*

NRC Leesclub – Dick Swaab: ‘Een goede tegenwerping heb ik nog niet gehoord’ :: nrc.nl

NRC Leesclub – Dick Swaab: ‘Een goede tegenwerping heb ik nog niet gehoord’

NH041111__307_1____1@callisto_id_20111103T115115

NRC Leesclub is vernieuwd. Deze week bijt de Leesclub de spits af met Dick Swaabs controversiële bestseller Wij zijn ons brein.  In de boekenbijlage van vrijdag 4 november besprak Ger Groot het boek van de Franse filosofe Catherine Malabou die kritiek heeft op wetenschappers als Swaab. Lees hieronder de reactie van Dick Swaab en discussieer mee!

Door MARGRIET VAN DER HEIJDEN

Hetzelfde gebouw, glimmend zeil in de gangen, rekje met tijdschriften, glazen luchtbrug. Op het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen lijkt niets te zijn veranderd. Ik had er een kwartier eerder willen zijn. Zodat ik in de auto nog een keer mijn aantekeningen kon doornemen. Mijn slordig neergekrabbelde vragen netjes kon overschrijven.

En net als vorig jaar is dat niet gelukt – zat te denken, sleutels kwijt. Maar geen gehaastheid laten blijken. Geloof ik.

Dick Swaab (66), hersenprofessor en bestsellerauteur, komt al aanlopen. “Kon je het vinden?”, vraagt hij. Hoffelijk houdt hij een trits klapdeuren open. Ook net als vorig jaar. “Het gebouw zit ingewikkeld in elkaar.”

Je kunt niet in andermans brein kijken. Wat ziet hij? Een vrouw van gemiddelde lengte, gemiddelde leeftijd. Denkt hij dat ik een beperkt ruimtelijk inzicht heb, zoals over de gemiddelde vrouw wordt gezegd, en dat ik in ingewikkelde gebouwen dus meteen verdwaal?

Of ben ik vooringenomen? Swaab verrast me in elk geval – net als vorige keer. Door de onverwachte lichtheid die hij met zijn droge grappen aan het gesprek geeft. Terwijl zijn ‘neurocalvinistische’ boodschap in de grond zo ernstig klinkt en zijn boek erover, Wij zijn ons brein, zoveel, soms heftige, reacties heeft opgeroepen.

Vorig jaar was ik hier in juni. Toen was het boek nog niet gedrukt…

“Ja”. Lachje. “Wat zei ik toen?”

Swaab gaf toen een definitie van het neurocalvinisme. Een versoberende visie op de mens. ‘We zijn’, zei hij toen, ‘het product van een mix van genetische informatie, de complexe invloeden in de baarmoeder en, in mindere mate, de ervaringen in onze eerste levensjaren. Daarna is ons karakter gevormd en liggen onze capaciteiten en beperkingen vast. Daar moeten we het verder mee doen.’

Het is in essentie ook de boodschap van zijn boek. In één jaar werden er 240.000 exemplaren verkocht. Het is vertaald in het Duits (Wir sind unser Gehirn) en in het Chinees. En het leidde tot een stroom artikelen op de opiniepagina’s van kranten.

U was de wetenschapper die vanaf de zijlijn kanttekeningen zette bij heersende ideeën, zoals over de maakbaarheid van de mens. Nu zet u zelf de toon…

“Als jij dat signaleert, zal het wel zo zijn. Zelf heb ik niet het gevoel dat mijn positie is veranderd. Mijn vak uitleggen vond ik altijd al belangrijk.”

Maar minstens een kwart miljoen mensen hebben nu uw boek gelezen en gedacht: ja, ja, inderdaad…

Spottend: “Nou, dat al die mensen ja, ja zeiden op mijn boek, heb ik niet gemerkt.” Het is even stil. “Het is wonderlijk dat zoveel mensen het lezen en er zo emotioneel op reageren.”

Vindt u dat gek?

“Wonderlijk. Ik dacht: je kunt schrijven wat je wilt en mensen relativeren het wel. Maar mensen zijn emotioneler dan je denkt. Het was ook nieuw voor me dat hele groepen geëmotioneerd reageerden. Zoals psychologen. Zij zeiden: je mag het brein hebben, maar de geest is van ons.”

Is dat een emotionele reactie?

“Ja, want zo haal je via een achterdeur het dualisme, de scheiding van lichaam (brein) en geest, weer binnen. En dat is onzin, dus kan het niet anders dan een emotionele reactie zijn.

