‘Schrijven is het enige dat ik kan’

Hella_Haasse-200x135

Als ik nog een roman schrijf”, zei Hella Haasse jaren geleden tegen me, „dan noem ik hem De ontbladering.” Het is er niet meer van gekomen.

Het is een typerende opmerking voor de grootste Nederlandse schrijfster van de 20ste eeuw. Ook haar toenemende lichamelijke onttakeling trad ze zoveel mogelijk met humor en relativeringsvermogen tegemoet. Altijd was ze bezig met een verhaal, ook al nam ze de hele dag geen pen ter hand. Schrijven was haar praktisch onmogelijk geworden door de zorg en toewijding die de gezondheidstoestand van haar man, Jan van Lelyveld, van haar vergde. Toch verkeerde ze zo vaak mogelijk in gedachten bij personages uit haar romans, goede bekenden die ze moeiteloos uit haar geheugen kon opdiepen en in wier gezelschap het goed toeven was. Of ze schiep in gedachten nieuwe hoofdpersonen die haar boeiden en die ze in haar actieve verbeeldingswereld in benarde situaties en voor nieuwe raadsels stelde.

Imaginaire draden trekken, puzzels leggen, zoeken naar een verklaring voor raadselachtig gedrag, de onzichtbare verbindingen tussen mensen in kaart brengen – het was haar lust en haar leven.

„Het is nu eenmaal het enige dat ik kan”, zei ze vaak met de haar kenmerkende bescheidenheid. Ze vond het geen verdienste dat ze een uitzonderlijk oeuvre bij elkaar had geschreven in meer dan 60 jaar schrijverschap, al was ze vereerd met de prijzen die ze kreeg, van de Constantijn Huygensprijs tot de Prijs der Nederlandse Letteren, van de P.C. Hooftprijs tot de NS Publieksprijs.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Maandag 3 oktober 2011, pagina 20 - 21. Abonnees kunnen het artikel hier lezen.

Geplaatst in:
Nieuws
Opinie
Lees meer over:
Hella Haasse

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief