*

Lof der kwijtschelding :: nrc.nl

Lof der kwijtschelding

Debt

Schuld vormt al eeuwen het weefsel van samenlevingen, laat antropoloog David Graeber zien in Debt, een briljant boek. Maar moeten schuldenaren niet gewoon menselijk behandeld worden? Discussieer mee in NRC Leesclub.

Waarom roofde de Spaanse ontdekkingsreiziger Hernán Cortés alles wat los en vast zat, begin zestiende eeuw, in het rijk van de Azteken? Waarom richtten Cortés’ soldaten zulke onbeschrijflijke bloedbaden aan onder de bevolking? Simpel, schrijft de Amerikaanse sociaal antropoloog David Graeber in zijn fascinerende boek Debt. The First 5000 Years: Cortés had schulden, veel schulden. En anders dan de traditionele geschiedschrijving vermeldt, joegen Cortés’ Conquistadores niet alleen in naam van het katholieke geloof honderdduizend Azteken over de kling. Welnee, schrijft Graeber, citerend uit getuigenissen van expeditieleden. Pas toen ze in Mexico aankwamen, ontdekten de soldaten dat ze Cortés moesten betalen voor hun uitrusting en ziekenzorg. Na al hun ontberingen verwachtten ze een beloning, maar ze bleken hevig bij hun aanvoerder in het krijt te staan. De stoppen sloegen door. Gedreven door schaamte, radeloosheid en uitzinnige woede (over die schulden), gedroegen ze zich op hun rooftochten als beesten.

Nu wij zelf middenin een schuldencrisis zitten, is het de moeite waard om Graebers boek te lezen. Amerikaanse steden sluiten scholen en ziekenhuizen omdat er geen geld meer is. De Grieken, die ‘zondaars’, snijden hard in eigen vlees maar nóg worden hun schulden niet minder. Ook in andere Europese verzorgingsstaten wordt zo drastisch bezuinigd dat sociale explosies dreigen. En politici sluiten het ene verdrag na het andere om landen met een te hoge schuld te bestraffen.

Hoe zijn we in deze spiraal terechtgekomen? Is onze neiging om schuld haast ritueel in de ban te doen, de beste manier om uit deze crisis te komen? Als wij ons eigen handelen kritisch willen bekijken, vinden we bij economen weinig soelaas. De crisis bewijst dat economische modellen hebben gefaald. Die gingen ervan uit dat de mens, vanuit zijn eigen belangen geredeneerd, rationeel handelde. Maar afgelopen decennia hebben huizenbezitters, zakenbankiers, derivatenhandelaars en centrale bankiers minder koel gehandeld dan in de handboeken stond. Zij gingen deels irrationeel te werk. De crisisboeken waar je het meest van opsteekt, gaan over die irrationele menselijke drijfveren. Deze boeken worden geschreven door antropologen en sociologen. Ze staan vol inzichten die vaak niet nieuw zijn, maar waar weinigen afgelopen decennia – utopische vooruittgangsjaren – oog voor hadden. Sommigen stoffen dit materiaal nu af en gebruiken het om de crisis een andere, confronterende verhaallijn te geven. Dat deed bijvoorbeeld Financial Times-journalist en antropologe Gillian Tett met het boek Fool´s Gold (besproken in Boeken,17-06-09) en de Belgische socioloog Paul Jorion met Le Capitalisme à l’Agonie.

Nu is daar de Amerikaan David Graeber, nu tijdelijk hoogleraar aan de Londense universiteit Goldsmiths. In Debt trekt hij conclusies die haaks staan op wat we op school hebben geleerd. Bij economie is les één dat de mens in den beginne aan ruilhandel deed: ‘Ik ruil mijn varken tegen jouw kippen/dochter/ kar’. Maar het was moeilijk om gelijkwaardig ruilmateriaal te vinden, en ij verre transacties werkte het niet. Dus ging men munten gebruiken. Pas later kwam virtueel geld, met zijn complexe kredietsystemen.