“De filosofen vonden dat de vrije wil hun toebehoorde. Ook emotioneel, ja, want die is niet van hen. Na 2.000 jaar zijn ze nog altijd niet met iets blijvends gekomen.”

“Heb je het stuk van Douwe Draaisma gelezen?”, vraagt hij dan. De Groningse psycholoog verweet Swaab dat die zich buiten het terrein van zijn expertise begaf door te schrijven over recht, politiek, filosofie en religie. Swaab ziet dat anders: “Ik schrijf over de consequenties van de hersenwetenschap op andere terreinen. Die zijn er. En natúúrlijk heb ik zulke hoofdstukken eerst aan experts laten lezen.”

Hij was laatst nog met Draaisma in China, vertelt hij. Beiden promootten daar een boek. Swaab: “Draaisma werd aangekondigd als psycholoog die bovendien over hersenen en filosofie scheef.” Kijkt even. “Toen heb ik maar eens minzaam gelachen.”

Hoe dan ook, zegt Swaab, bij alle kritiek tot dusver zat niks waarvan hij dacht: oh, nou moet ik een hoofdstuk herschrijven. “Natuurlijk kun je aan zo’n boek blijven schaven, maar globaal staat het als een huis.”

U bent stellig; lokt dat kritiek uit?

“Ik schrijf niet zo omfloerst als mensen die bang zijn voor kritiek en van wie je vervolgens niet weet wat ze bedoelen. Maar achter elke duidelijke mening in mijn boek zit heel veel vakliteratuur.”

In mijn tas zitten plaatjes van de hersenen van een dode zalm. In 2009 legde neurowetenschapper Craig Bennett hem onder de MRI-scanner en liet hem, volgens protocol, plaatjes zien van geëmotioneerde mensen. In het dode zalmbrein lichtte een gebiedje op. Er zit ruis in die ingewikkelde meetapparaten, wilde Bennett maar zeggen. En: interpretatie van de gegevens vergt strenge analyses – pas op met stelligheid.

“Leuk”, zegt Swaab. Hij zag de plaatjes niet eerder. Maar hij wil absoluut niet concluderen dat zijn vak door meetonzekerheid wordt gekenmerkt. En hij is het trouwens ook niet eens met de kritiek, zoals van de Utrechtse neuroloog Jan van Gijn, dat al die apparaten slechts een globale inzicht in het brein bieden.

Swaab: “In het algemeen verstaan mensen hun vak. Experimenten worden geverifieerd. En vergeet niet: de hersenwetenschap is multidisciplinair. Critici komen altijd met de MRI-scanner aanzetten om op beperkingen van de techniek te wijzen, maar we kijken ook naar hersenstructuren, naar moleculaire veranderingen in het brein.”

En zo weten we nu dat 100 miljard hersencellen de geest produceren zoals de nieren urine?

“Tegen dat idee heb ik nog altijd geen goede tegenwerping gehoord.” Lachje. “Natuurlijk kun je het verfijnen. Je kunt zeggen dat de geest met veranderingen in synapssterkte samenhangt, met aantallen synapsen, receptoren …”

Het is een favoriete vergelijking van Swaab: de geest met urine. En natuurlijk zijn er bezwaren tegen gemaakt. Urine heeft een simpele chemische formule – dezelfde voor onze voorouders 10.000 jaar geleden als voor ons. Maar nu kunnen we die formule opschrijven, kennen we Rembrandt en Monet, Chopin en The Beatles, iPhones en vliegtuigen, penicilline en democratie. Mensen musiceren, leven langer, reizen… “Ja, en?” vraagt Swaab.

De geest geeft zo mede de menselijke evolutie vorm, schreef onder meer antropoloog André Köbben. Ook die van het brein.

“Daar kun je het over hebben: of dat evolutie is. De mensen die 10.000 jaar geleden grottekeningen maakten hadden hetzelfde brein als wij. Maar het mooie van het brein is dat het methodes heeft om kennis en ervaring neer te leggen. Zo kunnen we op de schouders van onze voorouders staan. Dat leidt tot een technische revolutie. Maar dat is géén evolutie.”

We zijn oermensen in een Ferrari?

“Ja, kijk maar naar oorlogssituaties en de misdaden die mensen dan begaan. En als je mensen heel snel laat reageren tijdens tests, dan blijkt dat iedereen racistische vooroordelen heeft. De oermens zit in ons.”

