Geert Wilders was vanochtend verplicht aanwezig in de Rotterdamse rechtbank om te getuigen tegen de 20-jarige Rotterdammer Mohammed B. De PVV-leider deed in 2007 aangifte tegen B., omdat hij zich bedreigd voelde door de tekst in het nummer ‘Wie iz volgende’. Mosheb rapt daarin ‘Wil je blijven leven, dan moet je al je uitspraken terugnemen’ en ‘Luister Geert, dit is geen grap, vannacht droomde ik nog dat ik je kop had afgehakt’.
Volgens de rapper heeft hij Wilders niet bedreigd. Het was een „lyricale aanslag” op de politicus. Zijn advocaat Haroon Raza zei dat het hele nummer als een droom van zijn cliënt moet worden gezien.
Na afloop zei Wilders dat „mensen mogen zeggen wat ze willen,” maar dat de rapteksten „reële bedreigingen” zijn. Het argument dat een artiest meer expressievrijheid moet hebben, wees hij af. „Het maakt niet uit of een rapper, ballerina of chef-kok mij met de dood bedreigt, het is altijd onacceptabel.” De officier van justitie was het met Wilders eens. Hij eiste een werkstraf van 120 uur of 60 dagen vervangende hechtenis. Uitspraak over twee weken.

AEX: 335,11 