Graebers bevinding is, opmerkelijk genoeg, dat deze drie fases elkaar altijd hebben afgewisseld. Dat wordt begrijpelijk als je accepteert dat ruilhandel niet alleen primitief is, maar heel beschaafd kan zijn. Bij een ruil staken mensen zelden gelijk over, stelt Graeber. Ze zeiden eerder: ‘Ik geef jou een varken en als ik iets van jou nodig heb, meld ik me’. Zo dienen schulden in een samenleving als het cement van sociale relaties. Mensen leven er permanent mee. Iedereen heeft ze, bij iedereen. Zo’n ruilsysteem wordt vanzelf een kredietsysteem. Vertrouwen, zelfbeheersing en sociale controle zijn cruciaal, anders werkt het niet. Kredietsystemen werden in vredestijd (als vertrouwen gedijt), al in 3000 voor Christus in Mesopotamië gebruikt – lang vóór munten werden ingevoerd. Anders dan nu werd ‘schuld’ toen niet alleen als slecht gezien. Vaak konden schulden niet helemaal vereffend worden. Als er een nieuwe koning aantrad, werden veel schulden weggestreept. De principes van het jubelfeest vind je terug in de bijbel. Ook speelden rijkdom en sociale status van beide partijen mee. Hoe gelijker de mensen, hoe gelijker de terugbetaling. Als een prins een arbeider iets gaf, verwachtte die zelden iets gelijkwaardigs terug.

Als samenlevingen overgingen op munten was er meestal oorlog en geweld in het spel. Als Romeinse keizers of Chinese dynastieën ten strijde trokken, moesten ze de soldaten betalen: je kunt geen varkens of kippen als betaling naar een ver front slepen. Cash is handiger.Met leningen kom je er evenmin: niemand leende een soldaat iets. In de Middeleeuwen gebruikten delen van Europa kredietsystemen.

Sinds 1971, toen de Amerikanen de goudstandaard loslieten, hebben wij weer een kredietsysteem. Bij deze overgangen, aldus Graeber, is er één constante: ‘Macht en schuld gaan samen. Krediet kan worden gebruikt om mensen onder controle te krijgen en te houden.’ Macht wordt nog vergroot doordat schuld een negatieve morele lading heeft. Wie schulden heeft, is slecht. Vandaar dat Mesopotamiërs die hun schulden niet konden afbetalen, slaven werden. Hetzelfde geldt nu in zekere zin voor Amerikanen met hoge hypotheken, die zijn overgeleverd aan schuldeisers. En voor de Grieken: Duitsland wil eerst afbetaald worden, dan pas mag de Griekse regering salarissen betalen.

Eigen schuld dikke bult? Nee, nuanceert Graeber, want ook de schuldeiser heeft door de eeuwen heen een slechte reputatie gehad: die van krent en uitbuiter. Marx zag al dat een kredietsysteem exploitatieve potentie heeft, en dat je dus moet voorkomen dat al het geld in een samenleving zich ophoopt bij een paar mensen die vervolgens de rest aan zich onderwerpen. Oude samenlevingen met kredietsystemen kenden deze ambivalentie: schuld was slecht, en toch scholden zij geregeld schulden kwijt en kenden ze regels om debiteuren te beschermen. Graeber geeft diverse voorbeelden van gemeenschappen die schulden als draad in het sociale weefsel zagen. Wat hem opvalt, is dat het nu compleet anders is: in onze wereld beschermen regeringen de schuldeisers. Schuld moet worden terugbetaald, punt uit.

Wat ons onderscheidt van onze voorvaderen is dus niet het feit dat wij credit cards hebben en andere complexe vormen van virtueel krediet, maar de onwil van onze politieke leiders om schuld van burgers kwijt te schelden, terwijl grote banken de ene bail out na de andere krijgen. Niet alleen landen doen dit, het is mondiaal niet anders: landen hebben internationale instituties als het IMF opgericht om te zorgen dat iedereen zijn schulden afbetaalt.