Hoofdschuddend luistert Swaab naar de vraag of dat oermensbrein geen nieuwe, extra kenmerken ontwikkeld kan hebben. Erbij. Een van de problemen, zegt hij, is dat mensen zijn boek niet goed lezen. Kennis kun je opdoen, zegt hij. Gedrag kun je bijschaven. Maar je karakter ligt vast. Dát schreef hij, en zo is het.

En nee, hij schreef dus niet dat alles in de baarmoeder is vastgelegd, zoals wel wordt beweerd. “Kletskoek. Ik benadruk het belang van een warm nest vlak na de geboorte. En natuurlijk wordt er later nog heel veel ingevuld. Maar: je mogelijkheden en beperkingen liggen vast. Is je genetische basis niet goed, dan blijf je een pechvogel.”

Eén op de tien mensen is dat. Zo vaak gaat er iets mis tijdens de ontwikkeling van de hersenen. Swaab: “Het is de consequentie van ons grote brein – de ontwikkeling daarvan is zo complex dat ik verbaasd ben dat het zo vaak goed gaat. De maatschappij moet deze consequentie aanvaarden. En dus niet, zoals deze regering doet, sociale werkplaatsen sluiten.”

Je kunt ook zeggen: toch niks aan te verbeteren, laat maar…

Verontwaardigd. “Omdat jij het geluk heb van een goed ontwikkeld brein. Moet je daarom zeggen: Ikke, ikke, en de rest kan stikken?” Is even stil. “Heb je kinderen?”

Ik bedoelde: waarom zegt u ‘moeten’ als die andere interpretatie ook bestaat? Het klinkt bijna van boven opgelegd, transcendent…

Licht docerend. “Het moet omdat de mens is geëvolueerd tot een wezen dat in een complexe maatschappij in gezinnen leeft, heel bijzonder. Mensen kunnen niet functioneren als eenling en dáárom kunnen ze anderen niet laten stikken als ze zelf een goede positie hebben.”

Dat klinkt wetenschappelijk en aannemelijk. Alleen: hoe ver ga je in die ‘zorg’? Sommige beperkingen, schizofrenie, een hersenbeschadiging, zijn overduidelijk. Maar er zijn ook kleine beperkingen, waarvan je je kunt afvragen of ze niet voor een groot deel cultureel gestuurd zijn. Niet goed stil kunnen zitten (jongens op school), geen goed ruimtelijk inzicht hebben (meisjes).

“Natuurlijk zit dat in de genen”, zegt Swaab.

Maar als je op zulke stellige gedachten het onderwijs inricht, de rechtspraak baseert, beroepskeuze stuurt, loop je dan niet het risico dat je een deel van de mensen onnodig tekort doet? Omdat die inzichten wellicht later toch zullen wankelen? Ik heb een voorbeeld opgezocht. In 1915 zei neuroloog Charles Dana dat een op de vier vrouwen, wegens hun zwakke geestkracht en gebrekkig logisch denkvermogen, waanzinnig zou worden door de beoogde invoering van het vrouwenkiesrecht.

Swaab lacht.

Goed dat hij geen gehoor kreeg?

“Nou, een op de vijf vrouwen heeft een psychische aandoening. Dus.” Lacht weer. “Maar ja, een op de vijf mannen ook.”

Stephen J. Gould maakte tegen Dana bezwaar omdat die ‘ten onrechte als een innerlijke grens markeerde wat van buitenaf was opgelegd.’ Bent u nooit bang ten onrechte grenzen te trekken?

“Ik trek in mijn boek geen grenzen.”

Indirect wel als u op grond van breinkennis stellig adviseert over onderwijs, recht en dergelijke…

Licht verontwaardigd. “Ja, we weten bijvoorbeeld dat de prefrontale cortex nog tot het vierentwintigste jaar in ontwikkeling is. Hersenen functioneren anders in de puberteit en pubers hebben meer kans om uit de bocht te vliegen. Daarom zeg ik: breng de leeftijdsgrens van het jeugdstrafrecht omhoog. Haal hem juist niet omlaag, van 18 naar 16 jaar, zoals nu het plan is. Vind je dat verkeerd?”

Ik probeer iets anders: mijn eigen vakgebied. De natuurkunde. Met deeltjesversnellers hebben fysici atomen ontleed tot op het kleinste niveau van quarks en gluonen. Maar die kennis schiet tekort om uitspraken te doen over, bijvoorbeeld, de druk die een gas uitoefent. Druk ontstaat pas uit het samenspel van gasmoleculen. Druk is ‘emergent’.

