In het memo, geschreven enkele weken na de Amerikaans-Britse invasie van Irak in 2003, stelt de Dienst Juridische Zaken (DJZ) van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat de Nederlandse politieke steun aan de oorlog „zowel materieel als procedureel” tekortschiet.
DJZ, dat ook voor de oorlog al had gewaarschuwd voor de wankele rechtsgrond van de kabinetsopstelling, wilde met het memo zijn „objectieve volkenrechtelijke inschatting” uitvoeriger onderbouwen. Maar de toenmalige secretaris-generaal van Buitenlandse Zaken stuurde het niet door naar minister De Hoop Scheffer (CDA). Of de bewindsman mondeling wel op de hoogte was van de inhoud, is onduidelijk. Het departement wil daar niet op ingaan.
Premier Balkenende zei zaterdag „zich te informeren” over het voor hem onbekende memorandum.
Regeringspartijen PvdA en ChristenUnie zijn geschrokken. Tweede Kamerlid Martijn van Dam (PvdA) noemt het „onbegrijpelijk” en „schokkend” dat het „voortreffelijke memo” destijds niet naar de minister is gestuurd.
Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie) wil met zijn coalitiepartners rond de tafel gaan zitten om te praten over „vervolgstappen” als de antwoorden van het kabinet onvoldoende zijn. Het CDA wil de antwoorden afwachten. VVD, SP en D66 hebben schriftelijke vragen gesteld aan het kabinet. De partijen vinden dat het memorandum sowieso bekend had moeten zijn bij De Hoop Scheffer. De oud-minister, nu NAVO-chef, wil zelf niet reageren. Hij beschouwt de zaak „als een binnenlandse discussie waaraan hij niet zal deelnemen gezien zijn huidige positie en verantwoordelijkheid”.
Minister Donner (Sociale Zaken, daarvoor Justitie, CDA) zei zondag in het tv-programma Buitenhof dat de volkenrechtelijke aspecten zijn meegewogen. Er waren destijds „geen doorslaggevende argumenten tegen de politieke steun”. Volgens hem kunnen ambtenaren een document niet naar de minister sturen als de inhoud reeds bekend is: „Als je constateert: dit hebben we bekeken, dan kun je het niet doorgeleiden.”
D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold, die opnieuw pleit voor een parlementaire enquête, concludeert dat „blijkbaar iedereen nu zijn eigen geschiedenis aan het schrijven is, want Donners opmerking dat deze juridische bezwaren zijn meegewogen, wijken essentieel af van de officiële lijn tot nu toe. Daar had Balkenende het steeds over sluitend juridisch bewijs.”
Ook vanuit de Eerste Kamer is verbaasd gereageerd op Donners uitspraken. GroenLinks-senator Britta Böhler noemt het „heel vreemd” dat het kabinet altijd sprak over een goede rechtsbasis: „Waar kwam die dan vandaan? In ieder geval niet van de ambtenaren die er binnen het overheidsapparaat verstand van hebben, de volkenrechtjuristen op BZ.”
Diverse senaatsfracties stelden acht maanden geleden al tientallen vragen aan het kabinet over de Irak-zaak. Die werden eind december beantwoord, maar volgens een meerderheid onbevredigend. Als een tweede serie vragen niet beter wordt beantwoord, lijkt een onderzoek naderbij.
PvdA-senator Klaas de Vries noemt het memo „schokkend, vooral omdat er enorme strijdigheden zitten tussen de opmerkingen van de premier over de juridische degelijkheid van het Nederlandse standpunt en wat de BZ-juristen daar van vonden”. Hij ziet een lichtpunt: „Kennelijk hebben deskundige ambtenaren gewoon hun werk en hun plicht gedaan.”

AEX: 339,14 