Als Jantje iets heeft geleend aan Pietje, en het terugwil, kan hij Pietje op veel manieren onder druk zetten. Maar er zijn grenzen, want Pietje is een mens. Op het moment dat de schuld wordt uitgedrukt in geld, dehumaniseert de verhouding tussen Jantje en Pietje tot een kil bedrag. Schuld, stelt Graeber, heeft een plek in de omgang tussen mensen. Geld niet. En de jacht op geld ook niet. Dat maakt het voor Jantje makkelijker om Pietje gruwelijk te behandelen. Slavenhandelaars hieven plotseling een ‘belasting’ en verscheepten dan die lieden die niet konden betalen. Na 1914-1918 kreeg Duitsland onmogelijk hoge herstelbetalingen opgelegd. De Duitse schande en woede hierover hielpen de weg voor Hitler te bereiden. Ook in sommige kruistochten, schrijft Graeber, speelde schuld mee als motief. Debt staat vol voorbeelden van mensen en volkeren die vanwege schuld tot gruweldaden kwamen. ‘Revoluties beginnen vaak met schuld. Boerenopstanden heeft altijd hetzelfde programma: eerst verbranden ze alle schuldpapieren. Daarna pas belastingdocumenten en kadasters.’

Aan het slot trekt Graeber, die sympathiseert met de Occupy-beweging, parallellen met het heden. Niet het interessantste deel, want de lezer had die parallellen allang getrokken. Hij heeft Graeber niet meer nodig om hem te vertellen dat het kapitalisme sinds de val van de Muur gedoemd is, omdat sindsdien de remmen van kredietverlening zijn losgegooid. De kracht van dit boek is dat Graeber toont dat het resultaat, almaar meer schuld, ons maatschappelijk leven verwoest.

Geplaatst in:
Recensie
Lees meer over:
David Graeber
Debt
Fool´s Gold
Gillian Tett
Hernán Cortés
Le Capitalisme à l’Agonie
Occupy-beweging
Paul Jorion

5 reacties op 'Lof der kwijtschelding'

coen hofstede

Hier moet nog een kleine nuancering bij. Huidige regeringen worden vaak gekozen. Als Merkel Griekenland de schulden kwijtscheld heeft ze een probleem met haar achterban. Een koning heeft dat probleem niet. Maar ik ben het helemaal met de schrijver eens, Europa is bezig zichzelf kapot te bezuinigen omwille van een paar gewetenloze schuldeisers. Een crisis los je volgens mij niet op door werkelozen te creeren en daar zijn we hard mee bezig. Wordt het niet eens tijd dat we Goldman Sachs vertellen dat ze naar hun centen kunnen fluiten?

Kees van Ravenhorst

Schuld en macht vormen inderdaad een bijzondere relatie. De huidige crisis is overigens niet ontstaan door schuld maar door het verhandelbaar maken van schuld en het creeeren van optisch aan die schuld relateerde nieuwe (gok)schuld die aleen worden betaald door het creeeren van nieuwe (gok)schuld (een piramidespel dus). Zou de oude twee-eenheid ‘schuld-inschuld’ nog hebben bestaan, zou de crisis zich in de huidige gedaante niet hebben voorgedaan. Maar waarschijnlijk een andersoortige. Zoals de Eurocrisis bloot legt dat zuidelijke landen inclusief Frankrijk niet kunnen bestaan zonder een gezonde devaluatie op zijn tijd.

w. de gruijter

Goed verhaal! Vooral omdat het eindelijk eens de lange termijn effecten belicht van het huidige collectieve gedragspatroon.
De kranten zouden dagelijks gevuld moeten zijn met dit soort artikelen. Of anders gezegd, laat de media de bevolking een spiegel voorhouden! Leve kritische journalistiek! Ik weet het, kritiek is onbehagelijk om aan te horen. Maar naar mijn idee is het de enige manier om werkelijk normen en waarden te cultiveren in een samenleving. Zonder kritiek, is groei immers niet mogelijk. De journalist die dit geschreven heeft verdient dan ook een pluim en tegelijkertijd een aansporing om hier op volle kracht mee door te gaan…