“Ik zie het bewustzijn ook als emergent”, zegt Swaab. “Als het product van het samenspel van miljarden neuronen in een aantal hersengebieden. Het staat in mijn boek.”

Maar is de neurowetenschapper Swaab die de geest wil begrijpen, niet een beetje zoals de deeltjesfysicus die op basis van elementaire deeltjes, vergeefs, de luchtdruk wil bepalen? En dan hebben we het nog niet eens over de wisselwerking tussen twee geesten, over hoe je kunt houden van een ander brein, van muziek, hoe je kennis overneemt, je gedrag aanpast. Moet je die zaken, net als drukmetingen, niet overlaten aan specialisten?

Swaab is niet onder de indruk. “Al die zaken kun je terugvoeren op hersencellen, op neuronen. In relaties draait het om empathie. Daar zitten spiegelneuronen achter. Doen die met plezier mee tijdens een ontmoeting, dan leidt dat tot extra dopamine-afgifte in de accumbens – dan vind je iemand aardig.

“Of neem de neuro-esthetiek. Die is er al heel ver in om op neurale gronden te verklaren waarom we iets mooi vinden. Schilderijen van Rembrandt. Muziek van Chopin.” Lacht. “Of de Peking-opera zo vreselijk…”

Het verklaart hoe, niet waarom…

“In de loop van de evolutie is de mens gaan musiceren. Muziek stimuleert het groepsgevoel. Dat is een van de antwoorden daarop.”

Ontsnappen lukt niet. Swaab is ruthlessly reductive, meedogenloos reductionistisch. Stellig voert hij alles terug op materie, chemie en overleving. “Klopt”, knikt hij opgewekt.

Ik doe nog één poging. Niet via tekortschietende techniek (de zalm), niet via lacunes in de kennis (à la Dana), niet via beperkte geldigheid ervan (Draaisma), maar via de beperkingen die ook het best ontwikkelde brein heeft. Ik haal psychiater Herman van Praag aan. Het menselijk brein is het voorlopig eindpunt van een evolutionaire ontwikkeling, schreef hij. Niks meer. Waarover we niet eens alles weten. Mensen doen zichzelf tekort als ze dan dat beperkte brein met zijn apenreflexen niet proberen te ontstijgen, maar als maat der dingen nemen. Als richtsnoer voor van alles van muziek tot moraal.

Maar die gedachtelijn kapt Swaab onmiddellijk af. Voor je het weet beland je in discussies over de kwestie: ‘er is meer’ – zo vaag, zo niet concreet, daar kun je niks mee. “Mijn dochter zegt ook: er is meer. Maar als ik vraag: Wat is er meer?, dan hoor ik niks meer.” En hij lacht, een beetje verontschuldigend, alsof hij ook niet kan helpen dat hij weet hoe het zit.

Het was leerzaam. Verhelderend. Net als vorige keer. Hoffelijk gaat Swaab voor naar de lift. Mijn auto staat ergens op de enorme, modderige parkeerplaats achter het Instituut. Ik ben daarnet vergeten op te letten in welke rij ik hem had gezet. Net als vorige keer. Sommige dingen veranderen inderdaad niet.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Zaterdag 5 november 2011, pagina 8 – 9. U kunt het boek van Swaab en Malabou hier bestellen.

Geplaatst in:
interview
Lees meer over:
Dick Swaab
NRC Leesclub

20 reacties op 'NRC Leesclub – Dick Swaab: ‘Een goede tegenwerping heb ik nog niet gehoord’'

paul boer

Beste Dick Swaab. Prachtig boek! , maar.., Hoe kan het dat een mens het vermogen heeft om te leren, te veranderen, te ontwikkelen, te verschuiven van mening?

H. van den Hondel

Het interview is teleurstellend. Veel onduidelijke passages. Wanneer is Margriet aan het woord en wanneer Dick Swaab? Gaat het om de mening van Margriet? Het om de gefundeerde opvattingen van Dick Swaab. Weinig doorgevraagd en vaak onhelder weergegeven. Geen lijn in het verhaal. Jammer.

Okke Breilip

Waar schreef psychiater Herman van Praag: ‘Het menselijk brein is het voorlopig eindpunt van een evolutionaire ontwikkeling.’

