Vorig jaar vertrokken 131 wethouders, van wie 77 om politieke redenen. In 2006 waren de laatste gemeenteraadsverkiezingen. Het tweede jaar na verkiezingen is gewoontegetrouw een piekjaar voor conflicten en aftredende bestuurders.
Zo ook 2004 (na verkiezingen in 2002). Dat jaar wordt gezien als het politieke rampjaar waarin 145 wethouders om politieke redenen opstapten, nog altijd meer dan vorig jaar. Dat kwam mede doordat Een van de redenen voor die hausse aan politieke conflicten was dat veel nieuwe politici van Leefbaar-partijen in 2002 in het college kwamen en de LPF. Deze relatief onervaren bestuurders kwamen vaker in conflict met de raad en elkaar.
Percentueel is het aantal vertrekkers groter dan voorheen, omdat er door gemeentelijke fusies elk jaar minder wethouders zijn (1.650 in 2004 en 1.512 in 2008).
Onder de wethouders die opstapten is een minderheid afkomstig van buiten de raad, drie op de tien. Sinds 2002 is het mogelijk wethouders aan te trekken die niet als raadslid zijn gekozen. Gesuggereerd is wel dat ze daardoor kwetsbaarder zouden worden, omdat er geen automatische rugdekking meer is vanuit de eigen fractie. Maar dat blijkt nu niet.
Van de 74 wethouders die niet om politieke redenen vertrokken, gingen er 22 weg wegens hun gezondheid. Vijf wethouders overleden in 2008.
Een aantal wethouders vond de combinatie van het wethouderschap en een betaalde baan te zwaar. Soms blijkt het wethouderschap een opstap naar een andere bestuurlijke functie. Tien wethouders werden burgemeester. Twee wethouders gedeputeerde en één wethouder, de Haagse Jetta Kleinsma (PvdA), werd staatssecretaris.

AEX: 310,03 




