Dat adviseert een speciale commissie onder voorzitterschap van oud-minister Ed Nijpels. De vijf steden Utrecht, Breda, Gorinchem, Dordrecht en Oosterhout pleiten al jaren voor een spoorlijn. De ChristenUnie in de Tweede Kamer had om gelijktijdige aanleg gevraagd. Dat zou de kosten drukken. Minister Eurlings (Verkeer, CDA) was echter bang dat de aanleg de werkzaamheden aan de snelweg zou vertragen.
Vertragen
De commissie-Nijpels is het met Eurlings eens dat gelijktijdige aanleg de aanpak van de snelweg jaren zou vertragen. Ook is er nog geen geld voor de spoorlijn, een miljardenproject. Wel moeten Rijk, provincies en gemeenten alvast maatregelen nemen om aanleg van de spoorlijn vanaf 2020 voor te bereiden. „Het gaat dan om het vrijhouden van een vrije strook land langs de snelweg en het verbreden van viaducten op zo’n manier dat het spoor er later makkelijk naast gebouwd kan worden”, aldus der commissie.
Volgens de commissie Nijpels zal een spoorlijn tussen Utrecht en Breda met ruim 50.000 reizigers per dag zeker een bijdrage leveren aan de mobiliteit van Nederland. De commissie kiest uit drie varianten een spoorlijn die dicht tegen de snelweg aanligt. Deze ‘gebundelde’ variant kost naar schatting 3,4 miljard euro. De andere twee varianten – spoorlijn in de middenberm van de snelweg en een geheel losse spoorlijn – kosten respectievelijk 2,7 miljard euro en 3,9 miljard euro.
188 miljoen euro
De maatregelen om de aanleg van de spoorlijn „niet onmogelijk te maken” kosten 188 miljoen euro, aldus de commissie. Daarvan zouden de provincies Noord-Brabant, Utrecht en Zuid-Holland alsmede de vijf gemeenten ongeveer 80 miljoen euro voor hun rekening moeten nemen. Deze regionale besturen zouden nu nadere plannen moeten maken en daartoe een gezamenlijke organisatie van publieke partijen moeten oprichten, aldus de commissie.

AEX: 310,03 