André Hermans

Ik word kregel van wetenschappers van het genre Dick Swaab. Ze zijn ondraaglijk zelfingenomen.
Wetenschappelijke waarheden zijn momentaan. Wat nu als waarheid geldt kan morgen achterhaald zijn. Wetenschappers dienen hier altijd van doordrongen te zijn. Denk waar het gaat om neurowetenschappen aan zoiets als lobotomie.
Hoe ver reikt onze kennis van biologie nu eigenlijk? Een sluitende definitie van het fenomeen leven heeft nog niemand kunnen geven. Het is niet mogelijk een complete systeembeschrijving van een enkele levende cel te maken laat staan van een zo gecompliceerde structuur als hersenen. Wat is de fysiologie van een gedachte, van intelligentie?
Als Dick Swaab het allemaal zo goed weet waarom bouwt hij het brein dan niet na?
En dan is er nog de vraag of ons brein wel in staat is de werking van zich zelf echt te doorgronden.

Sam van der Zee

André Hermans vindt Swaab ondragelijk zelfingenomen. Ik vind dat niet, maar al zou het zo zijn, wat zegt dat over de juistheid van Swaabs beweringen?
In het interview wordt de visie van Swaab reductionistisch genoemd. Is het niet reductionistisch om alles terug te voeren tot ziel of geest?

Roderick Nieuwenhuis

Geachte heer Van den Hondel,

U heeft helemaal gelijk: het interview is onduidelijk. Dat komt echter voornamelijk doordat de vragen in dit stuk niet vet gedrukt staan weergegeven. Dat is dus een eindredactionele fout geweest. Die is nu rechtgezet.

Ton Majoor

De hersenen zijn niet anderhalve kilo zwaar. Levende hersenen zweven in de hersenvloeistof en wegen daarom maar 50 gram. Ze produceren ook niet metaforisch de geest (urine), maar maken plaats voor de geest (modder), weerspiegelen de geest (spiegel) of drukken de geest af (zegellak). Als je je eigen hersenen op dit moment zou kunnen zien, dan zijn dat alleen ‘nieuwe observaties’ in een nieuwe context (de constructief empirist Bas van Fraassen). Je hersenen verklaren niet de tekst die je nu leest, maar maken het verklaren en lezen mogelijk door zichzelf te snoeien (pruning) en af te breken (apoptose). Je geest leest, je brein heeft pijn. Geest en stof gaan samen (Spinoza). Niet het levende brein dat de geest draagt is dualistisch, maar juist het complexe massieve brein dat een emergente geest zou moeten produceren is dat.

Dirk Prins

Ik ben het eens met Swaab dat we ons brein zijn want zo niet dan zou er daarnaast toch weer zo iets als een aparte”ziel” of ”geest” of ”ik” zijn en we zijn het er toch over eens dat we niet zo een ”homunculus” in ons hebben. Begrippen als ziel enz. stammen uit de oude doos toen ook God of goden of duivels enz. nog bestonden. Daarom vind ik het ook niet verstandig dat Swaab een vergelijking maakt met nier en urine.
Ik of ziel kunnen hooguit slaan op een soort metafoor voor een totaliteit aan werking van hersenen en lichaam die elk moment ook weer verdwijnt en iets anders oplevert, een ”alsof” gewaarwording.
Een belangrijk bezwaar tegen Swaab’s stellingname is dat hij alleen van de hersenen uitgaat en daarin onvoldoende de continue invloeden daarop van de uitwendige en inwendige prikkels noemt ofwel ons leergedrag. Zie sommige terechte bezwaren vanuit de psychologie!
Swaab zou de bezwaren dat zijn visie te veel materialistisch van aard is kunnen ondervangen door te stellen dat we in de menselijke beleving niets hebben aan een uitleg met neuronen en hersenscans want in onze gedachten en gevoelens van alledag hebben we daar weinig aan. Dus: de bèta uitleg klopt wel maar we leven dagelijks qua ervaring in een holistische alfa wereld. Die twee krijgen we nooit bij elkaar, een stukje ”tragiek” van de wetenschap die ons immers toch de hardste feiten en survival technieken levert; of toch de tragiek van de taal….?!
Een beetje meer hallelujah over het menselijk brein had ik wel graag van Swaab gehoord: we kennen niets complexers dan dit en ook een hoger bewustzijn dan van de mens is er niet!! Dit dank zij vooral de ontwikkeling van de prefrontale cortex. Hoewel ik uiteraard ook toegeef dat we tegelijkertijd nog vol dierlijke levensdrang,instincten en emoties zitten (verg. Schopenhauer). Niet alleen een hoger verstand dient onze survival en homeostasis maar ook die driften. Het is best een hele toer al die labiele eiwitten, vetten, DNA enz. 80 jaar overeind te houden….; het leven is een gewaagd experiment van de zelforganisatie van de stof in combinatie met de zonneënergie. Wel heel boeiend om er dankzij Swaab en anderen (niet Pim van Lommel….) steeds meer van te weten te komen….! Dankzij toch die menselijke hersenen!