Siegfried Bok

Dank voor dit leuke “dilemma” waar ik graag op wil proberen de reageren na een leven lang zoeken naar onze vermeende uniciteit mens.
Komend uit een arsten-geslacht moest ik traditiegetrouw voor “dokter leren”, terwijl ik bedenkingen had omdat er steeds meer artsen kwamen en steeds meer zieken.
Mijn simpele conclusie was “Dan doen we toch iets fout”.
Ondanks mijn opleiding tot arts/chirurg bleef die vraag mij beknellen en ging op zoek in de biologie, waarin al snel duidelijk werd dat in de vrije natuur ziekte een onbekende is.
Wat ook duidelijk was was dat mensen nooit tevreden leken te zijn met wat ze hadden, maar altijd een eeuwig bezig leken met “meer en beter” of anders gezegd “Het was nooit goed of het deugde niet”.
Is dat misschien -wat men noemt – erflast?
Waarom heet dit erflast en geen erflust?
Na vele omzwervingen in mijn zoektocht naar die vraag, kwam ik uiteindelijke uit bij een minuscuul defect in onze hersenen dat woordzuiver heette corpus callosum en/of de verkalkte brug. Het is een verbinding tussen de grijze stof van de linker en rechter hersenhelft.
Dit werd in de oudheid al beschreven als zijnde een verbinding tussen het zgn. individuele en collectieve bewustzijn.
Betekent dit niet dat wij van nature puur individualistische leven en dat ons zgn. sociale gedrag een kunstmatige is die wordt gecreeëerd door ge- en verboden?
Wat meer dan duidelijk was dat van gelijkheid tussen mensen totaal geen sprake was en dat men werd gewaardeerd en betaald naar slimheid en/of opleiding.
Vreemd als men bedenkt dat ik – en feitelijk iedereen op kosten van de Staat – de belastingbetaler – studeerde en daarna -tig keer meer verdiende dan de vuilnisman.
Dit leidde ooit lang geleden tot een enquête onder mijn kennissen met als vraag “Als U moest kiezen tussen het opdoeken van het beroep arts of dat van vuilnisman, wie zou er dan moeten verdwijnen”?
En wat was het antwoord? “De vuilnisman moet blijven, anders stikken wij in ons eigen vuil”.
U snapt mijn tweede vraag, die iedereen overrompelde.
En dan te bedenken dat vervuiling in de vrije natuur ook een onbekende is.

Onderwijl ging mijn zoektocht naar ons steeds zieker worden door en ik kwam uiteindelijk uit bij erflast, die het gevolg bleek van die verkalkte brug, die ons t.o.v. alle andere levenssoorten zo uniek en steeds zieker maakte in lichaam en in de geest… “van leven”.
Iedere volgende generatie draagt meer erflastige bepakking met zich mee en dit noemen we onze stamboom.
Uiterlijk kenmerkt zich dit als belevingen in goed en kwaad.
En zo kwam ik als medisch wetenschapper terecht in een ziektebeeld dat heet kwaad-aardig te zijn en waarvan iedereen weet dat de gezonde cellen worden uitgemergeld ten koste van de kankercellen.
Halverwege die studie sloeg mij de angst om het hart.
Het leek wel of de volkswijsheid die zei “de wereld is verkankerd” de waarheid zelve was.
Meer over dit onderwerp vindt U op http://www.wetenschap-eindtijd.com , want kom nu naar het inhoudelijke deel van dit krantenknipsel.

