Wieners 'kokkerd van een gok' wint Tzum-prijs
L.H. Wiener / Foto Jan Glas/Tzum.info
L.H. Wiener wint de Tzum-prijs 2012 voor de beste literaire zin. Hij wint daarmee een trofee en het woordenaantal van de zin in euro’s: een recordbedrag van 99 euro.
De winnende zin komt uit de roman Shanghai Massage en luidt:
Ik zou mijn moeder nog wel eens in die dikke Velsense vissersneus van haar willen knijpen, een neus die van geen ophouden wist, in tegenstelling tot mijn moeders nieren, die het begaven onder de druk van alle medicijnen – nu ja, niet echt knijpen, want een beetje zoon die knijpt zijn moeder niet, die eert het wijf dat moeder heet, maar die dikke kokkerd van een gok van haar, dus, tussen mijn wijs- en middelvinger en duim pakken, zoals ik vroeger vaak deed, om te plagen, als een soortement van liefkneuzing, dat zou ik graag nog eens een keertje doen.
De jury, bestaande uit de redactie van de literaire website Tzum, was gecharmeerd van de lengte van Wieners zin, omdat die wars is van de door Tzum gesignaleerde mode van ‘anorexiaproza’: ‘Het lijkt in de Nederlandse literatuur tegenwoordig gebruikelijk te zijn om bang te zijn voor een lange zin, alsof tien woorden de maximale woordhoeveelheid is die de lezer aankan.’ Opmerkelijk is dat de schrijver even verder in het boek juist deze zin diskwalificeert als ‘te persoonlijk, om niet te zeggen sentimenteel, en duidelijk geschreven onder invloed’. De jury nam de moeite om alle stijlmiddelen die zij in de zin aantrof te benoemen:
De zin van Wiener herbergt een alliteratie, een verwijzing naar een gedicht van Elsschot (het gedicht ‘Spijt’: ‘dient het wijf dat moeder heet’), een assonantie en een neologisme (‘liefkneuzing’). Bovendien speelt hij met de betekenis van woorden (van geen ophouden weten) en eindigt hij de zin met de mededeling waarmee deze begon.
Het prijzengeld heeft, door de variabele hoogte ervan, dit jaar een recordhoogte. Hoewel de jury eerder een voorkeur aan de dag legde voor homerische uitspattingen was Erwin Mortier ‘recordhouder’ met zijn zin uit Godenslaap, goed voor 76 euro. Van de elf zinnen waarmee L.H. Wiener genomineerd was, waren er twee door een lezeres ingezonden – daaronder was ook de winnende zin. Andere Wiener-zinnen die de jury konden bekoren waren:
Ik ben inmiddels meer dan een halve eeuw met Maurits bevriend en hij met mij, hetgeen nu wel eens geboekstaafd mag worden als het curiosum dat het is, want hij is met afstand een nog veel wonderlijker kerel dan de man die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond; ik heb ‘met mensen nooit een redelijk contact kunnen onderhouden, of ze moesten dood zijn,’ zoals ik het eerder eens heb geformuleerd.
Als er in de wereld van kunst en literatuur, commercie en religie, moord en doodslag, kortom, als er in het menselijk bestaan in het algemeen, één gangmaker, één stoorzender, één schuldige, één slachtoffer en één beul bestaat, totaliter: één overkoepelend orgaan, waaruit alles voortkomt en waarin alles weer verdwijnt, dan is het wel de Vrouw.
Zou ikzelf het imago mogen beschrijven dat ik gedurende mijn schrijversleven met de grootste zorg en omzichtigheid in de ogen van een stevig aantal inferieure critici schijn te hebben opgebouwd, dan schetste ik het beeld van een rancuneuze cynicus, een querulant met een onverwerkt verleden, een paranoïde misantroop, met misogynie als specialiteit, een driftkop onderhevig aan vlagen van door overmatig alcoholgebruik veroorzaakte agressie.
Alle genomineerde zinnen zijn hier bij Tzum te lezen.