Anna Muller

nog niets gelezen maar:
Hoe verklaart Dick voorgevoelens/precognitie? telepathie?

a dijkstra

Dick swaab heeft helemaal gelijk, sterker nog hij is nog mild.
Het leven heeft er 4 miljard jaar over gedaan om hier te komen, wij zijn daar tegen afgezet slechs een fractie van de tijd op deze planeet, alle eigenschappen die je nodig hebt om te overleven en mee te veranderen met de wereld zijn in ons aanwezig.
Het vervelende is dat we twee breinen hebben, het bewustzijn en het onderbewustzijn.
Het onderbewustzijn is de hele dag bezig onze plaats in de maatschappij te bepalen, het stelt zich de hele dag een paar vragen, kan ik paren, ben ik veilig en wat is mijn sociale positie hier.
De conclusies gaan naar het bewustzijn waar een verklaring aan de conclusie wordt gehangen.
Die verklaringen zijn onze ervaringen, wat we geleerd hebben.
Het brein kan dan ook helemaal niet denken, het kan alleen vergelijken en combineren.
We leren ons hele leven, door ervaringen en leren wordt ons brein “slimmer”, het heeft meer materiaal om te vergelijken. Iemand die pas iets heeft meegemaakt is eerder geneigd dat als verklering te gebruiken.
Raak je een kachel aan doet het zeer, maar later leer je dat een kachel ook uit kan zijn.
Niemand bedenkt zo maar iets, alle kennis is door proberen en testen verkregen, de wereld staat bol van de onderzoeksinstituten.
De “uitvinder” van het wiel dacht niet ‘ik zal de transportwereld eens revolutionair veranderen’, mogelijk zag hij iets van een helling rollen op een boomstam, of stapte op een tak en rolde op zijn stuitje.
Het intelligentieniveau van de mens wordt bepaald door de hoeveelheid informatie (kennis) die hij paraat heeft en de verbindingen die hij tussen die informatie kan maken (intelligentie).
De sito toets is hier een mooi voorbeeld van, veel plaatjes en vergelijken.
Helaas hebben we ook wat eigenschappen die niet zo beheersbaar zijn, onze hebzucht kent geen grenzen, managers die nooit ter verantwoording worden geroepen hebben hun graaitechnieken jarenlang aangepast, ik doe dit en er gebeurd niets, dan doe ik er nog een stapje bij.
Zoals de crisis in Europa wordt bezworen is toch het duidelijke bewijs dat er van deskundigheid geen sprake is, deze situatie is nog niet voorgekomen dus we hebben geen kaders waartmee we conclusies kunnen trekken.
Kijk eens goed om je heen en vergelijk het gedrag van dieren en mensen, er zit niet veel verschil tussen.
Natuurlijk is het brein van een mens sneller en groter en kunnen we ons verzetten tegen de voorgeprogameerde reacties maar in de basis zijn we gelijk en onze primaire reacties zijn daar het bewijs voor.
Stel de volgende vragen. waar komt agressief gedrag in de auto of bij het voetbal vandaan.
De auto bestaat nog maar 120 jaar, onze hersenen zien de omsluiting als een hol, daarin zijn wij de baas, en iemand die ons daar lastigvalt zal wat beleven.
Wij sluiten ons aan bij groepen, onze sociale netwerken, wij schakelen de hele dag tussen die groepen, thuis, in de bus op de sportclub en ook bij het voetbal, onze groep is de belangrijkste en moet verdedigd worden, samen zijn we sterk, en iedereen moet doen wat wij willen.
Als sociale connecties zwak zijn is een mens in staat tot de gekste dingen om maar aan te geven dat hij bij een bepaalde groep hoort.
Waarom laten we anderen niet voorgaan als die voor ons de snelweg op willen rijden? Het alpha mannetje moet voorop lopen.
Iemand haalt ons in en hij (zij)wordt door een nog sneller rijdende auto ingehaald, hij weet niet hoe snel hij naar rechts moet en snijdt ons zowat van de weg af, waarom? Zijn(haar) brein ziet ons niet als bedreiging, ze hebben ons per slot net ingehaald, maar die achteropkomende auto komt sneller dichterbij, typisch gedrag voor een aanvaller, wegwezen dus.
Let op alle kleine dingen , hoe krijg je een hond rustig? de moeder pakt hem in de nek, een dominante hond legt zijn poot in de nek van de opstandige, slaan wij niet onze arm om iemand heen om hem rustig te krijgen of te troosten.
Voelen wij ons niet ongemakkelijk als we anders zijn dan de groep om ons heen?
Het copieer gedrag (dezelfde houding aannemen als de persoon tegenover je) komt nog uit de tijd dat onze voorouders vissen waren, zwem uit de groep en de jager neemt je te pakken.
Verzamelen is een overblijfsel van hamsteren.
Ons lichaam zit nog vol met dingen waar we niets mee doen, zenuwknopen in knieen en ellebogen, de restanten van onze zweminrichting.
We zijn fascinerende wezens, onze mogelijkheden zijn grenzenloos, helaas zijn we heel erg op ikke gericht.
Onze eerste reactie is een oeroude, we kunnen dat gedrag in de meeste gevallen beheersen, maar we moeten de hersens wel leren dat die andere oplossing ook goed is. Dat kan echter alleen door herhaling, we moeten de situatie al eens hebben meegemaakt.
Helaas is dat niet altijd voldoende.
Onze sexuele drijfveer laat zich niet foppen door kennis dat we niet nog meer kinderen willen, de chemische reactie in de hersens moet door andere chemische reacties geneutraliseert worden.
Verkrachting is dan ook de meest voorkomende misdaad.
Omdat de evolutionaire selectie door onze cultuur is uitgeschakeld zal het nog lang duren voordat de mens een waarlijk rationeel denkend wezen zal zijn als hij nog voldoende tijd heeft, want alle succesvolle diersoorten hebben zichzelf in het verleden namelijk uitgeroeid.

