'Na de desoriëntatie ontdek je de schoonheid'
Wekelijks verklaart een schrijver, politicus of sporter in de rubriek Boekdelen van de Boekenbijlage van NRC Handelsblad de liefde aan een boek. In de literaire liefdesverklaring van deze week: De Belgische schrijver Y.M. Dangre over Malcolm Lowry’s Under the Volcano.
‘Na dertig bladzijden legde ik Onder de vulkaan van Malcolm Lowry weer weg. Pas weken later, na overreding door de aandrager van het boek, ben ik standvastig doorgegaan. Aan het begin ben je gedesoriënteerd, maar eens als je daarin meegaat – eens als je het boek desoriënterend méé gaat lezen – dan ontdek je de schoonheid. De schoonheid en de tragiek.
,,Het boek beschrijft Geoffrey Firmin, de Britse ex-consul in Mexico die niet kan loskomen van de liefde en de drank. Alles speelt zich af op de Dag der Doden, 1938. De consul treurt om zijn grote verloren liefde Yvonne en onderwijl blijft hij rustig drinken, in elke bar telkens weer: ‘Mescal, por favor.’ Malcolm Lowry – zelf een alcoholist – schrijft in een beroezende taal; woorden die vanuit de roes zijn geschreven, maar die je ook in een roes brengen. De vorm past perfect bij de inhoud. Hier is een dronken man aan het woord, in de taal van een poëet. De zinnen zijn minutieus geconstrueerd, hebben een poëtisch ritme, je merkt dat er jaren op is gebroed. Het boek loopt over van de metaforen. Naarmate je er verder inkomt begin je de terugkerende symbolen te herkennen; de consul loopt steeds tegen hetzelfde filmaffiche aan, het paard met nummer zeven komt telkens terug. Als schrijver laad je de realiteit met verbeelding en symbolen om de werkelijkheid zinvol te maken. Het maakt literatuur tot een zoektocht naar een betekenisvolle realiteit omdat die in het echte leven ontbreekt.
,,In Lowry’s eigen bestaan ging alles kapot en in het boek heeft hij dit schoonheid gegeven. Als schrijver herken ik het: van de pijn in je leven een mooi boek maken. Een autobiografische gebeurtenis, mits niet al te letterlijk verwerkt, kan een verhaal authentiek maken. En andersom kleurt literatuur mijn eigen werkelijkheid – gedichten die door je hoofd schieten als liefde je ontglipt.
,,Later ontdekte ik de allegorie die zich achter het verhaal verschuilt; de consul en zijn onvermijdelijke teloorgang stellen Europa voor, ondergedompeld in fascisme en afdalend in de verwoesting van de Tweede Wereldoorlog. Een verhaal met onderliggende lagen – psychologische, intertekstuele, politieke lagen – maakt een boek rijker. Ook als jonge schrijver moet je de grote greep niet schuwen. Er zijn te veel brave debuten. Al moet je er, samen met je redacteur, natuurlijk voor waken om niet naar de andere kant door te slaan. Het boek zweeft niet in een ijl, literair universum. Grootsheid wordt voortdurend afgestoken tegen banaliteit. De consul brengt dan wel filosofische ideeën te berde, in zijn dronkenschap verschilt hij niet van de andere onbeduidende heerschappen die aan de toog zitten. Die tegenstelling kenschetst dit boek en het bestaan. Natuurlijk, ‘groots en meeslepend wil ik leven’, maar het volgend moment moet je bij wijze van spreken weer naar het toilet. Die platvloersheid zit in het leven en maakt het des te pijnlijker.
,,De slotzin is iconisch: ‘Iemand gooide hem een dode hond na in het ravijn.’ De consul wordt doodgeschoten op de vulkaan en eindigt in de krater. In zijn laatste momenten spuit hij nog allemaal poëtische bewoordingen uit, hij gaat als een grote operafiguur ten onder, maar de dood blijft banaal.
Mijn leraar Godsdienst zei eens: ‘Al mijn godsbewijzen en Thomas van Aquino en noem maar op, dat kan allemaal doorboord worden door één kogel.’ De kogel dringt een lichaam en een long binnen, maar die dringt tegelijk al die herinneringen en al die verheven gedachten binnen en maakt hen kapot.
,,Ondanks zijn grootsheid is de consul ook maar een soort dode hond. En daarmee zijn zijn 500 pagina’s aan verheven gedachten ook weg. Toch lezen wij die gedachten nu nog, terwijl de man al meer dan vijftig jaar in een denkbeeldige vulkaan ligt; schrijven is een poging aan die alles doordringende banaliteit te ontsnappen.
Toine Donk
Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 20 april 2012, pagina 16.
