Ede, 30 dec. Voorzitter Theo van de Rijt van de Edese IJsvereniging is benieuwd of de jeugd nog kan schaatsen. Voor de lessen die vandaag beginnen, is in elk geval veel animo. „Ze waren heel snel volgeboekt”.
Twintig kinderen tussen zes en twaalf jaar krijgen vier lessen van een gediplomeerd schaatstrainer. Van de Rijt: „Sommigen kunnen het al een beetje, maar er komen ook mensen die nog nooit op het ijs hebben gestaan.”
Nederland raakt langzamerhand in de ban van het schaatsen. En dan vooral schaatsen op natuurijs. In het Friese Aldtsjerk werd gisteren de eerste kortebaanwedstrijd op natuurijs van deze winter verreden. Zondag werd in Haaksbergen de eerste schaatsmarathon op natuurijs verreden. En het blijft voorlopig vriezen, vooral ’s nachts, verwacht het KNMI.
Bauk de Groot is veertig jaar lang schaatscoach geweest. Hij staat met zijn familie op de natuurijsbaan in Ede. Natuurijs in de kerstvakantie noemt hij „een geschenk uit de hemel”, omdat kinderen de tijd en de mogelijkheden hebben om ervaring met schaatsen op te doen. „Als je nooit op het ijs hebt gestaan, dan heb je er niets mee. Door het ontbreken van natuurijs hebben kinderen geen ervaring met schaatsen.”
„Ga eens op je gat zitten”, roept De Groot naar zijn kleinzoon Jefry (5). De kinderen moeten „geen angst hebben om te vallen” als ze schaatsen, licht De Groot toe. Kleinzoon Jefry lacht naar zijn opa als hij opstaat. Hij pakt zijn blauwe stoel weer vast en schaatst verder. Als de kleine Jefry klaar is met zijn rondje op het ijs komt hij snel terug bij zijn privécoach: „Opa, ik wil morgen het stoeltje niet meer mee”.
Op de 400 meterbaan zijn de snellere schaatsers te vinden. Op het binnenterrein, een verhard handbalveld dat onder water is gezet, staan de beginners. Stevig ingepakt tegen de kou oefenen de kleinsten aan de hand van mamma, of schaatsend achter een stoel. De kinderen vertellen dat ze nog niet vaak geschaatst hebben, want zo vaak ligt er geen ijs.
Vorig jaar vond Alwin (7) het schaatsen na een kwartiertje mooi geweest. Dit jaar heeft hij de smaak te pakken. Hij staat al de hele middag op het ijs met nieuwe schaatsen, net gekocht. Hij is al best vaak gevallen, zegt hij.
Hard schaatsen vindt Niek Kaalberg (8) het leukst. En schaatsen, dat heeft hij al „heel vaak” gedaan. Oefenen op de kunstijsbaan in Nijmegen, of gewoon buiten. Zijn vriendje Tim van der Weerd (9) staat pas voor de derde keer op het ijs. De vader en moeder van Niek willen Tim ook schaatsen leren. Aan de hand van vader Frank maakt hij zijn rondjes op het open gedeelte.
Felicity McCleay is een van de oudere, beginnende schaatssters. Als 22-jarige heeft ze nog niet eerder op de schaatsen gestaan. Ze komt uit Australië en is voor familiebezoek in Nederland. Omdat het schaatsen nu mogelijk is, moest ze van haar familie kennismaken met het ijs.
Na een paar uurtjes op de ijsbaan concludeert ze: „Dit is erg leuk. En dat vallen maakt me niet uit.”
Als de baan open is zijn Luuk den Ouden (10) en Luuk van der Vecht (11) zeker aanwezig. Schaatsen heeft de oudste nog geleerd van zijn oma. Eerst op vier ijzers, inmiddels op ijshockeyschaatsen. Schaatsen doen de jongens het liefst buiten, want dat is veel „echter”.
Het clubhuis van Edese IJsvereniging is het aan het eind van de middag vol. Schaatsers genieten van warme chocolademelk of een kop erwtensoep. Bij de haard zit de familie Brandenburg met zoon en dochter. „Als er vroeger ijs lag, ging ik altijd schaatsen op de vijvers voor de deur”, zegt Nienke (21). Ze had al ruim vier jaar niet meer op het ijs gestaan. „Het is leuk om te merken dat ik het niet verleerd ben.”
|
Voor Elfstedentocht is 16 centimeter ijs nodig Hoe dik moet het ijs zijn voordat je er kan schaatsen? Wie bij een slootje of bosvennetje wil bepalen of het ijs dik genoeg is, kan dat zelf meten door er een gaatje in te maken. Huub Snoep van schaatsbond KNSB: „Als het zeven, acht centimeter dik is zou je er op kunnen schaatsen, zeker als je niet te dicht bij elkaar in de buurt schaatst.” Voor officiële toertochten, waarbij het ijs duizenden schaatsers moet kunnen dragen, geldt een dikte van twaalf centimeter. In Nederland zijn ongeveer 230 toertochten geregistreerd, variërend van vijf tot tweehonderd kilometer. De organiserende ijsclubs van die tochten houden zelf in de gaten of het ijs dik genoeg is. Wie stiekem droomt van een Elfstedentocht moet veel geduld hebben, want daarvoor is een ijsvloer van zestien centimeter over de hele route van 200 kilometer nodig. Hoe herken je een wak? In het algemeen gelden brede vaarten, plekken met veel watervogels, grote meren en waters met waterinstroom of stroming als de gevaarlijkste plekken om te schaatsen. Zwakke plekken zitten ook bij de kruising van waterwegen, bij vaargeulen, in de buurt van bruggen, op plekken waar veel zon komt, en bij rietkragen. Vaak kan een kleurverandering van het ijs of belletjes duiden op een zwakke plek of een windwak, stukken ijs die door de wind later zijn bevroren. Het binnenste deel van een windwak bestaat vaak uit mooi glad en zwart ijs, maar kan bedrieglijk zwak zijn. Wat moet je doen als je toch in een wak terechtkomt? Snoep: „Neem prikpennen of grote spijkers mee waarmee je je op het ijs kunt trekken als je in een wak terechtkomt, en een touw. Als je toch in een wak terechtkomt moet je je omdraaien, want de plek waar je vandaan kwam was veilig.” Houd je bovendien aan regel nummer één: „Ga nooit alleen.” Toertocht in de buurt
|

AEX: 317,06 