Johan Verwoerd

In reactie op het interview met de heer Swaab zou ik de lezer (en mogelijk ook de redactie!!) willen wijzen op het recent verschenen boek van de Brit Raymond Tallis, voormalig hoogleraar geriatrie te Manchester. De veelzeggende titel “Aping Mankind; Neuromania, Darwinitis and the misrepresentation of Humanity” laat weinig aan de verbeelding over waar de auteur het over wil gaan hebben: doorgeschoten eenheidsdenken in de neurowetenschappen, de Neuromania. In een sterk filosofisch onderbouwd betoog fileert Tallis op soms humoristische wijze denkbeelden als “wij zijn ons brein”, waarbij hij zulke sterke argumenten naar voren brengt dat je soms bijna medelijden krijgt met de arme Swaab en vele collega´s met hem (ook Daniel Dennet moet het veelvuldig ontgelden). Wat je na lezing van dit prachtige boek in ieder geval van Swaab zou willen horen is welke experts hij in vredesnaam heeft geraadpleegt om zijn generalisaties te kunnen onderbouwen…..

Leo Mesman

De boeiende portretfoto bij het interview inspireerde mij tot het volgende gedicht:

Kijk de professor daar eens staan
Zijn vaders schedel in de handen
Hij kijkt ons vriendelijk-minzaam aan
Bevrijd van hogere verbanden

Er is geen ziel, er is geen geest
Wij zijn chemie in alle vezels
Met godsdienst is het mooi geweest
Dat is voortaan een zaak van kwezels

Toch oogt de man als een sjamaan
Een relikwie tussen zijn handen
Chemie of niet, het ging niet aan
Om al zijn schepen te verbranden

henk korbee

Het enige wat de heer Swaab betoogt is dat achter iedere emotie een actief object schuilgaat. Of ik nu weet dat boosheid zich uit in gezwaai met een staart of dat boosheid zich uit in een trillende synaps met als gevolg een zwaaiende staart. Het feit ‘trillende synaps’ zie ik niet maar die staart wel, het is dus kennis waar je in feite niets aan hebt behalve dan dat het gevoel dat de wereld nogal complex is, bevestigd wordt. Tenzij men natuurlijk gebruik wil maken van zo een synaps voor een of ander lucratief doel door het nabootsen ervan.

