Geert Wilders vond in 2005 nog dat de te royale Nederlandse verzorgingsstaat moest worden uitgekleed. Hij was voor afschaffing van het minimumloon, voor versoepeling van het ontslagrecht, voor één belastingtarief (vlaktaks) en uitkeringsgerechtigden moesten verplicht worden tot nuttig werk in de plantsoendienst of in een verpleeghuis. Hij schreef dat na zijn afscheiding van de VVD in een ‘onafhankelijkheidsverklaring’.
Die verklaring vormde de basis van het verkiezingspamflet van de PVV in de 2006. Maar de partij heeft die rechts-liberale koers de afgelopen jaren aanzienlijk bijgesteld, zo leert een inventarisatie van het parlementaire werk en de uitlatingen van de PVV-Kamerleden.
Na de verkiezingsuitslag van vorige week lijkt de PVV definitief een machtsfactor van betekenis te worden in de Nederlandse politiek. Maar wat vindt deze partij, naast de bekende anti-islam- en immigratiestandpunten?
Op het sociaal-economische terrein begeeft de PVV zich in het linker deel van het politieke spectrum: tegen een verhoging van de AOW-leeftijd, geen versoepeling van het ontslagrecht, uitkeringen mogen niet omlaag.
Dat de PVV deze standpunten heeft veranderd wordt niet duidelijk gecommuniceerd. Op een partijbijeenkomst in Rotterdam zei een PVV-vrijwilliger vorige week over Wilders: „Ik ben het voor 99 procent met hem eens. Alleen afschaffen van minimumloon vind ik geen goed idee.”
Het was SP-leider Agnes Kant die PVV’er Tony van Dijck deze week vroeg naar het minimumloon. De PVV wilde dat toch afschaffen? Dat was onzin, zei Tony van Dijck. „In zijn kleutertijd zal hij misschien ook wel eens wat gezegd hebben, maar de PVV staat voor het minimumloon, het niet verlagen van uitkeringen en handhaving van het ontslagrecht.”
|
Lees in de papieren NRC Handelsblad een uitgebreid achtergrondverhaal over de standpunten van de PVV |

AEX: 310,03 