Eén van stellingen is… “Wie in de oudheid schulden had werd slaaf.”
Is dit tegenwoordig niet hetzelfde?
De burgers bewust aangezet tot schulden maken, want dan wordt men automatisch slaaf van de Staat en MOET men werken voor de kost.
Via volkspropaganda en reclame [zgn. dieptepsychologie ] wordt de mens aangezet tot kopen van feitelijk nutteloze artikelen.
Dan hebben wij de zgn. “Vrije markt-economie” die erop neer komt dat zeer arme mensen hun producten voor een appel en een ei moeten verkopen om in leven te blijven.
Dit waanzinnige spel is nu bijzonder goed te zien in Griekenland dat wordt geprest om zijn burgers voor een appel en een ei te laten werken, terwijl de regeringsleiders de hoogste salarissen krijgen van de EU.
Dit uitmelkingsbeleid verschilt daarmee niet veel van die van Nederland of andere wereldlanden.
Kortom…
Het is een inborn error van het menszijn waar wij liever niet over praten.
Het tegendeel is waar en dat staat beschreven als “Hoogmoed voor de val”.

Paul van Ham

David Graeber raakt gevoelige snaar.

Met zijn analyse van het belang van schuld en kwijtschelding raakt David Graeber een pijnlijk gevoelige snaar. Een snaar die strakker en strakker staat door de krachten van de hebzucht, de arrogantie en de onmacht. Want Graeber heeft een punt: waar er twee lenen hebben er twee schuld. Schuldeiser en schuldenaar worden beide gedreven door wat we zo treffend hebberigheid kunnen noemen. De schuldenaar krijgt geld omdat hij meer wil besteden dan hij feitelijk kan. De schuldeiser geeft geld in het vooruitzicht dat hij later meer terug zal krijgen dan hij nu geeft. Dat is ook hebberigheid. Als de rente nul zou zijn geweest, of negatief, wie zou er dan nog uitlenen?

Hebberigheid verwordt tot hebzucht als de zaken serieuzer worden. Als het om onze pensioenen gaat of om het uitstoten van een partner uit de Europese Unie. De noordelijke ratio trekt zich dan terug in zijn natuurlijke autistische arrogantie: “wij hebben een afspraak op papier, jij hebt geleend en jij betaalt dus terug”. De zuidelijke emotio zucht in onmacht en voelt haarfijn aan dat het rationele spel niet gewonnen kan worden. Met stoom en woede wordt gepoogd om duidelijk te maken dat schuld een zaak is van beide partners. De branden in Athene zijn dom en onbegrijpelijk voor de schuldeisers en tegelijkertijd bakens voor de schuldenaren die op de kust te pletter dreigen te slaan.

Zodra we de wederkerigheid in een schuld durven herkennen, ontstaat er ruimte om te vereffenen. Hoe dat precies moet is een vraag aan economen en politici. De rente is al jaren extreem laag. Dat geeft vertrouwen. Als we de inflatie wat hoger zou maken, zodat per saldo het geld elk jaar een beetje minder waard wordt, dan hebben we een begin van een zachte vereffening in handen. Dan kunnen we onze hebzucht niet meer botvieren en kan het geld veel gemakkelijker worden besteedt aan wat er op dit moment nodig is.

Laten we in lijn met Graeber voortaan ook spreken over de ‘schulden-crisis’, in plaats van de ‘euro-crisis’. Het woord schuldencrisis geeft niet alleen beter aan wat er aan de hand is, het geeft ook de oplossingsrichting: de schulden moeten gesaneerd. De euro kunnen we daarbij zien als een deel van het probleem, maar beter nog als een deel van de oplossing. Door de euro zijn we namelijk met veel meer schuld-partijen bij elkaar om onze schulden samen te saneren. Hebzucht kunnen we door samenwerking beteugelen.

Voor iedereen die verwantschap voelt met de christelijke belofte is er natuurlijk de enige aansporing uit het enige gebed dat hij-zelf ons heeft gegeven: “…vergeef ons onze schuld, zoals wij vergeven onze schuldenaren”. Stel dat dit is inderdaad de enige daad is die we zelf moeten voltrekken, en dat we dan bij de rest geholpen worden?

Wageningen, Paul van Ham.