Dat staat in een gisteravond verschenen onderzoek naar radicalisering en polarisatie in Nederland, dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Volgens het rapport heeft de PVV een nationaal-democratisch karakter vanwege de positieve oriëntatie op het ‘eigene’, afkeer van het ‘vreemde’ en hang naar het autoritaire. De onderzoekers noemen, anders dan in een eerder rapport, de PVV niet extreem-rechts. Uitingen in het publieke debat, onder meer over de islamisering, „lijken een discriminatoir karakter te hebben”. Maar, schrijven de onderzoekers, hierover moet de rechter zich nog uitspreken. De PVV is in verband gebracht met rechts-extremisme omdat de partij tegen de multiculturele samenleving is en haar boodschap provocerend brengt.
In een reactie sprak Wilders gisteravond van een „schandelijk rapport waarin heel veel onzin staat”. „Is opkomen voor nationaal belang ineens radicaal-rechts?” Dat de onderzoekers zijn uitingen discriminatoir noemen, vindt hij „nog het ergst”, omdat zijn proces gaande is. Wilders spreekt van „regelrechte en uitermate kwalijke beïnvloeding” van het proces. „De toon is gezet.”
Volgens minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) ligt de verantwoordelijkheid voor de inhoud van het rapport geheel bij de onderzoekers. Over het rapport ontstond in november vorig jaar al veel commotie, nadat de Volkskrant schreef dat de onderzoekers Wilders als extreem-rechts zouden betitelen. Een van de onderzoekers, radicaliseringsdeskundige Hans Moors, noemde het rapport een „geactualiseerde versie” van een in december 2008 door de Anne Frank Stichting uitgebrachte monitor. Daarin werd de PVV extreem-rechts genoemd.

AEX: 338,65 




