Steeds meer kinderen in Nederland krijgen zware specialistische zorg. De minister heeft grote moeite de wachtlijsten daarvoor definitief op te lossen. Hij wil dat mensen in de toekomst in eigen kring problemen aanpakken. Dat betekent dat familieleden, kennissen, buren en scholen er samen voor moeten zorgen dat een kind zich goed ontwikkelt.
De kritiek op het jeugdbeleid van Rouvoet zwelt aan. Het gaat niet de goede kant op, zeggen de experts Jo Hermanns (hoogleraar opvoedkunde), Guus Schrijvers (hoogleraar publieke gezondheid) en Ferko Öry (TNO-onderzoeker en kinderarts) in NRC Weekblad. Zij adviseerden het vorige kabinet in een gezaghebbend rapport de jeugdhulp in Nederland grondig te veranderen. Het ministerie is „stuurloos”, vindt Hermanns. „Iedereen moet zelf het wiel uitvinden, maar komt er niet uit. De richting is weg. De minister laat het afweten.”
'Verwijsmachines'
De experts bekritiseren het gebrek aan laagdrempelige opvoedondersteuning voor gezinnen. De centra voor jeugd en gezin die hier van Rouvoet voor zouden moeten zorgen, slagen daar niet in. Het zijn „extra verwijsmachines” geworden. Samenhokkende hulpinstanties mogen zich nu centrum voor jeugd en gezin noemen, „zonder die naam waard te zijn”, zegt Schrijvers. Öry is verbijsterd over de vaardigheden van de hulpverleners en zegt dat ze nauwelijks met effectieven hulpprogramma’s werken. Het ontbreekt Rouvoet volgens hem aan „moed”.
Politici in Den Haag, zegt Hermanns, worden in de wurggreep gehouden door de politiek gevoelige wachtlijsten voor de jeugdzorg. Daar gaan daar elk jaar miljoenen heen, ten koste van de preventieve opvoedondersteuning aan gezinnen.
Lees meer over de plannen van minister Rouvout in NRC Weekblad. Of lees het stuk in de digitale editie (alleen voor abonnees)

AEX: 342,71 