Johan Verwoerd

Ik vond de ironie van de interviewster prettig afsteken bij de eenzijdige vasthoudendheid van Swaab. De allesomvattende verklaringskracht die hij de neurowetenschappen toedicht (ook ver buiten zijn eigen vakgebied) is echter op los zand gebaseerd. In lijn met eerdere kritiek van Douwe Draaisma zou ik daarom graag horen welke experts Swaab geraadpleegt heeft om zijn stelling te onderbouwen. Dit is met name relevant omdat veel van de kritiek op zijn boek juist van dit soort experts afkomstig was.

J.D

Emotie bepaald de mogelijke veranderingen bij de mens wat zich vervolgens een weg baant naar de hersenen (emotie+hersenen onafscheidelijk)dus een soort ontwikkeling, vergeet niet het leven is 1 groot spel (kat en muis). revolutie — evolutie

Benedict Broere

Swaab roept weerstand op omdat velen er moeite mee hebben te denken bijvoorbeeld dat een gebouw een verzameling stenen is of dat muziek een hoeveelheid geluiden is. Het systematisch (weg-)verklaren van bewustzijn vanuit onderliggende hersentoestanden, zonder werkelijk aandacht te besteden aan het ervaren dat in dat bewustzijn wèl is aan te treffen maar niet in die onderliggende hersenpatronen, wordt ‘gretig reductionisme’ genoemd. Het is dan net of een groot deel van het te verklaren fenomeen genegeerd wordt, zodat je je in dit geval als mens geamputeerd voelt, voelt tekort gedaan, maar half gezien. Op mij komt het over als een te eenzijdige focus op het meet- en waarneembare, met als gevolg een stiefmoederlijke behandeling van notabene die werkelijkheid die ieder mens als eerste, als primair gegeven is.

tonmajoor

André Hermans werpt de vraag op of ons brein wel in staat is de werking van zich zelf echt te doorgronden. Dat lijkt mij een terechte vraag naar de mogelijkheid van een kennende toegang tot de hersenen en het ‘ik’. Iedereen kan in principe observaties aan hersenstructuren doen en daarnaast kennis opdoen over de interacties binnenin het brein. Zelfs hebben anderen via beeldvormende technieken eventueel een toegang tot mijn brein. Maar alleen ikzelf heb directe toegang tot de ‘homunculus’, het ‘ik’ waar Ger Groot het over heeft. En de meeste zaken mogen dan niet aan mijn vrije wil onderworpen zijn en gevormd worden door (epi)genetica en opvoeding. Maar is niet juist iedereen in de vorming van nieuwe gedachten helemaal vrij? Vanuit zo’n vrijplek kun je vervolgens een verhouding tot je hersenen bepalen, in plaats van de determinatie of emergentie vanuit je neuronen te volgen.

Dirk Prins

Swaab reductionistisch…?! Dat geldt dan voor elke wetenschapper, zeker in deze tijd van specialismen. Dat is nu juist de kracht van moderne wetenschap dat deze wel omschreven causaliteiten en wetmatigheden weet op te sporen. Die alleen op deze wijze een eindeloos aantal verklaringen biedt en werkzame toepassingen die de theorie steeds weer bevestigen.
Ja er is wel een beperking hierbij in die zin dat al deze materialistische bevindingen geen ‘uitleg’ geven aan de holismen en metafore wereld van de menselijke beleving van alledag. Zie de niet te overbruggen scheiding tussen bèta en alfa en begrippen als geest, ziel, ik enz. die je niet kunt duiden met de neurowetenschappen. Swaab’s vergelijking van geest met urine is daarom niet zo handig want er is geen aparte homunculus en er is alleen de werking van de hersenen die ons een soort illusie van geest, ziel of eigenheid geeft. In essentie heeft Swaab gelijk met ‘We zijn ons brein’ maar vervolgens moet hij de ‘uitleg’ van onze dagelijkse ervaring overlaten aan de psycholoog, de romanschrijver en andere holisten.

petra visser

Swaab zegt niet dat hij of zijn vakbroeders klaar zijn met de bestudering van het menselijk brein. Er is meer! Er is zo veel in de wereld om te bestuderen, te bewonderen en om nieuwsgierig naar te zijn dat we tijd te kort komen. Wat is dan de aantrekkingskracht van metafysica? Mijn brein heeft die nooit ervaren.

A. Schipperijn

Prof. Swaab zegt: “Een goede tegenwerping heb ik nog niet gehoord”. Op velen komt dit wellicht over als: “Een goede tegenwerping heb ik niet willen horen”.
De wil behoort bij het brein. Een geruststelling voor zijn intellectuele tegenstanders: Wellicht is prof. Swaab inderdaad zijn brein.