxical masterfulness; we see that it isn't information or research that Boo is bringing to us, but a quality of attention. She worries that, as a foreigner, she lacks the "immersion" a native would have in their milieu; but maybe natives become disengaged, while outsiders inhabit their chosen spaces more fully. Boo, in letting go of her story, in dwelling with it relatively briefly in her book's 250 pages (in contrast to the years she spent with the slum-dwellers), allows it to resonate with us as a small classic of contemporary writing.'
• Into the Silence: The Great War, Mallory and the Conquest of Everest, van Wade Davis (The Bodley Head)
Over dit boek schreef Auke Hulst in NRC Boeken:
'Gewoonlijk gaan boeken over bergbeklimmen over niets dan bergbeklimmen. De ingrediënten zijn kou, wind, tragedie en machismo. Denk aan Touching the Void (1988) van Joe Simpson, die op de Siula Grande zijn been brak en naar beneden kroop, of Jon Krakauers Into Thin Air (1997), over een noodlottige Everest- beklimming in 1996 – hoewel Krakauer in dat boek ook kritisch is over het klimtoerisme waaraan Everest ten prooi is gevallen. Davis’ ambities zijn andere. Hoewel Into the Silence een uiterst gedetailleerd verslag biedt van de Everest-expedities van 1921, 1922 en 1924, plaatst de auteur ze in een historische, politieke en maatschappelijke context. Dat tilt Into the Silence ver boven reguliere klimliteratuur uit. De 8848 meter hoge Everest, gelegen op de grens van Nepal en Tibet, werd pas in 1858 door Britse landmeters tot hoogste berg op aarde gekroond. De berg, in het Tibetaans Chomolungma of ‘Heilige Moeder’, werd vernoemd naar de voormalige Surveyor General, Sir George Everest, een onaangenaam heerschap dat heiligdommen als belemmeringen zag. ‘Diens familienaam werd uitgesproken als Eave-rest’, merkt Davis op. ‘Het is ironisch dat zijn erfenis bestaat uit een naar hem vernoemde berg waarvan de naam voor eeuwig verkeerd zal worden uitgesproken.’
• The Old Ways: A Journey on Foot, van Robert Macfarlane (Hamish Hamilton)
Over dit boek schreef Kester Freriks in de Boekenbijlage van NRC:
'Net als in de beide eerdere boeken, Hoogtekoorts (Mountains of the Mind, 2003) en het befaamde De laatste wildernis (The Wild Places, 2007), is Macfarlane op zoek naar het verband tussen ‘het landschap en het menselijk hart’. Hij behoort tot een generatie Britse natuur- en reisschrijvers die aan het genre een nieuwe wending geven. Al wandelend en struinend door het hedendaagse landschap zijn ze op zoek naar de historie van dat landschap, naar hoe dat land ooit onbewoond is geweest, maar geleidelijk door de mens werd betreden en bewoond werd.'
• The Better Angels of our Nature: A History of Violence and Humanity, van Steven Pinker (Allen Lane)
Dirk Vlasblom schreef hierover in NRC Boeken:
'Als iemand beweert dat het geweld in de wereld op zijn retour is, lijkt dit in tegenspraak met onze ervaring. Toch komt Steven Pinker met sterke argumenten in zijn nieuwe boek: The Better Angels of Our Nature. De titel is ontleend aan een uitspraak van Abraham Lincoln en verwijst naar menselijke vermogens als empathie, moraal en rede. Volgens Pinker, hoogleraar psychologie in Harvard, krijgen die ‘betere engelen’ in de loop der geschiedenis steeds meer vat op de ‘innerlijke demonen’ van de mens, zoals prooigedrag, wraak, sadisme en totalitaire ideologieën. Met als gevolg dat er steeds minder oorlog wordt gevoerd en de moordcijfers in de wereld gestaag dalen. [..] Pinker is optimistisch. De werkingssfeer van onze empathie zou groter worden door media, reizen en wereldburgerschap. Maar de belangrijkste ‘betere engel’, schrijft hij, is de rede. De mens is in de loop der tijd simpelweg slimmer geworden. Pinker: ‘Samenlevingen met hogere niveaus van intellectuele en schoolprestaties zijn ontvankelijker voor democratie en kennen minder burgeroorlogen. Pinker overtuigt niet op iedere bladzijde. Maar na een erudiet betoog van 800 pagina’s, boordevol historisch bewijsmateriaal, zal hij bij de meeste lezers een sprankje.'
• The Spanish Holocaust: Inquisition and Extermination in Twentieth-Century Spain, van Paul Preston (HarperPress)
Ronald Havenaar schreef hierover in NRC Boeken:
'Spanish Holocaust is behalve een imposante geschiedenis van de Spaanse Burgeroorlog ook een bijdrage aan de openheid die vooral door de kleinkinderen van Franco's slachtoffers wordt geëist. Preston verschaft duidelijkheid over aantallen en geeft onomwonden antwoord op de schuldvraag. Dat is een indrukwekkende prestatie, want historisch onderzoek wordt belemmerd doordat veel documentatie moedwillig is vernietigd, zoals het archief van Franco's Falangistische partij.'
Over deze titels zei juryvoorzitter David Willetts verder:
'Dit zijn belangrijke boeken die de mogelijkheid in zich hebben ons wereldbeeld te veranderen en die een blijvende invloed zullen uitoefenen op hun genre. Het brede bereik van de onderwerpen reflecteert de diversiteit van de Engelstalige non-fictie, en heeft het potentieel om lezers wereldwijd te inspireren.'
De Samuel Johnson Prize for Non-Fiction wordt jaarlijks uitgereikt aan een boek dat non-fictie op een spannende manier aan een breed publiek presenteert. De prijs werd voor het eerst uitgereikt in 1999 en werd sindsdien gewonnen door auteurs als Anthony Beever (Stalingrad, 1999), Kate Summerscale (The Suspicions of Mr Whicher: or the Murder at Road Hill House, 2008) en Frank Dikötter (Mao's Great Famine, 2011).
Op 12 november wordt de prijswinnaar bekend gemaakt.
