Utrecht, 11 maart. Het College Sanering Zorginstellingen (CSZ) lijkt een tweede leven begonnen. Op de nominatie voor opheffing na 2011, duikt het de laatste maanden op in het ene na het andere rampendossier in de zorgsector. Meavita, Philadelphia, IJsselmeerziekenhuizen – het college rapporteert. Deze week nog over Oosterscheldeziekenhuizen in Goes, dat al jaren zwak presteert en geen eigen vermogen meer heeft.
Toeval en geen toeval, verklaart directeur Gerrit van den Berg de drukte. Door marktwerking vallen meer CSZ-taken en -verantwoordelijkheden aan bedrijven toe. Maar diezelfde marktwerking wekt ook reuring. Al te ondernemende zorgbedrijven, of slecht geleide, raken in financiële problemen. In die gevallen kan het CSZ ‘bijzondere werkzaamheden’ uitvoeren voor de bewindslieden op Volksgezondheid, of een gelieerde instelling als toezichthouder NZa.
Het CSZ waakt van oudsher over staatsgelden die naar de zorg zijn gegaan. Zorginstellingen die vastgoed willen afstoten, zijn er kind aan huis. Dat levert een permanente stroom routineklussen op. „We hebben zo’n 600 casussen in behandeling”, zegt Van den Berg.
De beperkte omvang van het CSZ – acht medewerkers – is geen beletsel. Die staf voert een aantal gemachtigden aan, die op afroep hun deskundigheid inzetten. Het gaat om mensen met bestuurlijke, financiële, zorg- en vastgoedexpertise, legt Van den Berg uit, en „een maximum aan ongebondenheid en belangeloosheid”.
Met deze mensen kon Van den Berg het „hoogtij” van de laatste maanden aan. Stuk voor stuk spoedklussen met een groot belang, bevestigt hij. „Bij een financieel probleem is altijd direct de zorgkwaliteit in het geding, en mogelijk de continuïteit van zorg. Het gaat in de basis om het laten draaien van de gezondheidszorg, zonder dat onze gemeenschappelijke portemonnee te zwaar wordt belast.” Moeilijk? „Niet overdrijven. Er zijn 1.800, 1.900 instellingen, en bij de meeste is niets aan de hand.” En de medewerking bij CSZ-bezoek is doorgaans uitstekend. „Als wij komen, zijn de problemen zo’n instelling immers al boven het hoofd gegroeid.”
Maar de incidenten stapelen zich wel op.
Komt dat doordat, zoals Kamerleden riepen, ongebreideld fuseren ondoorzichtigheid in de hand werkt en gebrekkig toezicht megalomane bestuurders de vrije teugel biedt? In z’n algemeenheid, zegt de CSZ-directeur: nee. „We hebben ook kleintjes gehad in grote moeilijkheden.” En de problemen bij zorgconcern Meavita „kenden we precies. Op basis van ons rapport kon de NZa zeggen: dit lossen we op zonder balanssteun. Als Meavita niet wil schuiven, is dat hun probleem.”
Maar het toezicht op IJsselmeerziekenhuizen en Philadelphia schoot tekort, vindt Van den Berg. „Philadelphia had vastgoed in de boeken opgewaardeerd. Dan zie je de tekorten eerst niet.” Verantwoordelijk toezichthouder en CDA-prominent Elco Brinkman vertrekt daarom deze maand bij Philadelphia. En Harry Borghouts, inmiddels ex-voorzitter van de raad van toezicht, zat ook niet bovenop de problemen waarmee IJsselmeerziekenhuizen worstelde. Van den Berg: „Dit zijn megabedrijven. Als het niet goed gaat, moet je direct ingrijpen. Iemand als Borghouts, commissaris van de koningin, kan zich niet permanent met IJsselmeerziekenhuizen bemoeien. Maar kennelijk hebben dit soort organisaties vaak een boegbeeld nodig.”
Klink en Bussemaker komen dit voorjaar met een strengere toezichtcode. Dat is nodig, vindt Van den Berg. „Een toezichthouder mag niet zomaar afgaan op cijfers. Hij moet doorvragen, zorgen dat de groeiende organisatie controleerbaar blijft.”
Fuseren, stelt de CSZ-directeur vast, lost niet elk probleem op, maar groter worden kan ook goed gaan. „Als bestuur en toezichthouders hun verantwoordelijkheid maar nemen. Vroeger, in het gesloten systeem, werd alles gegarandeerd. Nu moet je leven met onzekerheid. Maar bij alle gevallen van het afgelopen halfjaar is ook sprake geweest van mismanagement. Als Meavita miljoenen in z’n tv-foon steekt, moet je financiële middelen hebben. Anders gaat het wringen. En elke bezuiniging zie je. Dan moet er personeel uit, is een tehuis minder schoon, groeien de risico’s.”
Tegen die achtergrond kan je marktwerking ook heilzaam noemen, vindt Van den Berg. „Het maakt problemen eerder zichtbaar. Misschien krijgen we dit jaar wel tien van zulke zaken.”
In de care-sector zal het problematischer worden, voorspelt hij. In tegenstelling tot de cure, ziekenhuizen, zijn er „veel kleintjes” onder verpleeg- en verzorgingshuizen. „Dat zijn niet allemaal ondernemers, en we verwachten dat ze dat wel worden.”

AEX: 338,65 




